Master in de gespecialiseerde studies in de praktische theologie: academische pastoraatsopleiding (Leuven)

CQ Master in de gespecialiseerde studies in de praktische theologie: academische pastoraatsopleiding (Leuven)

Opleiding

Wat houdt de masteropleiding in de gespecialiseerde studies in de praktische theologie: academische pastoraatsopleiding in?

Binnen deze opleiding specialiseer je je in het pastoraat door een uitgebreide stage die deel uitmaakt van de masterproef en door een werkcollege. Ook bevat het programma keuzeopleidingsonderdelen aansluitend bij de stage en pastoraaltheologische opleidingsonderdelen waarin theologische reflectie, het verweven van specifieke onderzoeksvaardigheden over pastoraat en van pastorale en algemene communicatieve vaardigheden centraal staan.  Verder leer je onderzoek te doen binnen het domein van de praktische theologie, in het bijzonder met het oog op pastoraat.

Tijdens de opleiding is er ook aandacht voor de ontwikkeling van de eigen spiritualiteit. Studenten leren deze te hanteren in de context van het pastoraat. Eveneens krijgt het reflecteren in groep en het leren aan elkaars inzichten in vele opleidingsonderdelen een plaats.

Dit is een master-na-master die je vol- of deeltijds kunt volgen. Voor werkstudenten worden er (mits toelating) bijzondere faciliteiten voorzien zoals zelfstudiepakketten en examenspreiding. Dit maakt de combinatie van studie, werk, gezin en sociaal engagement haalbaar. 

 

INFOMOMENTEN BESTEL DE BROCHURE DOWNLOAD DE BROCHURE

 

Profiel

Is deze opleiding iets voor jou?

Je bent geïnteresseerd in de begeleiding van mensen in groep en individueel binnen een pastorale setting en je wil hier ook vanuit wetenschappelijk perspectief mee bezig zijn.Je bent geïnteresseerd in het uitbouwen van beroepscompetenties als pastor.

 

Toelatingsvoorwaarden

Toelatingsvoorwaarden master in de praktische theologie: academische pastoraatsopleiding

 

 

 

 

Toelatingsvoorwaarden

Masterin de gespecialiseerde studies in de theologie en de religiewetenschappen (uitdovend programma vanaf 2015-2016) (Leuven)onderwijsaanbod.kuleuven.be/2016/opleidingen/n/SC_51016782.htm#activetab=voorwaardenMaster in de gespecialiseerde studies in de praktische theologie: academische pastoraatsopleiding (nieuw programma vanaf 2015-2016) (Leuven)onderwijsaanbod.kuleuven.be/2016/opleidingen/n/SC_53262012.htm#activetab=voorwaarden

Doelstellingen

Het studiecurriculum Theologie en religiewetenschappen is gericht op de interdisciplinaire wetenschappelijke bestudering van de christelijke geloofstradities (in het bijzonder de katholieke geloofstraditie) in de context van een multiculturele en multireligieuze samenleving. Academisch onderwijs dat mensen tot zelfstandig oordelen en handelen op het gebied van de theologie en de religiewetenschappen wil vormen, moet niet alleen de hoofdlijnen van het theologische en religiewetenschappelijke onderzoek overbrengen, maar ook de ontwikkelingen in de verschillende vakgebieden op de voet volgen. Daarom beoogt het onderwijs dat door de Faculteit verstrekt wordt bij te dragen tot de algemene vorming en ontwikkeling van de studenten en hen voor te bereiden op de zelfstandige theologisch en interdisciplinair gerichte reflectie over de katholieke geloofstraditie. Tevens wil dit onderwijs belangstelling opwekken voor de onderlinge verhouding en het eenheidsstreven van de verschillende christelijke kerken en voor de verhouding tussen het christendom en de wereldreligies.
De MAS-opleiding heeft tot doel het verder ontwikkelen van de zelfstandige beoefening van de theologie en de religiestudie en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, vaak met het oog op het schrijven van een doctoraatsproefschrift. De in de master aangevatte specialisatie wordt verdiept via een zeer specifiek onderzoekscurriculum. In dit verband is de masterproef uiteraard zeer belangrijk. Daarnaast maken studenten ook intensief kennis met het onderzoek zoals dit in de overige specialisaties verricht wordt. Hierdoor blijft specialisatie steeds gepaard gaan met een goed gevormde algemene onderlegdheid in de theologie en de religiestudie. De in de master verworven capaciteit tot interdisciplinair denken verdiept zich thans in een projectmatige specialisatie, waarbij de student in staat wordt een persoonlijk project uit te werken.
De MAS-opleiding kent twee afstudeerrichtingen. Een eerste afstudeerrichting (optie 1 Theologie en Religiestudie) groepeert de studenten die kiezen voor één van de zes klassieke onderzoeksdomeinen. Een tweede afstudeerrichting (optie 2 Praktische Theologie: academische pastoraatsopleiding) doelt tegemoet te komen aan de vraag van de kerkgemeenschap en de visitatiecommissie om te zorgen voor degelijk opgeleide pastores die theologisch kunnen reflecteren op het pastorale werkveld.

Opleidingsspecifieke leerresultaten die door studenten worden bereikt na het doorlopen van de opleiding Master of Arts in de gespecialiseerde studies in de theologie en de religiewetenschappen:
1. stevige onderlegdheid in de theologie en de religiestudie in het algemeen.
2. specialisering in een bepaald vakgebied met het oog op het leveren van een constructieve bijdrage aan de theologie en de religiestudie.
3. grondige vertrouwdheid met bronnen, problemen en methoden binnen het eigen specialisme.
4. de kennis en methoden van de eigen discipline op relevante wijze kunnen toepassen binnen de gelovige reflectie in kerkverband.
5. inzicht in de relatie van de studie van theologische en religieus-maatschappelijke problemen met de actuele maatschappelijke context die zich kenmerkt door een religieus, levensbeschouwelijk en ethisch pluralisme en groeiende globalisering.
6. in staat zijn tot het verrichten van zelfstandig theologisch onderzoek en tot het doorgeven van de verworven attitudes, methodes en kennis.
7. openstaan voor interdisciplinaire vraagstellingen en in staat zijn om vanuit het eigen specialisme aan interdisciplinair onderzoek mee te werken.
8. in staat zijn een theologisch of religiewetenschappelijk project op te zetten, d.i. een vraagstelling te formuleren en een argumentatiemethode te ontwikkelen voor het gestelde probleem.
9. in staat zijn een projectgerichte onderzoeksscriptie af te werken.
10. in staat zijn de onderzoeksresultaten op een bevattelijke wijze te presenteren.
11. in staat zijn in een pastorale setting als pastor te functioneren. (Praktische Theologie: academische pastoraatsopleiding)
12. in staat zijn kritisch over deze pastorale taak en pastorale setting te reflecteren met het oog op het verrichten van praktisch-theologisch onderzoek. (Praktische Theologie: academische pastoraatsopleiding)

Loopbaan

Loopbaan

Deze opleiding bereidt je voor op een loopbaan als pastor in diverse sectoren zoals de zorgsector (ziekenhuizen, ouderenzorg, …), gevangeniswezen, welzijnszorg, parochie, jeugdbeweging, school,… Ook in het christelijk vormingswerk, of in beleids- en adviserende functies zijn er verschillende tewerkstellingsmogelijkheden. 

Contact

Faculteit Theologie en Religiewetenschappen
Collegium Veteranorum
Sint-Michielsstraat 4, bus 3100
3000 LEUVEN
tel.+ 32 16 32 38 28
fax + 32 16 32 38 58
info.theologie@kuleuven.be
www.theo.kuleuven.be

Bezoek de website van de faculteit.
Bezoek de website van de opleiding.

 

Algemeen
Dienst Studieadvies
Naamsestraat 80 bus 5415
3000 Leuven
Contacteer ons via het contactformulier op onze website

 

 

Locatie

VGM

https://webwsp.aps.kuleuven.be/sap/opu/odata/sap/zl_vgm_student_srv/users('1')/diplomas('50268914')/documents('50268914')/pdf/$value

SC Masterin de gespecialiseerde studies in de theologie en de religiewetenschappen (uitdovend programma vanaf 2015-2016) (Leuven)

programma

Studenten kiezen de optie 'Theologie en religiestudie' of de optie 'Praktische theologie: academische pastoraatsopleiding'.

SC Master in de gespecialiseerde studies in de praktische theologie: academische pastoraatsopleiding (nieuw programma vanaf 2015-2016) (Leuven)

programma

ECTS Modernity, Church and Theology (B-KUL-A00B6A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term

Aims

- To be able to express a nuanced judgement about the orientation towards the world of the Second Vatican Council;
- To be attentive to the factors that influenced the redaction history of the most important documents concerning this theme, Lumen Gentium and Gaudium et Spes;
- To be able to understand and correctly interpret important source documents on this theme (when necessary in less familiar languages);
- To be able to present in a clear and succinct way important primary and secundary texts (a.o. the Council diary by Yves Congar).
 

Previous knowledge

Students should possess a basic knowledge (from their Bachelor's studies) of fundamental and systematic theology and of the history of Church and theology from the Enlightenment up to and including the 20th century.

Onderwijsleeractiviteiten

Modernity, Church and Theology (B-KUL-A00B6a)

4 ECTS : Practical 26 Second termSecond term

Content

In this seminar students read and present source texts which make it clear how the Second Vatican Council in the course of its four sessions progressively was willing to engage in a dialogue with the world. In the course of the seminar texts will be presented that have been written by either individual theologians or redaction commissions, have been written in all four sessions, and that are related to the redaction history of Lumen Gentium (esp. chapters 2 and 4) on one hand, and Gaudium et Spes on the other hand.

Course material

At the start of the semester the students receive a reader containing the primary source texts they will have to reflect upon. Supplementary course material and background texts will gradually be made available through TOLEDO.

Format: more information

In this seminar (groups of) students each week present the texts selected by the teaching staff. Some texts have to be read in advance by all students. In the course of the seminar students also have to present a portion of the Council diary of Yves Congar.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Modernity, Church and Theology (B-KUL-A20B6a)

Type : Continuous assessment without exam during the examination period
Description of evaluation : Presentation, Participation during contact hours, Portfolio

Explanation

On the date stipulated by the faculty students submit a portfolio with the text of all their presentations and also a final reflection on what has been learned in the course of the seminar. Students will be judged on the quality of their presentations, their preparation of the different sessions of the seminar and their collaboration (40%) and on the quality of the submitted portfolio (60 %).

 

ECTS Methodological Questions in Sexual, Conjugal and Family Ethics (B-KUL-A00B9A)

4 ECTS English 26 First termFirst term

Aims

The course is intended to familiarize students with specific theological research in the fields of sexual, conjugal and family ethics and will enable them to

- identify, analyse, and compare different forms, sources, and scopes of ethical reasoning;

- carry out a critical discernment with regard to the coherence, consistency, relevance, and pertinence of moral argument;

- develop a personal stance and substantiate it argumentatively.

Previous knowledge

Students have an advanced degree of theological and ethical formation.

Onderwijsleeractiviteiten

Methodological Questions in Sexual, Conjugal and Family Ethics (B-KUL-A00B9a)

4 ECTS : Practical 26 First termFirst term

Content

The teachings on human sexuality within the Christian tradition are complex, subject to multiple external influences, and express change and development through succeeding generations of Christians. Christian sexual ethics is therefore an excellent laboratory for detecting and analysing broader trends in the field of Christian ethics in general. This course deals with selected topics, both historical and contemporary, in the theological-ethical discussion of sexuality, marriage and family life. Special attention is paid to issues of methodology in ethical argumentation.

This year’s course engages in a survey and critical reading of international theological literature on the issue of divorce and remarriage. Starting from the controversial discussions at the two Assemblies of the Bishops’ Synod in 2014 and 2015, the course will review and assess different theological approaches to the question, thereby focussing on biblical-exegetical, historical, systematic, ethical, pastoral and ecumenical perspectives. The fundamental ethical question which will be pursued during the entire course is whether a solution to remarriage can be found beyond extreme positions of laxism and rigorism.

Course material

The relevant reading for the course will be provided via Toledo at the beginning of the course.

Format: more information

The course consists of teaching units by the tutor and interactive discussions prepared, animated and moderated by individual students.

Each student is expected to prepare and moderate one session in class on the basis of an assigned reading. For this purpose, the student summarizes the contents of the reading material, analyses the main line of argument, critically reflects on the coherence and consistency of the argument and relates it to other class readings, and stimulates and moderates an in-depth discussion in class.

All students are expected to study the assigned reading material for each class.

At the end of the course each student is expected to submit an individual paper. The paper has to be written as a review article, in which the student provides an overview on and critical assessment of the scholarly discussion of the issue of divorce and remarriage, referring to the material that has been presented and discussed in class.

Review articles are an attempt to provide a summary overview on the current state of the research on a particular topic. The writer searches for what is relevant to the topic and then sorts it out into a coherent view of the status quaestionis. Review articles teach the reader about:

  • the main authors writing on a specific topic,
  • current debates,
  • recent major advances and discoveries,
  • significant gaps in the research,
  • ideas of where research might go next.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Methodological Questions in Sexual, Conjugal and Family Ethics (B-KUL-A20B9a)

Type : Partial or continuous assessment with (final) exam during the examination period
Description of evaluation : Oral, Paper/Project, Presentation
Type of questions : Open questions
Learning material : Course material

Explanation

The final evaluation consists of three components: the oral exam (which counts for 40%), the class presentation (30%) and the paper (30%).

The presentation will be evaluated on the basis of the student's capability to present adequately and analyse the reading material, critically scrutinize its argumentative coherence and relate it to other readings, and animate the class discussion.

The individual paper (review article) has a length of 1800 words at maximum and will be evaluated on the basis of the student’s capacity to provide an overview on the scholarly discussion and formulate a personal stance on the issues discussed.

Students who wish to receive feedback on their paper at an early stage have to hand in a draft version at least one month before the deadline for the submission of the final paper.

In the oral examination, students elucidate their paper/review article. They may expect critical questions from the examiner and to be confronted with opposing arguments/positions which have been discussed during class or featured in the reading material.

The oral exam will be evaluated on the basis of the student’s capability to build up and substantiate a coherent line of argument while taking into consideration diverging positions from the assigned reading material.

Students can only participate in the oral exam after having presented in class and submitted their paper by the deadline indicated at the beginning of the course.

2nd exam opportunity: more information

In case a student does not receive sufficient marks on the total of the three examination components, he/she has to rewrite the paper and pass a second oral exam.

ECTS Ethiek van vrede, oorlog en internationale relaties (B-KUL-A00C1A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester

Doelstellingen

Dit opleidingsonderdeel beoogt de theoretische kennis te verdiepen en verbreden m.b.t. het ethisch evalueren van problemen in verband met internationale vrede, etnische conflicten, humanitaire interventies, terrorisme en het gebruik van militaire middelen.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de rol van religie en geloof in het oplossen van conflicten en het ontwikkelen van vredesprocessen (de problematiek van verzoening). Tevens wordt ook gestreefd naar het verbeteren van de vaardigheid van studenten om concrete casussen te beoordelen.

Aan het einde van dit opleidingsonderdeel:

  • is de student vertrouwd met de problematiek van vredesopbouw, de oplossing van conflicten en het humaniseren van de oorlog. Hij/zij kan hieromtrent toelichting geven en de probleemvelden en uitdagingen aankaarten.
  • kent de student niet alleen de theoretische aspecten van het ethisch reflecteren over oorlog en vrede, maar is hij/zij ook in staat om casussen op een kritische en verantwoorde wijze te beoordelen.
  • heeft de student een grondige kennis opgebouwd van de algemeen ethische en moraaltheologische redeneerwijzen in verband met oorlog en vrede.

Begintermen

Het is noodzakelijk dat de student een algemene inleiding tot de ethiek en de moraaltheologie heeft gehad. 

Onderwijsleeractiviteiten

Ethiek van vrede, oorlog en internationale betrekkingen (B-KUL-A00C1a)

4 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

Inleidend:

Het vertrekpunt van dit opleidingsonderdeel is een definitie van het verschil tussen de traditie van de heilige oorlog, het pacifisme (in het bijzonder de christelijke visie op pacifisme) en de rechtvaardige oorlog.

Eerste beweging:

Hier wordt grondig ingegaan op:

  • de criteria en redeneerwijzen van de traditie van de rechtvaardige oorlog (ius ad bellum, ius in bello en ius post bellum): Walzer, Ramsey, Johnson, Fiala en anderen)
  • de geschiedenis van de toepassing (vooral misbruik) van de rechtvaardige oorlog, met een speciale focus op de eerste en tweede wereldoorlog + de oorlogen in Irak
  • implicaties voor het kerkelijke spreken over oorlog en vrede  
  • het bespreken van casussen in verband met de rechtvaardige oorlog


 

Tweede beweging:

Vervolgens wordt aangetoond dat een benadering van de traditie van de rechtvaardige oorlog niet volstaat. Om deze denkbeweging te funderen wordt gewezen op het politieke probleem dat aan elk conflict voorafgaat (met bijzondere aandacht voor de wijsgerige benadering van Clausewitz in Vom Kriege). 
Vanuit de noodzaak van een ethiek van de internationale politiek worden vervolgens problemen besproken zoals:

  • Denkmodellen voor de internationale orde (onder meer gebaseerd op Peter Singer, One World).
  • Het probleem van genocide en militaire interventie (met bijzondere aandacht voor de genocide in Rwanda en Oekraïne).
  • Het probleem van het terrorisme en de schending van mensenrechten (boek van Wim Smit over Terrorisme).

 Dit gedeelte bevat zowel  zowel theorie als casussen.
 

Derde beweging:

In een derde beweging wordt aandacht besteed aan de rol van religie in het oplossen van conflicten.

  • De negatieve rol (Girard, Scotte Appleby...)
  • De positieve rol m.b.t. zowel 'peacemaking' als 'peacekeeping' (Reychler, Gopin, Appleby, Lederach, Schriver, Schreiter,e.a.), met bijzondere aandacht voor vergeving/verzoening, de rol van de slachtoffers en de rol van waarheids-en verzoeningscommissies (vooral de TRC in Zuid Afrika).

Vervolgens wordt inzicht gegeven in de wijze waarop religie bijdraagt tot een evenwicht tussen retributieve en restauratieve rechtvaardigheid.  

 

Studiemateriaal

De studenten ontvangen tijdens het eerste college een syllabus. Via de cursusdienst wordt ook een dossier verspreid met een aantal teksten waarin de belangrijkste aspecten van de leerstof aan bod komen.  

Aanbevolen lectuur:
R. SCOTT APPLEBY, The Ambivalence of the Sacred. Religion, Violence and Reconciliation, Lanham, Rowman and Littlefield, 2000.
J.T. JOHNSON, The Quest for Peace. Three Moral Traditions in Western Cultural History, Princeton, 1987.
J. VERSTRAETEN (ed.), Ethical Presuppositions and Implications of Warfare in the Twenty-First CenturyEthical Perspectives, 11 (2004), 2-3 (thema nummer).
D.W. SCHRIVER, An Ethic for Enemies. Forgiveness in Politics, New York, 1995.
W. SMIT, Terrorisme en rechtvaardige oorlog. Recht en onrecht in tijden van terreur, Antwerpen/Apeldoorn, Garant, 2007.
Reconciliation After Violent Conflict. A Handbook, IDEA Handbook series, International Institute for Democracy and Electoral Assistance, Halmstad, Bulls Tryckeri AB.
M. WALZER, Just and Unjust Wars. A Moral Argument with Historical Illustrations, New York, Basic Books, 1992 (2nd ed.)
D. J. WHITTAKER, The Terrorism Reader, London, Routledge, 2003 (2nd. Edition including al-Qaeda and 9/11).

Toelichting werkvorm

Hoorcolleges met actieve participatie van de studenten.

De studenten worden uitgenodigd om ter voorbereiding van discussies boeken of artikels te lezen die in de syllabus worden vermeld.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Ethiek van vrede, oorlog en internationale betrekkingen (B-KUL-A20C1a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Mondeling examen over de leerstof met schriftelijke voorbereiding. De schriftelijke voorbereiding dient enkel ter ondersteuning van de student.

Elke student krijgt 2 à 3 hoofdvragen naargelang het verloop van het mondelinge gesprek. De vragen hebben betrekking op de leerstof en zijn zowel kennis- als inzichtsvragen.

Bij twee examenvragen staat elke vraag op de helft van de te verdienen punten. In het geval van drie examenvragen telt elke vraag mee voor 1/3 van de punten. De eindbeoordeling op 20 is echter geen loutere optelling van elk deelpunt op de examenvragen, maar een weging van het geheel van het examen. Ook eventuele bijkomende vragen kunnen met andere woorden een invloed hebben op de weging van de eindbeoordeling. Zulke bijvragen worden door de docent gesteld omwille van twee redenen: enerzijds om verduidelijking bij een gegeven antwoord, en anderzijds om verder te peilen naar de diepgang van de verworven inzichten.

Evaluatiecriteria:

  • feitenkennis/kennis van de geziene leerstof
  • diepgang van de verworven inzichten
  • vermogen om leerstof toe te passen op actuele situaties
  • gevatheid of intelligentie van de presentatie van de antwoorden

ECTS Hindoeïsme (B-KUL-A00C6A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester
N.

Doelstellingen

Aan het einde van dit opleidingsonderdeel:

  • zijn studenten zich bewust van de problemen om het Hindoeïsme te definiëren, en kunnen ze uitweiding over de bewustwording.
  • zijn studenten vertrouwd met de complexiteit en interne diversiteit in de Hindoeïstisch religieuze wereld, en zijn ze in staat om deze complexiteit en diversiteit toe te lichten.
  • begrijpen studenten de Hindoeïstisch religieuze en filosofiche literatuur, en in het bijzonder enkele sleutelnoties zoals dharma, varna, sphota, samskara, Brahman-Atman identiteit, enzovoort. Zij kunnen hieromtrent ook uitleg verschaffen.
  • hebben studenten een overzicht ingewonnen van de Hindoeïstisch religieuze wereld en India en daarbuiten, met speciale aandacht van de oorsprong en ontwikkeling, en zijn ze instaat daar informatie over te verschaffen.    
  • zijn studenten zich bewust van de problemen en mogelijkheden van interacties tussen het Hindoeïsme en het christendom, en zijn ze in staat deze problemen en mogelijkheden te beoordelen.  
     

Begintermen

Geen specifieke voorkennis vereist.

Identieke opleidingsonderdelen

A02C8A: Hinduism

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Hindoeïsme (B-KUL-A00C6a)

4 studiepunten : College 26 uren Tweede semesterTweede semester
N.

Inhoud

Deel 1:

  • civilisatie van de Indus vallei en korte geschiedenis van het Hindoeïsme
  • Vedische Religie en Hindoe kosmologie
  • Dharma en Hindoe sociale organisatie
  • Hindoeïstische overgangsrituelen (Samskâra)
  • Hindoe  taalsysteem en filosofische systemen
  • Hindoe epos en Hindoe godsdienstbeoefening
  • Hindoeïstische godheden, kunst en rituelen voor de eredienst
  • Vedanta and Hindoe reformatie

Deel 2:

  • Hindoe-Christelijke dialoog: het vraagstuk
  • Katholicisme en Hindoeïsme – Case study

Studiemateriaal

Reader met cursusmateriaal (gebaseerd op Kallungal Martin, Intimate Others: A Christian Rediscovery of Hindus), artikels en slides/powerpointpresentaties.

Toelichting werkvorm

Van studenten wordt verwacht actief deel te nemen aan de colleges, waarbinnen de leerstofinhouden worden onderwezen en voorzien van illustraties. Studenten zullen worden gevraagd om zichzelf voor te bereiden op de colleges door middel van leesopdrachten.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Hindoeïsme (B-KUL-A20C6a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Open vragen, Gesloten vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Het examen is schriftelijk en omvat vier vragen, elk op 5 van de 20 te verdienen punten. De examenvragen zijn opgesteld door de docent. Het examen wordt verbeterd door een wetenschappelijk medewerker van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen waarbij wordt uitgegaan van de modelantwoorden en verbetersleutel die door de docent is verschaft. Het examen wordt in het Nederlands afgelegd (of in het Engels zo de student dat verkiest).

De vragen zijn van velerlei aard: theorie en inzichten (verklaring van termen, noties, praktijken,...) en toepassing (kritische en persoonlijke reflecties over Hindoeïstisch-Christelijke dialoog).

De vragen zijn erop gericht (criteria) na te gaan of de studenten het cursusmateriaal goed hebben verwerkt (diepgang van kennis en inzicht), of ze inzicht hebben in verscheidene noties en praktijken uit de Hindoeïstisch religieuze wereld, en of ze in staat zijn om de belangrijke aspecten uit de Hondoeïstisch-Christelijke dialoog te identificeren.

De eindbeoordeling is een optelling en weging van de vier deelresultaten.

Voor zelfstudie- of werkstudenten gelden de evaluatiemodaliteiten vermeld in de studiewijzer van het zelfstudiepakket.

ECTS Seminar Greek Patrology (B-KUL-A01B1A)

4 ECTS English 26 First termFirst term Cannot be taken as part of an examination contract
N.

Aims

The main goals of this course relate to knowledge and skill. On the level of knowledge, students are to acquire an understanding of the history of biblical exegesis in the patristic period, the main authors and interpretative strategies at work in the way Late Antique Christian writers interpreted and appropriated the Bible in different contexts, for different purposes and using different literary genres. There will be a particular focus on Greek patristic writers of the third, fourth and fifth centuries.  With regard to skill, the goal is for students to learn to read ancient Christian texts, to elucidate, orally and in writing, the significant aspects of those texts as biblical interpretation and to get acquainted with the major tools for this type of research.

 

Previous knowledge

This course should not be the student's first introduction to Christianity in the patristic era. Students must have a basic knowledge of the history and theology of Christianity in the patristic era. Basic knowledge of Greek and/or Latin is required.

Onderwijsleeractiviteiten

Seminar Greek Patrology (B-KUL-A01B1a)

4 ECTS : Practical 26 First termFirst term
N.

Content

This course examines the patristic interpretation and reception of the Pauline letter to the Colossians between 200 and 500 AD. Students will get acquainted with the Church fathers. Special attention will be given to the careful reading and elucidation, orally and in writing, of representative works of patristic Christology and other historically important sources.

Course material

A reading package with introductory literature on patristic exegesis, as well as a basic bibliography, will be made available at the beginning of the semester (in hard copy).

Language of instruction: more information

This course is conducted entirely in English, and non-native speakers of that language should feel perfectly welcome to take the course. Nevertheless, students must be able to understand, with minimal written assistance, academic lectures delivered by a native speaker with an American accent. Students are also expected to actively engage in intellectual conversations (i.e. class discussions) about the content and texts of the course. All written work is to be submitted in English and will be evaluated chiefly for its clarity and argumentation. Native and non-native speakers alike should make it part of their ambition for this course to improve their ability to communicate in academic English, whether oral or written.

Format: more information

The instructor believes that learning is doing. Therefore this course involves a fair amount of "doing" on the part of the student, both during and outside of the course meetings. Learning activities include, but are not limited to, lectures, reading, discussion, and writing. See the explanation of the evaluation method for more information.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Seminar Greek Patrology (B-KUL-A21B1a)

Type : Continuous assessment without exam during the examination period
Type of questions : Multiple choice, Open questions, Closed questions
Learning material : None

Explanation

  • Oral presentation (20% of the overall mark);
  • paper of 6500 words (with intermediate feedback on a good first draft) (60% of the overall mark);
  • process evaluation and active participation and preparing for class (20% of the overall mark).
  • No exam at the end.

2nd exam opportunity: more information

Marks for the oral presentation and for process evaluation and class participation are maintained.

ECTS Geloof, kerk en media (B-KUL-A01B6A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester

Doelstellingen

De student krijgt inzicht in zowel de talen van geloof en communicatie en het raakvlak tussen deze twee als de officiële leerstellingen van de Kerk over de relatie tussen geloof en media. Daarnaast is het de bedoeling om een positieve en tevens kritische attitude te creëren ten aanzien van de opportuniteiten die de eigentijdse media bieden.

Begintermen

Geen specifieke voorkennis vereist.

Onderwijsleeractiviteiten

Geloof, kerk en media (B-KUL-A01B6a)

4 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

Het eerste deel van het vak is gewijd aan de taal van het geloof: hoe wordt geloof gecommuniceerd? Het tweede deel bespreekt de taal van de moderne print- en audiovisuele media. Welke wetten beheersen hedendaagse communicatiemedia? Het laatste deel gaat over de (geschiedenis van de) Kerk's leerstellingen omtrent de relatie tussen geloof en media. Het centrale document, Communio et Progressio, wordt in detail bestudeerd. 

 

Studiemateriaal

De studenten krijgen een syllabus.

Toelichting werkvorm

Hoorcolleges met ruimte voor discussie.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Geloof, kerk en media (B-KUL-A21B6a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Vraagvormen : Open vragen

Toelichting

Elke student krijgt drie vragen. Het gaat om twee hoofdvragen en een bijvraag. De hoofdvragen worden gequoteerd op 8 punten en de bijvraag op 4.

Evaluatiecriteria: inhoudelijke feitenkennis, structurele verbanden leggen, een kritische mening formuleren bij aangebracht studiemateriaal en ten slotte zelfstandige reflectie omtrent de theologie van de communicatie. Doorgaans wordt eerst gepeild naar basiskennis (begrippen en concepten), vervolgens naar verbanden en ten slotte naar kritische reflectie.

Schriftelijke voorbereidingstijd als geheugensteun voor de student voor zijn/haar mondeling betoog.

Werkstudenten spreken in onderling overleg met de docent een zelfstudiepakket af.

ECTS World Religions and Ethics (B-KUL-A01B9A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term
Broeckaert Bert |  Ahaddour Chaïma (cooperator)

Aims

At the end of this course:

- students understand the similarities and differences (values, norms, methodology,…) between the world religions (focus on Buddhism, Hinduism, Judaism and Islam) in their ethical attitudes towards treatment decisions at the end of life (e.g. euthanasia, withholding or withdrawing lifesustaining treatment, pain control, organ donation, palliative care).
- students can demonstrate the ethical variety within each religious tradition.
- students are familiar with a comparative religious ethics approach and are able to apply it.
- students understand and evaluate the differences and similarities between the different treatment decisions at the end of life.

Previous knowledge

General knowledge of western ethics and elementary knowledge of Buddhism, Christianity, Judaism, Hinduism and Islam

Onderwijsleeractiviteiten

World Religions and Ethics (B-KUL-A01B9a)

4 ECTS : Lecture 26 Second termSecond term
Broeckaert Bert |  Ahaddour Chaïma (cooperator)

Content

This course, taking a comparative religous ethics point of view, discusses the way world religions approach end of life ethics. Though a few smaller traditions may be discussed, the course concentrates on the ethical thinking in Hinduism, Buddhism, Judaism, and/or Islam.   After a general introduction in which the differents terms and concepts (euthanasia, palliative care,...) are explained, we discuss end of life rituals, practices and beliefs in a number of world religions. In the final and most important part of the course in a number of world religions the following topics are addressed: euthanasia (voluntary, non−voluntary, involuntary), pain control, withholding and withdrawing life sustaining treatment at patient’s request, futile treatment, palliative care and/or organ transplantation. Each year the ethical views of two world religions (e.g. Islam and Judaism) are discussed in detail.

Course material

  • PPT
  • Reader with the articles that will be studied (available at the course note shop).

 

Format: more information

PPT will be used througout the course. At the same time student are expected to take notes throughout the course. Each class there will be time for interaction and questions. Whenever students have questions regarding the course when studying the course material or reviewing their notes, they can inform the professor through email. He will then answer these questions at the beginning of the next class.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: World Religions and Ethics (B-KUL-A21B9a)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral
Type of questions : Open questions
Learning material : None

Explanation

Classical oral examination (12 minutes). Students have 40 minutes of written preparation. Students receive two broad and general questions about two different parts of the course. Students are asked to give a well-structured, intelligent, coherent & to the point answer to each question in approximately 5 minutes. The mark given is based on the oral examination only; the written preparation, though collected by the professor (in order to make eventual later feedback easier), serves only a preparatory goal. When during the oral examination extra questions are asked, they are always related to the original question. The fact that several or no additional questions were asked doesn't give any indication of the quality of the examination. When a student is unable to answer one or more of the two initial broad questions, under no circumstances alternate quesions will be given. Each questions counts for half of the final exam result. If however a student receives a mark below 6/20 for any of these two questions, he/she fails the exam, whatever the result for the other exam question.

ECTS Biblical Greek III (Readings) (B-KUL-A01C0A)

4 ECTS English 26 First termFirst term

Aims

 
Knowledge: 
A deepende knowledge of Greek, both in view of vocabulary and of syntactic analysis and translation skills; knowledge of the specific characteristics of the Greek of the Book of Revelation.
Skills:
At the end of this course students are expected to be able to analyse, parse and translate all the texts of the Book of Revelation with the help of a Greek-English dictionary (namely, Walter Bauer, Frederick William Danker, W. Arndt & F.W. Gingrich (eds.), A Greek-English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature, 3rd ed., Chicago - London: The University of Chicago Press, 2000.). Students are able to apply to new texts the paradigms and grammatical rules to translate sentences (of a high level of complexity). Studenten are expected to look up sources in the library and on the internet. Students are expected to work with the university’s learning platform Toledo.

Attitude: 
Students are expected to have an appreciation for the difference between original texts and their translations. They are expected to acquire the attitude of working with original texts in original languages as much as possible. Students are able to compare translations with the original texts and to compare translations with each other and to analyze the differences. Students have learned to appreciate the advantages and limitations of being able to read a text in the original language and can transcend "original language fundamentalism".

 

Previous knowledge

 
Knowledge:
The elements of Biblical Greek (morphology and syntax) (as learned in Biblical Greek Ia and Ib)

Skills:
Translate Greek sentences into English; work with the linguistic tools of exegesis (as learned in Biblical Greek Ia and Ib), work with Toledo;

Attitude:
Basic interest in languages and in comparing texts with each other; interest for the role of original languages in the study of theology; insight into the hermeneutical issues of translations and the link to the original language; insight into the complexity of the transmission of texts in Antiquity and the study thereof by textual criticism.

Onderwijsleeractiviteiten

Biblical Greek III (Readings) (B-KUL-A01C0a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term

Content

In this course students will parse and translate the Greek text of the Book of Revelation. In addition students will read in this course important Septuagint texts to which the Book of Revelation is possibly connected in one way or another. In the course of reading this Greek text students will review the grammar and vocabulary which they learned in Biblical Greek Ia and Ib. In addition we will deepen the knowledge of the parts of the grammar which students experience as particularly difficult (e.g., the morphology and the syntax of the participle (including the genitive absolute) and the infinitive (including the articular infinitive); the use of the subjunctive; conditional periods.

  • Study of the vocabulary of Revelation and select LXX passages. 
  • Study of the verb forms and noun forms in Revelation and select LXX passages. 
  • Comparison of the scriptural links with the Septuagint text. 
  • Use of the most important scientific tools for the study of the New Testament (lexica, grammars, synopsis, concordance, critical apparatus of N28). 
  • Study of the most important text-critical issues of Revelation.
  • Study of some prevalent translation issue in Revelation.
  • Some examples of the theological relevance of grammatical-philological issues in Revelation.

Course material

Verplicht aan te schaffen
• Reimund Bieringer, Ma. Marilou S. Ibita & Dominika Kurek Chomycz, EN APXH: Inleiding tot het Grieks van de Bijbel, Leuven: Peeters, deel 1: Handboek; deel 2: Oefenboek.
• K. Aland et al. (eds.), Novum Testamentum Graece, 28ste ed., Stuttgart, Bibelgesellschaft, 1993 (N28).


Aanbevolen handboeken
A. Rahlfs, (ed.), Septuaginta. Id est Vetus Testamentum graece iuxta LXX interpretes, Stuttgart, Deutsche Bibelgesellschaft, 1935, 1979.
• Walter Bauer, Frederick William Danker, W. Arndt & F.W. Gingrich (eds.), A Greek-English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature, 3de ed., Chicago - London: The University of Chicago Press, 32000.
• B.M. Newman, A Concise Greek-English Dictionary of the New Testament, Stuttgart, United Bible Societies, 1971.
• J. Lust, E. Eynikel & K. Hauspie, A Greek-English Lexicon of the Septuagint, Stuttgart, 2003.
• B.A. Taylor, The Analytical Lexicon to the Septuagint. A Complete Parsing Guide, Grand Rapids MI, Zondervan, 1994.

• Gramcord, The Gramcord Institute (www.gramcord.org).
• Bible Works (http://www.bibleworks.com).

Language of instruction: more information

Dit vak wordt alleen in het Engels gedoceerd. Er wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van Nederlandstalige studenten. Ze mogen hun huistaken in het Nederlands voorbereiden en het examen desgewensd in het Nederlands afleggen.

Format: more information

Regular class attendance; improve Greek reading skills; improve Greek writing skills; parsing and translation exercises of selected examples from Revelation and LXX to be completed in individual learning activities during the classes and as take home exercises (assignments); self-correction of the exercises making use of available translations; analyze and translate Greek sentences making use the available printed and electronic tools; compare the original text with modern translations; make use of Toledo; look up sources in the library and learn to use them.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Biblical Greek III (Readings) (B-KUL-A21C0a)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral, Written
Type of questions : Open questions, Closed questions
Learning material : Reference work

Explanation

Number of questions, type of questions and points of attention:

  • questions on grammar, the use of tools and/or on the theological relevance of grammatical-philological issues
  • parsing of verb forms and/or noun forms
  • parsing and translating a passages taken from The Book of Revelation and the LXX texts which were studied in the course
  • parsing and translating of a few sentences of unseen text

Evaluation and Grading:

For the final grade the number of mistakes is added up and proportinately translated into a grade.

Role of the Written Preparation for the Oral Exam:

The exam is both written and oral. The evaluation starts from the written preparation and gives the student opportunities to explain why they parsed forms or sentences in a certain way or why they translated a sentence they way they did. On the basis of the oral exam the students can either improve or worsen their result.

There is no difference in the exam procedure for self-study students.

ECTS Theology of Interreligious Dialogue (B-KUL-A01C6A)

4 ECTS English 26 First termFirst term
Merrigan Terrence |  Vukic Neven (cooperator)

Aims

This course aims to provide insight into the approaches to what is now described as the 'theology of  interreligious dialogue' which have been developed in the course of Christianity's history. More concretely, this course will examine the views of a variety of authors and Christian traditions in light of the following question: How much value do these approaches ascribe to the actual practice of 'religion' within non-Christian - and fellow Christian - traditions?
The course is intended to allow students to reflect on the value (or lack thereof) that is ascribed to actual religious practice among the practitioners of non-Christian (or even fellow Christian) religious traditions within the many forms of the theology of 'interreligious dialogue' now on offer within Christian theology.
Students will be challenged to inquire whether the many theologies of interreligious dialogue now on offer actually do justice to the levels of commitment to their own religious tradition manifested by those who regard themselves as adherents of that religious tradition.
Students will be challenged to develop a responsible (i.e., theologically defensible) view of the nature and significance of the concrete religious practices that are characteristic of the adherents of traditions other than their (i.e., the students')  own, and the challenges these practices pose to the attempt to develop theologies of interreligious dialogue.
Students will be challenged to develop a comprehensive view of the nature and significance of non-Christian 'religion'.

Previous knowledge

Students must have a knowledge of the history of Christian thought and be well versed in the Christian doctrine of God, and Roman Catholic and Protestant understandings of ecclesiology.

Onderwijsleeractiviteiten

Theology of Interreligious Dialogue (B-KUL-A01C6a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term
Merrigan Terrence |  Vukic Neven (cooperator)

Content

The course shall address the following themes, always in light of the fundamental question: How much value do these approaches ascribe to the actual practice of 'religion' within non-Christian - and fellow Christian - traditions?


Part I: The Notion of 'Religion' and 'Religious Practice'

Part II: The Foundations of the Theology of Interreligious Dialogue: Revelation & Incarnation

Part III: Selected Milestones in the Development of the Theology of Interreligious Dialogue

§ The Discovery of the 'New World'

§ The Theology of Yves Congar & Henri de Lubac

§ The 'Feeney Case'

Part IV: Vatican II

Part V: Post-conciliar Catholic Theology of Interreligious Dialogue

Part VI: Evangelical Theology

Part VII: The Encounter with the Religious Other: Comparative Theology and The Forgotten 'Others'

Course material

Students will be assigned particular (required) readings as the course progresses. 

Format: more information

  • lectures and required readings;

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Theology of Interreligious Dialogue (B-KUL-A21C6a)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral
Type of questions : Open questions
Learning material : Course material

Explanation

Students will be expected to demonstrate a thoroughgoing knowledge of the material treated in class and in the required readings, and to be capable of formulating a clear and concise answer to the question of the nature and significance of non-Christian religious practice for the various theological currents discussed throughout the course and in the required readings.

ECTS Theologie, religie en onderwijs (B-KUL-A01D8A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Beide semestersBeide semesters

Doelstellingen

1.De studenten verwerven de kennis en de geijkte terminologie omtrent de problematiek van hedendaagse levensbeschouwelijke / katholieke schoolidentiteit en kunnen hiertoe op het einde van het onderwijsleerproces de volgende vragen beantwoorden. Welke elementen en dynamieken constitueren de collectieve identiteit van een onderwijsinstitutie? Waaruit bestaat de specificiteit van een katholieke schoolidentiteit? Hoe verhouden zich katholieke identiteit en levensbeschouwelijke pluraliteit? Voor welke uitdagingen ziet het Vlaamse onderwijs zich vandaag geplaatst, en wat is de aanleiding van de huidige crisis? Welke theoretische opties dienen zich aan om deze uitdagingen van antwoord te dienen?
2.De studenten vormen zich tot bekwame analisten en interpretatoren van levensbeschouwelijke / katholieke identiteit van hun school (descriptieve analyse en interpretatie van de werkelijkheid). Ze leren en zijn op het einde van het onderwijsleerproces in staat om de identity markers, die de typische eigenheid van een onderwijsinstitutie bepalen, te herkennen, te interpreteren, en aan anderen te communiceren. M.a.w. ze ‘ontwikkelen een oog’ voor de (katholieke) identiteit van hun school. In het verlengde hiervan: de studenten maken zich een empirische onderzoeksmethodologie eigen die hen kan helpen om schoolidentiteit in kaart te brengen.
3. De studenten bekwamen zich in het efficiënt reflecteren en zinvol oordelen over de normativiteit van hedendaagse levensbeschouwelijke / katholieke schoolidentiteit (normatieve beoordeling van de werkelijkheid). De studenten worden uitgenodigd een eigen houding te ontwikkelen ten aanzien van de identiteit van een school. Van hen wordt verwacht hun visie op de levensbeschouwelijke identiteit van de school te bereflecteren, te verdiepen, en te confronteren met de normatieve visie die aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen ontwikkeld wordt.
4.De studenten verwerven de competenties om, vanuit een hermeneutisch-communicatief perspectief, in concrete situaties mee vorm te geven aan levensbeschouwelijke / katholieke schoolidentiteit. Vanuit de theologische basisopleiding rusten de studenten zich inhoudelijk en methodologisch toe om zelfstandig en creatief de hermeneutisch-communicatieve godsdienstpedagogiek in praktijk te brengen. Door intens in contact te treden met een concrete schoolcontext, door de interne structuur en werking van een school te leren kennen, en door zich te leren verhouden tot alle geledingen in een school, leren en ontwikkelen de studenten de attitude om in de praktijk te functioneren als actief lid van de schoolgemeenschap. De studenten bekwamen zich in interdisciplinaire wetenschaps-beoefening en -communicatie. De studenten verwerven praktisch-hermeneutische vaardigheden met het oog op geloofs- en wetenschapscommmunicatie in het godsdienstonderwijs, maar ook in pastoraal werk of een loopbaan elders in de Kerk en de samenleving.

Begintermen

  • Vertrouwdheid met de grondinzichten van de hermeneutisch georiënteerde theologie in het algemeen, en de hermeneutisch-communicatieve godsdienstpedagogiek in het bijzonder.


  • Bereidheid tot kritische reflectie en persoonlijke vorming, met het oog op het verder ontplooien van een eigen visie op levensbeschouwelijke schoolidentiteit, in dialoog met de normatieve visie uit de cursus.


  • NIET vereist: kennis van empirische methodologie en statistische vaardigheden. Goede computervaardigheden met Microsoft Office zijn echter wenselijk.

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Theologie, religie en onderwijs (B-KUL-A01D8a)

4 studiepunten : Practicum 26 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

Topic: hedendaagse levensbeschouwelijke/katholieke schoolidentiteit en/of collectieve identiteit van een onderwijsinstitutie

Uitwerking via:

  • seminaries en begeleidingsessies
  • groepswerk omtrent identiteitsprofiel van een onderwijsinstelling
  • empirisch onderzoek
  • schoolbezoeken of bezoeken aan de onderwijsinstelling
  • presentatie van de resultaten

 

Studiemateriaal

  • Reader met literatuur, handleidingen, richtlijnen en documtenten

  • Presentatiesoftware

  • onderzoekswebsite

Toelichting werkvorm

  • Een aantal gezamenlijke seminaries en begeleidingssessies aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen. Inhoud: typologische schalen rond cognitieve geloofsstijlen en schoolidentiteitstypes, de componenten van levensbeschouwelijke schoolidentiteit vanuit theologisch perspectief; kwantitatieve en kwalitatieve empirische methodologie.
  • De studenten werken in groepjes van 4 à 5 personen, die tesamen het identiteitsprofiel van een opgegeven onderwijsinstelling ter plekke grondig onderzoeken, in nauw overleg met de schooldirecties en het didactisch team aan de faculteit. (NB. Het betreft een andere school dan de stageschool.) Groepjes zullen worden samengesteld indien mogelijk rekening houdende met de locaties van de te onderzoeken scholen en het domicilieadres van de studenten.
  • De studenten verwerven individueel en in groep kennis van de typologische schalen, inzicht in de componenten en dynamieken van levensbeschouwelijke schoolidentiteit, en een praktische vertrouwdheid met de gehanteerde empirische methodologie.
  • De studentengroepjes voeren een uitgebreid empirisch onderzoek uit in de hen toegewezen onderwijsinstelling: enerzijds kwantitatief onderzoek d.m.v. van online vragenlijsten, anderzijds aanvullend kwalitatief onderzoek d.m.v. interviews en documentenanalyse.
  • Hiervoor zal gebruik gemaakt worden van de speciaal ontworpen website voor onderzoek naar katholieke schoolidentiteit (http://www.schoolidentiteit.be/). Het verwerken van de getalsmatige onderzoeksdata zal gebeuren door het didactisch team, en aangeleverd worden in de vorm van Powerpoint-presentaties met tabellen en grafieken.
  • De studenten verwerven in groep de vaardigheden om de resultaten van het empirisch onderzoek enerzijds mondeling te presenteren, en anderzijds schriftelijk uit te werken in een onderzoeksrapport.
  • Het opleidingsonderdeel mondt uit in een aantal schoolbezoeken waarin we het onderzoek presenteren aan de directies van de betrokken instellingen.
  • Voor een meer gedetailleerd overzicht van de onderwijs- en onderzoeksactiviteiten: zie verder in de stagehandleiding: Tijdsplanning TRO 2016-2017.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Theologie, religie en onderwijs (B-KUL-A21D8a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Paper/Werkstuk, Presentatie
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

Het eindresultaat van het seminarie komt tot stand op basis van de volgende soorten evaluatie en deelresultaten:

1. feedbacksessie per groepje (louter informatief)
2. peer-assessment (evaluatie van het creatieve groepsproces): 20%
3. beoordeling van de kwaliteit van het onderzoeksrapport: 40%
4. mondelinge presentatie van de onderzoeksresultaten: 40%

Aandachtspunten:

• Verplichte en actieve deelname aan alle begeleidingssessies, aan het empirisch onderzoek in de scholen, en aan de schoolbezoeken.
• Het in groep samenstellen van een schriftelijk onderzoeksrapport waarin het identiteitsprofiel van de onderzochte instelling beschreven wordt (40% van het eindresultaat).
• Een formele groepspresentatie van het identiteitsprofiel van de onderzochte instelling, in aanwezigheid van het voltallige didactische team (examenles; 40% van het eindresultaat).
• Een korte evaluatiesessie per studentengroep, waarin het leerproces, het functioneren in groep en de kwaliteit van het voorlopige onderzoeksrapport besproken wordt.
• Een afsluitende peer-assessment sessie via Toledo (20% van het eindresultaat).

Aandachtspunten voor de examenpresentatie:

• Presentatie door de studentengroepjes; zorg voor een evenwichtige rolverdeling.
• In aanwezigheid van het voltallige didactische team.
• Anderhalf uur per groepje, gevolgd door een kwartier deliberatie.
• Presentatie van het gehele onderzoek in de school: integratie van grafieken, interviews en documentenanalyse tot een consistent geheel.
• Aan de hand van een zelfgemaakte PowerPointpresentatie.
• Digitaal inleveren van het definitieve, printklare onderzoeksrapport (op USB-stick).
• Digitaal inleveren van de originele foto-bestanden (op USB-stick).

ECTS Islam and Modern Muslim Thinkers (B-KUL-A02B0A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term

Aims

At the end of this course, the student will be able to

Knowledge

1. know the names, biographies and ideas of selected great muslim thinkers

2. know the context in which Muslim thinker debates has taken place

Skills

1. contextualise texts of Muslim thinkers introduce in this seminar

2. read, understand and analyse different fundamental texts

3. present one selected text to other students

4. Be familiar with Islamic modern concepts

Attitude

1. enter into critical debate with the various modern Muslim thinker’s texts.

 

This 12-week seminar is a survey of the varied ways in which modern muslims thinkers have grappled with challenging modern questions. Through selected and general topics like Religion, State, Gender, Economy and Culture, this seminar will illustrate how different trends and ideas which remain little known are (and were) a contestation of a monopolistic interpretation of Islam by traditionnal clercks on the one hand and by Islamist propaganda on the other hand.

This seminar is divided in four parts. Each unit introduces several important Muslim thinkers’ texts. The first unit treats the development of new interpretations of the Qur’ân (Unit 1). The second unit discusses several political and social issues related to Democracy, Gender and Postmodernism (Unit 2). The third section analyses how Muslim thinkers over the last sixty years respond to the challenge of Capitalism and Sciences (Unit 3). The fourth section highlights how the work of Muslim artists challenges the issue between tradition and modernity (Unit 4). 

 

Previous knowledge

Prior knowledge of Islam is helpful but not required.

Onderwijsleeractiviteiten

Islam and Modern Muslim Thinkers (B-KUL-A02B0a)

4 ECTS : Practical 26 Second termSecond term

Content

I. Introduction (February, 8)

UNIT 1. RELIGION

II. Revelation (February, 11)

Weekly reading

Rahman (Fazlur), “Prophethood and Revelation, Major themes of the Qur##n, Minneapolis/MN, Bibliotheca Islamica, 1980, pp. 80-105.

Advised reading

1. Arkoun (Mohammed), “Le Problème de l’authenticité divine de Coran”, Lectures du Coran, Paris, Maisonneuve Larose, 1981, p. 26-40. 

2. Soroush (Abdokarim), “the expansion of prophetic experience”, The Expansion of Prophetic Experience, Essays on Historicity, Contingency and Plurality in Religion, Leiden, Brill, 2009, pp. 3-23.

III. Muhammad (February, 18)

Weekly reading

Khalidi (Tarif), ‘The Liberator: Muhammad in Contemporary Sira’, in Images of Muhammad: Narratives of the Prophet in Islam Across the Centuries, New York, Doubleday, 2009, pp. 281-297.

Advised reading

1. Earle H.Waugh, ‘Images of Mu#ammad in the Work of Iqbal: Tradition and Alterations’, History of Religions 23, 1983, pp. 156-168.

2. Muzaffar Iqbal, ‘Living in the Time of Prophecy: Internalized S#rah Texts’, Islamic Studies 50, 2011, pp. 193-216.  

IV. Hermeneutics (February, 25)

Weekly reading

Arkoun (Mohammad), « Contemporary Critical Practices and the Qur##n » in J.D. Mc Auliffe (ed.), Encyclopaedia of the Qur’#n (I), Leiden, Brill, 2001, pp. 412-431.

Book Review Presentation

1. Wadud (Amina), Qur'an and Woman Rereading the Sacred Text from a Woman's Perspective, New-York, Oxford University Press, 1999.

2. Abu Zayd (Nasr), Rethinking the Qur’an: Towards a Humanistic Hermeneutics, Utrecht, University of Humanistics, 2004, p. 1-62. (Online) 

V. Pluralism and Other Religions (March, 7)

Weekly reading

Ayoub (Mahmoud), "Muslim Views of Christianity. Some Modern Examples" in M. Ayoub, A Muslim View of Christianity, Essays on Dialogue by Mahmoud Ayoub, Maryknoll, Orbis Books, ("Faith Meets Faith Series"), 2007, p. 212-231.

Book Review Presentation

1. Lamptey (Jerusha T.), Never Wholly Other, A Muslima Theology of Religious Pluralism, Oxford, Oxford University Press, 2014.

2. Sirry (Mun'im), Scriptural polemics: the Quran and other religions, New York, Oxford University Press, 2014.

 

UNIT 2. POLITIC & SOCIETY

VI. Democracy, Human Rights        

Weekly reading (Video)

Dr. Abdullahi Ahmed An-Na'im, Human Rights, Universality & Sovereignty: The Relevance & Irrelevance of Shari'a" (https://www.youtube.com/watch?v=ghnrbuo0xIc)

Book Review Presentation

1. Abed al-Jabri (Mohammad), Democracy, Human Rights and Law in Islamic Thought, London, I.B. Tauris, 2009.  

2. An-Na`im, Islam and the Secular State, Negociating the Future of Shari`a, Cambridge, Harvard University Press, 2008. 

VII. Gender (April, 11)

Weekly reading

          Cooke (Myriam), “Reviewing Beginnings”, Women Claim Islam: Creating Islamic Feminism Through Literature, New-York, Routledge, 2001, pp. 64-75.  

Book Review Presentation

1. Mernissi (Fatima), Veil and the Male Elite: A Feminist Interpretation of Women's, Perseus Books, Abingdon, 1991.

2. Moghissi (Hiadeh), Feminism and Islamic Fundamentalism: The Limits of Postmodern Analysis, New-York, Zed Books, 20022.

VIII. Postmodernism (April, 18)

Weekly reading (Video)

Dr. Jasser Auda -- Postmodern Approaches to Islamic Thought (https://www.youtube.com/watch?v=uHL-Kk2I-EE)

Book Review Presentation

1. Sohail Inayatullah & Gail Boxwell, Islam, Postmodernism and Other Futures A Ziauddin Sardar Reader, London, Pluto Press, 2003.

2. Ahmed (Akbar S.), Postmodernism and Islam, Predicament and Promise, London, Routledge, 1992.

 

UNIT 3. ECONOMY AND SCIENCE

IX. Economy (April, 18)

Weekly reading

Mustafâ Mahmûd, “Islam vs Marxism and Capitalism”, Islam in Transition, Muslim Perspectives, Oxford, Oxford University Press (OUP), 1982, pp. 155-159.  

Book Review Presentation

1. Yunus (Muhammad), Creating a World Without Poverty Social Business and the Future of Capitalism-Public Affairs, Philadelphia, Perseus Books, 2007.

2. Tripp (Charles), Islam and the Moral Economy The Challenge of Capitalism, Cambridge, Cambridge University Press, 2006.

X. Knowledge and Science (March, 21)

No Weekly Reading

Book Review Presentation

1. Bassam Tibi, Islam Between Culture and Politics, London, Palgrave Macmillan, 2005.

2. Sardar Ziauddin, How Do You Know? Reading Ziauddin Sardar on Islam, Science and Cultural Relations, Chicago, Chicago University Press, 2006.

 

UNIT 4. ART AND CULTURE

XI. Literature (May, 9)         

Weekly reading

Pierre Cachia, Taha Husayn, His place in the Egyptian Literary Renaissance, Piscataway, Gorgias Press, 2005, pp. 131-166

Book Review Presentation

1. Darwish (Mahmoud), A river dies of thirst: journals, New-York, Archipelago books, 2009.

2. Adonis (& Khaled Mattawa), Selected Poems, Yale, Yale University Press, 2012.        

XII. Cinema (May, 2)

No Weekly reading / No Book Review Presentations

1. Movie: The Yacoubian Building (########‎ ##### ‘Im#rat Ya‘q#by#n)

https://www.youtube.com/watch?v=vwPliZggc44

Course material

COURSE MATERIAL

 

Qur##nic translation

 1. The Qur##n, A New Translation, by Tarif Khalidi (Translator, Introduction), Penguin Classics, 2008, 560 p. ISBN 978-0143105886. It is recommended to buy it (about 15 euros).

Primary sources (Translated)

1. Donohue (John J.) & Esposito (John L.), Islam in Transition, Muslim Perspectives, Oxford, Oxford University Press (OUP), 1982. 

Secondary sources

1. Esposito (John L.) & Voll (John O.), Makers of Contemporary Islam, Oxford, OUP, 2002.

2. Taji-Farouki (Suha) ed., Modern Muslim intellectuals and the Qur'an, OUP/IIS, 2004.

 

Additional readings will be made available via course website (Toledo)

BIBLIOGRAPHY

 Abed al-Jabri (Mohammad), Democracy, Human Rights and Law in Islamic Thought, London, I.B. Tauris, 2009.  

Abu Zayd (Nasr), Rethinking the Qur’an: Towards a Humanistic Hermeneutics, Utrecht, University of Humanistics, 2004.

Adonis (& Khaled Mattawa), Selected Poems, Yale, Yale University Press, 2012.          

Ahmed (Akbar S.), Postmodernism and Islam, Predicament and Promise, London, Routledge, 1992.

An-Na`im, Islam and the Secular State, Negociating the Future of Shari`a, Cambridge, Harvard University Press, 2008. 

Arkoun (Mohammed), Lectures du Coran, Paris, Maisonneuve Larose, 1981. 

Ayoub (Mahmoud), A Muslim View of Christianity, Essays on Dialogue by Mahmoud Ayoub, Maryknoll, Orbis Books, 2007.

Baljon (Johannes Marinus Simon), Modern Muslim Koran Interpretation (1880-1960), Leiden, Brill, 1968.

Bassam Tibi, Islam Between Culture and Politics, London, Palgrave Macmillan, 2005.

Ben Achour (Yadh), La deuxième Fâtiha, L’islam et la pensée des droits de l’Homme, Paris, Presse Universitaire de France, 2011.

Cachia (Pierre), Taha Husayn, His place in the Egyptian Literary Renaissance, Piscataway, Gorgias Press, 2005.

Cooke (Myriam), Women Claim Islam: Creating Islamic Feminism Through Literature, New-York, Routledge, 2001.       

Darwish (Mahmoud), A river dies of thirst: journals, New-York, Archipelago books, 2009.

Khalidi (Tarif), Images of Muhammad: Narratives of the Prophet in Islam Across the Centuries, New York, Doubleday, 2009.

Lamptey (Jerusha T.), Never Wholly Other, A Muslima Theology of Religious Pluralism, Oxford, Oxford University Press, 2014.

Mernissi (Fatima), Veil and the Male Elite: A Feminist Interpretation of Women's, Perseus Books, Abingdon, 1991.

Moghissi (Hiadeh), Feminism and Islamic Fundamentalism: The Limits of Postmodern Analysis, New-York, Zed Books, 20022.

Rahman (Fazlur), Major themes of the Qur##n, Minneapolis/MN, Bibliotheca Islamica, 1980.

Sardar Ziauddin, How Do You Know? Reading Ziauddin Sardar on Islam, Science and Cultural Relations, Chicago, Chicago University Press, 2006.

Sirry (Mun'im), Scriptural polemics: the Quran and other religions, New York, Oxford University Press, 2014.

Sohail Inayatullah & Gail Boxwell, Islam, Postmodernism and Other Futures A Ziauddin Sardar Reader, London, Pluto Press, 2003.

Sohail Inayatullah & Gail Boxwell, Islam, Postmodernism and Other Futures A Ziauddin Sardar Reader, London, Pluto Press, 2003.

Soroush (Abdokarim), The Expansion of Prophetic Experience, Essays on Historicity, Contingency and Plurality in Religion, Leiden, Brill, 2009.

Tripp (Charles), Islam and the Moral Economy The Challenge of Capitalism, Cambridge, Cambridge University Press, 2006.

Wadud (Amina), Qur'an and Woman Rereading the Sacred Text from a Woman's Perspective, New-York, Oxford University Press, 1999.

Yunus (Muhammad), Creating a World Without Poverty Social Business and the Future of Capitalism-Public Affairs, Philadelphia, Perseus Books, 2007.

 

·         Encyclopaedies & dictionnaries

 

Encyclopaedia of the Qur##n, Jane Dammen Mc Auliffe, general editor, Leiden, Brill, 6 vol., Vol 1, A-D, XXXIII+557 p., Vol. 2, E-I, XXIII+572 p. Vol 3, J-O, XXIII+608 p., Vol. 4, P-Sh, XXIII+606 p. Vol 5, Si-Z, XXIII+576 p., Vol 6, E-I, IX+860 p. 2001-2006. 

Encyclopédie de l’islam, éditeur scientifique Clifford edmund Bosworth, Leiden, E.J. Brill. 1960-2005, 11 vols, 2 vols , 3 vols suppléments. Vol. I, A-B (1960) ; Vol. II, C-G (1965) ; Vol. III, H-Iram (1971) ; Vol. IV, Iran-Kha (1978) ; Vol. V, Khe-Mahi (1986) ; Vol. VI, Mahk-Mid (1991) ; Vol. VII, Mif-Naz (1993) ; Vol. VIII, Ned-Sam (1995) ; Vol. IX, San-Sze (1998) ; Vol. X, T-U (2002) ; Vol. XI, V-Z (2005).

 

·         Some ressources online

1. Muhammad Arkoun

http://www.fondation-arkoun.org/anglais.html

2.Abdolkarim Soroush

https://www.youtube.com/watch?v=S04GZ7e8ovk

 

3. Nasr Abu Zayd

https://www.youtube.com/watch?v=Is7QXH1e1R8&index=1&list=PLjyzm4Q1Dt7xww0JOl6mZf2etJYPeUOyX

 (in arabic)

https://www.youtube.com/watch?v=_d7WGgHKfXc

(in english)

4. Aziz al Azmeh

https://www.youtube.com/watch?v=EAfLgTGWrgA&list=PL1z_PGhPjwcowDcaL2bf500qjIztdKT_7

 

Amina Wadud (Reformist Women Thinkers in the Islamic World)

https://www.youtube.com/watch?v=XGgck_ZPpNo

 

Bibliography

1. Bio/bibliographic website on Qur##nic studies and early islam

www.mehdi-azaiez.org

2. Ressources for arabic books

http://alwaraq.net/

 

 

 

Format: more information

Class participation

Regular attendance is required. Class participation will demonstrate your motivation and engagement in the course. Take this aspect seriously.

Written responses to readings

For each class, students are required to write a short response to one or two questions posted on Toledo concerning the weekly readings (no more than 300 word answers for each question are expected). Students will upload their responses to Toledo one day before class.

Book review & oral report 

Students will write a book review from a provided list (Books on Weekly Readings). Reports are not to exceed 4 pages (max. 2000 words). The report will demonstrate the capacity of the student to relate his/her reading of the book’s thesis to the content of the course. Students will offer a 25 minutes (no more!) oral report of his/her report in class and will receive feedback from fellow students. This oral report meant to provoke discussion with your peers about the content. After each oral report, the student will posted on Toledo his/her Book Review.

Research paper 

  •             A detailed summary of what is expected can be found under evaluation.
  •             The paper will be evaluated according to criteria based on content, organization, and academic style. Paper due: 1 June 2016 (no exceptions)

 

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Islam and Modern Muslim Thinkers (B-KUL-A22B0a)

Type : Continuous assessment without exam during the examination period
Description of evaluation : Paper/Project, Report, Participation during contact hours, Presentation

Explanation

Grading

  • Participation: 10%
  • Written responses on weekly readings:15%
  • Written book review & oral report: 25%
  • Research paper:50%

.

RESEARCH PAPER

·      Topic: Islam and Modernity: Actors, Debates and Perspectives.

·      Aims

The paper must provide a coherent and critical synthesis and analysis based on the course, the required readings and the book review presentations that should answer the following questions:

(I) What are the greatest challenges encountered by the Islamic Tradition in the Modern period (late nineteenth until nowadays)?

(II) How have modern Muslim thinkers grappled with challenging modern questions? 

(III) What are the (complex and fruitful) debates between them?

(IV) What are their influences and their heritage?

The aims of the research paper are to demonstrate that (1) the student is familiar with the course and required readings, that (2) the student is capable of presenting the contents of the (required) readings in a systematic, coherent and critical fashion, and that (3) the student has acquired insight into the question that the paper is designed to address. The third goal, in particular, is extremely important for the assessment of the research paper.   

 

·      Structure

Length: minimum 5000 words – maximum 6000 words (excepting endnotes and bibliography)

Sources: the minimum number of sources to be referenced is 10, but more references tend to demonstrate greater comprehension of the material.

 

Papers will be graded based on content, organization, structure, and style:

- Content: 1. addresses the topic or question, 2. accurately presents authors’ viewpoints, 3. provides sufficient textual evidence.

- Structure: 1. Introduction includes a clearly stated thesis and indicates how the paper is organised, 2. The body contains a complete discussion where each paragraph develops one main idea and has a transition sentence linking it to the next paragraph, 3. The conclusion recaps the thesis and presents a closing statement.

- Organisation: your paper should progress in a systematic fashion with a solid argumentation.

- Style: concise and precise, free of grammatical mistakes and spelling errors and with correct references. Follow the guidelines of the faculty.

 

Style, paper, spacing, letter type: follow the guidelines of the Faculty of Theology (https://theo.kuleuven.be/en/student-programmes-docs/guidelines-2014-2015.pdf)

 

 

 

·      Dates of submission

The paper must be uploaded in Toledo before the following deadline: 1 June 2016 (No exceptions)

·      Feedback

After the proclamation of the results and during 5 days, the student will have the possibility to meet the Professor to receive feedback concerning his/her research paper. 

 

ECTS Christelijk Latijn (B-KUL-A03A3A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester
Lamberigts Mathijs |  Milh Anton (medewerker)

Doelstellingen

In dit college wordt er naar gestreefd om binnen het bestek van één jaar aan de studenten voldoende basiskennis mee te geven zodat zij op het einde van het jaar in staat zijn om zelfstandig een tekst in het Latijn te lezen met behulp van hulpmiddelen als grammatica en woordenboek. Studenten krijgen wekelijks huiswerk zodat ze de kans krijgen om de in het college aangereikte inzichten zelfstandig toe te passen en zich zo de taal eigen te maken.

 

Begintermen

Zie algemene begintermen opleiding.

Identieke opleidingsonderdelen

A08A0A: Christian Latin

Onderwijsleeractiviteiten

Christelijk Latijn (B-KUL-A03A3a)

4 studiepunten : Practicum 26 uren Eerste semesterEerste semester
Lamberigts Mathijs |  Milh Anton (medewerker)

Inhoud

De syllabus voor zelfstudiestudenten wijkt af van die voor de reguliere studenten. Voor zelfstudiestudenten gelden de richtlijnen zoals die in het zelfstudiepakket op Toledo beschreven staan.

In dit college wordt aan studenten die tot op heden niet of nauwelijks (maximaal 2 jaar bij aanvang van het secundair onderwijs) Latijn hebben gestudeerd een overzicht geboden van de morfologie en syntaxis van de Latijnse taal. Hierbij wordt constant aandacht geschonken aan de toepasbaarheid van de verworven kennis. Eerst worden verbuigingen en vervoegingen behandeld. Geleidelijk aan wordt de moeilijkheidsgraad van de colleges opgevoerd: studie van ondergeschikte zinnen, consecutio temporum enz. Veel aandacht zal geschonken worden aan het collectief verbeteren van het huiswerk. Het is dan ook van groot belang wekelijks de opgegeven oefeningen te maken..

Studiemateriaal

J.F. COLLINS, A Primer of Ecclesiastical Latin, Washington D.C., 1991, 3th edition (verplicht handboek).

Toelichting werkvorm

  • wekelijks oefeningen maken
  • voorbereiden van de colleges

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie : Christelijk Latijn (B-KUL-A23A3a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Open vragen, Gesloten vragen
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

Schriftelijke examinering: Op het examen wordt aan de studenten een ongeziene tekst gegeven. Ook worden zij verondersteld een aantal onderlijnde vormen te ontleden.
Op het examen mogen de studenten vrij gebruik maken van hun cursusnota's, handboek, grammatica, woordenboek. De punten worden evenwichtig over het onderdeel vertalen en het onder ontleden verdeeld. Aandacht bij de beoordeling gaat uit naar de juistheid van de ontledingen en de vertaling.


Voorbeeld van een examen:

1. TEKST
Et ad discipulos suos ait: "Impossibile est ut non veniant scandala; vae autem illi, per quem veniunt! Utilius est illi si lapis molaris imponatur circa collum eius et proiciatur in mare, quam ut scandalizet unum de pusillis istis.
Attendite vobis! Si peccaverit frater tuus, increpa illum, et si paeni-tentiam egerit, dimitte illi; et si septies in die peccaverit in te et septies con-versus fuerit ad te dicens: "Paenitet me", dimittis illi.
Et dixerunt apostoli Domino: "Adauge nobis fidem!". Dixit autem Dominus: "Si haberetis fidem sicut granum sinapis, diceretis huic arbori moro: "Eradicare et transplantare in mare", et oboediret vobis.
Et factum est dum iret in Ierusalem, et ipse transibat per mediam Samariam et Galilaeam. Et cum ingrederetur quoddam castellum, occurrerunt ei decem viri leprosi, qui steterunt a longe et levaverunt vocem dicentes: "Iesu praecepter, miserere nostri!". Quos ut vidit, dixit: "Ite, ostendite vos sacerdotibus". Et factum est dum irent, mundati sunt.

2. VERTAAL

3. VERKLAAR DE GECURSIVEERDE VORMEN

Zelfstudie- en werkstudenten vinden de evaluatiemodaliteiten in de studiewijzer van het zelfstudiepakket.

ECTS Bijbelgrieks Ia (B-KUL-A03A4A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester

Doelstellingen

 
Kennen:
Sommige van de meest belangrijke primaire bronnen van het christelijk geloof en van de theologie zijn gesteld in het Grieks: de Septuaginta, het Nieuwe Testament, teksten van vroegchristelijke auteurs en vroege concilieteksten. Aan het einde van deze cursus worden studenten verondersteld de inhoud van Lessen 1-13 van het handboek te kennen (zie de onderdelen van het handboek: woordenschat, grammatica, werkinstrumenten voor exegese en theologie, relevantie voor theologie en exegese, de inhoud van het "Thema").
Kunnen:
Deze cursus heeft tot doel om studenten de basisvaardigheden te verschaffen die nodig zijn om Griekse woorden en eenvoudige Griekse zinnen die in de gesprecialiseerde theologische vakliteratuur worden gebruikt met behulp van werkinstrumenten te kunnen begrijpen. De studenten leren ook eenvoudige zinnen uit de Septuaginta, het Nieuwe Testament, teksten van vroegchristelijke auteurs en vroege concilieteksten te ontleden en te vertalen. Ze leren hierbij gebruik te maken van de werkinstrumenten en werkinstrument voor zinsontleding dat voor deze cursus ontwikkeld werd en dat in het handboek wordt uiteengezet. Studenten leren ook de paradigmata en grammatische regels toe te passen op niet geziene voorbeeldzinnen. Studenten leren Griekse teksten die aangepast zijn aan hun niveau te begrijpen en vragen over de Griekse teksten te beantwoorden ("reading comprehension"). Studenten leren moderne vertalingen met elkaar en met de originele Griekse tekst te vergelijken en de verschillen te verklaren. Studenten leren de basisvaardigheden om met oude manuscripten van de bijbelse teksten te werken (tekstkritiek). Studenten worden verwacht die paradigmata, grammatica en ontleedtechnieken op ongeziene tekst van de aan de van hen verwachte taalkennis aangepaste moeilijkheidsgraad toe te passen. Van de studenten wordt verwacht dat ze zelf literatuurreferenties opzoeken in de bibliotheek en via het Internet en dat ze (leren) werken met electronsiche bijbelprogramma's en Toledo.
Houding:
Van de studenten wordt verwacht dat ze het verschil tussen de oorspronkelijke tekst en vertalingen juist kunnen inschatten en dat zij zoveel mogelijk met teksten in de oorspronkelijke talen werken. Studenten zijn in staat verschillende vertalingen met de oospronkelijke tekst en onder elkaar te vergelijken en de verschillen te analyseren. Studenten worden verwacht open te staan niet alleen voor een passieve kennis van het Grieks, maar ook voor enkele aspecten van de actieve kennis van het Grieks zoals b.v. de woordenschat van niet alleen van het Grieks naar het Nederlands, maar ook van het Nederlands naar het Grieks kennen, sommige zinnen van buiten leren en het vertalen van Nederlandse zinnen naar het Grieks. Studenten worden verwacht niet alleen de Griekse taal als taalsysteem te willen leren, maar via de taal ook een bepaalde inhoud te leren. Studenten worden verwacht naast de taal ook het gebruiken van exegetische werkinstrumenten die de kennis van het Grieks veronderstellen te leren. Studenten ontwikkelen een belangstelling voor het vergelijken en evalueren van moderne Bijbelvertalingen in het perspectief van de originele tekst. 

Deze cursus heeft de volgende doelen:

1. De studenten zijn in staat een Griekse tekst luidop voor te lezen en alle Griekse letters en diakritische tekens (spiritus, accenten etc.) te benamen.

2. De studenten zijn in staat een tekst in het Grieks over te schrijven of als dictée te schrijven als ook een Griekse tekst op een computerscherm in te tikken in unicode en in een Grieks font naar keuze (b.v. SPIonic, Graeca etc.).

3. De studenten kennen de inhoud van lessen 1-13 van het handboek.

4. Op grond van lessen 1-13 van het handboek zijn de studenten in staat om ongeziene tekst van het Grieks naar het Nederlands en van het Nederlands naar het Grieks te vertalen.

5. Studenten begrijpen Griekse teksten van een van hen op grond van de geziene stof te verwachten moeilijkheidsgraad en tonen dit aan door het beantwoorden van vragen.

6. Studenten hebben een repertoire van Griekse uitdrukkingen en zinnen die ze van buiten hebben geleerd.

7. Studenten hebben inzicht in grammaticaal-filologische gevalstudies en de exegetische en theologische implicaties ervan.

8. Studenten zijn in staat de meest belangrijke exegetische werkinstrumenten te gebruiken.

Begintermen

  • Kennen: basis Nederlandse spraakkunst
  • Kunnen: eenvoudige Nederlandse zinnen ontleden; met internet en digitale programma's werken; met Toledo werken;
  • Houding: basisinteresse voor talen en hun onderlinge vergelijking; interesse voor de rol van de oorspronkelijke talen in de theologie

Identieke opleidingsonderdelen

A08A2A: Biblical Greek Ia

Onderwijsleeractiviteiten

Bijbelgrieks Ia (B-KUL-A03A4a)

4 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

Dit college is gebaseerd op Lessen 1-13 van het handboek Reimund Bieringer, Ma. Marilou S. Ibita & Dominika Kurek Chomycz, EN APXH: Inleiding tot het Grieks van de Bijbel, Leuven: Peeters, deel 1: Handboek; deel 2: Oefenboek (het handboek zal beschikbaar zijn in de les).

  • Elke les begin met een tekst over een bepaald onderwerp uit de Bijbel of het leven in de Oudheid
  • Basiswoordenschat van ongeveer 500 van de meest frequent gebruikte woorden van de Septuaginta en het Nieuwe Testament
  • De verbuigingen
  • De meest frequente vormen van alle woordsoorten in de Septuaginta en het Nieuwe Testament
  • De vervoeging van het werkwoord van de meest frequente vormen (zie grammatica van lessen 1-13 van het handboek)
  • Ontleding van vormen van werkwoorden en naamwoorden
  • Analyse en vertaling van eenvoudige zinnen van het Grieks naar het Nederlands, maar ook van het Nederlands naar het Grieks
  • Vergelijking en evaluatie van moderne Bijbelvertalingen met de originele tekst en de verklaring van de verschillen
  • Gebruik van de meest belangrijke wetenschappelijke werkinstrumenten bij de studie van de taal van het Niewe Testament (woordenboeken, grammatica's, synopsen, concordanties, tekstkritisch apparaat van N28)
  • Begrijpen van enkele voorbeelden van de theologische relevantie van de Griekse taal voor exegese en theologie

Studiemateriaal

Verplicht aan te schaffen 

  • Reimund Bieringer, Ma. Marilou S. Ibita & Dominika Kurek Chomycz, EN APXH: Inleiding tot het Grieks van de Bijbel, Leuven: Peeters, deel 1: Handboek; deel 2: Oefenboek.

Aanbevolen handboeken 

  • K. Aland et al. (eds.), Novum Testamentum Graece, 28ste ed., Stuttgart, Bibelgesellschaft, 1993 (N28). 
  • Walter Bauer, Frederick William Danker, W. Arndt & F.W. Gingrich (eds.), A Greek-English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature, 3de ed., Chicago - London: The University of Chicago Press, 32000.
  • B.M. Newman, A Concise Greek-English Dictionary of the New Testament, Stuttgart, United Bible Societies, 1971. 
  • Black, David Alan, Linguistics for Students of New Testament Greek: A Survey of Basic Concepts and Applications, Grand Rapids MI, Baker Book House, 1988.
  • J.W. Wenham & R. Bieringer, Inleiding tot het Grieks van het Nieuwe Testament, Leuven, Peeters, 1998.
  • Gramcord, The Gramcord Institute (www.gramcord.org). 
  • Bible Works (http://www.bibleworks.com).
  • Greek Tutor, Multimedia CD-Rom. Parsons Technology.

Toelichting onderwijstaal

Hetzelfde vak wordt ook in Engels gedoceerd als A08A2A Biblical Greek Ia.

Toelichting werkvorm

Aanwezig zijn; Grieks leren lezen; Grieks leren schrijven; ontleed- en vertaaloefeningen maken in de les zowel in groep als ook individueel; oefeningen als huistaken; oefeningen aan de hand van de sleutel op Toledo zelf corrigeren; woordenschat van buiten leren; paradigmata van buiten leren; regels van de grammatica leren toepassen; zinnen ontleden en vertalen aan de hand van een ontleedschema dat in het handboek wordt aangeleerd; met electronsiche bijbelprogramma's en Toledo werken; literatuurreferenties in de bibliotheek opzoeken en ermee leren werken

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Bijbelgrieks Ia (B-KUL-A23A4a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling, Schriftelijk
Vraagvormen : Meerkeuzevragen, Open vragen, Gesloten vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Aantal examenvragen

Het examen zal uit twee delen bestaan:

Deel I (gesloten boek) (open vragen en meerkeuzevragen)

  • vragen over de de inhoudelijke focus ("Thema") van elke les, de grammatica, het gebruik van werkinstrumenten en de theologische en exegetische relevantie
  • woordenschat van Lessen 1-13(Grieks - Nederlands en Nederlands - Grieks)
  • vertaling van eenvoudige zinnen van het Nederlands naar het Grieks
  • ontleding van werkwoordsvormen en naamwoordsvormen
  • vragen in verband met de korte zinnen die de studenten in elke les van buiten moeten leren (zie onderdeel "Uit het hoofd leren")
  • vergelijken en evalueren van vertalingen

Deel II (gesloten boek)

  • Ontleden en syntactisch analyseren en vertalen van ongeveer acht zinnen uit het Grieks naar het Nederlands.

Soort vragen

  • zinnen ontleden en vertalen
  • vragen beantwoorden met betrekking tot de korte zinnen die de studenten van buiten moeten leren (zie onderdeel "Uit het hoofd leren")
  • zinnen van moderne Bijbelvertalingen vergelijken en evalueren
  • vragen beantwoorden over het "thema", de grammatica, de werkinstrumenten en de gevalstudies van het onderdeel "relevantie voor theologie en exegese
  • woordenschat test (Grieks - Nederlands en Nederlands - Grieks)
  • ontleden van Griekse woorden

 

Evaluatiecriteria en eindbeoordeling

Bij de eindbeoordeling wordt het foutenaantal in rekening gebracht om tot het uiteindelijke resultaat te komen.

Functie van de schriftelijke voorbereiding

Het examen is schriftelijk en mondeling. De evaluatie begint met de schriftelijke voorbereiding en geeft de studenten op het mondeling examen de kans toe te lichten waarom ze bepaalde zinnen of woorde op een bepaalde manier ontleed of vertaald hebben. Op grond van het mondeling examen verbeteren of verslechteren studenten de uitslag die bereikt wordt op basis van het schriftelijk examen.  

Er is geen verschil tussen de evaluatie voor zelfstudie- of werkstudenten.

ECTS Klassiek Hebreeuws: initiatie met oefeningen (B-KUL-A03A7A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester

Doelstellingen

Dit college beoogt de studenten vertrouwd te maken met de Hebreeuwse taal.

Na dit college kennen de studenten het Hebreeuwse alfabet en overige schrifttekens, de basisgrammatica van deze taal, alsook een basisvocabularium van de meest gebruikte woorden van deze taal. Ze hebben een beginnend inzicht in de syntactische en semantische structuur van het Hebreeuws.

Na dit college kunnen de studenten de bestaande hulpmiddelen (grammatica's en woordenboeken) op een kritische wijze gebruiken en met behulp ervan op zelfstandige wijze eenvoudige Hebreeuwse teksten analyseren en lezen.

Na dit college zijn studenten zich bewust van het belang van de studie van het Hebreeuws voor de studie van de Bijbel en andere geschriften uit de joods-christelijke traditie. Ze hebben een kritisch bewustzijn van de verschillen tussen het Hebreeuws en de eigen moedertaal en zien de consequenties hiervan in voor het vertalen van Hebreeuwse teksten.

 

Begintermen

  • Kennis van de basisgrammatica van de eigen moedertaal







  • Bereidheid om in hoge mate aan zelfstudie te doen

Identieke opleidingsonderdelen

A08A6A: Hebrew Ia

Onderwijsleeractiviteiten

Klassiek Hebreeuws: initiatie met oefeningen (B-KUL-A03A7a)

4 studiepunten : Practicum 26 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

De syllabus voor zelfstudiestudenten wijkt af van die voor de reguliere studenten. Voor zelfstudiestudenten gelden de richtlijnen zoals die in het zelfstudiepakket op Toledo beschreven staan.
 
 
1) De Hebreeuwse karakters en andere schrifttekens en basisprincipes van de fonetiek. (week 1-3)
 
2) De morfologie van het naamwoord. Het onderscheiden en zelfstandig vormen van de verschillende vormen van het naamwoord (getal, geslacht en status).
 
De morfologie van de verschillende voornaamwoorden, het lidwoord en de proclitische voorzetsels. (week 4-5)
 
3) De syntaxis van het naamwoord en het voornaamwoord: adjectivische attributen, genetivische attributen, nominale predicaten, nominale zinnen. (week 4-5)
 
4) De morfologie van het regelmatige werkwoord: de belangrijkste vormen van het regelmatige werkwoord zelfstandig vormen. (week 6-8)
 
5) De verschillende categorieën van zwakke werkwoorden: in grote lijnen aangeven waarin deze van het regelmatige werkwoord verschillen. (week 9-13)
 
6) De syntax van het werkwoord: gebruik van tijden en wijzen, gebruik van direct en indirect object, gebruik van adverbiale bepalingen. (week 9-13)
 
7) Eenvoudige teksten morfologisch en syntactisch ontleden en vertalen. Gebruik van woordenboeken en grammatica's. (week 1-13)
 
8) Basisvocabularium van 300 woorden en semantische eigenheden van de Hebreeuwse taal. (week 1-13)

Studiemateriaal

Syllabus:

 

  • P.VAN HECKE: Basiscursus Bijbels Hebreeuws, Leuven, 2010 (verkrijgbaar bij cursusdienst).

Bijbeltekst (aanbevolen):

  • Biblia Hebraica Stuttgartensia, Stuttgart, Deutsche Bibelgesellschaft, 1983.

Woordenboek (aanbevolen):

 

  • W.L. HOLLADAY, A Concise Hebrew and Aramaic Lexicon of the Old Testament, Leiden, Brill, 1992.

of

  • L. KOEHLER and W. BAUMGARTNER, Hebrew and Aramaic Lexicon Old Testament: Study Edition, Leiden, Brill, 2002.

Toelichting werkvorm

Een taal studeren vergt een eigen studiemethode, die verschilt van de manier waarop een vak met meer reflexieve inhoud moet worden benaderd. Het aanleren van een taal bestaat, zeker in de beginfase, in grote mate uit het zich eigen maken van een complex geheel van taaleigen conventies, wat van de student een vrij intensieve inspanning vraagt. Dit geldt des te meer voor talen uit een andere taalgroep dan die waarin men is opgegroeid, zoals het Hebreeuws. Daarnaast kent het college een sterk progressieve opbouw, waarbij voor elk college de verworven kennis uit de vorige colleges wordt verondersteld.
 
Om deze redenen is het van zeer groot belang dat de student zich de aangeboden college-inhouden geleidelijk en systematisch eigen maakt. Hiervoor is het sterk aan te raden dagelijks of ten minste verschillende malen per week tijd aan de studie van de taal te wijden.
 
De colleges en het begeleidend materiaal zijn zo opgebouwd dat ze de studenten zoveel mogelijk ondersteunen in dit leerproces. Twee maal per week worden nieuwe aspecten van de Hebreeuwse taal in een interactief college aangebracht, waarna de studenten worden verondersteld de begeleidende taak te maken. Alle gradueel opgebouwde oefeningen kunnen daarna permanent worden ingeoefend door middel van overhoorsoftware.

Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen

A03A7B : Hebreeuws Ia (fonetiek, morfologie)

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Klassiek Hebreeuws: initiatie met oefeningen (B-KUL-A23A7a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling, Schriftelijk
Vraagvormen : Gesloten vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

De student wordt verondersteld de opgegeven oefeningen te maken. Het maken van deze oefeningen is een voorwaarde om aan het eindexamen te kunnen deelnemen (via een pass-fail systeem). Om een pass te behalen moet de student alle opgegeven taken hebben gemaakt en ingeleverd op de voorziene data.
Het maken van deze regelmatige oefeningen en taken zorgt ervoor dat de voorbereiding voor het eindexamen tot het minimum beperkt kan blijven: een taal moet men immers gradueel leren wat niet lukt gedurende een korte tijd in de blokperiode.

Het eindexamen bestaat uit drie delen:
1. Een voorleestest van een passage uit een voor te bereiden tekst van drie hoofdstukken (mondelinge gedeelte).

2. Een schriftelijk gesloten-boek examen waarin de kennis van het vocabularium en de grammatica (analyse van nominale en verbale vormen, actieve vorming van regelmatige nominale en verbale vormen) wordt getoetst, alsook de vertaling en bespreking van een aantal verzen uit de geziene teksten.

3. Een schriftelijk gesloten-boek examen met mondelinge toelichting waarin de student een tweetal ongeziene verzen ontleedt. De niet geziene grammaticale en lexicale elementen van de te vertalen tekst worden aan de studenten bezorgd. 
 

De respectievelijke onderdelen worden gewogen in een verhouding 10%-75%-15% om het globale examenresultaat te bekomen.

Evaluatiecriteria:

  • foutloos lezen van de Hebreeuwse letters en klanken
  • kennis van het vocabularium
  • herkenning en toepassing van grammatica
  • vermogen tot vertalen en (taalkundig) bespreken van enkele Hebreeuwse verzen

 

Toelichting 2e examenkans

Het uiteindelijke examenmoment verloopt volledig hetzelfde. De student hoeft echter niet opnieuw oefeningen te maken. De verleende "pass" blijft gelden.

ECTS Hebreeuws Ib (B-KUL-A03A9A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester Uitgesloten voor examencontract

Doelstellingen

Dit opleidingsonderdeel heeft als doelstelling het verdiepen van de grammatica en van het basisvocabularium van het  Hebreeuws, het leren gebruiken van de werkinstrumenten voor de studie van het Hebreeuws, en narratieve gevocaliseerde Hebreeuwse bijbelteksten vlot kunnen lezen. 

 

  • Na het afwerken van dit opleidingsonderdeel kennen de studenten een basisvocabularium van 500 frequent gebruikte woorden van het Klassiek Hebreeuws. Zij hebben inzicht in de syntaxis en in het werkwoordelijke systeem van het Hebreeuws.  De studenten kennen de vorming van het regelmatige werkwoord en hebben inzicht in de vorming van de onregelmatige werkwoorden. Zij kennen de elementaire vormen van het naamwoord. 


  • Na het afwerken van dit opleidingsonderdeel kunnen de studenten vlot gevocaliseerde Hebreeuwse bijbelteksten lezen. Zij zijn in staat het woordenboek en de grammatica zelfstandig te gebruiken. 


  • Na het afwerken van dit opleidingsonderdeel zijn studenten zich bewust van de eigenheid van het Hebreeuwse taalsysteem.

Begintermen

  • Hebreeuwse gevocaliseerde bijbelteksten kunnen lezen. 


  • Eenvoudige verhalende teksten uit de Hebreeuwse bijbel begrijpen. 


  • Inzicht hebben in de fonetiek en morfologie van het Bijbels Hebreeuws. 


  • Een basiswoordenschat van 200 woorden bezitten.

 

  • De vereiste voorkennis kan op peil gebracht worden met behulp van: John A. Cook & Robert D. Holmstedt, Biblical Hebrew: A Student Grammar (PDF te verkrijgen van docent); M.V. Van Pelt, G.D. Pratico, The Vocabulary Guide to Biblical Hebrew, Grand Rapids (MI), Zondervan, 2003; Oefeningen op vocabularium en op grammatica voor computerprogramma "Overhoor".

Identieke opleidingsonderdelen

A08A7A: Hebrew Ib

Onderwijsleeractiviteiten

Hebreeuws Ib (syntaxis) (B-KUL-A03A9a)

4 studiepunten : College 26 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

Opgelet: de syllabus voor zelfstudiestudenten wijkt af van die voor de reguliere studenten. Voor zelfstudiestudenten gelden de richtlijnen zoals die in het zelfstudiepakket op Toledo beschreven staan.

Lezen en grammaticale analyse van de Hebreeuwse tekst van een bijbel boek (afwisselend: Jona, Ruth, Exodus [Plagenverhaal]). Aan de hand van die compositie diepen we de kennis die is opgebouwd in de basiscursus Hebreeuws Ia verder uit, met bijzondere aandacht voor de syntaxis en het werkwoordelijke systeem, het gebruik van de werkinstrumenten voor de taalkundige studie van het Klassiek Hebreeuws, de uitbreiding van de basiswoordenschat.

Studiemateriaal

Toelichting werkvorm

Deelname aan de werkcolleges is verplicht. Als voorbereiding op het werkcollege maakt elke deelnemer in de loop van het semester een eerste elementaire analyse van de volledige Hebreeuwse tekst die het voorwerp van studie is. Die voorbereiding wordt als uitgangspunt genomen van de behandeling van de tekst in het werkcollege. Tijdens de bijeenkomsten wordt telkens een gedeelte van de tekst vanuit taalkundig oogpunt (morfologie van het naamwoord en het werkwoord, zinsbouw, semantiek) besproken en uitgediept.  Zeer regelmatige lectuur van Hebreeuwse teksten is noodzakelijk ter bevordering van een goede leesbekwaamheid en assimilatie van de grammaticale kennis.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Hebreeuws Ib (B-KUL-A23A9a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Het examen is mondeling met een schriftelijke voorbereiding van 1 uur. Er wordt van uitgegaan dat de studenten de tekst tijdens het semester en de blok volledig hebben geanalyseerd en bestudeerd. De schriftelijke voorbereiding geldt als een ondersteunend instrument van de student zelf. De examinator kan bijvragen stellen vanuit verschillende overwegingen: ter ondersteuning van de student, ter verduidelijking van een gegeven antwoord, of om verder te peilen naar de diepte van de verworven kennis/inzicht.

Onderdelen van het examen en evaluatiecriteria:

  • Aan de hand van een in de lessen bestudeerd tekstgedeelte uit een boek van de Hebreeuwse bijbel (afwisselend Jona, Ruth, Exodus [Plagenverhaal]) wordt een lectuurtest gehouden en aan de hand van een variabel aantal vragen (afhankelijk van de passage) wordt er ook gepeild naar de ontwikkelde vaardigheid in het gevorderd ontleden van een Klassiek Hebreeuwse tekst (grammaticale analyse, syntaxis, werkwoordelijk systeem). 
  • Verder krijgen de studenten een tweede passage voorgelegd uit het tekstgedeelte dat het onderwerp van het opleidingsonderdeel vormde (afwisselend Jona, Ruth, Exodus [Plagenverhaal]), maar dat zij persoonlijk hebben moeten voorbereiden tijdens het academiejaar en dat niet in de werkcolleges werd behandeld. Ook hier worden de studenten getoetst op hun leesvaardigheid en op hun vaardigheid in het gevorderd ontleden.
  • Studenten krijgen vervolgens ook nog een korte passage uit een niet geziene bijbeltekst die ze vlot moeten kunnen voorlezen, moeten kunnen vertalen en uitleg moeten kunnen geven over de werkwoordsvormen.
  • Tot slot wordt ook de kennis van het vocabularium getoetst (20 woorden).

Puntenverdeling/Onderlinge gewicht van de evaluatieonderdelen:

  • Vocabularium 20% (20 woorden elk op 1 punt)
  • Geziene teksten behandeld tijdens de werkcolleges 40%
  • Persoonlijk voorbereide tekst onder het academiejaar 20%
  • Niet geziene teksten 20%

Opgelet: voor zelfstudie- en werkstudenten staan de examenmodaliteiten aangegeven in de studiewijzer van het zelfstudiepakket.

ECTS Christendom en hedendaagse cultuur (B-KUL-A03C7A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester
Boeve Lieven |  Uytterhoeven Tom (medewerker)

Doelstellingen

OPLEIDINGSSPECIFIEKE LEERRESULTATEN

1. verdiepte kennis van de inhouden en methoden van de systematische theologie.
2. grondige kennismaking met en inoefening van de theologische vraagstelling en methode op het snijvlak van christelijk geloof en hedendaagse cultuur.
3. bekwaamheid om levensbeschouwelijk-godsdienstwetenschappelijke vraagstukken in hun veelvormigheid te onderkennen en te bereflecteren in de actuele maatschappelijke context die gekenmerkt is door detraditionalisering en pluralisering
4. inzicht in de specifieke relatie tussen godsdienstwetenschappelijke en theologische vraagstellingen en methodes.
5. bekwaamheid om nieuwe zinvragen, theologische en godsdienstwetenschappelijke problemen en religieuze uitdagingen te onderkennen en te verwoorden.
6. in staat zijn wetenschappelijke en andere literatuur inzake theologie en godsdienstwetenschappen kritisch te lezen en te benutten.
7. de studie-inhoud zelfstandig kunnen verwerken en creatief oplossingswegen kunnen voorstellen voor theologische en godsdienstwetenschappelijke problemen in relatie tot de pluraliteit van benaderingen in de internationale theologische en godsdienstwetenschappelijke literatuur.
8. in staat zijn op een zelfstandige wijze theologische en godsdienstwetenschappelijke problemen, concepten en inzichten uit te leggen in het kader van onderwijs en pastoraat en met een gevoeligheid voor de maatschappelijke en globale context waarin deze problemen, concepten en inzichten zich situeren.
9. bekwaamheid om de theoretische inzichten praktisch te hanteren.

DOELSTELLINGEN

  • Inzicht verwerven in de onophefbare contextuele inbedding van het christelijke geloof en in het onophoudelijke recontextualiseringsproces waarin dit gevat zit; dit inzicht kunnen toepassen en illustreren.
  • Zich eigen maken van een historisch en systematisch perspectief op de relatie tussen christelijk geloof en actuele (postmoderne) context.
  • In staat zijn de methodologische achtergronden en gevolgen van hedendaagse theologische approaches te achterhalen en te beoordelen.
  • De in de colleges aangeboden inzichten kunnen toepassen op levensbeschouwelijke vraagstellingen in onderwijs en samenleving, in het bijzonder op de probleemstelling van de identiteit van het katholiek onderwijs in Vlaanderen in een postchristelijke en postseculiere context.
  • Ontwikkelen en demonstreren van communicatieve vaardigheden die in staat stellen een gekwalificeerd en tegelijk cultureel verstaanbaar gesprek te voeren over de plaats van het christelijk geloof in de actuele context.

Begintermen

Studenten hebben een elementaire vertrouwdheid met de basisconcepten, de voornaamste ontwikkelingen en belangrijkste denkstructuren van het fundamenteel-theologische en systematisch-theologische onderzoek.

Onderwijsleeractiviteiten

Christendom en hedendaagse cultuur (B-KUL-A03C7a)

4 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester
Boeve Lieven |  Uytterhoeven Tom (medewerker)

Inhoud

Achtergrond

Op relatief korte tijd zijn de plaats en rol van het christelijke geloof in de actuele samenleving en cultuur grondig gewijzigd. Niet alleen is de quasi-automatische overdracht van de christelijke traditie van de ene generatie op de ander gestokt, bovendien is het christendom niet langer de enige speler op het levensbeschouwelijke veld. Beide hebben belangrijke gevolgen voor de wijze waarop het christelijke geloof zich begrijpt in de actuele samenleving.

Vraagstelling

Hoe kunnen we het meest vruchtbaar de verhouding tussen theologie en context denken? Hoe verhoudt het christelijke verhaal zich specifiek tot de context en wat is de precieze impact van de laatste op de eerste? Wat betekent de religieuze heropleving vandaag bijvoorbeeld voor het christelijke geloof? Of het frequent opduiken van religieuze symbolen in de media, los van hun oorspronkelijke traditionele inbedding? Hoe theologisch reflecteren over het feit dat de klassieke levensrituelen de kaalslag van de klassieke geloofspraktijk met verve weten te overleven? En wat met de religieuze veelheid: hoe de belijdenis dat God zich in Jezus Christus openbaarde te situeren in relatie tot de waarheidsclaims van andere godsdiensten? Welke theologische methode is vandaag hiertoe het meest opportuun? Waartoe dient ze in staat te zijn? Waarvoor moet ze zich hoeden? En hoe verhoudt dergelijke methode zich tot andere theologische opvattingen? Het beantwoorden van deze vragen is het opzet van dit college.

Opzet

De inhoud van dit college wordt gevormd door een selectie van hoofdstukken uit twee studies die het resultaat zijn van de cultuur-theologische en methodologische perspectieven, ontwikkeld door de titularis gedurende de de voorbije jaren.


1. In Onderbroken traditie: heeft het christelijke verhaal nog toekomst? voeren we een cultuurtheologisch onderzoek naar de wijze waarop het christelijke geloof zich dient te verhouden tot een drastisch verschuivende context, van modern naar postmodern, van overwegend christelijk naar in toenemende mate multireligieus. In een dialoog met het kritische bewustzijn van de zgn. postmoderne context zochten we naar denkpatronen die het christelijke verhaal van dienst konden zijn om zich een contextueel geloofwaardige en theologisch legitieme gestalte aan te meten. Zo ontstond de stelling dat het christelijke verhaal enkel een toekomst zal hebben als ‘open verhaal’, bewust van de eigenheid van het christelijke verhaal en tegelijk openstaand op wat anders is. Want misschien is de ontmoeting met het of de andere de plaats waar God zich vandaag openbaart.
 

2. Dit onderzoek wordt in God onderbreekt de geschiedenis: theologie in tijden van ommekeer verdergezet. In deze studie ontwikkelen we de methodologische achtergronden van een hedendaagse contextuele theologie, die we een ‘theologie van de onderbreking’ gedoopt hebben. De klassieke aanpak van de moderne theologieën blijkt immers niet meer te werken. De culturele overlap tussen menselijk leven en christelijke betekenisverlening wordt immers te smal. Inzetten op de continuïteit tussen context en christelijk geloof is daardoor niet langer evident en vaak contraproductief. Maar ook het vertrekken van de discontinuïteit of breuk tussen beide is problematisch want dreigt de noodzakelijke band tussen geloof en geschiedenis, geloof en (samen)leven, te hypothekeren. Tussen brug en breuk ontwikkelen we daarom een theologie van de onderbreking. De veranderde context bevraagt zeer zeker het actuele christelijke zelfverstaan en daagt het uit om de specificiteit van het christelijke verhaal over God en de mens in te zien. Maar het is precies ook dit specifieke verhaal dat christenen dwingt betrokken te zijn op hun context. Want God onderbreekt de geschiedenis.

3. Deze methodologische perspectieven worden vervolgens toegepast op het theologiebedrijf en de reflectie over katholieke identiteit van Vlaamse onderwijsinstellingen, in Theologie in dialoog: op het kruispunt van universiteit, kerk en samenleving. Gecombineerd met een update over de levensbeschouwelijke ontwikkelingen in de actuele context en een reflectie over dialoog en verschil, ontwikkelt deze studie vanuit een dialogaal openbaringsbegrip hoe de theologie en het denken over katholieke identiteit uitgedaagd wordt om zich voluit op het kruispunt van universiteit, kerk en samenleving te begeven, eerder dan zich uit of in één van deze domeinen terug te trekken.

Studiemateriaal

  • L. Boeve, Onderbroken traditie: christelijk geloof en postmoderne context, Kapellen, Pelckmans, 4de ed., 2013. (ET: L. Boeve, Interrupting Tradition. An Essay of Christian Faith in a Postmodern Context, Leuven: Peeters Press, 2003)
  • L. Boeve, God onderbreekt de geschiedenis: Theologie in tijden van ommekeer, Kapellen, Pelckmans, 2007. (ET: L. Boeve, God Interrupts History. Theology in a Time of Upheaval, New York: Continuum, 2007)
  • L. Boeve, Theologie in dialoog: op het kruispunt van universiteit, kerk en samenleving, Kapellen: Pelckmans, 2014. (ET forthcoming: Theology in Dialogue: on the Crossroads of University, Church, and Society, London/New York: Bloomsbury, 2015)
  • Powerpoints van de colleges zullen via Toledo beschikbaar worden gesteld.

 

Toelichting werkvorm

Studenten volgen actief de colleges en nemen deel aan de klassikale discussies. Voor bepaalde colleges verwerken de studenten ter voorbereiding een lectuuropdracht uit één van beide boeken. Colleges en discussies worden eventueel voorbereid en verdergezet via het discussieforum van de Toledo-cursuswebpagina's.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Christendom en hedendaagse cultuur (B-KUL-A23C7a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Het examen zal twee vragen omvatten die telkens twee doelen beogen. Enerzijds zal elke vraag een eerder reproductief element hebben waarbij nagegaan wordt in hoeverre de collegestof verworven en begrepen is. Anderzijds zal elke vraag ook productief van aard zijn: hierbij wordt (a) gezocht naar verbanden over de in de colleges gezien stof heen, (b) worden nieuwe toepassingen gemaakt, of (c) verder doorgedacht op aanzetten die uit de colleges voortgekomen zijn.

De antwoorden op beide vragen bepalen in beginsel elk de helft van de quotering, met mogelijkheid tot bijstelling van de som naar boven of beneden in het licht van de totaalprestatie.

De student bereidt de vragen naar eigen inzicht schriftelijk voor op formulieren die hij/zij van de examinator ontvangt. De quotering wordt enkel op basis van het mondelinge examen bepaald.

Bij elke vraag kunnen tijdens het mondelinge examen bijvragen gesteld worden, die enerzijds peilen naar de door de student verworven kennis en vaardigheden, en, anderzijds, wanneer dit laatste afdoende is aangetoond, uitdagen tot verdere toepassing of reflectie.

Zelfstudie- (werk-)studenten worden gevraagd dit bij aanvang van het examen te melden.

Voor zelfstudie- of werkstudenten gelden de evaluatiemodaliteiten vermeld in de studiewijzer van het zelfstudiepakket.
 

ECTS Christelijk Latijn: lezing van teksten (B-KUL-A04A3A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester

Doelstellingen

Vooreerst, de kennis van het Latijn (morfologie, syntaxis en vertaaltechniek) opfrissen, onderhouden en verdiepen door de lectuur van christelijke teksten, met name teksten van het Tweede Vaticaans Concilie. Daarnaast wordt beoogd deze teksten beter inzichtelijk maken door ze te situeren in hun historisch-theologische context, alsook de historische en theologische reflectie op basis van deze teksten te bevorderen.  Het vertalen van teksten met oog voor de nuances leert studenten, tenslotte, ook oog te hebben voor de eigenheid van de taal, zowel van het Latijn als van de eigen taal. 

 

Begintermen

Een basisvertrouwdheid met het Latijn, ofwel door vroeger genoten vorming, ofwel door het satisfecit op het vak Christelijk Latijn: Inleiding.   

Identieke opleidingsonderdelen

A08A1A: Christian Latin, Readings

Onderwijsleeractiviteiten

Christelijk Latijn: lezing van teksten (B-KUL-A04A3a)

4 studiepunten : Practicum 26 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

In dit college wordt stilgestaan bij volgende teksten:

  • Nostra Aetate (De verklaring over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten)
  • Dignitatis Humanae (De verklaring over de godsdienstvrijheid) 

Studiemateriaal

Naast cursusnota's, schoolgrammatica's en schoolwoordenboeken, de Latijnse teksten (zowel in een Latijnse versie als één met vertaling op de tegenoverliggende pagina), hebben de studenten ook de volgende meer gespecialiseerde werkinstrumenten ter beschikking:  

 

  • COLLINS, J.F. (ed.), A Primer of Ecclesiastical Latin, Washington DC, Catholic University of America Press, 1991 (=1985).


  • F. MULLER-E.H. RENKEMA, Beknopt Latijns-Nederlands woordenboek, Groningen (kent ondertussen al meer dan twaalf drukken); als equivalent kan beroep worden gedaan op Wolters-woordenboek Latijn-Nederlands.

Toelichting werkvorm

  • Voorbereiden vertaling tekstfragment voor elke les (grammaticale analyse, opstellen woordenlijst).
  • Begeleide analyse en vertaling van teksten tijdens de les. 

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Christelijk Latijn: lezing van teksten (B-KUL-A24A3a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

Tijdens dit college wordt geopteerd voor de lectuur van relevante teksten in het Latijn. De teksten worden gekozen uit de conciliedocumenten Vaticanum II.

Het examen duurt max. 4 uur. De studenten krijgen twee vragen. Een eerste vraag heeft betrekking op de inhoudelijke inleidingen op de gelezen teksten (belang; opbouw; problemen). Daarnaast ontvangen ze ook een geziene tekst (ongeveer 20 lijnen). Hier wordt hen gevraagd om deze tekst zelf te vertalen. Wanneer ze hiermee klaar zijn, komen ze hun vertaling voorstellen. Hierbij worden vragen gesteld van grammaticale aard, meestal in relatie tot de keuze van de studenten voor een bepaalde vertaling. De vragen hebben een ondersteunend karakter. Ze zijn bedoeld om de studenten te helpen om eventuele fouten in hun vertaling te corrigeren of om ze te laten zien waarom de voorgestelde vertaling wellicht niet de juiste is. Evident wordt ook aandacht besteed aan de inhoudelijke kant van de tekst.

De puntenverdeling is als volgt: 8 punten voor de inhoudelijke vraag en 12 punten voor de vertaling en de commentaar bij die vertaling.

Voor beide vragen staat de juistheid van antwoorden centraal. Met name voor vraag 2 is dit van groot belang: vertaalt de student juist? Ziet de student de grammaticale problemen? Beheerst de student de Latijnse tekst? Heeft hij het belang/de problemen in de vertaalde tkest begrepen?

Het is evident dat voor dit type examens een lange voorbereidingstijd van cruciaal belang is, vermits het college bedoeld is voor studenten die hun kennis van het Latijn willen opfrissen en verdiepen, maar bijvoorbeeld geen opleiding in de klassieke filologie achter de rug hebben.

Zelfstudie- en werkstudenten vinden de evaluatiemodaliteiten in de studiewijzer van het zelfstudiepakket. 

 

ECTS Geschiedenis van de christelijke kunst (B-KUL-A04C3A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester
Baert Barbara |  Geybels Hans (plaatsvervanger)

Doelstellingen

Het vak Geschiedenis van de christelijke kunst draagt binnen de opleiding bij tot de kennis over de plaats van het beeld in de christelijke cultuur vanaf de vroegchristelijke tijd tot en met vandaag. Aan bod komen de verhoudingen tussen woord en beeld (de visuele taal bedient zich van haar eigen “grammatica”) (1), de ontwikkelingen van religieuze thema’s naargelang de kerkgeschiedenis (de iconografie en de typologie van religieuze motieven) (2), de relatie tussen kunst en de liturgiegeschiedenis/kerkenbouw (de functie en interactie van beelden in de sacrale ruimte en de architectuur) (3), en de plek van het religieuze beeld in de hedendaagse maatschappij en de contemporaine reflecties (nieuwe media zoals film, fotografie, video en performances) (4).
 
De cursus wil de studenten de vaardigheid leren van het “lezen” van een beeld, hen de methode eigen maken van de interpretatie van kunstwerken in hun historische context, en hen gevoelig maken voor de wisselende waarderingen, functies en definities die het visuele medium onderging binnen de christelijke cultuurgeschiedenis. De cursus combineert bij gevolg op systematische wijze thematische en (kerk/cultuur)historische invalshoeken.
 
Tot slot. Beelden overspoelen ons. Dat zegt men toch. De studenten zullen in hun later beroep en in hun individuele ontwikkeling voortdurend met beelden geconfronteerd worden. De kennis over de geschiedenis van het beeld in haar culturele en (kerk)historische context kan hen daarbij rugsteunen, hen daar waar nodig kritisch houden, en wie weet, hen een blijvende liefde voor de kunst schenken. 

Begintermen

Met het oog op deze invalshoeken en doelstellingen is deze cursus in belangrijke mate interdisciplinair en comparatief. Er zullen gender issues aan bod komen; er wordt gediscussieerd over de invloed van de culturele antropologie op de kunstgeschiedenis, tot en met de confrontaties tussen de Westerse denkbeelden, de Byzantijnse kunst, en andere godsdienstige systemen. De interdisciplinaire werkwijze wordt voortdurend becommentarieerd door reflecties vanuit de actualiteit en de methodische ontwikkelingen binnen het vakgebied.

Onderwijsleeractiviteiten

Geschiedenis van de christelijke kunst (B-KUL-A04C3a)

4 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester
Baert Barbara |  Geybels Hans (plaatsvervanger)

Inhoud

I. De geboorte van de christelijke kunst
1. De wieg van de christelijke kunst (27 september)
2. De iconofilie en het iconoclasme: tussen Oost en West (4 oktober)
 
II.De christelijke kunst en zijn beeldtheorieën
3. Het vleesgeworden woord en de Zichtbare Onzichtbaarheid. Vera icon (11 oktober)
4. Plasticiteit, reliekencultus, performativiteit (18 oktober)
 
IIIa.Van Alpha tot Omega. Iconografie of de geschiedenis van de symbolentaal
5. Het Mariale spectrum (25 oktober)
(1 november geen college)
 
IV. The Human Body, Religion and the Visual Arts. International congress 10 november
(8 november verplaatst naar 10 november)
15 november geen college: compensatie voor de verplichte aanwezigheid dagcongres 10 november
 
IIIb.Vervolg: Van Alpha tot Omega. Iconografie of de geschiedenis van de symbolentaal
6.De Kruisiging en het christologische spectrum (22 november)
 
V. De plaats van de vrouw in de christelijke kunst
7. Gender. Gevalstudies en methodologische tendenzen (29 november)
8. Maria Magdalena (6 december)
 
VI. De heilige plek, de sacrale ruimte en het beeld
9. Contemporaine reflecties over (hedendaagse) kerkenbouw (13 december)
 
VII. Gisteren-vandaag-morgen
10. Geschiedenis van de christelijke kunst: slotbeschouwingen (20 december)

Studiemateriaal

Reader (kan van jaar tot jaar lichtelijk wijzigen)
A. Grabar, Christian Iconography. A Study of its Origins, (Bollingen Series XXXV, 10), Princeton, 1980, p. 5-30.
B. Baert, Idolatrie en iconografie. Het enigma van het beeld, in "Van madonna tot Madonna. In de ban van beelden, idolen en afgoden", ed. R. Burggraeve e.a., Leuven, 2002, p. 165 -187.
B. Baert, The Gendered Visage. Facets of the Vera Icon, in "Antwerp Royal Museum Annual", 2000, p. 10-43.
Materiaal omtrent Maria en M. Warner. De enige onder de vrouwen, Amsterdam, 1990, p. 400-401.
Materiaal omtrent de Kruisiging
J. Hamburger, The Visual and the Visionary. Art and Female Spirituality in Late Medieval Germany, New York, 1998, p. 13-34.
B. Baert, Schaamte en lichamelijkheid in de beeldvorming omtrent Maria Magdalena, in Speling. Tijdschrift voor bezinning, 3, 2003.
M. Eliade, De magie van het alledaagse, Utrecht-Antwerpen, 1987, p. 9-35.
P. Friedhelm Mennekes, Tussen twijfel en vervoering. Kunst en de kerk vandaag, in Epifanie, 2000, p. 61-81.

Toelichting werkvorm

De leerstof bestaat uit de notities genomen tijdens de hoorcolleges en de debatten die erin plaatsvinden (1), de syllabus waarin verdere duiding wordt gegeven bij de colleges (2), de artikels van de reader (3) en de beelden op toledo (4). Er wordt gediscussieerd en intensief-interactief gedoceerd.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Geschiedenis van de christelijke kunst (B-KUL-A24C3a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Vraagvormen : Gesloten vragen
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

Het examen verloopt mondeling. De studenten worden aan de hand van twee vragen geëvalueerd over hun kennis van de colleges (notities en syllabus) en de reader (verdiepende en verruimende teksten). Tijdens het examen kan de docent tevens een afbeelding van een kunstwerk tonen, die binnen het geheel van de stof moet geanalyseerd worden. Het mondeling examen is een evaluatie, maar nog meer een discussie. Elke vraag wordt gequoteerd op 10 punten. Als evaluatiecriteria bij de finale beoordeling gelden de persoonlijke en diepgaande verwerking van de geziene leerstof, en het autonoom en op verstandige wijze betrekken van de bijkomende kennis uit de reader. Een kritische dialoog tijdens het  mondelinge examen wordt ook zeker gewaardeerd.

ECTS Boeddhisme (B-KUL-A05C0A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester

Doelstellingen

Aan het einde van dit opleidingsonderdeel:

  • Heeft de student basisinzichten in de geschiedenis, instellingen, doctrines, rituelen en spiritualiteit van het Boeddhisme.
  • De student is ook in staat om de geleefde ervaring te krijgen  van wat het Boeddhisme onderricht.
  • Studenten zullen begrijpen dat Boeddhisme ook een religie is met een specifieke theologie.
  • Studenten zullen scherper zien hoe Boeddhisme zich verhoudt tot andere religieuze tradities en in wat ze verschilt.
  • Studenten zullen begrijpen in hoeverre Japanese cultuur wel beïnvloed is door Boeddhistische spiritualiteit, inhet bijzonder door Shingon. 

Begintermen

Geen specifieke begintermen.

Identieke opleidingsonderdelen

A02C9A: Buddhism

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Boeddhisme (B-KUL-A05C0a)

4 studiepunten : College 26 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

  • De achtergrond en beknopte geschiedenis van het Boeddhisme
  • de dire grote Boeddhistische tradities: Theravada - Mahayana - Vajrayana
  • De vier edele waarheden en hun relatie tot karmische daden
  • Boeddhistische rituele meditatie van de Yoga van de Drie Mysteries
  • De kracht van de Dharma Wereld
  • Een Boeddha worden in dit lichaam
  • Boeddhistisch-Christelijke theologische dialoog
  • Shingon esoterisch Boeddhisme en de Japanse cultuur

 

Studiemateriaal

Shingon Mysticism, a Christian introduction to the mystical worldview of Shingon Buddhism (Peter Baekelmans, Koyasan Publishing, 2006, 171 pages)

Dit boek wordt ter beschikking gesteld via Toledo. Studenten kunnen zich voorbereiden door vooraf de bladzijden te lezen die in de les behandeld zullen worden.

Ander leesmateriaal zal ter beschikking worden gesteld doorheen de cursus.

Toelichting werkvorm

Deze cursus wordt hoofdzakelijk via hoorcolleges gedoceerd waarbij de professor de wereld van het Boeddhisme toelicht. Om een beter begrip te krijgen van het Boeddhistische denken zullen er discussiemomenten met de studenten over bepaalde onderwerpen gehouden worden. Om een meer realistische  kijk op het Boeddhisme te krijgen zal er naar het einde  van de cursus een excursie georganiseerd worden naar twee esoterische Boeddhistische tempels.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Boeddhisme (B-KUL-A25C0a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

De studenten krijgen voorafgaand aan het examen een lijst van tien mogelijke vragen. Op het examen wordt één vraag getrokken. De student krijgt vervolgens 15 minuten schriftelijke voorbereidingstijd. Er wordt een in volzinnen uitgeschreven antwoord verwacht. Tijdens de mondelinge bespreking van dat uitgeschreven antwoord worden bijvragen gesteld. Het examengesprek duurt ongeveer 15 minuten. De schriftelijke voorbereiding wordt bijgehouden door de examinator na afloop van het examen.

Het uitgeschreven antwoord op de hoofdvraag en de mondelinge antwoorden op de gestelde bijvragen worden met behulp van volgende criteria beoordeeld: de mate waarin de antwoorden getuigen van kennis en inzicht in de leerstof, de mate waarin de antwoorden logisch zijn opgebouwd, de mate waarin ze persoonlijk, kritisch en tegelijk zelfkritisch zijn alsook de mate waarin ze blijk geven van openheid voor andere religieuze en filosofische tradities. Actieve deelname aan de gesprekken tijdens de contactmomenten en de excursie zullen mee in rekening gebracht worden bij het vaststellen van het eindpunt voor dit opleidingsonderdeel (10% van het eindtotaal).

Voor zelfstudie- of werkstudenten gelden de evaluatiemodaliteiten vermeld in de studiewijzer van het zelfstudiepakket.

ECTS Christian Social Traditions and Society (B-KUL-A05D8A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term

Aims

  • The students are capable of articulating the fundamental resemblances and differences between the Christian social traditions
  • The students understand and can articulate the thinking of prominent theologians who have contributed to the development of these traditions.
  • The students understand the new challenges of Christian social thinking in the context of a post-secular society.
  • The students can analyse the official social documents from Christian churches critically in the light of the theories presented in the course.

Background:

  • This course will explore the richt diversity of Christian social traditions. The focus will be on  the tension between 'official' texts with regards to social and political problems and non-official texts from theologians or grass roots activists.
  • Simultaneously the question is: what is the 'space' in which churches can intervene in politics. The starting point is Casanova's theory on the public role of religions in the modern world and Cavanaugh's critique of the public role of churches on the level of the civil society. Unlike the course on 'Christian Political and Social Ethics' (Bachelor's Programme), this is not an introduction to different models of reasoning about justice and human rights, nor an introduction to Catholic social thought. 

Previous knowledge

A sufficient basic knowledge of Christian political and social ethics is presupposed.

Onderwijsleeractiviteiten

Christian Social Traditions and Society (B-KUL-A05D8a)

4 ECTS : Lecture 26 Second termSecond term

Content

The starting point of the course will be the question of the public role of Christian churches. This question will be elucidated on the basis of the work of Casanova (on public religions in the modern world) and Cavanaugh, as well as via a framework with different models for a reflection on the relationship between faith and politics. 
Subsequently we will critically read the official social teaching of different christian traditions (the Catholic Church; the Church of England and Wales, the Russian Orthodox Church, mainstream protestantism, evangelical protestantism). 
The official social teaching will be confronted with christian social ethics as developed by critical theologians and grass roots movements 

  • For the catholic world among others: Dorothee Day, Thomas Merton, John Courtney Murray versus Cavanaugh; J.B. Metz and Gutiérrez 
  • For the Church of England and Wales: Jonathan Chaplin, Robin Gill, John Milbank 
  • For the Russian Orthodox Chruch: a confrontation with some leading theologians such as Bulgakov 
  • For mainstream protestantism: the social gospel movement (Rauschenbusch); Niebuhr. 
  • For radical protestantism: mennonite authors (Yoder, Lederach) and new evangelicalism.   

     

Course material

  • Mandatory reading: José Casanova, Public Religions in the Modern World, Chicago, University of Chicago Press, 1994. 
  • The students will receive a reader and information about the websites where they can find documents

 

Format: more information

Because of the uncertainty about the number of participants, the learning activities can vary from a seminar form in wich all the students actively participate via presentations about articles or chapters in books, to a classical course with lectures. In this case there will be space for discussion.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Christian Social Traditions and Society (B-KUL-A25D8a)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral
Type of questions : Open questions, Closed questions
Learning material : None

Explanation

Oral exam with written preparation. The written preparation merely serves as an aid to the student.

Each student receives 2 or 3 main questions according to the progress of the oral discourse: on the one hand one or two questions about theory (questions on knowledge and insigths) and, on the other hand, one question about interpreting a text (being able to recognise and situate a text passage).

In the case of two exam questions each question counts for half the points to earn. In the case of three exam questions each question counts for one third of the points. However, the final result (on 20) is not the sum of each individual result, but a weighing of the whole oral examination.

Additional questions may have an impact on the weighting of the final result. Such additional questions may be asked for two purposes: first, to clarify the student’s response, and second to test the depth of the acquired insights or the student’s insights in other parts of the course material.

Criteria for the evaluation:

  • factual knowledge / understanding of the subject matter
  • depth of the acquired insights
  • the ability to apply insights to current or actual situations
  • sharp-wittedness or intelligence in presenting the answers

If there are a limited number of students, the course will take the form of a seminar. In that case the evaluation will be based on (a) presentation 30%; (b) active participation in the discussions (students must give evidence of having read the manadtory readings (30%) and (3) a paper in wich the presentation and the discussion are integrated (40%).

ECTS Academic English for Theology and Religious Studies (B-KUL-A05G3A)

4 ECTS English 26 First termFirst term
Doyle Brian (coordinator) |  N. |  Benjamins Jacob (cooperator) |  Grabau Joseph (cooperator) |  Murray Luke (cooperator)

Aims

The focus is on the writing of academic English and giving presentations in English. The course is open to students both from the Dutch and English speaking programmes. Through this course, the student will be able to
-structure a text (structuring a research paper, logical structure of paragraphs, use of discourse markers)
-improve the style (clarity, succinctness, formal academic register)
-improve grammatical and lexical precision
-improve the lay-out to create greater clarity and uniformity
-make a clear presentation

Previous knowledge

Students understand the English of academic texts such as university course notes and the scientific literature of their discipline. They are familiar with the general rules of English.

Onderwijsleeractiviteiten

Academic English for Theology and Religious Studies (B-KUL-A05G3a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term
N. |  Benjamins Jacob (cooperator) |  Grabau Joseph (cooperator) |  Murray Luke (cooperator)

Content

The focus is on the writing of academic English and giving presentations in English.
-structuring a text (structuring a research paper, logical structure of paragraphs, use of discourse markers)
-improving the style (clarity, succinctness, formal academic register)
-improving grammatical and lexical precision
-improving the lay-out to create greater clarity and uniformity
-making a clear presentation

Course material

Course notes, power point presentations

Format: more information

Presentations, exercises from manual. Students will be asked to prepare work in advance of classes. Individula coaching.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Academic English for Theology and Religious Studies (B-KUL-A25G3a)

Type : Partial or continuous assessment with (final) exam during the examination period
Description of evaluation : Written, Paper/Project, Presentation, Participation during contact hours
Type of questions : Open questions
Learning material : None

Explanation

Student Activities and Evaluation: Students are evaluated on the basis of a continuous assessment with (a final exam given during the regular examination period).

The methods of evaluation will consist of participation, written texts, presentations,and participation during the contact hours.

Students will be expected:

  • To prepare a pre-assessment text (in-class), which will be used to determine the student’s existing level of competency;
  • To participate actively in each course session, demonstrated by  bringing the necessary printed documents and engaging with the course material regularly (15%);
  • To complete assigned written exercises (in-class) to practice various components of academic English (30%):
  • To submit an original composition of! written text, several pages in length, demonstrating masteryof the writing skills learned in the course (35%);
  • To deliver a presentation of 12-15 min., show-casing mastery of the presentation skills learned in the course (20%) 

ECTS Biblical Poetry and Analysis of Metaphors (B-KUL-A06E5A)

4 ECTS English 26 First termFirst term
Van Hecke Pierre |  Verde Danilo (cooperator)

Aims

After this course:

  • Students will have insight in the main characteristics of Biblical (Hebrew) poetry, especially as found in the books of Psalms, Job and Proverbs, and they will be able to describe and illustrate these characteristics.
  • Students will have knowledge of the research methods used in analysing this poetry: synchronic literary analysis, metaphor analysis and reader response criticism and will be able to apply them.
  • Students will be able to integrate the acquired research skills in their personal and contextual readings of Biblical poetry.

Previous knowledge

  • Basic knowledge of Old Testament Studies (BA−level).
  • No knowledge of Biblical Hebrew is required, although students who master Hebrew will be able to take full advantage of their knowledge in the research.

Onderwijsleeractiviteiten

Biblical Poetry and Analysis of Metaphors (B-KUL-A06E5a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term
Van Hecke Pierre |  Verde Danilo (cooperator)

Content

Biblical poetry is one of the most widely read and translated forms of world literature, and forms the heart of liturgical prayer both in the Jewish and in the Christian faith communities. In this course, the characteritics (both qua form and content) of this poetry will be discussed and the ways in which to analyse them will be presented and applied.

Firstly, the course will deal with the form of poetry (parallelism, strophic structure, etc.) and with the way in which this form leads the reader to the meaning of the text.

Secondly, the course will devote special attention to the imagery and metaphors employed in the text, as they form an important entrance point to the way in which the text conceptualises God, the self and the world.

Thirdly, the course will study the way in which meaning comes about in the interaction between the text and its readers, and will make students aware of their own reading strategies and of the way in which reading Biblical poetry affects them.

Course material

A reader with obligatory literature will be made available.


Background literature in:

  • R. Alter, The Art of Biblical Poetry, Edinburgh,1987.
  • W.G.E. Watson, Classical Hebrew Poetry: A Guide to Its Techniques, London/New York, 2005.
  • G. Lakoff & M. Turner, More Than Cool Reason. A Field Guide to Poetic Metaphor, Chicago, 1989.
  • D. Erbele−Küster, Lesen als Akt des Betens. Eine Rezeptionsästhetik der Psalmen, Neukirchen, 2001.

Format: more information

During the lectures different research methods will be presented, and will be exemplarily applied to selected poetical texts. As this course aims at promoting the students' advanced research skills, the students will need to do reading assignments of background literature, apply analyses to selected texts themselves, reflect on their learning and reading process and communicate with each other about the research performed in the class and individually. The results of the latter, personal assimilation activities will have to be laid down in a portfolio.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Biblical Poetry and Analysis of Metaphors (B-KUL-A26E5a)

Type : Partial or continuous assessment with (final) exam during the examination period
Description of evaluation : Oral, Portfolio
Type of questions : Open questions
Learning material : None

Explanation

Students are expected to create an (electronic) portfolio including the assimilation and application activities they performed in the course of the semester. This portfolio will count for 65% of the final grade. Students hand in the result of their activities by means of the application 'Toledo Assingments' at certain points in time (see deadlines on Toledo).

The other 35% of the final grade are attributed to a final oral examination in which the student will be asked to connect their own work in the portfolio with the content of the lectures. Students bring their portfolio to this oral examination. There is no written preparation time. All questions are related to the own portfolio.

Criteria for the evaluation:

  • being able represent the discussed literature in an adequate way
  • (growth in) development of own personal opinion and vision
  • application of analytical models on literary metaphors 

ECTS Seminarie pastorale zorg (B-KUL-A07D4A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester Uitgesloten voor examencontract

Doelstellingen

1. Specialisering in een bepaald vakgebied met het oog op het leveren van een constructieve bijdrage aan de theologie en de religiestudie.
2. Grondige vertrouwdheid met bronnen, problemen en methoden binnen het eigen specialisme.
3. De kennis en methoden van de eigen discipline op relevante wijze kunnen toepassen binnen de gelovige reflectie in kerkverband.
4. Inzicht in de relatie van de studie van theologische en religieus-maatschappelijke problemen met de actuele maatschappelijke context die zich kenmerkt door een religieus, levensbeschouwelijk en ethisch pluralisme en groeiende globalisering.
5. In staat zijn tot het verrichten van zelfstandig theologisch onderzoek en tot het doorgeven van de verworven attitudes, methodes en kennis.
6. Openstaan voor interdisciplinaire vraagstellingen en in staat zijn om vanuit het eigen specialisme aan interdisciplinair onderzoek mee te werken.
7. In staat zijn kritisch over pastorale zorg en pastorale setting te reflecteren met het oog op het verrichten van praktisch-theologisch onderzoek.

Studenten zijn in staat om:
1. Het belang, de inhoud en de functie van de spirituele dimensie van de mens weer te geven en deze te situeren in een integraal mensbeeld (biopsychosociaalspiritueel model).
2. De invloed van psychologie op pastorale zorg te herkennen, het eigen domein van pastorale zorg te verwoorden en om elementen van een pastorale/spirituele taal te identificeren.
3. De mogelijkheidsvoorwaarden voor een goed gesprek te onderkennen en om de verschillende niveaus en elementen van een pastoraal gesprek te hanteren.
4. De elementen te zien die de machtsverhouding tussen pastorant en pastor beïnvloeden en kunnen grenzen aangeven.
5. Zich in samenwerkingsverbanden te begeven met andere beroepsuitoefenaars met een kennis over de eigen competenties, functies en meerwaarde.
6. Hun toekomstige beroepsuitoefening (methodieken, inhoud, taal) te baseren op recent onderzoek uit verschillende pastorale sectoren.
7. Niet alleen aan spirituele diagnostiek te doen, maar ook om kennis te hebben van spirituele interventies en resultaten.
8. Zelfstandig onderzoek te doen naar de eigenschappen, mogelijkheden en uitdagingen van een pastorale sector naar keuze.

Begintermen

Master in de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen.

Onderwijsleeractiviteiten

Seminarie pastorale zorg (B-KUL-A07D4a)

4 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

Volgende inhoudelijke elementen komen aan bod:

1. Pastorale zorg richt zich op de spirituele dimensie van de mens. Deze dimensie maakt deel uit van een integraal mensbeeld en is sterk verweven met de andere dimensies van de mens. Zinvragen, de kracht van hoop, de verschillende snelheden van zingeven, … komen aan bod. Pastorale zorg situeert zich binnen spirituele zorg. Wat is het verschil en welke zijn de spanningsvelden?
2. De recente geschiedenis van pastorale zorg toont aan dat psychologie in min of meerdere mate een invloed heeft gehad op de uitbouw en methodiek van pastorale zorg. Enkele actuele uitlopers en spanningsvelden hiervan worden behandeld: Boisen en supervisie, pastoral counseling, client centered benadering (met nadruk op aanvaarding, luisteren en echtheid) en de spanning tussen psychologen en pastores in de zorg.
3. Het pastorale gesprek: wat zijn de voorwaarden tot een goed gesprek of goede communicatie en wat maakt van een goed gesprek een pastoraal gesprek? Hoe zit het met de machtsverhouding tussen pastor en pastorant? Binnen welk paradigma situeert het pastoraal gesprek zich vandaag? Welke theologisch denken schraagt dit paradigma? 
4. Pastores werken samen met andere beroepsuitoefenaars die ook een holistische visie hanteren. In dit kader spreken we van eerstelijns en tweedelijns spirituele zorg. Het verschil tussen en het belang van beide wordt geïllustreerd met de begrippen spirituele screening en spirituele diagnostiek.
5. Recente trends en uitdagingen in pastorale zorg. Een belangrijk voorbeeld hiervan is resultaatsgericht pastoraat dat zoekt om door onderzoek de best mogelijke spirituele zorg te ontwikkelen. De geschiedenis, het belang, de mogelijkheden, nadelen en onderzoek pistes van resultaatsgericht pastoraat worden behandeld.

 

Studiemateriaal

Burggraeve, R., Vandenhoeck, A. (2013). Macht en mededogen in het pastoraat. Vanuit het perspectief van Michel Foucault. Collationes: Vlaams Tijdschrift voor Theologie en Pastoraal, 43 (3), 327-338.

S. Gärtner, Staying a Pastor while Talking like a Psychologist? A Proposal for an Integrative Model, in Christian Bioethics 16 (2010/1) 48-60.

Vandenhoeck, A. (2013). Chaplains as specialists in spiritual care for patients in Europe. Polish Archives of Internal Medicine, 123 (10), 552-557.

Dillen, A., Vandenhoeck, A. (2012). Permanente machtsstrijd of harmonieuze samenwerking? Aanzetten tot vorming en gesprek over de samenwerking tussen psychologen en pastores in algemene ziekenhuizen en psychiatrische voorzieningen. Pastorale Perspectieven (156), 15-22.

(2009). De moed om te spreken en te handelen. Profetisch pastoraat. (Dillen, A., Ed., Liegeois, A., Ed., Vandenhoeck, A., Ed.). Antwerpen: Halewijn.

Fitchett, G., King, S., Vandenhoeck, A. (2010). Education of Chaplains in Psycho-Oncology. In: Holland J. (Eds.), Psycho-Oncology, Chapt. 87. New York: Oxford University Press, 605-610.

Vandenhoeck, A., Depoortere, K. (sup.) (2007). De meertaligheid van de pastor in de gezondheidszorg. resultaatgericht pastoraat in dialoog met het narratief-hermeneutisch model van C.V. Gerkin., LXX-334 pp.

H. Mowat ea, The Spiritual Care of Older People: The Report of a Group Research Study, in Scottish Journal of Healthcare Chaplaincy, 13 (2010/1) 3-11.

Cadge W, Calle K, Dillinger J. What do chaplains contribute to large academic hospitals? The perspectives of pediatric physicians and chaplains, in Journal of Religion & Health, 2011; 50: 300-312.

M. Shields, A. Kestenbaum, L. Dunn, Spiritual AIM and the work of the chaplain: A model for assessing spiritual needs and outcomes in relationship, in Palliative and Supportive Care, 2014, 1-15.

George F. Handzo, Mark Cobb, Cheryl Holmes, Ewan Kelly & Shane Sinclair, Outcomes for Professional Health Care Chaplaincy: An International Call to Action, in Journal of Health Care Chaplaincy. Online publicatie.

Toelichting werkvorm

• Interactieve uiteenzettingen door de docent
• Casusbesprekingen
• Lectuuropdrachten en paper
• Eventueel gastcollege

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Seminarie pastorale zorg (B-KUL-A27D4a)

Type : Partiële of permanente evaluatie met examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling, Paper/Werkstuk
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Studenten krijgen twee open vragen met schriftelijke voorbereiding tijdens een mondeling examen (70% van de punten)
Studenten worden beoordeeld op de paper die ze tijdens de duur van de cursus schrijven en afleveren 1 week voor het examen (30% van de punten). In de paper verdiepen ze zich in een pastorale sector naar keuze aan de hand van enkele onderzoeksvragen die ze aan het begin van het college ontvangen.

ECTS Christelijke gemeenschap, identiteit en spiritualiteit (B-KUL-A07D7A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester
Steen Marc (coördinator) |  Mettepenningen Jürgen |  Steen Marc

Doelstellingen

Opleidingsspecifieke leerresultaten:

5. bekwaamheid om nieuwe zinvragen, theologische en godsdienstwetenschappelijke problemen en religieuze uitdagingen te onderkennen en te verwoorden.
8. In staat zijn concepten en inzichten uit te leggen in het kader van onderwijs en pastoraat en met een gevoeligheid voor de maatschappelijke en globale context waarin deze problemen, concepten en inzichten zich situeren.
10. bekwaamheid om de theoretische inzichten praktisch te hanteren.

Toelichting

De student

  • Kan fundamentele en concrete aspecten van christelijke gemeenschapsvorming, identiteit en spiritualiteit in de context van de hedendaagse samenleving en kerk beschrijven alsook de pastorale uitdagingen die hiermee gepaard gaan.
  • is in staat de relatie  te verhelderen tussen een godsdienstleerkracht en de kerkgemeenschap/eigen spiritualiteit in het kader van de christelijke identiteit van het katholiek onderwijs
  • Is in staat om de thema’s persoonlijk en kritisch te beoordelen en te verwoorden.
  • Is bekwaam om getuigenissen van christenen weer te geven, te evalueren en ermee in dialoog te gaan.
  • Is in staat de brug te onderkennen tussen theologie en het geleefde leven van christenen.

 

Begintermen

*De studenten bezitten een elementaire vertrouwdheid met basisconcepten van theologie in het algemeen en van de pastoraaltheologie in het bijzonder.
*De studenten hebben een respectvolle openheid voor thema’s die in verband staan met de vorming van een christelijke identiteit en spiritualiteit en met kerkopbouw vandaag.
*De studenten hebben de openheid om tot een persoonlijke en op argumenten gebaseerde reflectie te komen.
 

Onderwijsleeractiviteiten

Christelijke gemeenschap, identiteit en spiritualiteit (B-KUL-A07D7a)

4 studiepunten : College 26 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

  • De cursus  bevat drie grote bewegingen, overeenkomstig de drie componenten van de cursustitel. Deze drie kunnen evenwel onderscheiden, maar niet gescheiden worden: christelijke gemeenschapsvorming, identiteit en spiritualiteit.

1) Vier beurten met prof. M. Steen over christelijke gemeenschapsvorming
Dit deel gaat specifiek in op christelijke gemeenschapsvorming. Fundamentele vragen over het waarom en het hoe van de christelijke ‘communio’ worden ontwikkeld, mede vanuit de erfenis van Vaticanum II. Vooral bekijken we vanuit pastoraaltheologisch oogpunt hoe christelijke gemeenschapsvorming vandaag in onze samenleving gestalte kan krijgen en welke spanningsvelden, moeilijkheden en kansen zich daarbij aandienen. Zo geven we aandacht aan de beweging ‘naar binnen’ en ‘naar buiten’ toe en  aan de afnemende én nieuwe vormen van kerkbetrokkenheid. We gaan in dit perspectief ook in op enkele recente uitdagingen en mogelijkheden voor een hedendaagse jongerenpastoraal. Een gesprek met een getuigenis uit het werkveld komt daarbij ook aan bod.

2) Vier beurten prof. J. Mettepenningen over christelijke identiteit
Dit deel focust vooral op de christelijke identiteit en wordt ontwikkeld als een drieluik: identiteit, christelijke identiteit en toegepaste christelijke identiteit. Concreet wordt na enkele fundamentele reflecties bij de notie van identiteit ingegaan op de essentie van het christen-zijn, waarbij de verwerkelijking van het christen-zijn in een veranderende context (cf. recontextualisering) wordt stilgestaan. Daarmee worden de fundamenteel-theologische bouwstenen van het christelijk geloof gekoppeld aan reflecties omtrent de concrete gestalte van dat christen-zijn in kerk en samenleving. De nood aan versterking van eenieders mens-zijn op grond van de diversiteit aan levensbeschouwelijke profielen en eenieders zin-zoeken, de crisis binnen de kerk, de uitdagingen van snel wisselende tijden, en de manier waarop binnen het onderwijs vanuit deze context met identiteit kan worden gewerkt, o.a. via de persoon van de godsdienstleerkracht, krijgen daarbij bijzondere aandacht.

3) Vier beurten met prof. M. Steen over christelijke spiritualiteit
Ten slotte bieden we nog enkele reflecties over de spiritualiteit van de   christen,  cirkelend rond de drie ‘goddelijke’ deugden van geloof, hoop en liefde. Spiritualiteit heeft te maken met het concrete beleven van de christelijke identiteit. Welke karakteristieken kunnen we ontwaren  in de beleving van het christelijk geloof? We gaan vooral in op het gave-karakter. Welke hoop  kan de christen vinden, vooral in situaties van lijden en dood? En hoe komt de liefde daarin tot uiting? Aansluitend hierbij laten we ook een  paar gastsprekers aan het woord die vertellen hoe zij christelijke spiritualiteit gestalte proberen te geven.

  • Naast de hoorcolleges en actieve deelname aan de sessies met de getuigenissen,  wordt van elke student verwacht om een hedendaags boek van christelijke spiritualiteit te lezen (de studenten maken hierbij een keuze uit een lijstje van publicaties, dat op Toledo wordt geplaatst) en tevens om een korte reflectiepaper te maken van minimum 2/maximum 4 bladzijden. Deze beknopte reflectiepaper bevat 2 aspecten: een korte  reflectie bij een facet (of een paar facetten) van het boek van christelijke spiritualiteit dat gelezen werd én een persoonlijke reflectie over ‘christen zijn vandaag’ (gebaseerd op een of meerdere elementen uit de cursus en/of getuigenissen en dit verbindend met eigen inzichten, ervaringen,…)

 

 

 

 

Studiemateriaal

• Deel colleges prof. J. Mettepenningen: cursusnota’s
• Deel prof. M. Steen: het cursusmateriaal bestaat uit een cursustekst en een reader, waarin ook publicaties van de docent zelf opgenomen zijn. Het cursusmateriaal kan aangeschaft worden bij Katechetika.

* Eventueel teksten/powerpoints van gastsprekers, via Toledo

Toelichting werkvorm

*Actieve deelname aan de hoorcolleges en ook aan de sessies met de gastsprekers vanuit het pastorale veld wordt van de studenten verwacht. Er is ruimte voor vraagstelling en interactie.
*Elke student leest persoonlijk een hedendaags boek van christelijke spiritualiteit  (en maakt hierbij een keuze uit een lijstje van publicaties, dat op Toledo wordt geplaatst) en schrijft tevens een korte reflectiepaper van minimum 2/maximum 4 bladzijden.
 

 

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Christelijke gemeenschap, identiteit en spiritualiteit (B-KUL-A27D7a)

Type : Partiële of permanente evaluatie met examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling, Paper/Werkstuk
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Mondeling examen met korte schriftelijke voorbereiding.


De studenten krijgen een grote open vraag (eventueel bestaande uit deelvragen) van elk van de twee docenten voor wat hun respectievelijke hoorcolleges/sessies betreft. Hierbij wordt vooral verwacht dat de studenten alle belangrijke elementen op een goed gestructureerde en heldere manier kunnen weergeven en inzicht hebben in het onderwerp. Ze worden tevens getoetst naar hun mogelijkheid om een eigen reflectie en mening te geven aangaande de besproken thematiek, mede op grond van wat er in de colleges/sessies is aan bod gekomen.
Op het mondeling examen kunnen eventueel bijvragen worden gesteld om de studenten te ondersteunen in het komen tot een meer afdoend of vollediger antwoord of om een mogelijke verdieping en detaillering van het antwoord te toetsen of om de link te leggen met de inbreng van de gastsprekers of andere delen uit de cursus. Bij minstens één van beide docenten wordt even ingegaan op de reflectiepaper (en het bijhorende gelezen boek).
Op voorhand krijgen studenten een korte schriftelijke voorbereidingstijd (twintigtal minuten). Die voorbereiding dient enkel voor de student als instrument voor zichzelf (als structurering van het antwoord dat mondeling wordt gegeven).
De verwachtingen rond examen en paper worden ook mondeling nog eens toegelicht in de colleges.

Puntenverdeling:
• Het mondeling examen: bij prof. Steen op 10 punten / bij prof. Mettepenningen op 6 punten (dus samen 16/20)
• Reflectiepaper: 4/20 (de paper wordt door beide docenten beoordeeld)
 

 

-

ECTS Patristic Greek: Readings (B-KUL-A07E5A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term
N.

Aims

Students are able to:

  • read substantial (portions of) Greek patristic texts in the original language.
  • demonstrate their knowledge and correct application of Greek morphology and syntax.
  • demonstrate their insight in and explain the characteristic features of the Greek employed by the early Christian authors of the 2nd-5th centuries.
  • show their acquaintance with the twists and turns of theological argumentation as it is only possible through a careful reading in the original language.
  • demonstrate their advanced  knowledge of (aspects of) Christian theology in Late Antiquity. 

Previous knowledge

  • Good knowledge of morphology and syntaxis of Classical Greek and/or koinè (biblical Greek) 
  • Experience in analyzing sentences and larger textual entities.
  • Experience in the use of lexical and grammatical tools.
  • Previous knowledge of/exposure to patristic Greek is desirable but not essential.

As entry requirements c.q. previous knowledge  a minimum of Biblical Greek Ia and IB  or equivalent competence is presupposed.

Onderwijsleeractiviteiten

Patristic Greek: Readings (B-KUL-A07E5a)

4 ECTS : Lecture 26 Second termSecond term
N.

Content

Each week in class about 30 lines of text will be read. The teacher will introduce the text to be read. Students prepare at home a thorough  morphological and  syntactical analysis of the text. During class the text is parsed and analysed. Partly drawing on the students’ preparation, commentary on the text is provided ( both grammar and content).
As to difficulty a progressive curve will be envisaged. During roughly the first half of the course we will use texts from Whitacre’s Greek Patristic Reader, where some of the preparation is already done and many difficulties already solved. Gradually students will have to solve these problems themselves and larger, coherent texts will be read. These texts will be selected according to the students’ interest and capacity.    Depending on the size and composition of the group of participants in the course, a diversified approach will be adopted whereby very advanced students may receive more challenging assignments. 

Course material

  • A reader with texts (photocopy)
  • Rodney A. Whitacre, A Patristic Greek Reader, Hendrickson, 2007 (may be purchased but is not necessary)
  • A. Liddell - H. Scott, A Greek-English Lexicon (multiple editions; available in library).
  • G.W.H. Lampe, A Patristic Greek Lexicon, Oxford, 1968, 19847. (available in library)

Language of instruction: more information

The course is provided in English for the students within and outside FTRW who need a more thorough knowledge of patristic greek. Dutch-speaking students can also go to the Faculty of Arts.

Format: more information

This course takes the form of a workshop based one the one hand on the preparation of the students, and on the other hand on specific parts of Whitacre's Greek Patristic Reader.

Students are expected to prepare a morphological and  syntactical analysis of the text before classes.

During classes, the teacher introduces the texts, gives his commentary on the text ( both grammar and content), and supervises the analysis based on the students' preparation.
 

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Patristic Greek: Readings (B-KUL-A27E5a)

Type : Partial or continuous assessment with (final) exam during the examination period
Description of evaluation : Oral, Written
Type of questions : Closed questions
Learning material : Course material, Reference work

Explanation

The exam consists of two parts: a long written part and a brief oral part. 

Written part:

Students will have to translate into English a new, Greek text which is comparable to the ones covered during class. Context and rare vocabulary will be provided. Additional questions regarding morphology and syntax will be added. Students may use a Greek dictionary.

Oral part:

During the oral part of the exam the examinator reviews the written exam and may ask quick additional questions in order to test the depth of the acquired insight.

Final result:

The evaluation and final mark bear on the written and oral part together, as the latter is only a clarification of the former. As to division of points: half of the points are on the translation, the other half on morphology, syntax and comments on the content of the text. Criteria for the evaluation are: ability to translate with the aid of a dictionary; completeness of knowledge of morphologhy and syntax; and ability to comment the content of a text.

ECTS Seminarie pastoraal leiderschap (B-KUL-A07F1A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester Uitgesloten voor examencontract
Dillen Annemie (coördinator) |  Dillen Annemie |  Liegeois Axel

Doelstellingen

2. Specialisering in een bepaald vakgebied met het oog op het leveren van een constructieve bijdrage aan de theologie en de religiestudie.
3. Grondige vertrouwdheid met bronnen, problemen en methoden binnen het eigen specialisme.
4. De kennis en methoden van de eigen discipline op relevante wijze kunnen toepassen binnen de gelovige reflectie in kerkverband.
5. Inzicht in de relatie van de studie van theologische en religieus-maatschappelijke problemen met de actuele maatschappelijke context die zich kenmerkt door een religieus, levensbeschouwelijk en ethisch pluralisme en groeiende globalisering.
6. In staat zijn tot het verrichten van zelfstandig theologisch onderzoek en tot het doorgeven van de verworven attitudes, methodes en kennis.
7. Openstaan voor interdisciplinaire vraagstellingen en in staat zijn om vanuit het eigen specialisme aan interdisciplinair onderzoek mee te werken.
12. In staat zijn kritisch over deze pastorale taak en pastorale setting te reflecteren met het oog op het verrichten van praktisch-theologisch onderzoek. 

Studenten zijn in staat om:
1. essentiële kenmerken van goed pastoraal leiderschap te benoemen en te herkennen in casusbeschrijvingen;
2. kenmerken van agogische processen te noemen en te herkennen;
3. theologisch/ethisch/agogisch te reflecteren over begeleiding van groepen en groepsprocessen in pastorale en catechetische contexten;
4. mogelijke spanningen te noemen in pastorale contexten (in verband met theologische discussies, en eerder relationele, groepsmatige kwesties) en manieren aan te geven om met conflicten in een pastorale context om te gaan;
5. uit te leggen waarom professionele pastores ‘leiderschapskwaliteiten’ zouden moeten ontwikkelen en aangeven hoe ze vormen van leiderschap opnemen in diverse contexten;
6. aan te geven welke rol pastores kunnen spelen bij ethische kwesties;
7. uit te leggen hoe ethische reflectie deel uit maakt van professioneel en adequaat pastoraal leiderschap;
8. het relationeel ethisch model (‘Waarden in dialoog’) te ontwikkelen en te verantwoorden;
9. het relationeel ethisch model toe te passen op casussen uit het pastorale werkveld;
10. zelfstandig ethisch te reflecteren op thema's uit de professionele ethiek van de pastor;
11. een kritische houding te verwerven tegenover gangbare en eigen ethische en pastorale opvattingen;
12. het belang van voortdurend leren aan ervaring voor zichzelf te omschrijven in relatie tot pastoraal leiderschap;
13. aan te geven hoe ze voorwaarden tot het leren aan ervaring kunnen creëren voor diegenen die ze (mogelijk) aansturen of met wie ze samenwerken;
14. de verschillende vormen van praktijkbegeleiding te onderscheiden, om de juiste vorm te selecteren op basis van omstandigheden, noden, eigenheid en kenmerken van de leervorm en om de negatieve correlatie tussen praktijkbegeleiding en burn-out te benoemen;
15. de mogelijkheidsvoorwaarden voor goede pastorale supervisie aan te geven en hun eigen aandeel daarin te omschrijven.

Begintermen

Master in de godgeleerdheid en de godsdienstwetenschappen.

Onderwijsleeractiviteiten

Seminarie pastoraal leiderschap (B-KUL-A07F1a)

4 studiepunten : Practicum 26 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

Volgende inhoudelijke elementen komen aan bod:

Taken
• Communicatieprocessen begeleiden
• Veranderingsprocessen coachen
• Beslissingen nemen
• Leiderschap uitoefenen
• Vorming geven
• Onderzoek uitvoeren

Competenties
• Agogiek
• Coaching
• Ethiek
• Supervisie en werkbegeleiding
• Onderzoek

Perspectieven
• Hoe naar zichzelf kijken?
• Hoe zich collegiaal gedragen in team?
• Hoe interdisciplinair samenwerken in netwerk?
• Hoe organisatie aansturen?
• Hoe verhouden tot maatschappij?

Theologische en spirituele dimensie in taken, competenties en perspectieven.
 

 

Studiemateriaal

• A. Dillen & D. Pollefeyt (ed.), Ga nu allen in vrede! Omgaan met macht en conflicten in pastorale contexten, Leuven: Davidsfonds 2010.
• A. Liégeois, Waarden in dialoog. Ethiek in de zorg, Leuven: LannooCampus, 2014.
• A. Vandenhoeck et al., Praktijkbegeleiding van pastores. Met het oog op kwaliteit van werk en leven, Antwerpen: Halewijn, 2006.
• K. Pansters et al. (ed)., De volgeling die voorbijgaat. Leiderschap in het licht van Franciscus van Assisi, Utrecht: Valkhofpers, 2014.
• J. Remmerswaal, Begeleiden van groepen: groepsdynamica in praktijk, Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2006.
• J. van Saane, Geloofwaardig leiderschap, Zoetermeer: Meinema, 2012.
• A. Vandenhoeck, Burn-out vermijden. Naar een onderbouwde zorg voor pastores in de gezondheids-en welzijnszorg, in Collationes 44 (2014/1) 103-119.

Toelichting werkvorm

• Presentaties door studenten en groepsdiscussies
• Lectuuropdrachten en reflectievragen gesteld door de docent of aangebracht door studenten (via Toledo)
• Korte theoretische interactieve uiteenzettingen door de docent
• Observatie praktijk
• Oefeningen, rollenspel
• Casusbesprekingen
• Eventueel gastcollege

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Seminarie pastoraal leiderschap (B-KUL-A27F1a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Paper/Werkstuk, Ontwerp/Product, Verslag, Presentatie, Medewerking tijdens contactmomenten, Procesevaluatie

Toelichting

• (30%) Korte reflectiepaper (2 à 3 pagina’s, met verwijzing naar literatuur) (individueel)
• (20%) Ontwikkeling van een agogisch instrument om pastores over aspecten van pastoraal leiderschap te laten nadenken (indien mogelijk per twee) (bv. casus en reflectievragen om in groep te bespreken, spel met reflectievragen, uitgewerkt rollenspel met reflectie-opdrachten, kort artikel met verwerkingsvragen, opdrachten rond omgaan met conflict, …)
• (20%) Observatie/interview  + reflectiepaper (2 pagina’s)
• (20%) Presentatie of voorbereiding rollenspel
• (10%) Medewerking lessen
 

 

Toelichting 2e examenkans

De elementen medewerking in de les en presentatie/voorbereiding rollenspel kunnen niet opnieuw gedaan worden. De behaalde punten voor dit deel blijven behouden in de tweede examenkans.
(Met uitzondering van de studenten die dit vak owv gegronde redenen in zelfstudie studeren, voor hen wordt een alternatieve opdracht voorzien op Toledo).
 

ECTS The Synoptic Gospels & the Book of Acts (B-KUL-A07F4A)

4 ECTS English 26 First termFirst term
N.

Aims

Students are expected being able to critically discuss the principles and key concepts of the major synoptic theories and of the current research on Acts that will be studied and to apply these principles and concepts on a specific passage.

Previous knowledge

Biblical Greek (at least level 1b) and at least one BA/MA level course on Synoptic gospels.

Onderwijsleeractiviteiten

The Synoptic Gospel & the Book of Acts (B-KUL-A07F4a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term
N.

Content

The course will offer a critical presentation and discussion of recent studies on the major synoptic hypotheses (Two-Source Hypothesis, Two-Document Hypothesis or neo-Griesbach, Farmer-Goulder Hypothesis, Multiple Stage Hypothesis). In particular attention will be given to the current state of debate on the minor agreements, the discusison about Q, and the issue of biased synopses.

Course material

A reader with literature and research articles will be made available to the students.

Students also need a Greek Bible.

Format: more information

Students are expected to read the assigned research articles before classes, to formulate the discussed hypothesis/problem/theory in the article and to prepare questions of clarification. During classes, students are expected to participate actively by indicating the main hypothesis/problem/theory and by asking questions of clarification if necessary. The teacher presents his comments on the article and enables the students to read the articles critically and to make connections to other parts of the course material. Students' active participation during contact hours has an impact on the final result.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: The Synoptic Gospel & the Book of Acts (B-KUL-A27F4a)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral
Type of questions : Open questions
Learning material : None

Explanation

Oral exam with written preparation.
Each student receives 3 questions about the course material: two main questions and a more detailed one. The main questions deal with the critical presentation of an article that was discussed in class. Students are expected to explain the main problem/hypothesis/theory of the article, to describe the methodology of its author, and to make some comments on the article in connection with other material that was discussed in class.

The written preparation merely serves as an aid to the student. Additional questions may be asked to help the student to come to a more satisfying answer.

Percentage value of each component in the evaluation:

  • main questions: 80%
  • detailed question: 20%

The final result is not merely the sum of the individual results on each exam question, but a weighing of the whole oral discussion and the student's participation in class.

Criteria for the evaluation:

  • acquired insights;
  • ability to situate a particular article in the whole of the course material;
  • critical reading and presentation of the article by taking into account all relevant comments;

Students should bring a bible (New Testament) to the exam.

 

ECTS Latin Patrology (B-KUL-A07F5A)

4 ECTS English 26 First termFirst term
Dupont Anthony |  Knotts Matthew (cooperator) |  Vanspauwen Aäron (cooperator)

Aims

Augustine of Hippo (354−430) is considered as one of the most important Church Fathers of Western Antiquity. His thinking had and has a deep influence on Western thinking - politics, ethics, philosophy, anthropology, theology, etc. This course deals with the key positions of his theological reflections. We will investigate the chronology of his life within the context of the historical facts of the era in which he lived and within the framework of the Latin Patristic theological thinking. We will elaborately study the most important writings of his oeuvre, and consider the relation between historical context and theological content. Special attention will be paid to possible evolutions in his thinking.

This course studies in a systematic way the key positions from Augustine’s theological and philosophical reflections. As far as possible, his basic ideas will be presented within the chronological framework of his life and his writings. Augustine’s Confessiones and Retractationes, together with Possidius’ Vita Augustini will function as guide. The discussed writings will be placed within their context of composition and their intended audience. The course will focus on Augustine’s original texts, complemented with discussions in secondary scientific studies.

The aim is:
(i) to acquire and memorize basis knowledge of the important data/facts/chronology of Augustine’s life and the historical context he lived in;
(ii) to explore the most important writings of Augustine’s oeuvre, to identify their literary format and to be able to explain their content;
(iii) to understand and discuss the core ideas of Augustine’s thinking, how they are linked, and how they evolved in his own life;
(iv) to grasp how (historical and personal) context and the content of Augustine’s ideas are intrinsically interwoven, and to be able to illustrate the latter in concrete case studies;
(v) to learn to read source material (in translation), to analyze and contextualize it, to critically assess how it is later on received and evaluated, and to gain insight in how it is processed and discussed in contemporary scientific scholarship.

The interconnectedness of the above mentioned 5 objectives is illustrated in the conceptmap you can find through the following link:
https://theo.kuleuven.be/en/research/research_units/ru_church/a07f5a-latin-patrology

Key reference for further study [Reading room library]:
- Basic: Henry Chadwick (Augustine of Hippo. A life, Oxford 2009).
- Additional reading: Serge Lancel (Saint Augustin, Paris 1999 – Saint Augustine, London 2002).

Previous knowledge

No specific prerequisites.

Onderwijsleeractiviteiten

Latin Patrology (B-KUL-A07F5a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term
Dupont Anthony |  Knotts Matthew (cooperator) |  Vanspauwen Aäron (cooperator)

Content

This course studies in a systematic way the key positions with regard to Augustine’s theological and philosophical reflections. As far as possible, his basic ideas will be presented within the chronological framework of his life and his writings. The discussed writings will be placed within their context of composition and their intended audience. Special attention will be paid to Augustine’s Christology, Ecclesiology, doctrine of grace and his teachings on (original) sin, guilt and concupiscence. The course will focus on Augustine’s original texts, complemented with discussions in secondary scientific studies.

Course material

(1) Assigned study material: content and primary sources presented in the PowerPoint-Presentations (for the processing of this study materiaal, cf. infra: evaluation/examination).
This study material is organised according to the following table of contents:

Part I: Augustine’s Journey of Discovery

A. Discovering himself:
1. Childhood and formation.
2. Augustine the professor.

B. Discovering Christianity:
1. Conversion experience.
2. His first steps in Christianity.
3. His shift from ‘Christian philosophy’ to ‘philosophical Christianity’.

C. Discovering the Church:
1. Priest in Hippo.
2. Bishop of Hippo.

Part II: Expansion and Deepening of Augustine’s Thought and Religious-Pastoral Practice

A. Founder of the Christian culture:
1. Concerning Christian Doctrine– De doctrina christiana.
2. The Confessions - Confessiones.

B. Augustine’s thought concerning the Church:
1. Internal: Augustine on the Sacraments and sinners – Donatist Controversy.
2. External: the relationship between Church and state – The City of God – De ciuitate Dei.

C. Augustine’s thought concerning God:
1. Internal: the relationship between Father, Son, and Holy Spirit – On the Trinity – De Trinitate.
2. External: The relationship between divine grace and human freedom – Pelagian Controversy.

Part III: Death, legacy, reception, epilogue, contemporary relevance.

(2) Key reference for further reading [Available in the reading room the Theology Library (=Maurits Sabbe Library - ground floor)]:
- Basic and concise: Henry Chadwick (Augustine of Hippo. A life, Oxford 2009).
- Additional and elaborate: Serge Lancel (Saint Augustin, Paris 1999 – Saint Augustine, London 2002).

Format: more information

Reading of the texts in interaction with the students.

Bibliography

Sources

  • Bibliothèque Augustinienne, Œuvres de Saint Augustin, Desclée de Brouwer/Études augustiniennes, Paris, 1949-.
  • The Works of Saint Augustine, A translation for the 21st Century, New City Press, New York, 1990-.
  • Sankt Augustinus: Der Lehrer der Gnade, Augustinus-Verlag, Würzburg, 1955-; Sankt Augustinus: Der Seelsorger, Augustinus-Verlag, Würzburg, 1949-1975; C. J. Perl,  Aurelius Augustinus’ Werke in Deutscher Sprache, Ferdinand Schöningh, Paderborn, 1954-1984.
  • Nuova biblioteca agostiniana, Opere di sant'Agostino, Edizione latino-italiana, Città Nuova, 1965-.
  • Biblioteca de autores cristianos, Obras completas de San Agustín, Biblioteca de autores cristianos, Madrid, 1954.

List of available translations for each separate writing of Augustine: http://www.augustijnsinstituut.nl/publicatie.php?nav=215

Secundary literature

  • Biographies written by: Serge Lancel, Vera Paronetto, Peter Brown, Garry Wills, Stephen Cooper, Frits van der Meer, James J. O’Donnell, Henry Chadwick, Le Nain de Tillemont.

Three important reference works:

  • Augustinus-Lexikon (Mayer C. (ed.), Basel 1986-2011),
  • Augustine through the Ages. An Encyclopedia (Fitzgerald A. D. (ed.), Grand Rapids/Cambridge 1999),
  • Augustinus-Handbuch (V.H. Drecoll (ed.) Tübingen 2007).

Digital Research Instruments: sources and resources:

  • Corpus Augustinianum Gissense (CAG, Würzburg) ; Library of Latin Texts (LLT, Turnhout), accessible through our library digital database.

Internet:

Research Institutes:

Images:

Archeology:

  • Sites et monuments antiques de l’Algérie (Blas de Robles J.-M., Sintes C., Aix-en-Provence 2003).
  • Saint Augustin, une mémoire d’Algérie (Lafont-Couturier H., Ferdi S., Chauveau Ph., Paris 2003).
  • L’Algérie antique. De Massinissa à Saint Augustin (Lancel S., Bouchenaki M., Daoud O., Paris 2003).
  • La Tunisie antique. De Hannibal à Saint Augustin (Slim Di H., Fauqu N., Paris 2001).
  • www.imagesdetunisie.com/france/gallery/396-0-romains.html

 

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Latin Patrology (B-KUL-A27F5a)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral
Type of questions : Open questions
Learning material : None

Explanation

Oral exam with written preparation of the treated material, closed book (the students are not allowed to bring along any material/texts/books). The preparation time is meant for sketching a schematic synopsis of the answer. Grading is based on the oral presentation. Since the exam-questions cover much material, additional questions asked during the examination are intended to focus on and deepen specific aspects of the answer.


During each lesson (in the respective PowerPoint-presentations), students receive a number of exam questions that will be supplemented with a number of questions at the end of the semester. This set of questions is the exhaustive list of 36 exam questions (for questions (1) and (3), cf. infra). This list will be, at the end of the semester, posted on Toledo.


On the exam, three questions are given (cf. infra for concrete examples):

(1) A more historical and substantive question (taken from the said list of 36 exam questions), about the life of Augustine, of his contemporaries, about the time he lived, on the content and development of his thinking. [8/20p.]

(2) Discussion of a text read in class (all these texts can be found in the PowerPoint-presentations). For the examination, 24 texts are selected. [8/20p.]

(3) A question (taken from the list of 36 exam questions) prepared by the students themselves. [4/20p.]

 

---

Two examples of exam-questions (1) and (3) are the following:

  • “What are the sources for Augustine’s life and how should we read them?”
  • “Sketch Augustine’s teaching on grace. Is there an evolution in his doctrine on grace?”

 

An example of exam-question (2) is the following:

Situate the present text within the life and thinking of Augustine, and subsequently discuss its content. Explain this text:  as part of the Confessiones; as a pattern of his own life; as a summary of Augustine’s whole theological thought.

Great are You, O Lord,

and greatly to be praised;

great is Your power,

and of Your wisdom there is no end.

And man, being a part of Your creation,

desires to praise You,

man, who bears about with him his mortality,

the witness of his sin,

even the witness that You “resist the proud,” —

yet man, this part of Your creation, desires to praise You.

You move us to delight in praising You;

for You have formed us for Yourself,

and our hearts are restless till they find rest in You.

Confessiones 1,1,1.

---

 

Each answer will be evaluated according to the following criteria:

  • Has the student studied the basis data/facts/chronology of Augustine’s life and the historical context he lived in (e.g. theological controversies)? Does the student know the most important writings of Augustine’s oeuvre and their content?
  • Does the student understand the core ideas of Augustine’s thinking and how they evolved in his own life?
  • Does the student grasp how (historical and personal) context and the content of Augustine’s ideas are intrinsically interwoven?

 

 

ECTS Practical Ecclesiology (B-KUL-A07F6A)

4 ECTS English 26 First termFirst term

Aims

  • The students are able to describe, explain and evaluate some specific issues and research related themes in the field of practical ecclesiology.
  • The students are able to form a critical and theologically founded opinion on the base of literature on topics in practical ecclesiology.
  • The students are able to carry out critical reflection and discussion on some current theological and pastoral challenges in the building up of Christian communities today and to formulate some possible new research questions with regards to their local ecclesial context(s).
  • Students have acquired a familiarity with basic concepts in pastoral theology and ecclesiology.
  • Students have the openness and interest to deal with specific issues of the contemporary Church, are able to develop a personal and critical approach and are able to converse respectfully with students from other ecclesial and cultural contexts.

 

 

 

Previous knowledge

  • Students have acquired a familiarity with basic concepts in pastoral theology and ecclesiology.
  • Students have the openness and interest to deal with specific issues of contemporary Church, are able to develop a personal and critical  approach and are able to converse respectfully with students from other ecclesial and cultural contexts

Onderwijsleeractiviteiten

Practical Ecclesiology (B-KUL-A07F6a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term

Content

The course is dealing with some ‘capita selecta’, some special topics and research related themes in the field of practical ecclesiology, such as:

  • Building up of a Christian community in line with Vat II (cf. B.J. Hilberath; F. Apiah-Kubi)
  • Small Christian communities (cf. J. Healey and J. Hinton (eds.), Small Christian Communities Today. Capturing the New Moment, Maryknoll, New York, 2005
  • Applications of the paradox/tension of identity and relevance in contemporary Church in several contexts (starting from J. Moltmann’s approach)
  • Practical ecclesiological applications of several  'models of the Church'
  • The parish: challenges (cf. A. Borras / cf. also E. Duffy (ed.) Parishes in transition, Dublin, 2010)
  • Presentation of current research in the field of practical ecclesiology:
       +Fresh Expressions of Church –  by dra. Liesbeth Pulinckx
       +Research on parish types and ‘searching for parish engagement scale’  – by  Brendan Reed
       +The  ‘Poitiers’- model on being a local church – by dr Tomas Folens
  • The Church, sacrament of the Spirit and new ecclesial/spiritual movements (starting from research of the lecturer)
  • Dialogue in the Church (cf. B. Hinze, Practices and dialogue in the Roman Catholic Church. Aims and obstacles, lessons and laments, Continuum, New York/London 2006) and discussion of possible applications of dialogue in different ecclesial contexts
  • The relationship between theodicy and (practical) ecclesiology: the embodiment of God’s mercy for suffering people, a challenge for the church today (starting from research of the lecturer)

 

 

Course material

Course material: a reader including course notes, book chapters/articles (via course service of the students).

Format: more information

  • Students are introduced to the themes and texts under discussion by the lecturer, after which reflections and discussions will follow in small groups and/or  in plenum. The interaction between Flemish and international students is stimulated.
  • Students are expected to attend the lectures (also the guestlectures) and the discussions in an active manner.
  • Students are expected to study the texts of the reader carefully.
  • Students are expected to write a short  personal reflection (minimum 2/maximum 4 pages) on some challenges of the church as a community considered from the perspective of their own ecclesial context  -  in this paper, they also formulate  briefly a possible new research question in this view (this short paper has to submitted at least at 1 june).
  • Students are stimulated to participate to the discussion board on Toledo and to share their critical personal opinions.

 

 

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Practical Ecclesiology (B-KUL-A27F6a)

Type : Partial or continuous assessment with (final) exam during the examination period
Description of evaluation : Oral, Paper/Project
Type of questions : Open questions
Learning material : None

Explanation

  • Oral examination with short written preparation. The written preparation is not an aspect of the evaluation itself but is only meant as a scheme/support  for the student to be used during the oral explanation.
  • Closed book (no books or texts are allowed)
  • The list of exam questions will be made available via Toledo.
  • There is one large question related to one of the  themes/topics of the course. This question contains some sub-questions. These questions try to trace the student's knowlegde, insight and capacity of personal reflection. The students are expected to be able to describe, explain and argue the main aspects of the specific topic, basing themselves on the content of the class lectures, the course notes and reader. It is important that the student gives a well strucured answer in which all  essential aspects are included. The students  also are expected to be be able to give a personal opinion and to formulate some personal reflections. The final result on 20 is a weighing of the quality of the given answer on the questions of the oral examination (16 points) and of the quality of the short paper (on 4 points)

ECTS Liturgical and Sacramental Theology (B-KUL-A07F7A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term

Aims

Aims

In general. This course aims at further developing the intellectual capacities of the students with regard to specific isssues in the field of sacramental theology, liturgical studies, and cognate disciplines. This is done not only by mediating cognitive contents but also by stimulating reflexive attitudes. Because the content of the course changes each time when it is taught, the specific goals are also subject to changes.

In particular. At the end of the lecture series the students can:

  • situate the origins and the guiding intuitions of the Liturgical Movement;
  • comment theologically upon a selection of key writings by major representatives of the Liturgical Movement;
  • formulate a well-informed opinion about the motifs and results of the Liturgical Movement;
  • interpret the pastoral and scholarly dimensions of the Liturgical Movement;
  • evaluate the importanve of the Liturgical Movement for the future of Church and theology in different contexts;
  • explain what the differences are between the various representatives of the Liturgical Movement which will be discussed.

Previous knowledge

Students are expected to be familiar with basic concepts of sacramental theology and liturgical studies. It would also be good that they dispose of a general insight into the history of ideas. 

If students lack substantial knowledge about (Roman Catholic) liturgy, the professor is willing to provide reading suggestions.

Onderwijsleeractiviteiten

Liturgical and Sacramental Theology (B-KUL-A07F7a)

4 ECTS : Lecture 26 Second termSecond term

Content

The content of this course is subject to biennial changes. For the year 2016-2017 the overarching theme is "The Origins and Contemporary Relevance of the Liturgical Movement."

The professor will a provide a thorough historical and methodological introduction to the theme of the course. Then he will discuss the position of several key representatives of the Liturgical Movement. Primary sources will be taken both from a wide variety of authors.

Course material

The primary texts which will be discussed and a few articles which provide background will be made available at the beginning of the lectures. 

Format: more information

Students are expected to read the primary texts which are commented upon in class beforehand. 

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Liturgical and Sacramental Theology (B-KUL-A27F7a)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral
Type of questions : Open questions
Learning material : None

Explanation

An exhaustive list with exam questions will be made available at the end of the lecture series. In addition, students receive a document with a detailed grading scale, so that they know what they are up to.

At the exam, students take two numbers ad random. The numbers refer to the list of questions. The students thereupon prepare their answers to the questions and present them to the examinator. The final result is the sum of 2 scores on a maximum of 10 points each.

ECTS Onderzoeksscriptie (B-KUL-A07F9A)

10 studiepunten Nederlands Beide semestersBeide semesters
De Tavernier Johan (coördinator) |  N.

Doelstellingen

De masterproef beoogt een onderzoeksgerichte bijdrage aan de praktisch-theologische wetenschapsbeoefening. Hiertoe is de student in staat om:

  • een bepaald thema volgens de methode van de praktische theologie systematisch uit te diepen, waarbij theorie en praxis aan elkaar gekoppeld worden
  • relevante wetenschappelijke literatuur selectief te verzamelen en gestructureerd te verwerken
  • praktisch-theologische teksten in de originele taal te bestuderen en interpreteren
  • conclusies formuleren te formuleren en een eigen standpunt te verwoorden, dat getuigt van maturiteit in de omgang met een praktisch-theologische vraag. 

 

Begintermen

De studenten beschikken over kritisch reflectievermogen, vermogen tot leren aan de eigen ervaring en de ervaring van anderen.

Onderwijsleeractiviteiten

Onderzoeksscriptie (B-KUL-A00C8a)

10 studiepunten : Masterproef Beide semestersBeide semesters
N.

Inhoud

Onder de leiding van een lid van het zelfstandig of bijzonder academisch personeel of een postdoc van de Faculteit bereidt de student een onderzoeksscriptie voor, die publiek gepresenteerd wordt. In zijn/haar onderzoeksscriptie behandelt de student een origineel praktisch-theologisch onderzoeksontwerp. Dit kan een afgerond betoog zijn of een status quaestionis waarin de stand van het onderzoek wordt aangegeven. Het onderwerp van de masterproef is gekoppeld aan de stage. De studie beantwoordt aan de vereisten van wetenschappelijk onderzoek en is gebaseerd op een zelfstandige verwerking van primaire bronnen en vakliteratuur in verband met het behandelde onderwerp.

Omvang:

De onderzoeksscriptie telt minimaal 10 000 woorden, titelblad, inhoudstafel, bibliografie en eventuele bijlagen niet meegerekend.  Meegerekend worden dus uitsluitend de inleiding en het corpus van de tekst (inclusief voetnoten).


 

Opbouw:

De onderzoeksscriptie vertrekt vanuit een bereflecteerd element van de stage (beschrijving van ervaring, werkmateriaal, …) . Ook de volgende drie elementen worden in de onderzoeksscriptie opgenomen:

(1) De onderzoeksscriptie beoogt een theoretische en met literatuur onderbouwde reflectie op deze thematiek. De onderzoeksscriptie geeft een gestructureerd overzicht van de stand van het onderzoek in verband met het behandelde thema: de evaluatie van het onderwerp, het aangeven van nieuwe onderzoeksdomeinen en probleemstellingen en de formulering van mogelijke onderzoekshypothesen

(2) De onderzoeksscriptie sluit af met impulsen voor de praktijk.

(3) In bijlagen kunnen elementen van interviews of casussen opgenomen worden. In de onderzoeksscriptie zelf staat de reflectie op de praktijk en het literatuuronderzoek centraal. Bronnen uit de praktijk kunnen enkel samenvattend in de onderzoeksscriptie opgenomen worden.
 

Doel:

Met het schrijven van de onderzoeksscriptie levert de student een kritische bijdrage aan de praktisch-theologische wetenschapsbeoefening: reflecteren over concrete praktijken op het vlak van pastoraat en geleefde religie, relevante wetenschappelijke literatuur selectief verzamelen en gestructureerd verwerken, praktisch-theologische teksten in de originele taal bestuderen en interpreteren, conclusies formuleren en een eigen standpunt verwoorden met het oog op (nieuwe impulsen voor) de praktijk.
 

Meer informatie en richtlijnen?

Uitgebreide algemene informatie over de keuze van onderwerp, promotor en methode is te vinden in de  facultaire Richtlijnen voor het schrijven van scripties, verhandelingen, onderzoeksrapporten, onderzoeksscripties en proefschriften.
 

De student houdt zich strikt aan de algemene procedures en instructies vermeld in de facultaire Richtlijnen, o.m. wat betreft indienen van onderwerp, afspraken met promotor, vermijden van plagiaat, indienen van het werkstuk en vorm en typografie ervan. Hierbij worden ook de deadlines voor het indienen van het onderwerp en het indienen van de onderzoeksscriptie, die opgenomen zijn in de academische kalender, strikt gerespecteerd.
 

Studiemateriaal

Literatuur: boeken en tijdschriften, naast elementen uit de stage (interviews, verbatims, ervaringen, werkmateriaal zoals gebeden of beschrijvingen van rituelen, eventueel ook empirische data).

Toelichting werkvorm

Leeractiviteiten van studenten:

  • reflecteren over de ervaringen van de stage door middel van uitdieping van literatuur en confrontatie met recent wetenschappelijk onderzoek
  • relevante wetenschappelijke literatuur selectief verzamelen en gestructureerd verwerken
  • praktisch-theologische teksten in de originele taal bestuderen en interpreteren
  • conclusies formuleren en een eigen standpunt verwoorden.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Onderzoeksscriptie (B-KUL-A27F9a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Paper/Werkstuk, Presentatie

Toelichting

Een masterproef (onderzoeksscriptie) is slechts ontvankelijk wanneer aan een aantal formele vereisten is voldaan. Zie hiervoor Richtlijnen voor het schrijven van scripties, masterproeven en proefschriften.
 

De evaluatie van de masterproeven (onderzoeksscriptie) vindt plaats aan het einde van elke examenperiode en bestaat uit een openbare lezing en een bespreking met promotor en correctoren. Het geheel duurt 1 uur en bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Kort overleg tussen promotor en correctoren, in afwezigheid van de student.
b. Openbare lezing (20 minuten). De student zet de probleemstelling van zijn/haar onderzoeksscriptie uiteen, geeft een overzicht van het onderzoek en formuleert de belangrijkste onderzoeksresultaten.
c. Discussie, waarin de promotor, de correctoren en eventueel de andere toehoorders vragen en opmerkingen kunnen formuleren.
d. Eindevaluatie door promotor en correctoren, in afwezigheid van de student.
 

De onderzoeksscriptie wordt beoordeeld door de commissie (de promotor en twee correctoren). De som van de gegeven punten bedraagt max. 100 (promotor een punt op 40, correctoren elk een punt op 20 en tenslotte een gemeenschappelijk punt op 20). Promotor en correctoren bepalen hun punt individueel, onafhankelijk en op voorhand (dwz vóór de publieke presentatie). Is er een copromotor, dan geven promotor en copromotor elk een punt op 20. Het gemeenschappelijk punt wordt bepaald na de publieke presentatie en de bespreking en houdt dan ook rekening met deze presentatie en bespreking. Voor het bepalen van hun punten gaan promotor en corrector uit van de criteria vermeld in het feedbackformulier voor werkstukken (zie Richtlijnen voor het schrijven van scripties, masterproeven en proefschriften). Bij de bepaling van het eindresultaat voor de hele opleiding telt de hele masterproef (stage + onderzoeksscriptie) voor 40% van het totaal, waarbij stage en onderzoeksscriptie elk 20% van het totaal vertegenwoordigen.

 

ECTS Praktisch theologische stage (B-KUL-A07G0A)

16 studiepunten Nederlands Beide semestersBeide semesters Uitgesloten voor examencontract

Doelstellingen

Het systematisch uitdiepen van een bepaald thema volgens de methode van de praktische theologie, waarbij theorie en praxis aan elkaar gekoppeld worden. De masterproef beoogt:
1. Een onderzoeksgerichte bijdrage aan de praktisch-theologische wetenschapsbeoefening: relevante wetenschappelijke literatuur selectief verzamelen en gestructureerd verwerken, praktisch-theologische teksten in de originele taal bestuderen en interpreteren, conclusies formuleren en een eigen standpunt verwoorden, dat getuigt van maturiteit in de omgang met een praktisch-theologische vraag. 
2. Ingroeien in of verdiepen van het pastorale beroepsprofiel in een gekozen pastorale sector.

Het doel van de pastorale stage is dat stagiairs kunnen ingroeien in een pastoraal beroepsprofiel of dit verder kunnen verdiepen in een gekozen pastorale sector. Via het opdoen van pastorale praktijkervaring en de reflectie daarop verwerven stagiairs inzichten, oefenen zij vaardigheden en werken zij aan grondhoudingen nodig voor het beroep van pastor in deze sector. De stage kan ook een antwoord bieden op de vraag of het pastorale werk in deze sector de stagiairs liggen en of zij geschikt zijn voor de taak van pastor. Hierbij wordt aandacht besteed aan drie componenten:
- De persoonsgebonden component: Wie ben IK als pastor?
- De taak- en functiegebonden component: wie ben ik als PASTOR?
- De contextgebonden component: wat betekent pastoraat in deze pastorale sector?

Doelstellingen presentatie mindmap

1. De student kan theologische begrippen gebruiken en mondeling presenteren.
2. De student kan de samenhang en de spanning tussen verschillende interpretaties van theologische begrippen expliciteren.
3. De student kan theologische begrippen verbinden met ervaringen en praktijken uit concrete contexten
4. De student kan de evolutie in het eigen theologische denken beschrijven.
5. De student is in staat om synthetisch te denken, met andere woorden om elementen uit verschillende contexten (cursussen, werkcollege, stage, persoonlijk leven, …) met elkaar in relatie te brengen.
6. De student kan op een heldere wijze antwoorden op kritische vragen rond de gepresenteerde theologische begrippen en hun samenhang.

Begintermen

De studenten beschikken over kritisch reflectievermogen, vermogen tot leren aan de eigen ervaring en de ervaring van anderen.

Onderwijsleeractiviteiten

Praktische theologische stage (B-KUL-A00C9a)

16 studiepunten : Stage Beide semestersBeide semesters

Inhoud

De inhoud van de stage bestaat uit pastorale praktijkervaring (300 uur) en reflectie op deze praktijkervaring via leeractiviteiten (180 uur).


* Het ingroeien in de pastorale praktijkervaring (aantal uren studiebelasting is 300 uur of 10 studiepunten) verloopt in drie fasen:

(1) observatie en analyse, (2) mee uitvoeren of begeleiden, (3) zelfstandig uitvoeren of begeleiden.
Hierbij dienen de belangrijkste dimensies van het pastoraat aan bod te komen.

1) Individueel pastoraat
Diverse vormen van individueel contact, gesprek, begeleiding en gebedsmomenten, zoals kennismakingsgesprekken, gesprekken met individuen of paren als voorbereiding op sacramenten, hulpverlenende gesprekken, pastorale gesprekken, maar ook een langer lopende pastorale begeleiding. Hierbij wordt telkens aandacht besteed aan randkerkelijken, andersgelovigen,… De stagiair leert omgaan met de levens- en geloofservaringen, existentiële vragen en zinvragen van de pastoranten.

2) Gemeenschapspastoraat
Diverse vormen van groepsgesprekken en groepsbegeleiding. De stagiair doet ervaring op met:   

  • Een vorm van groepswerk waarin een tevoren vastgestelde pastorale taak, leeropdracht of doelstelling voorop staat: bijvoorbeeld catechetische groepen, of werkgroepen.   
  • Een vorm van groepswerk waarin de levens- en geloofservaringen van de deelnemers centraal staan zoals geloofsgesprekken, zingevingsgroepen, pastoraat en evangelisatie met gebruikmaking van sport, spel of kunst, bezinningsbijeenkomsten, rouwbegeleiding, begeleiding van zelfhulpgroepen (echtgescheidenen, weduwen en weduwnaars, …), groeigroepen vergeving…

3) Liturgie
Diverse vormen van vieringen, rituelen en zegeningen (individueel of in gemeenschap), homilie of getuigenis, participatie aan liturgische werkgroepen. De stagiair neemt deel aan de voorbereiding en gaat mee voor in eucharistievieringen of woord- en communiediensten, vieringen in liturgisch sterke tijden, houdt de homilie of brengt een geloofsgetuigenis, neemt deel aan of gaat voor bij de zalving en zegening van zieken en stervenden, bij afscheidsrituelen, bij andere gebedsdiensten of bezinningen, bij bedevaarten.

4) Organisatie
Diverse vormen van communicatie met teamleden, ander personeel, vrijwilligers, pastores, zoals deelname aan vergaderingen van het pastorale team of ruimere pastorale overleg- en samenwerkingsverbanden, overlegmomenten met personeel. Diverse vormen van animatie en vorming van personeel en vrijwilligers ter professionalisering, ondersteuning en motivering. Bepleiten en organiseren van structuren en activiteiten, verrichten van administratie en bureelwerk. Inzicht verwerven in de structuur van de pastorale dienst en de plaats in de ruimere organisatie, onder meer door één of meerdere interviews met een pastor, vrijwilliger en personeel.

* De reflectie op de pastorale praktijkervaring gebeurt via gerichte leeractiviteiten (aantal uren studiebelasting is 180 uur of 6 studiepunten). Deze activiteiten maken eveneens deel uit van de stage. De leeractiviteiten zijn:

1) De module kennismaking met pastorale supervisie
2) Inhoudelijke stage-afspraken
3) Het stageboek 
4) De begeleidingsgesprekken met werkbegeleiding en supervisor
5) De evaluatiegesprekken met een tussentijdse en eindevaluatie
6) Lectuur en vorming
7) Theologische integratie-oefening (mindmap)

 

Studiemateriaal

Ervaringen op de stageplaats (niet zelf te regelen, te bespreken met stagecoördinator en/of verantwoordelijke docent)

Literatuur

Reflectieverslagen

Supervisie en supervisieverslagen

Toelichting werkvorm

Leeractiviteiten van studenten:

1. stage lopen (via 3 fasen (1) observatie en analyse, (2) mee uitvoeren of begeleiden, (3) zelfstandig uitvoeren of begeleiden)

2. deelnemen aan de module "kennismaken met pastorale supervisie"

3. noteren van inhoudelijke stage-afspraken

4. bijhouden van stageboek

5. Voorbereiding en deelname aan begeleidingsgesprekken met werkbegeleiding en supervisor

6. Voorbereiding en deelname aan eindevaluatiegesprek, lectuur en deelname aan vorming.

7. Lectuur en vorming

8. Theologische integratie-oefening (mindmap)

Verloop van proces theologische integratie-oefening

Alle studenten die de lange stage lopen (namen op te vragen bij de docent), komen minstens twee keer samen rond het opstellen van een mindmap, en een derde keer onder begeleiding van een docent/assistent. We streven hierbij groepjes van drie of vier personen na.
Deze momenten worden door de studenten in onderling overleg bepaald. De derde keer wordt vastgelegd in de periode vlak voor de paasvakantie. Bedoeling is dat studenten individueel en in onderling overleg komen tot een (individuele) theologische visie, waarbij inzichten uit de opleiding en de stage geïntegreerd worden en waarbij ze door elkaar vragen te stellen en de visie aan elkaar te presenteren, tot meer inzicht en integratie van het geleerde komen. 

Verloop evaluatiemoment theologische integratie-oefening

Aan het einde van de opleiding is er een moment voorzien waarbij drie docenten de voorstelling van aspecten van de mindmap bijwonen en vragen kunnen stellen. De studenten van het groepje waarmee deze oefening werd voorbereid doorheen het jaar, zijn hierbij eveneens aanwezig en stellen op hetzelfde moment (drie of vier studenten na elkaar) hun mindmap voor.
Daarbij kiest de student twee elementen uit de mindmap uit die hij of zij toelicht in maximum 10 minuten. De docenten krijgen vervolgens 10 minuten om vragen te stellen. Daarna is er nog 10 minuten voorzien voor een verdere bespreking door de docenten en een feedback naar de student toe. Dit moment en deze oefening vormt een essentieel onderdeel van de stage en is mede van invloed voor het gezamenlijke punt dat door de stuurgroep wordt gegeven (20 procent van het eindpunt op de stage).

Concrete beschrijving van de opdracht

Reflecteer over (minstens) vier (theologische) thema’s, waarvan minstens twee thema’s uit onderstaande lijst, en twee die je vrij kiest (mogelijk uit de lijst, of nog andere). Integreer daarbij inzichten uit de stage en uit je hele theologische opleiding (en eventueel ook ervaringen daarbuiten). Lees hiervoor je hele stageboek opnieuw. Probeer samenhang of verschil/evolutie te detecteren tussen concepten onderling, en/of tussen verschillende interpretaties van bepaalde concepten.
 

Mogelijke thema’s zijn: integratie/vrijplaats, hermeneutiek, bijbel, belofte, zegen, onvolkomenheid, contingentie, genade, ambtelijke binding, beperking, lijden, dankbaarheid, gender, zonde, vergeving, spiritualiteit, God, Jezus, Geest, kerk, lichamelijkheid, christendom, Christus, islam, interreligieuze dialoog, vertrouwen, hoop, bevrijding, verlossing, hemel, vriendschap, macht, levensbeschouwing, religie, godsdienst, zingeving, zin, betekenis, liturgie, eucharistie, sacrament, ziekenzalving, biecht, doop, vormsel, priester, leek, ambt, dienst, dienstbaarheid, diaconie, caritas, opoffering, offer, gave, geven, ontvangen, voelen, hoofd, hart, handen, ethiek, geweten, moraliteit, onmacht, zindeficiëntie, beroepsgeheim, godsbeelden, professionaliteit, identiteit, boete, schuld, schuldgevoelens, ongeloof, ziekenzegen, stervenszegen, waken, apathie, non verbale communicatie, open vragen, kwetsbaarheid, inspiratie, veerkracht, liefde, parochie, gemeenschap, verbondenheid, natuur, symbool, deontologie, jodendom, boeddhisme, hindoeïsme, humanisme, geestelijke verzorging, Aha-erlebnis, aanraking, helen, heling, empathie, trouw, verzoenen, bijstaan, empowerment, begeleiden, voeden, ondersteunen, verwondering, afhankelijkheid, zorg, betrokkenheid, aandacht, presentie, gids, helper, verkondiging, koinonia, kerugma, charisma, leiderschap, Altaar, Oude Testament, Nieuwe Testament, verbond, verheerlijking, praesentia realis, gebed, Onze Vader, Weesgegroet, doxologie, dogmatiek, pneumatologie, getijdengebed, christologie, paasmysterie, integratie, samenwerking, correlatie (monocorrelatie, multicorrelatie), onderbreking, getuigenis, evangelisatie, missie, professionele identiteit, spirituele identiteit, institutionele identiteit, theoloog zijn, interreligieus, interlevensbeschouwelijk, vieren, pluralisme, inclusivisme, tolerantie, vrede, vorming, authenticiteit, autonomie, emotie, bedevaart, bewustzijn, bijnadoodervaring, coaching, comfortzone, communicatie, contemplatie, counseling, dromen, engelen, extravert, feedback, filosofie, focussen, gedachten, gedrag, geluk, gevoelens, geweldloos communiceren, horen, voelen, holisme, horoscoop, introvert, intuïtie, kosmos, lot, magie, meditatie, mind-body, mindfullness, mystiek, new age, ontspanningsoefeningen, pelgrimage, psychiatrie, psychoanalyse, psychologie, relatietherapie, reflecteren, retraite, reïncarnatie, sereen, stress, work-life-balance, telepathie, therapie, toeval, transcendent, immanent, transformatie, energie, zelfverwezenlijking, zen, zintuigen, utopie, universum, verstillen, yoga, vitaliteit, trance, verlichting, gedrag,  …

Bedoeling is dat je laat zien hoe je verbanden (en verschillen) ziet tussen bepaalde theologische concepten, door een mindmap samen te stellen en die vervolgens mondeling toe te lichten (tijdens een formeel moment in juni of september). Persoonlijke inzichten/belevingen kunnen daarbij aan bod komen in dialoog met elementen uit traditie/praktijk.

Evaluatiecriteria

Belangrijk is de mate van metareflectie, synthetisch vermogen en onderbouwing van de visies/samenhang. Studenten kunnen orthodoxe visies presenteren, of eerder liberaal-theologische beschouwingen bieden. Bedoeling is dat door deze samenhangende theologische visie te presenteren, studenten tegelijk aantonen hoe theologie en pastoraat met elkaar verweven zijn en hoe pastoraat leidt tot theologische reflectie en theologische reflectie ook in het pastorale handelen zelf een rol speelt.


 


 

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Praktisch theologische stage (B-KUL-A27G0a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Verslag, Presentatie, Portfolio, Procesevaluatie
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

Halverwege de stage wordt een tussentijdse evaluatie gehouden met de stagiair, de werkbegeleid(st)er en de stagecoördinator. De stagiair maakt aan de hand van een vragenlijst een schriftelijk verslag. Dit verslag wordt voor de tussentijdse evaluatie bezorgd aan de werkbegeleiding en aan de stagecoördinator. De werkbegeleiding geeft een mondelinge inschatting over de voortgang van de stage en het leerproces. De stagecoördinator brengt verslag uit aan de stuurgroep praktische theologie. Indien nodig kan op basis van deze evaluatie en na goedkeuring van de stuurgroep praktische theologie de stage bijgestuurd worden. Wanneer ernstige knelpunten opduiken, wordt een tweede tussentijdse evaluatie gehouden.
 

De eindevaluatie wordt gehouden met de stagiair, de werkbegeleid(st)er, de stagecoördinator en een lid van de stuurgroep praktische theologie. De eindevaluatie richt zich op de uiteindelijke beoordeling van het leerproces van de stagiair. Er wordt gekeken naar de groei in houding, inzichten en vaardigheden en het mogelijke potentieel van de stagiair als pastor. De stagiair maakt met behulp van een vragenlijst een schriftelijk verslag, dat hij of zij voor de eindevaluatie bezorgt aan de werkbegeleiding, de stagecoördinator en het lid van de stuurgroep praktische theologie dat de eindevaluatie bijwoont. De werkbegeleid(st)er maakt met behulp van een vragenlijst een schriftelijke eindbeoordeling. De stagecoördinator maakt een eindrapport op voor de stuurgroep praktische theologie.
De punten die aan de stage worden toegekend, zijn het resultaat van de punten gegeven door de werkbegeleiding, de stagecoördinator, het lid van de stuurgroep dat de eindevaluatie bijwoont en de stuurgroep praktische theologie.
De eindverantwoordelijkheid voor de beoordeling van de stage ligt bij de stuurgroep praktische theologie.

Voor de theologische integratie/mindmap wordt er gewerkt met een pass/fail systeem.
Het maken van de mindmap, deelname aan de groepssessies, en het presenteren van de mindmap aan het einde van het academiejaar is noodzakelijk om ‘pass’ te behalen. Dit vormt een essentieel onderdeel van de stage.

Presentatie mindmap:
Dag van de thesisverdediging, 17 uur – 30 minuten per student (10 minuten presentatie, 10 minuten voor gesprek, 10 minuten voor overleg docenten en feedback aan student).
Telkens drie docenten van de stuurgroep praktische theologie.

Het geheel van de stage telt voor de helft van de masterproef. De totale masterproef (stage + onderzoekscriptie) telt voor 40%  van het totale resultaat van de opleiding

 

 

Toelichting 2e examenkans

Er wordt gezocht naar een andere stageplek, of naar een andere aanpak op dezelfde stageplek, in overleg met betrokken stagebegeleiders en student. Er zal steeds moeten worden gekeken naar wat haalbaar is qua timing (soms zal een volledige tweede examenkans tijdens het zelfde academiejaar misschien niet mogelijk zijn - nl wanneer de eerste eindevaluatie zeer laat in het academiejaar valt).

ECTS Studiereis Griekenland-Turkije (B-KUL-A07I6A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester Uitgesloten voor examencontract
Bieringer Reimund (coördinator) |  N.

Doelstellingen

Dit OPO kan niet in creditcontract opgenomen worden.

• Door een reis van 8 dagen naar een buitenlandse bestemming met een bijzondere theologie- en/of religiewetenschappelijke relevantie verdiepen de studenten de inhouden die ze in hun Nieuwtestamentische vakken geleerd hebben
• De studenten verwerven een kritische appreciatie voor het fysische bewijsmateriaal (archaeologisch en epigrafisch) dat relevant is voor theologische studies en religiestudie (achtergrond van het NT, brieven van Paulus)
• De studenten verwerven op voorhand basisinformatie i.v.m. de leerinhouden die voorwerp zijn van de buitenlandse reis, alsook de culturele en religieuze gebruiken van het land van bestemming (Griekenland/Turkije)
• Op de buitenlandse reisbestemming:
- bezoeken de studenten historische sites, (heilige) plaatsen, en/of religieuze figuren;
- volgen ze cursus bij plaatselijke specialisten;
- ontwikkelen de studenten een grotere affectieve betrokkenheid bij de bestudeerde topic.
• De studenten zijn in staat om op een didactische wijze hun inzichten en ervaringen te presenteren. 

Begintermen

De student wordt verondersteld reeds een inleidingsvak Nieuwe Testament gevolgd te hebben. 

Onderwijsleeractiviteiten

Studiereis Griekenland-Turkije (B-KUL-A07I6a)

4 studiepunten : Excursie 26 uren Tweede semesterTweede semester
N.

Inhoud

• Tijdens dit buitenlandse programma bezoeken de studenten de archeologische site en het museum van Filippi; het archeologische museum van Thessaloniki; de Koninklijke begraafplaats in Vergina (koningen van Macedonia); de archeologische site en het museum van Dion; de Olympus; Volos Academy for Theological Studies.
• In deze cursus maken de deelnemende studenten uitgebreid kennis met een specifieke topic uit de theologie- en/of religiewetenschappen:
- via lessen (door leden van het didactisch team en specialisten ter plaatse);
- door bezoeken aan historische sites, (heilige) plaatsen en/of religieuze figuren.
•  Studenten werken ook zelf mee door voorbereidende lectuur en/of het presenteren van een kort referaat

Studiemateriaal

Voorbereidende lectuur

Richard S. Ascough, Of Memories and Meals: Greco-Roman Associations and the Early Jesus-Group at Thessalonikê, in Laura Nasrallah, Charalambos Bakirtzis & Steven J. Friesen (eds.), From Roman to Early Christian Thessalonikê: Studies in Religion and Archaeology (Harvard Theological Studies, 64), Cambridge MA: Harvard University Press, 2010, pp. 49-72.

Charalambos Bakirtzis, Paul and Philippi: The Archaeological Evidence, in Charalambos Bakirtzis & Helmut Koester (eds.), Philippi at the Time of Paul and after His Death, Harrisburg PA: Trinity Press International, 1999, pp. 37-48.

Charalambos Bakirtzis, Later Antiquity and Christianity in Thessalonikê: Aspects of a Transformation, in Laura Nasrallah, Charalambos Bakirtzis & Steven J. Friesen (eds.), From Roman to Early Christian Thessalonikê: Studies in Religion and Archaeology (Harvard Theological Studies, 64), Cambridge MA: Harvard University Press, 2010, pp. 397-426.

Pamela Eisenbaum, Jewish Perspectives: A Jewish Apostle to the Gentiles, in Laura Nasrallah, Charalambos Bakirtzis & Steven J. Friesen (eds.), From Roman to Early Christian Thessalonikê: Studies in Religion and Archaeology (Harvard Theological Studies, 64), Cambridge MA: Harvard University Press, 2010, pp. 135-153.

Steven J. Friesen, Second Thessalonians, the Ideology of Epistles, and the Construction of Authority: Our Debt to the Forger, in Laura Nasrallah, Charalambos Bakirtzis & Steven J. Friesen (eds.), From Roman to Early Christian Thessalonikê: Studies in Religion and Archaeology (Harvard Theological Studies, 64), Cambridge MA: Harvard University Press, 2010, pp. 189-210.

James Harrison, Paul and the Imperial Authorities at Thessalonica and Rome: A Study in the Conflict of Ideology (WUNT, 273), Tübingen: Mohr Siebeck, 2011, pp. 8-69.

Helmut Koester, Paul and Philippi: The Evidence from Early Christian Literature, in Charalambos Bakirtzis & Helmut Koester (eds.), Philippi at the Time of Paul and after His Death, Harrisburg PA: Trinity Press International, 1999, pp. 49-65.

Helmut Koester, Egyptian Religion in Thessalonikê: Regulation for the Cult, in Laura Nasrallah, Charalambos Bakirtzis & Steven J. Friesen (eds.), From Roman to Early Christian Thessalonikê: Studies in Religion and Archaeology (Harvard Theological Studies, 64), Cambridge MA: Harvard University Press, 2010, pp. 133-150.

Laura S. Nasrallah, Spatial Perspectives: Space and Archaeology in Roman Philippi, in Joseph A. Marchal (ed.), Studying Paul's Letters: Contemporary Perspectives and Methods, Minneapolis MN: Fortress, 2012, pp. 53-74.

Christine M. Thomas, Locating Purity: Temples, Sexual Prohibitions, and "Making a Difference" in Thessalonikê, in Laura Nasrallah, Charalambos Bakirtzis & Steven J. Friesen (eds.), From Roman to Early Christian Thessalonikê: Studies in Religion and Archaeology (Harvard Theological Studies, 64), Cambridge MA: Harvard University Press, 2010, pp. 109-132.

In situ presentaties over een van de hieronder vermelde onderwerpen (literatuur af te spreken met het didactisch team)

Presentation 1: Jewish presence in Thessalonike (Thess, Acts, Archaeology)
Presentation 2: Voluntary Associations (Ascough)
Presentation 3: Second Thessalonians (Friesen)
Presentation 4: Paul & Philippi: The Archaeological Evidence (Bakirtzis)
Presentation 5: Spatial Perspectives: Space and Aracheology in Roman Philippi (Nasrallah)
Presentation 6: Paul & Philippi: The Evidence from Early Christian Literature (Koester)
Presentation 7: Christian Friendship: John, Paul, and the Philippians  (Fitzgerald)
Presentation 8: Egyptian Religion in Thessalonike (Koester)
Presentation 9: Locating Purity (Thomas)
Presentation 10: Paul and the Imperial Cult: (Harrison)
Presentation 11: Paul and the Imperial Gospel: Methodology (Harrison)
Presentation 12: Gazing Upon the Invisible: Archaeology, Historiography and the Elusive Wo/men of 1 Thessalonians (Johnson-De Baufre)

Examenpaper: afhankelijk van het gekozen onderwerp; met het didactisch team af te spreken

 

Toelichting werkvorm

• In situ presentaties
• Actieve deelname in de groepsdiscussies
• Bijdragen tot de blog van de studiereis
• Examenpaper over een door het didactisch team goedgekeurd onderwerp naar eigen keuze.

 

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Studiereis Griekenland-Turkije (B-KUL-A27I6a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Paper/Werkstuk, Verslag, Presentatie, Medewerking tijdens contactmomenten

Toelichting

Puntenverdeling:

  • In situ presentaties (20%)
  • Actieve deelname in de groepsdiscussies (10%)
  • Bijdragen tot de blog van de studiereis (5%)
  • Examenpaper (5000-6000 woorden) over een door het didactisch team goedgekeurd onderwerp naar eigen keuze (65%).

Evaluatiecriteria:
• wetenschappelijke behandeling van het gekozen topic 
• kwaliteit van zelfstandige toepassing van de verworven inzichten
• kwaliteit van de banden die in de paper worden gelegd met de tijdens de studiereis verworven inzichten
• mate van ontwikkeling van strategieën en vaardigheden die een gegrond oordeel en zelfstandig wetenschappelijk onderzoek mogelijk maken

ECTS Spiritualiteit en pastoraat (B-KUL-A07M0A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester Uitgesloten voor examencontract
Knieps Thomas (coördinator) |  Knieps Thomas |  Vandenhoeck Anna

Doelstellingen

1. Een grondige vertrouwdheid met bronnen, problemen en methoden binnen het eigen specialisme;
2. Kunnen de kennis en methoden van de eigen discipline op relevante wijze toepassen binnen de gelovige reflectie in kerkverband;
3. Inzicht in de relatie van de studie van theologische en religieus-maatschappelijke problemen met de actuele maatschappelijke context die zich kenmerkt door een religieus, levensbeschouwelijk en ethisch pluralisme en groeiende globalisering;
4. In staat zijn een theologisch of godsdienstwetenschappelijk project op te zetten, d.i. een vraagstelling formuleren en een argumentatiemethode ontwikkelen voor het gestelde probleem;
5. In staat zijn om in een pastorale setting als pastor te functioneren;
6. Zijn in staat om kritisch over deze pastorale taak en pastorale setting te reflecteren met het oog op het verrichten van praktisch-theologisch onderzoek.

Afgestudeerden zijn in staat om:

- belevingswijzen van het christelijk geloof in de hedendaagse context van secularisering, individualisering, pluralisering en deinstitutionalisering te onderkennen en kritisch te analyseren.
- verschillende traditionele en hedendaagse vormen van christelijke spiritualiteitsbeleving te identificeren en te onderscheiden.
- een eigen spiritualiteit te ontwikkelen en te onderhouden, deze op een beredeneerde manier ter sprake te brengen, daarover met anderen te communiceren en in dialoog te treden met de christelijke traditie én andere hedendaagse belevingswijzen.
- het belang en de relevantie van de eigen spiritualiteitsbeleving voor het pastoraat in te schatten en deze te integreren in een professionele identiteit.

Begintermen

Bachelor in de theologie en religiewetenschappen.

Onderwijsleeractiviteiten

Spiritualiteit en pastoraat (B-KUL-A07M0a)

4 studiepunten : College 26 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

Achtergrond

De christelijke traditie heeft vanouds een grote belangstelling gehecht aan een geloofspraktijk en spiritualiteit die verankerd zijn in de eigen persoon en identiteit van de gelovige. Pas in de laatste decennia heeft de groeiende kloof tussen de geïnstitutionaliseerde religiositeit van de kerk en individuele spiritualiteitsvormen het bewustzijn gescherpt voor het belang maar tevens de broosheid van een persoonlijke spiritualiteit voor zover deze los komt te staan van het gemeenschappelijke geloofsleven. Pastores hebben vandaag niet enkel te bemiddelen tussen gemeenschappelijke en individuele spiritualiteitsvormen, ze vinden zich vaak ook in hun eigen spiritualiteit geconfronteerd met deze en andere spanningsverhoudingen waardoor hun identiteit als pastor in het gedrang kan komen.

Vraagstelling

De cursus beoogt toekomstige pastores te bekwamen om een eigen spiritualiteit te ontwikkelen en te onderhouden die kan bijdragen tot hun persoonlijke en professionele identiteit als pastor. Daarbij wordt rekening gehouden met een aantal inherente spanningsverhoudingen: Hoe kan ondanks het uitgangspunt bij de eigen persoon voldoende ruimte openhouden worden voor roeping en bezieling van buitenaf? Hoe kan de christelijke traditie als inspiratiebron en ondersteuning  voor de persoonlijke spiritualiteit dienen? Hoe kan de eigen spiritualiteit in een kritisch-constructieve verhouding gebracht worden met de institutionele geloofs- en gebedspraktijken van de kerkgemeenschap? Hoe kan deze spiritualiteit beleefd worden in het alledaagse van het persoonlijke leven en van de pastorale taken en hoe kunnen daarin sporen van het goddelijke ontdekt worden?

Opzet

De cursus heeft een drieledige thematische opbouw. In een eerste gedeelte – onder de titel ‘Verleden: God laat sporen achter’ – worden studenten vertrouwd gemaakt met een centraal Bijbels motief van de Godsontmoeting: een God die voorbijgaat en pas achteraf wordt erkend door de sporen die hij achterlaat (cf. Jacobs worsteling, Gen 32: 22-32). Hierbij gaat het om het ontdekken van Gods sporen in het eigen leven evenals om de betekenis van spirituele tradities uit de Christendomsgeschiedenis en hoe deze voor vandaag ontsloten kunnen worden.
Het tweede gedeelte is getiteld: ‘Heden: God, heilig geheim van het leven’. Centraal staat hierbij het theologisch motief van God als het mysterie dat in elk menselijk leven aanwezig is en dat vooral door Karl Rahner werd uitgewerkt. De Ignatiaanse spiritualiteit van het ‘God vinden in alle dingen’ komt hier evenzeer aan bod als het concept van ‘lekenspiritualiteit’ vanuit de visie van het Tweede Vaticaanse Concilie en verschillende hedendaagse theologische pogingen om Gods aanwezigheid in het alledaagse te benoemen en te verkennen (o.a. E. Dreyer, E. Boyer, M. de Haardt et al.).
Het derde gedeelte behandelt ‘Toekomst: God die op ons af komt’ en focust op het Jezuanische motief van het Rijk Gods. Vanuit het bijbel-hermeneutisch concept van de ‘normativiteit van de toekomst’ (R. Bieringer) wordt gepeild naar de toekomstperspectieven die een spiritualiteit kan openen voor actief sociaal engagement (‘politiek en mystiek’) en voor vormen van overgave aan de andere (bv. huwelijks- en gezinsspiritualiteit).

Doorheen deze drie thematische modules worden studenten met behulp van persoonlijke getuigenissen tevens vertrouwd gemaakt met specifieke methodes van spiritualiteitsbeleving zoals o.a. gebedspraktijken, meditatiepraktijken, interactief bijbellezen, geestelijke begeleiding, kunst als vondplaats van spiritualiteit enz.

Studiemateriaal

Aan het begin van de cursus wordt een Reader ter beschikking gesteld via de Cursusdienst en Toledo. Powerpoint presentaties die tijdens de contacturen worden getoond, worden op Toledo geplaatst.

Toelichting onderwijstaal

Nederlands

Toelichting werkvorm

De cursus bestaat uit theoretische uiteenzettingen en praktische oefeningen waarbij de theoretische elementen door individuele opdrachten en groepsgesprekken uitgediept en de praktische oefeningen teruggekoppeld worden naar de conceptuele uitleg.

Alle sessies vormen bouwstenen die studenten moeten gebruiken om aan het einde van de cursus zowel een reflectiepaper te schrijven als en een persoonlijke mindmap te maken (zie evaluatie).

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Spiritualiteit en pastoraat (B-KUL-A27M0a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Paper/Werkstuk, Presentatie, Medewerking tijdens contactmomenten

Toelichting

Studenten worden beoordeeld op basis van de volgende componenten:
- het schrijven van een reflectiepaper (40%)
- het afwerken van een mindmap (40%)
- individuele inbreng in de groepsgesprekken aan de hand van criteria zoals aanwezigheid, participatie en kwaliteit van reflectie (20%).

Inbreng in de groepsgesprekken

De studenten worden verwacht aanwezig te zijn en actief deel te nemen aan gesprekken. De deelname wordt beoordeeld volgens criteria als: stelt kennis en ervaring ten dienste van anderen, toont zich betrokken, stimuleert groepsgesprek, toont respect voor de mening van anderen, kan persoonlijke mening formuleren, kan reflecteren en andere perspectieven integreren.

Reflectiepaper

In de paper reflecteren studenten, op basis van de verworven cognitieve inzichten, over de rol van een persoonlijke spiritualiteit voor de identiteit van een pastor in de hedendaagse context van het christelijk geloof. De paper heeft een omvang van ca. 3000 woorden en is opgesteld volgens de bibliografische richtlijnen van de Faculteit voor papers en thesissen http://theo.kuleuven.be/nl/studenten/richtlijnen/richtlijnen-8-oktober-2014.pdf

De reflectiepaper wordt geëvalueerd  op basis van de volgende criteria:
- De paper geeft blijk van een originele verwerking van de leerstof.
- De paper geeft blijk van analytische en synthetische kracht.
- De paper ontwikkeld een coherente argumentatie.


Mindmap

Doorheen alle sessies werken de studenten aan een persoonlijke mindmap waarin ze op een theologisch beredeneerde manier hun persoonlijke spiritualiteit voorstellen, deze in dialoog brengen met elementen uit de christelijke spiritualiteitstraditie en aangeven  welke implicaties deze spiritualiteit op een toekomstige pastorale functie zou kunnen hebben of hoe de praktijkervaringen uit hun stage die spiritualiteit en theologische concepten beïnvloedden .

Doelstellingen presentatie mindmap:

1. De student kan theologische begrippen gebruiken en mondeling presenteren.
2. De student kan de samenhang en de spanning tussen verschillende interpretaties van theologische begrippen expliciteren.
3. De student kan theologische begrippen verbinden met ervaringen en praktijken uit concrete contexten en met de eigen spiritualiteit
4. De student kan de evolutie in het eigen theologische denken en de eigen spiritualiteit beschrijven.
5. De student is in staat om synthetisch te denken, met andere woorden om elementen uit verschillende contexten (cursussen, werkcollege, stage, persoonlijk leven, …) met elkaar in relatie te brengen.
6. De student kan op een heldere wijze antwoorden op kritische vragen rond de gepresenteerde theologische begrippen en hun samenhang

De presentatie van de mindmap gebeurt in aanwezigheid van medestudenten en docenten. Elke student krijgt 15 min om de mindmap voor te stellen, er kunnen vragen gesteld worden gedurende 10 min en er is 5 min voorzien voor feedback. Na de presentaties overleggen de docenten 15 min. Elke student krijgt dan individueel 5 min feedback
 

Toelichting 2e examenkans

Terwijl het resultaat van het groepsgesprek behouden wordt, schrijft de student/e een nieuwe reflectiepaper en stelt hij/zij een nieuwe mindmap voor.

ECTS Seminarie homiletiek en liturgische praxis (B-KUL-A07M1A)

4 studiepunten Nederlands 30 uren Beide semestersBeide semesters Uitgesloten voor examencontract

Doelstellingen

De afgestudeerde is in staat om in een pastorale setting als pastor te functioneren.

De student

  • verwerft vaardigheden om een homilie voor te bereiden en te houden.
  • is in staat om in eigen woorden feedback te geven op een homilie en deze te beoordelen volgens bepaalde criteria.
  • kan bepaalde theoretische inzichten rond homiletiek onderscheiden en presenteren.
  • ontwikkelt een aantal vaardigheden bij het voorbereiden van liturgische vieringen en gebedsmomenten.
  • verwerft vaardigheden om te spreken en om voor te gaan in liturgische vieringen.
  • kan een aantal basiselementen uit de liturgische praxis onderscheiden en presenteren.

Begintermen

Master in de theologie en religiewetenschappen.

  • Theologische basiskennis
  • Bereidheid om in een liturgische context te functioneren, te preken en voor te gaan in sommige liturgische vieringen of gebedsmomenten
  • Openheid voor ontvangen en geven van feedback op homiletische en liturgische vaardigheden en praktijken
     

Onderwijsleeractiviteiten

Seminarie homiletiek en liturgische praxis (B-KUL-A07M1a)

4 studiepunten : Practicum 30 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

Deel homiletiek:

1° Module praktische homiletiek:
*Deze module biedt vooreerst een algemene inleiding op de praktische homiletiek. Er worden stapstenen aangereikt ter ondersteuning van de concrete preekvoorbereiding en van de eigen preekvaardigheden van de deelnemers.

*Concrete preektrainingen:
+Elke deelnemer houdt twee verschillende eigen preken in een liturgische viering en laat die op een video opnemen.
+ De preekanalyse gebeurt in groepjes
+ De betrokken deelnemers maken een verslag van de bespreking van hun preken en maken een kort reflectieverslag bij hun preekervaring.

2° In seminarievorm worden enkele teksten over homiletiek besproken om de theoretische achtergrond te verstevigen:
beurtelingse presentatie en bespreking van bijdragen over homiletiek, o.a. uit de publicatie van M. Steen (red,), Meer dan een preek, Halewijn, Antwerpen, 2006.)

Deel liturgische praxis:

Dit deel biedt enkele theoretische achtergronden, concrete oriëntaties en oefenmomenten rond verschillende aspecten van de liturgische praxis.

Volgende elementen komen aan bod:

  • diverse soorten van liturgische vieringen en hun elementen
  • opbouw van vieringen; eigenheid van bepaalde gebeden en vieringen en daarbij horende criteria ; websites…
  • voorgaan in liturgie als pastor; basisatttitudes; oefenen in voorgaan
  • lector zijn; spreekkunst, met aandacht voor diverse genres van teksten
  • de liturgische ruimte, liturgische voorwerpen, gewaden, ….
  • rituelen
  • vieringen in verschillende contexten

Studiemateriaal

Cursusnota’s en reader (teksten).

Toelichting werkvorm

Dit practicum bestaat uit diverse elementen:

*Preektrainingen:
Een input over praktische homiletiek, voorbereiden en houden van 2 preken en deze preken opnemen op video; preekbespreking, -analyse in kleinere groepjes en maken een verslag na bespreking van eigen preken.

*In seminarievorm worden teksten over homiletiek en liturgische praxis besproken - studenten doen respectievelijk een presentatie – van studenten wordt een actieve deelname verwacht.

*Input door docent en/of gastsprekers rond aspecten van de liturgische praxis (met eventuele lectuuropdracht) en bijhorende oefeningen.

*De studenten maken een portfolio van alles wat ze gedaan hebben (hun preken, verslagen, oefeningen, enz).

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Seminarie homiletiek en liturgische praxis (B-KUL-A27M1a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Ontwerp/Product, Verslag, Presentatie, Medewerking tijdens contactmomenten, Portfolio, Procesevaluatie, Vaardigheidstoets
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

Aanwezigheid is vereist (vervangopdracht wordt voorzien bij gewettigde en ongewettigde afwezigheid)
Indien iemand meer dan twee keer ongewettigd afwezig is, worden er 5 punten afgetrokken voor het eindresultaat.

Oefeningen en medewerking tijdens de sessies worden geëvalueerd.

Portfolio waarin studenten alles bijhouden van wat ze in de loop van het jaar gemaakt hebben (o.a. preken, alle verslagen, oefeningen,…)

Puntenverdeling:
1/3 preekoefeningen en preekanalyses
1/3 presentaties en inbreng tijdens sessies
1/3 portfolio

Toelichting 2e examenkans

-Een nieuwe concrete toepassing/oefening op het domein waar de grootste tekorten waren.
-Leesopdracht en paper.

ECTS Biblical Greek Ib (B-KUL-A08A3A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term
Bieringer Reimund |  Fortes Rex (cooperator)

Aims

Knowledge:
Some of the most important primary sources of Christian faith and of theology were originally written in Greek: the Septuagint, the New Testament and some early conciliar texts. At the end of this course students are expected to know by heart the content of Lessons 1-26 of the handbook (Vocabulary, Grammar, Study Tools for Exegesis and Theology, Relevance for Theology and Exegesis, Content Focus, Learn by Heart).

Skills:
This course enables students to acquire the basic skills needed to understand Greek words and sentences used in specialized exegetical studies as well as to parse and analyze medium-level coherent texts taken from of the Septuagint, the New Testament and exceptionally other Koine Greek texts, making use of a specially designed sentence analysis tool. Students will also acquire the skill of translating simple sentences from English into Greek. Students will learn to understand Greek text adapted to their level and answer questions relating to the texts (reading comprehension). Students are expected to be able to compare different translations with each other and with the original Greek text and explain what the differences are rooted in. Students will learn the basics of working with different manuscripts and textual criticism. They will be able to make use of the available (printed and electronic) tools. Students are able to apply to new texts the paradigms and grammatical rules which they learned in the course. Students are expected to look up exegetical tools in the library and on the internet. Students are expected to learn to work with electronic Bible programmes and the university’s learning platform Toledo.

Attitude:
Students are expected to have an appreciation for the difference between original texts and their translations. They are expected to acquire the attitude of working with original texts in original languages as much as possible. Students are expected to have an openness to not only a passive knowledge of Greek, but also some important aspects of an active knowledge, as, for instance, knowing the vocabulary not only from Greek to English, but also from English to Greek; learning some phrases by heart and translating English sentences into Greek. Students are expected to be open to not only learn the Greek language as a language system, but also to learn content by means of this language. Students are expected to be willing to learn how to use the exegetical tools for which one needs to know Greek to use them. Students are able to compare translations with the original texts and to compare translations with each other, to analyze the differences and to evaluate them.

This course has the following goals:
1. The students are able to read Greek fluently and name all the Greek letters and diacritical signs of any Greek text.
2. The students are able to write Greek by hand and type Greek in unicode and one Greek font of their choice.
3. The students know the content of Lessons 1-26 of the handbook.
4. Based on the content of Lessons 1-26 the students are able to analyze, parse and translate texts which they have not seen before (Greek - English and English - Greek).
5. Students are able to understand medium-level Greek texts and have insight into their content. They are able to demonstrate this on the basis of answering questions.
6. Students have a repertoire of phrases and sentences in Greek which they know by heart (based on the section "Learn by Heart" of the handbook).
7. Students have insight into grammatical-philological cases and their exegetical and theological implications.
8. Students are able to make use of the exegetical tools, both printed and digital (based on the section "Study Tools for Exegesis and Theology" of the handbook). 

Previous knowledge

  • Knowledge: the content of the course Biblical Greek Ia
  • Skills: read and write Greek, translate simple Greek sentences into English on the basis of what students learn in the course Biblical Greek Ia; work with electronic Bible programmes and with Toledo;
  • Attitude: basic interest in languages, in analyzing texts and in comparing texts with each other; interest for the role of original languages in the study of theology.

Identical courses

A03A5A: Bijbelgrieks Ib

Onderwijsleeractiviteiten

Biblical Greek Ib (B-KUL-A08A3a)

4 ECTS : Lecture 26 Second termSecond term
Bieringer Reimund |  Fortes Rex (cooperator)

Content

This course is based on Lessons 1-26 of the handbook Reimund Bieringer, Ma. Marilou S. Ibita & Dominika Kurek Chomycz, EN APXH: An Introduction to Biblical Greek, Leuven: Peeters, vol. 1: Handbook; vol. 2: Exercise Book (will be made available in class).

• Each lesson begins with a focus on a particular theme based on the Bible or life in the ancient world.
• Basic vocabulary of 1,000 of the most frequently used words in the Septuagint and in the New Testament.
• All the declensions of the nouns and adjectives
• The most frequent morphological forms of the Greek verb.
• Parsing of verb forms and noun forms.
• Sentence analysis and translation of medium-level texts from Greek into English and basic sentence from English into Greek.
• Comparison of different translations with the Greek original and philological explanation of the differences.
• Use of the most important scientific tools for the study of the New Testament (lexica, grammars, synopses, concordances, critical apparatus of critical text editions).
• Examples of the theological and exegetical relevance of the Greek language.

Course material

Required 

  • Handbook: Reimund Bieringer, Ma. Marilou S. Ibita & Dominika Kurek Chomycz, EN APXH: An Introduction to Biblical Greek, Leuven: Peeters, vol. 1: Handbook; vol. 2: Exercise Book (will be made available in class).Exercise book (will be made available in class) 
  • K. Aland et al. (eds.), Novum Testamentum Graece, 28th ed., Stuttgart, Bibelgesellschaft, 2013 (N28). 

Recommended 

  • W. Bauer, F.W. Danker, W. Arndt & F.W. Gingrich (eds.), A Greek-English Lexicon of the New Testament and Other Early Christian Literature, 3rd ed., Chicago - London: The University of Chicago Press, 2000.
  • B.M. Newman, A Concise Greek-English Dictionary of the New Testament, Stuttgart, United Bible Societies, 1971. 
  • M. Zerwick & M. Grosvenor, A Grammatical Analysis of the Greek of the New Testament, Rome, Biblical Institute Press, 1988. 
  • J. Lust, E. Eynikel & K. Hauspie, A Greek-English Lexicon of the Septuagint, Stuttgart, 2003. 
  • B.A. Taylor, The Analytical Lexicon to the Septuagint. A Complete Parsing Guide, Grand Rapids MI, Zondervan, 1994.
  • Greek Tutor, Multimedia CD-Rom. Parsons Technology. 
  • Gramcord, The Gramcord Institute (www.gramcord.org).
  • Bible Works (www.bibleworks.com).

Language of instruction: more information

This course is also taught in Dutch: A03A5A Bijbelgrieks Ib.

Format: more information

Regular class attendance; improve Greek reading skills; improve Greek writing skills; parsing and translation exercises to be completed in individual as well a group learning activities during the classes; take home exercises (assignments); self-correction of the exercises making use of the keys provided on Toledo; learn to work with the paradigms of the lessons; learn to apply rules of grammar to new sentences; analyze and translate Greek sentences with the help of a table and parsing scheme using the handbook and dictionaries; making use of electronic Bible programmes and of Toledo; look up books (mostly tools and original texts) in the library and learn to use them.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Biblical Greek Ib (B-KUL-A28A3a)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral
Type of questions : Multiple choice, Open questions, Closed questions
Learning material : Course material

Explanation

Number of Questions and Points of Attention:

The exam will consist of two parts.

Part I (closed book)

  • answering questions on content focus, grammar, the use of tools and/or on the examples of theological/exegetical relevance
  • vocabulary test (Greek - English and English - Greek)
  • translation of a few simple sentences from English into Greek
  • parsing of verb forms and/or noun forms
  • answer questions concerning the short sentences which students need to learn by heart.

There will be both open questions and multiple choice questions.

Part II (closed book)

Parsing, syntactically analyzing and translating about eight Greek sentences into English.

Type of Questions

  • analyzing and translating sentences
  • answering questions concerning the short sentences which students need to learn by heart (see section "Learn by Heart")
  • comparing and evaluating of modern Bible translations
  • answering questions on content focus, grammar, the use of tools and/or on the examples of theological/exegetical relevance
  • vocabulary test (Greek - English and English - Greek)
  • parsing of verb forms and/or noun forms


Evaluation and Grading:

For the final grade the number of mistakes is added up and proportinately translated into a grade.

Role of the Written Preparation for the Oral Exam:

The exam is both written and oral. The evaluation starts from the written preparation and gives the student opportunities to explain why they parsed forms or sentences in a certain way or why they translated a sentence they way they did. On the basis of the oral exam the students can either improve or worsen their result.

There is no difference in the exam procedure for self-study students. 

ECTS Feminist Theologies (B-KUL-A09B9A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term Cannot be taken as part of an examination contract

Aims

1. A general familiarity with theology and religious studies;
2. Insight into the relationship between the study of theological and social-religious issues and the actual social context which is characterized by religious and ethical plurality and a multiplicity of fundamental life options;
3. The ability to conduct independent theological research, as well as to pass on the acquired attitudes, methods and knowledge;
4. An openness to interdisciplinary inquiries and the ability to contribute and engage in interdisciplinary research from within one's own area of specialization.

-Students are able to explain possible relationships between feminism and theology.
-Students are able, from a feminist perspective, to reflect on certain theological and social themes and to indicate elements that are typical for feminist thinking.
-Students are able to consider a certain topic from an interdisciplinary perspective, in relation to feminist theology.
-Students are able to give a short overview of the history of feminism and feminist theologies.
-Students are able to explain the main terms in relation to various forms of feminism (second wave feminism, womanism, …).

Previous knowledge

This course is open for students from various disciplines who do not have any previous knowledge in the area.  

  • Knowledge: basic knowledge in Western culture
  • Skills: basic study skills
  • Attitude: a basically open en critical attitude toward contemporary problems.

Part I: Knowledge of  basic concepts of courses Introduction Moral Theology and Introduction Pastoral Theology.
Part II: An introductory course in Biblical Studies

Onderwijsleeractiviteiten

Feminist Theologies (B-KUL-A09B9a)

4 ECTS : Lecture 26 Second termSecond term

Content

Feminist Theologies 2015-2016

“Theology and Enfleshment”

In this course, we wish to explore, from an interdisciplinary perspective, the relation between the divine and the flesh. The ‘flesh’, as distinct from the ‘body’, is what precedes the body and its significations, and what remains after the (meaning of the) body has been erased. We will study the concept of the flesh as a feminist theological category, i.e. a mediation to understand the divine and a site of divine revelation.

 

We will discuss theological texts (ethical, biblical, systematic theological, ...) and take a critical position towards  forms of oppressing and ideological religious ideas. We discuss the own social identity and its influence on the own theological thinking. Elements on diversity and equal opportunities are discussed in relation to feminist theological texts, especially concerning the theme of 'flesh' and 'embodiment'.

How did feminist theology emerge as a discipline?

What is specific about feminist theology?
What is/are feminist theology’s method(s)?

Why is the body important in feminist theology?

Describe the place the body takes within feminist theology
What is the relation between the Christian understanding of incarnation and the body?

What is the theological meaning of flesh (in relation to the meaning of the body and in itself)?

Describe the importance of the concept of ‘flesh’ in the gospel of John and the letters of Paul
Why is it important to include the ‘flesh’ into theology?
What is the connection between the flesh and mechanisms of exclusion?

Why is it important to question the ‘doctrine of Man’ when theologizing, and what is the role of the flesh in this step?

Explain the flesh as locus theologicus, and as locus liberationis

What is the relation between body, flesh and incarnation?

What is the contribution of feminist theology in this debate?

What is meant by 'radical incarnation'?

What is a theology of imperfection?

Why is failure or imperfection an important theological category?

 

Course material

A reader with relevant literature will be available on Toledo and in the course notes shop.
 

Format: more information

Interactive teaching by professors
Study of literature
Discussions on Toledo and in class
Presentations by students (i.e., their own library research & presentation of 3 theses in relation to the literature/topic)
Lectures by guest professors

Is also included in other courses

A09B9B : Feminist Theologies

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Feminist Theologies (B-KUL-A29B9a)

Type : Partial or continuous assessment with (final) exam during the examination period
Description of evaluation : Oral, Paper/Project, Presentation, Participation during contact hours
Learning material : None

Explanation

Students are evaluated on the following:
- their contributions during class and their preparations at home (presentations, reflections on literature, …) (30 %) (to be specified on Toledo);
- an oral exam (40 %) with three main questions: one quote to discuss, and two open and general questions on the content of the classes and the readings;
- a written paper of 4 pages (30 %) on a theme that they can choose (a study of certain practices related to the main course theme) (to discuss with the professors) in relation to their own specialization/interests and that includes references to recent discussions/research in feminist theologies. Deadline for this paper: 8 days before the exam.

2nd exam opportunity: more information

The gradefor contributions during class (30%) are maintained for the second examination period in which the student is taking this exam. The oral exam and the paper can be written again.

ECTS Werkcollege pastoraat: context en gesprekstechnieken (B-KUL-A9X09A)

6 studiepunten Nederlands 38 uren Beide semestersBeide semesters

Doelstellingen

De afgestudeerde is in staat om:
1. de kennis en methoden van de eigen discipline op relevante wijze kunnen toepassen binnen de gelovige reflectie in kerkverband.
2. inzicht in de relatie van de studie van theologische en religieus-maatschappelijke problemen met de actuele maatschappelijke context die zich kenmerkt door een religieus, levensbeschouwelijk en ethisch pluralisme en groeiende globalisering.
3. in staat zijn tot het verrichten van zelfstandig theologisch onderzoek en tot het doorgeven van de verworven attitudes, methodes en kennis.
4. openstaan voor interdisciplinaire vraagstellingen en in staat zijn om vanuit het eigen specialisme aan interdisciplinair onderzoek mee te werken.
5. in staat zijn in een pastorale setting als pastor te functioneren.
6. in staat zijn kritisch over deze pastorale taak en pastorale setting te reflecteren met het oog op het verrichten van praktisch-theologisch onderzoek.

 

De student is in staat om:
- Praktisch-theologisch te reflecteren over theorie en praktijk van het pastorale handelen en identiteit van de pastor.
- Een praktisch-theologische attitude en vaardigheden aan te wenden met betrekking tot concrete situaties in diverse pastorale sectoren (zorg, school, gevangenis, parochie, gezin, etc.) en de verschillende dimensies van het pastoraat (individueel, gemeenschap, liturgie en organisatie).
- Theoretische inzichten uit de praktische theologie te toetsen aan eigen ervaringen en die van anderen.
- De eigen reflecties over het pastorale handelen, over de identiteit van de pastor, over spiritualiteit en over theologie onder woorden te brengen, zowel schriftelijk als mondeling, en aan anderen duidelijk te maken.
- Leren luisteren en communiceren met anderen over praktische theologische thema's, in functie van verdieping van de eigen praktisch theologische reflectie.
- Een goed gesprek te voeren op basis van algemene gesprekstechnieken zoals actief luisteren, weergeven, spiegelen, confronteren, etc.
- Een goed pastoraal gesprek te voeren waarbij de spirituele dimensie van de gesprekspartner aan bod komt.
- Een groepsgesprek te leiden rond een religieus of spiritueel thema.
- In de context van het pastoraat en het pastorale gesprek de eigen spiritualiteit op een professionele manier te hanteren.
- Een gebedsviering voor te bereiden en voor te gaan.

Begintermen

Master in de theologie en religiewetenschappen

Onderwijsleeractiviteiten

Werkcollege pastoraat: context (B-KUL-A03D2a)

4 studiepunten : Practicum 26 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

De inhoud van het werkcollege bestaat uit
- Thematische modules
- Praktijk modules
- Vormingsmeerdaagse
- Spirituele vorming

Thematische modules
De thematische modules bestaan uit deelname aan de studiedagen van het Academisch Centrum voor Praktische Theologie, gevolgd door een praktijkgerichte verwerking in de leergroep.
 

Praktijk modules
Aan de hand van casusbesprekingen, oefeningen, leesopdrachten en stilstaan bij de eventuele eigen pastorale ervaring wordt in de leergroep gewerkt aan vaardigheden rond pastorale gesprekken, integratie van de inzichten aangereikt door de studiedagen en de persoonlijke theorie over het pastorale handelen en identiteit (integratie van denken, handelen en voelen). Deze bijeenkomsten vormen de eerste aanzet voor de eigen persoonlijke reflectie die wordt uitgewerkt in een schriftelijk leerverslag.
 

Vormingsmeerdaagse
Meestal in de lesvrije week na de examens, nemen de studenten deel aan de vormingsmeerdaagse (afwisselend in Johannes XXIII seminarie en de abdij van Averbode) samen met de seminaristen van Brugge, Johannes XXIII en Agripo. De vormingsmeerdaagse bestaat uit de inbreng van experten, groepsgesprekken, groepsactiviteiten, persoonlijke verwerking, praktijkgerichte sessies en spiritualiteitsmomenten. Elk jaar wordt een ander centraal thema gekozen.
 

Spirituele vorming
Pastores werken met de spiritualiteit van de gesprekspartner, en daarvoor is hun eigen spiritualiteitsbeleving eveneens belangrijk. De meeste sessies worden ingeleid door een bezinning in de kapel van het Pauscollege, afwisselend voorbereid en voorgegaan door één van de studenten. Ook in voorbereiding op en tijdens de vormingsmeerdaagse is er uitgebreid ruimte voor eigen spiritualiteitsbeleving en voor kennismaking met verschillende vormen van spiritualiteit.


 

Studiemateriaal

Handouts van lezingen, literatuur, eigen ervaringen en groepsgesprekken

Toelichting werkvorm

• Het werkcollege loopt gedurende het hele academiejaar, maar er zijn geen wekelijkse bijeenkomsten. De data worden via Toledo meegedeeld.
• Studenten bespreken casussen vanuit het oogpunt van het pastoraal gesprek, persoonlijk en in groep.
• Studenten oefenen in het voeren van goede gesprekken en goede pastorale gesprekken (individueel of in groep) via rollenspel en andere praktijkoefeningen.
• De studenten bereiden een gebedsviering voor en gaan deze voor in de kapel in aanwezigheid van medestudenten.
• De studenten nemen deel aan de studiedagen van het Academisch Centrum voor Praktische Theologie en hebben nadien een praktijkgerichte verwerking.
• De studenten nemen deel aan de vormingsmeerdaagse samen met de seminaristen van Brugge, Agripo en Johannes XXIII seminarie.
• Studenten werken een thema uit voor de rubriek ‘Uitgelicht’ op de Elisabeth website.
• Lectuuropdrachten en leerverslag.
 

Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen

A03D2A : Werkcollege pastoraat: context

Gesprekstechnieken (B-KUL-A08M9a)

2 studiepunten : Practicum 12 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

• Studenten bespreken, onder begeleiding, casussen die ze zelf hebben ingediend vanuit het oogpunt van een goed (pastoraal) gesprek.
• Studenten oefenen in het voeren van goede gesprekken en goede pastorale gesprekken met individuen of met groepen, via rollenspel en andere praktijkoefeningen.

Studiemateriaal

Casussen en oefeningen aangebracht door deelnemers en docent of begeleider

Toelichting werkvorm

Studenten oefenen in groep op gesprekstechnieken. Daarbij worden twee doelen beoogd: komen tot een goed gesprek en tot een goed pastoraal gesprek. De gehanteerde werkvormen zijn casusbesprekingen, groepsgesprek, rollenspel, videoopname, …  De studenten moeten zelf één uitgeschreven casus indienen vanuit hun stagepraktijk.

Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen

A9X10A : Werkcollege pastoraat: modellen en gesprekstechnieken

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Werkcollege pastoraat: context en gesprekstechnieken (B-KUL-A2X09a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Verslag, Self assessment/Peer assessment, Medewerking tijdens contactmomenten, Portfolio, Procesevaluatie
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

Studenten worden beoordeeld op volgende aspecten:
• Aanwezigheid (verplicht) op de vormingsmeerdaagse, de thematische en praktijk modules en de studiedagen (vervangopdrachten indien andere lessen) (10%)
• Participatie tijdens de contactmomenten: betrokkenheid, samenwerking, bijdrage tot het groepsgebeuren, aandacht, persoonlijke inbreng (20%)
• Deelname aan casusbesprekingen, rollenspelen en andere oefeningen rond pastoraal gesprek: prestatie naar mogelijkheden, respect, openheid, opvolgen adviezen, creativiteit, ontwikkelen van vaardigheden en attitudes (30%)
• Voorgaan in liturgie: leiderschap, opbouw en inhoud van ritueel, sacrale sfeer, lichaamshouding en expressie, betrokkenheid aanwezigen (10%)
• Uitgewerkt item voor Elisabeth: keuze onderwerp, inhoud en presentatie, werkvormen en bronnen (20%)
• Leerverslag: integratie van praktisch-theologisch denken en praktijkervaringen rond pastoraal gesprek (10%)

Toelichting 2e examenkans

Opdrachten worden met de student in kwestie besproken.

ECTS Werkcollege pastoraat: modellen en gesprekstechnieken (B-KUL-A9X10A)

6 studiepunten Nederlands 38 uren Beide semestersBeide semesters

Doelstellingen

De afgestudeerde is in staat om:
1. de kennis en methoden van de eigen discipline op relevante wijze kunnen toepassen binnen de gelovige reflectie in kerkverband.
2. inzicht in de relatie van de studie van theologische en religieus-maatschappelijke problemen met de actuele maatschappelijke context die zich kenmerkt door een religieus, levensbeschouwelijk en ethisch pluralisme en groeiende globalisering.
3. in staat zijn tot het verrichten van zelfstandig theologisch onderzoek en tot het doorgeven van de verworven attitudes, methodes en kennis.
4. openstaan voor interdisciplinaire vraagstellingen en in staat zijn om vanuit het eigen specialisme aan interdisciplinair onderzoek mee te werken.
5. in staat zijn in een pastorale setting als pastor te functioneren.
6. in staat zijn kritisch over deze pastorale taak en pastorale setting te reflecteren met het oog op het verrichten van praktisch-theologisch onderzoek.

 

De student is in staat om:
• Praktisch-theologisch te reflecteren omtrent theorie en praktijk van het pastorale handelen en de verschillende modellen voor pastorale gesprekken.
• Een praktisch-theologische attitude en vaardigheden aan te wenden met betrekking tot concrete situaties in diverse pastorale sectoren (zorg, school, gevangenis, parochie, gezin, etc.).
• Theoretische inzichten uit de praktische theologie te toetsen aan eigen ervaringen en die van anderen.
• De eigen reflecties omtrent het pastorale handelen, omtrent spiritualiteit en omtrent theologie onder woorden te brengen, zowel schriftelijk als mondeling, en aan anderen duidelijk te maken.
• Te luisteren en te communiceren met anderen over praktische theologische thema's, in functie van verdieping van de eigen praktisch theologische reflectie.
• Een goed gesprek te voeren op basis van algemene gesprekstechnieken zoals actief luisteren, weergeven, spiegelen, confronteren, etc.
• Een goed pastoraal gesprek te voeren waarbij de spirituele dimensie van de gesprekspartner aan bod komt.
• Een groepsgesprek te leiden rond een religieus of spiritueel thema.
• Kritisch en praktisch-theologisch te reflecteren op verschillende modellen voor pastorale gesprekken en deze te hanteren.
• In de context van het pastoraat en het pastorale gesprek de eigen spiritualiteit op een professionele manier te hanteren.
• Een gebedsviering voor te bereiden en voor te gaan.

Begintermen

Master in de theologie en religiewetenschappen

Onderwijsleeractiviteiten

Werkcollege pastoraat: modellen (B-KUL-A03D1a)

4 studiepunten : Practicum 26 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

De inhoud van het werkcollege bestaat uit
- Thematische modules
- Praktijk modules
- Vormingsmeerdaagse
- Spirituele vorming

Thematische modules
De thematische modules bestaan uit deelname aan de studiedagen van het Academisch Centrum voor Praktische Theologie, gevolgd door een praktijkgerichte verwerking in de leergroep.

Praktijk modules
Aan de hand van casusbesprekingen, oefeningen, leesopdrachten en stilstaan bij de eventuele eigen pastorale ervaring wordt in de leergroep gewerkt aan vaardigheden rond pastorale gesprekken, integratie van de inzichten aangereikt door de studiedagen en de persoonlijke theorie over het pastorale handelen en identiteit (integratie van denken, handelen en voelen). Deze bijeenkomsten vormen de eerste aanzet voor de eigen persoonlijke reflectie die wordt uitgewerkt in een schriftelijk leerverslag.

Vormingsmeerdaagse
Meestal in de lesvrije week na de examens, nemen de studenten deel aan de vormingsmeerdaagse (afwisselend in Johannes XXIII seminarie en de abdij van Averbode) samen met de seminaristen van Brugge, Johannes XXIII en Agripo. De vormingsmeerdaagse bestaat uit de inbreng van experten, groepsgesprekken, groepsactiviteiten, persoonlijke verwerking, praktijkgerichte sessies en spiritualiteitsmomenten. Elk jaar wordt een ander centraal thema gekozen.

Spirituele vorming
Pastores werken met de spiritualiteit van de gesprekspartner, en daarvoor is hun eigen spiritualiteitsbeleving eveneens belangrijk. De meeste sessies worden ingeleid door een bezinning in de kapel van het Pauscollege, afwisselend voorbereid en voorgegaan door één van de studenten. Ook in voorbereiding op en tijdens de vormingsmeerdaagse is er uitgebreid ruimte voor eigen spiritualiteitsbeleving en voor kennismaking met verschillende vormen van spiritualiteit.
 
 

Studiemateriaal

Handouts van lezingen, literatuur, eigen ervaringen en groepsgesprekken.

Toelichting werkvorm

  • • Het werkcollege loopt gedurende het hele academiejaar, maar er zijn geen wekelijkse bijeenkomsten. De data worden via Toledo meegedeeld.
    • Studenten bespreken casussen vanuit het oogpunt van het pastoraal gesprek, persoonlijk en in groep.
    • Studenten oefenen in het voeren van goede gesprekken en goede pastorale gesprekken (individueel of in groep) via rollenspel en andere praktijkoefeningen.
    • De studenten bereiden een gebedsviering voor en gaan deze voor in de kapel in aanwezigheid van medestudenten.
    • De studenten nemen deel aan de studiedagen van het Academisch Centrum voor Praktische Theologie en hebben nadien een praktijkgerichte verwerking.
    • De studenten nemen deel aan de vormingsmeerdaagse samen met de seminaristen van Brugge, Agripo en Johannes XXIII seminarie.
    • Studenten werken een thema uit voor de rubriek ‘Uitgelicht’ op de Elisabeth website.
    • Lectuuropdrachten en reflectieverslagen.

Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen

A03D1A : Werkcollege pastoraat: modellen

Gesprekstechnieken (B-KUL-A08M9a)

2 studiepunten : Practicum 12 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

• Studenten bespreken, onder begeleiding, casussen die ze zelf hebben ingediend vanuit het oogpunt van een goed (pastoraal) gesprek.
• Studenten oefenen in het voeren van goede gesprekken en goede pastorale gesprekken met individuen of met groepen, via rollenspel en andere praktijkoefeningen.

Studiemateriaal

Casussen en oefeningen aangebracht door deelnemers en docent of begeleider

Toelichting werkvorm

Studenten oefenen in groep op gesprekstechnieken. Daarbij worden twee doelen beoogd: komen tot een goed gesprek en tot een goed pastoraal gesprek. De gehanteerde werkvormen zijn casusbesprekingen, groepsgesprek, rollenspel, videoopname, …  De studenten moeten zelf één uitgeschreven casus indienen vanuit hun stagepraktijk.

Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen

A9X09A : Werkcollege pastoraat: context en gesprekstechnieken

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Werkcollege pastoraat: modellen en gesprekstechnieken (B-KUL-A2X10a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Verslag, Self assessment/Peer assessment, Medewerking tijdens contactmomenten, Portfolio, Procesevaluatie
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

Studenten worden beoordeeld op volgende aspecten:
• Aanwezigheid (verplicht) op de vormingsmeerdaagse, de thematische en praktijk modules en de studiedagen (vervangopdrachten indien andere lessen) (10%)
• Participatie tijdens de contactmomenten: betrokkenheid, samenwerking, bijdrage tot het groepsgebeuren, aandacht, persoonlijke inbreng (20%)
• Deelname aan casusbesprekingen, rollenspelen en andere oefeningen rond pastoraal gesprek: prestatie naar mogelijkheden, respect, openheid, opvolgen adviezen, creativiteit, ontwikkelen van vaardigheden en attitudes (30%)
• Voorgaan in liturgie: leiderschap, opbouw en inhoud van ritueel, sacrale sfeer, lichaamshouding en expressie, betrokkenheid aanwezigen (10%)
• Uitgewerkt item voor Elisabeth: keuze onderwerp, inhoud en presentatie, werkvormen en bronnen (20%)
• Leerverslag: integratie van praktisch-theologisch denken en praktijkervaringen rond pastoraal gesprek (10%)


 

Toelichting 2e examenkans

Opdrachten worden met de student in kwestie verder besproken.

ECTS Hebreeuws Ic (B-KUL-A9X11A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester Uitgesloten voor examencontract

Doelstellingen

Dit opleidingsonderdeel heeft als doelstelling dat de studenten de basisgrammatica en het basisvocabularium actief beheersen, in staat zijn de werkinstrumenten voor de studie van het Hebreeuws vlot te gebruiken, en naast narratieve bijbelteksten, ook eenvoudige niet-gevocaliseerde teksten (inscripties en Qumran-teksten) te kunnen lezen.
Na dit college kennen de studenten een basisvocabularium van de 800 meest gebruikte woorden van het Klassiek Hebreeuws. Zij zijn vertrouwd met de semantische verbanden tussen Hebreeuwse woorden.
Zij kennen de belangrijkste regels voor klankverandering in het Hebreeuws en kunnen deze veranderingen in de morfologie van naam- en werkwoord aanwijzen. Zij hebben inzicht in de belangrijkste historische ontwikkelingen in de fonologie en morfologie van het werkwoord. De studenten kennen actief de vorming van het regelmatige werkwoord en de meest voorkomende vormen van de onregelmatige werkwoorden. De studenten kennen de belangrijkste vormingen van het naamwoord. Zij zijn in staat eenvoudige ongevocaliseerde Hebreeuwse teksten te lezen en te vocaliseren.
Na dit college kunnen de studenten op een vlotte wijze de verschillende woordenboeken, concordansen en grammatica's gebruiken en kunnen omgaan met tenminste één softwareprogramma voor de analyse van Hebreeuwse teksten.
Na dit college zijn studenten zich bewust van de verschillen tussen het Hebreeuwse en Nederlandse taalsysteem, en van de consequenties die dit heeft voor het interpreteren van Hebreeuwse teksten. Zij zijn kritisch ten opzichte van bestaande vertalingen en kunnen semantische argumenten op basis van het Hebreeuws kritisch beoordelen.

Begintermen

Hebreeuwse gevocaliseerde bijbelteksten kunnen lezen.
Eenvoudige verhalende teksten uit de Hebreeuwse bijbel begrijpen.
Inzicht hebben in de fonetiek en morfologie van het Bijbels Hebreeuws. Een basiswoordenschat van 300 woorden bezitten.

Onderwijsleeractiviteiten

Hebreeuws Ib: studieopdracht (B-KUL-F0SG5a)

4 studiepunten : Opdracht 26 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

  • Het college vertrekt van een verkenning van de belangrijkste klankregels in het Hebreeuws die veel van de variaties in de vorming van naamwoorden en werkwoorden verklaren.

  • De vorming van het werkwoord wordt in historisch perspectief geplaatst als basis voor een goed begrip van de verscheidenheid aan vormen en vocalisaties in het Klassieke Hebreeuws.

  • De vorming van regelmatige en onregelmatige werkwoordsvormen wordt uiteengezet, met bijzondere aandacht voor de onderliggende wetmatigheden die het inzicht in en het herkennen van de vormen bevordert.

  • De vorming van de naamwoorden en hun relatie met de Hebreeuwse woordstammen wordt besproken.

  • Via bibliotheekbezoek en begeleide oefeningen leren de studenten de verschillende gedrukte en electronische hulpmiddelen goed te gebruiken.

  • De studenten breiden hun woordenschat uit tot 800 woorden.

Studiemateriaal

• Syllabus met verklaring grammatica, oefeningen en woordenlijsten - wordt door de docent verstrekt bij eerste college.
• Grammatica:
J.P. Lettinga, T. Muraoka, Grammatica van het Bijbels Hebreeuws, Leiden, Brill, 2000 (11de druk).
• Tekstboek:
Biblia Hebraica Stuttgartensia, Stuttgart, Deutsche Bibelgesellschaft, 1983.
• Woordenboek:
W.L. HOLLADAY, A Concise Hebrew and Aramaic Lexicon of the Old Testament, Leiden, 1971, 1992 (2de druk).

Toelichting werkvorm

In deze onderwijsleeractiviteit wordt de grammatica van het Klassieke
Hebreeuws verder uitgediept. Enerzijds wordt de grammatica in
hoorcolleges verder verklaard, anderzijds gaat veel aandacht naar de
bespreking van de wekelijkse voorbereide oefeningen.
Daarnaast worden de studenten door middel van begeleide en zelfstandige
oefeningen vertrouwd gemaakt met het gebruik van de werkinstrumenten
(woordenboeken, concordansen, onderzoekssoftware).
De studenten maken zich verder vertrouwd met het basisvocabularium
Hebreeuws. Voor de studie van het vocabularium en van de grammaticale
vormen worden electronische hulpmiddelen voor zelfstudie aangereikt
(Overhoor).

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Hebreeuws IC (B-KUL-A2X11a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling, Schriftelijk
Vraagvormen : Gesloten vragen
Leermateriaal : Naslagwerk

Toelichting

Voorwaarde om aan het examen deel te nemen is het maken en inleveren van de oefeningen op het gebruik van BibleWorks en op de morfologie van het onregelmatige werkwoord (Pass-Fail).

Het college wordt afgesloten met een schriftelijk examen waarin de volgende drie onderdelen (= evaluatiecriteria) worden beoordeeld aan de hand van een variabel aantal vragen:

1. de opgedane kennis van grammatica en vocabularium 

2. de toepassing van de aangeleerde onderzoeksmethoden en onderzoeksmiddelen

3. de leesvaardigheden van geziene en ongeziene teksten (klein gedeelte mondeling)

Voor het onderdeel lezing van ongeziene teksten mogen gedrukte hulpmiddelen (woordenboeken, grammatica) en cursusnota's worden gebruikt.

De drie onderdelen van het examen worden gelijk gewogen bij het vaststellen van het eindcijfer.

Toelichting 2e examenkans

De oefeningen ingeleverd voor de eerste examenkans worden overgedragen naar de tweede examenkans en dienen niet opnieuw te worden ingeleverd.

ECTS Marriage Law of the Church (B-KUL-B0B01B)

4 ECTS English 26 First termFirst term Cannot be taken as part of an examination contract

Aims

Knowledge:

At the end of this course, the student must have knowledge about the position of ecclesiastical marriage in society. The student has to acquire basic knowledge about canonical regulation concerning ecclesiastical marriage and the grounds for the nullity of marriage and marriage processes. In this course a detailed study of the canons 1055 to 1165 of the Code of Canon Law familiarizes the students with the law for the sacrament of marriage.

Skills:

The students must be able to evaluate the canonical position of a concrete ecclesiastical marriage. The student has to be familiar with the way the nullity of a marriage can be assessed according to canon law.

Attitude:

The student obtained insight in legal raisoning and is familiar with the way this is applied in concrete cases.

Previous knowledge

By preference the student studied the course B0B00A – Basic Concepts of Canon Law before.

Identical courses

B0C08A: Kerkelijk huwelijksrecht

Onderwijsleeractiviteiten

Marriage Law of the Church (B-KUL-B0B01a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term

Content

  • I. Introduction
  • II. Essential elements and properties of marriage (canon 1055-1062)
  • III. Marriage preparation
  • IV. The form of the celebration of marriage (canones 1108-1123)
  • V. The effects of marriage (canon 1134-1140)
  • VI. Separation of the spouses (canon 1141-1155)
  • VII. Diriment Impediments (canon 1073-1094)
  • VIII. The convalidation of marriage (canon 1156-1165)
  • IX. Mixed marriages (canon 1124-1129)
  • X. Grounds to declare the nullity of marriage
  • XI. Marriage process
  • Conclusions

Course material

All students must have a Code of Canon Law (Codex Iuris Canonici 1983, Latin-English edition) at their disposal. Students can buy a copy of the Code at the Faculty of Canon Law.
A textbook, annually prepared and edited, contains the additional legislation and the necessary study material.

Format: more information

13 sessions of 2 hours every week in the first semester.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Marriage Law of the Church (B-KUL-B2B01b)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral
Learning material : Code/lawbook

Explanation

STANDARD EXAM INFORMATION

Exam type:          
oral examination with written preparation

Content of exam  
The exam will deal with the content of the course book and the content discussed in class.

Grade:
This course unit is evaluated on twenty points. The result is expressed solely as integers.

Use of the Code of Canon Law and other sources
The Code of Canon Law can be used for the examination.

ECTS Theology of Canon Law (B-KUL-B0B03A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term Cannot be taken as part of an examination contract
N. |  van der Helm Adrianus (substitute)

Aims

Through this course students will be introduced to the following dimensions of the interaction between canon law and theology.

  • 1) The historical background against which the subject of theology of canon law has developed, ultimately resulting in its inclusion in the curriculum through the Congregation for Catholic Education’s Decree of 2002 revising the order of studies in the faculties and departments of canon law.
  • 2) Theories on the interaction between theology and canon law, and their impact on the making of competing canon law schools.
  • 3) Topics and issues usually covered under the subject (ecclesiology of canon law; canon law and moral theology; divine law; communion and people of God narratives; epistemological, dogmatic and teleological approach to canon law).
  • 4) The debate on methodology.
  • 5) Most significant literature in the field.
  • 6) The impact of theology of canon law on Church governance and the related debate on the pastoral character of canon law.
  • 7) Perspectives of theology of canon law in the light of Pope Francis’ teaching.

Previous knowledge

B0B00A - Basic concepts of Canon law.

Is included in these courses of study

Onderwijsleeractiviteiten

Theology of Canon Law (B-KUL-B0B03a)

4 ECTS : Lecture 26 Second termSecond term
N. |  van der Helm Adrianus (substitute)

Content

The design and concepts of the course are based on five main sources:

1) French historical-critical approach to theology and canon law; for the history of theology and canon law see J. Gaudemet, ‘Théologie et droit canonique: les leçons de l’histoire’, in Revue de droit canonique 39/1-2 (1989) 3-13 (available on Toledo) (available on Toledo); for a critique of contemporary theories see Mary Zimmermann’s criticism of theology of canon law as ‘perversion of the law’; see M. Zimmermann, ‘Théologie du droit ou perversion du droit’, in Revue de droit canonique 39/1-2 (1989) 55-63 (available on Toledo);

2) the teacher’s background from the Italian scuola laica of canon law; see M. Ventura, ‘Un Droit Canonique Critique? Origines, déclin et perspectives de l'école laïque Italienne’, in Revue de Droit Canonique 66/1 (2011) 131-155 (available on Toledo);

3) Ladislas Örsy’s elaboration on the subject; see L. Örsy, Theology and Canon Law: New Horizons for Legislation and Interpretation (Collegeville: Glazier Liturgical, 1992) (available in the library);

4) Paolo Gherri’s teaching of theology of canon law at the canon law school of the Lateran University; see P. Gherri, Lezioni di teologia del diritto canonico (Città del Vaticano: Lateran University Press, 2004) and Id., Lezioni sostitutive e testi integrativi, 2014-2015; and

5) the teaching of fundamental theory of canon law at the canon law schools of the universities of Navarra and Santa Croce; see C.J. Errazuriz, Justice in the Church: a Fundamental Theory of Canon Law (Montreal: Wilson & Lafleur, 2009) (reading n. 2).

 

Session 1 (9 February 2015)
Introduction to theology of canon law.
The lesson presents the course in the context of the reorganization of canon law studies as resulting from the 1979 and the 2002 reforms. In the first part of the session students will be introduced to the ius publicum ecclesiasticum doctrine and to the rules of interpretation of the 1917 code of canon law. In the second part they will be introduced to the movement for reconciliation of theology and canon law started in the 1960s, and to the ensuing debate on how to combine theology and canon law. In the third part, some examples of the curriculum of courses of theology of canon law will be given. In the fourth part the Italian scuola laica of canon law will be briefly presented and Eduardo Molano’s understanding of the subject (based on a threefold epistemological, dogmatic and teleological approach to canon law) will finally be discussed; see E. Molano, ‘La Teología del Derecho canónico, nueva disciplina’, in Ius Canonicum 46 (2006) 485-519 (available on Toledo).
Reading:
1. VAT II, Optatam totius, n. 16
2. John Paul II, Ap. Const. Sapientia Christiana, 15 April 1979, article 76 at http://w2.vatican.va/content/john-paul-ii/en/apost_constitutions/documents/hf_jp-ii_apc_15041979_sapientia-christiana.html
3. Congregation for Catholic Education, Decree revising the order of studies in the faculties and departments of canon law, 2 September 2002 at http://www.vatican.va/roman_curia/congregations/ccatheduc/documents/rc_con_ccatheduc_doc_20021114_decree-canon-law_en.html

Session 2 (10 February 2015)
The challenge of Concilium (1965).
The lesson presents the 1965 manifesto of the journal Concilium. The manifesto argues in favor of ‘de-theologising’ canon law and ‘de-legalizing theology’. The text of the manifesto will be studied and discussed in class. The critical response of Georg May in the Archiv für Katholisches Kirchenrecht of 1965 (available on Toledo) will also be underlined, the two opposite views setting the scene for the debate on theology and canon law in the post Vatican II.
Reading n. 1: N Edelby, T. Jiménez-Urresti and P. Huizing, ‘Preface’, in Concilium 8 (1965) 1-4.

Session 3 (11 February 2015)
Theology of canon law in Rik Torfs.
The lesson presents Rik Torfs’ understanding of the fundamental role of explicit/implicit theological assumptions in the approach to canon law. The lesson also offers a general overview of the main theories on the interaction of theology and canon law. The lesson is based on R. Torfs, ‘Les Ecoles canoniques’, in Revue de droit canonique 47/1 (1997) 89-110 (available on Toledo).
Reading n. 2: C.J. Errazuriz, Justice in the Church: a Fundamental Theory of Canon Law (Montreal: Wilson & Lafleur, 2009) 47-68.

Session 4 (25 February 2015)
The Wijlens-Selling debate (1995).
In 1995, Myriam Wijlens and Joseph Selling debated on whether canon lawyers should have a role in the life of the Church and which one exactly. The session will study the discussion as a summary of the difficult encounter between canon lawyers and theologians in the contemporary life of the Church.
Reading n. 3, 4 and 5: M. Wijlens, ‘The Church Knowing and Acting: the Relationship between Theology and Canon Law’ in Louvain Studies 20 (1995) 21-40. J. A. Selling, ‘Values, Goods and Priorities: Can Law Determine the Pattern?’ in Louvain Studies 20 (1995) 58-64. M. Wijlens, ‘Values and Canon Law’ in Louvain Studies 20 (1995) 393-400.

Session 5 (4 March 2015)
The pastoral dimension of canon law
A large part of the most recent debate on the nature and methodology of canon law has turned about the use and abuse of the category of the pastoral. The lesson will help students identify the origins and feature of the debate through sources and literature. This class will be given by James Campbell, a PhD student at our Faculty who devotes his research to this subject.
Reading n. 2: C.J. Errazuriz, Justice in the Church: a Fundamental Theory of Canon Law (Montreal: Wilson & Lafleur, 2009) 59-68 and 89-95.

Session 6 (9 March 2015)
Canon law as a theological science. The school of Munich
The lesson will present the context and thought of the main representatives of the school of Munich and in particularly of Klaus Mörsdorf and Eugenio Corecco. Students will be enabled to locate the heritage of this school in the contemporary landscape of canon law, especially in a communion-based notion of canon law, and the criticism against it. Special attention will be paid to E. Corecco, Theologie des Kirchenrechts: methodologische Ansätze (Trier: Paulinus, 1980). English version E. Corecco, The Theology of Canon Law: a Methodological Question (Pittsburgh: Duquesne University Press, 1992) (both available in the library). As for Klaus Morsdorf, see A. Cattaneo, Grundfragen des Kirchenrechts bei Klaus Mörsdorf: Synthese und Ansätze einer Wertung (Amsterdam: Grüner, 1991). Main indirect source for this class will be M. Wijlens, Theology and Canon Law: the Theories of Klaus Morsdorf and Eugenio Corecco (Lanham: University Press of America, 1992) (available in the library). Also important P. Erdö, L. Gerosa, Theologie des kanonischen Rechts : ein systematisch-historischer Versuch (Münster: LIT, 1999) and P. Erdö, Teologia del diritto canonico: un approccio storico-istituzionale (Torino: Giappichelli, 1996).
Reading n. 2: C.J. Errazuriz, Justice in the Church: a Fundamental Theory of Canon Law (Montreal: Wilson & Lafleur, 2009) 69-88.

Session 7 (10 March 2015)
Canon law as a legal science. The school of Navarra
The session will present the juridical approach of the school of Navarra and its foundation in the notion of ‘which is just in the Church’.
Reading n. 2: C.J. Errazuriz, Justice in the Church: a Fundamental Theory of Canon Law (Montreal: Wilson & Lafleur, 2009) 96-105.

Session 8 (11 March 2015)
The epistemological approach of T. Jiménez-Urresti
The session will focus on the understanding of theology of canon law in T. Jiménez-Urresti, as resulting from the author’s individual elaboration on the initial manifesto of Concilium. Students will be invited to study and comment some texts from the author as well as Andrea Ponzone’s recent presentation of Jiménez-Urresti’s thought. A reference from the author is T. Jiménez-Urresti, De la Teología a la Canonística (Salamanca: Publicaciones Universidad Pontificia de Salamanca, 1993).
Reading n. 6: A Ponzone, ‘Theology and Canon Law: The Epistemological Approach of T. Jimenez Urresti’ in The Jurist 72 (2012) 577-604.

Session 9 (16 March 2015)
Theology and canon law in L. Örsy
The lesson will investigate Ladislas Örsy’s contribution to the theory of canon law against the background of the US canonical elaboration. The lesson is based on L. Örsy, Theology and Canon Law: New Horizons for Legislation and Interpretation (Collegeville: Glazier Liturgical, 1992) (available in the library) and L. Orsy, Receiving the Council: Theological and Canonical Insights and Debates (Collegeville MN: Liturgical Press, 2009) (available on Toledo).
Reading n. 7: L. Örsy, ‘Theology and Canon Law’, in J. P. Beal, J. A. Coriden and T. J. Green, (eds), New Commentary on the Code of Canon Law (New York NY and Mahwah NJ: Paulist Press, 2000) 1-10.

Session 10 (17 March 2015)
Theology of canon law and the ecclesiology of Vatican II
The lesson will present the debate on the role of canon law, and especially of the 1983 code, in the clarification and reception of the ecclesiology of the Second Vatican Council. The lesson will also approach the issue of divine law.
Reading n. 2: C.J. Errazuriz, Justice in the Church: a Fundamental Theory of Canon Law (Montreal: Wilson & Lafleur, 2009)

Session 11 (18 March 2015)
Theology of canon law in the context of law and religion
Based on Russell Sandberg’s study of religious laws, the session will look at theology of canon law from the perspective of law and religion studies.
Reading n. 8: R. Sandberg, ‘Religious Laws’ in R. Sandberg, Law and Religion (Cambridge: Cambridge University Press, 2011) 169-182.

Session 12 (23 March 2015)
Theology of canon law in the age of Pope Francis
Inspired by Severino Dianich’s recent analysis; see S. Dianich, La Chiesa cattolica verso la sua riforma (Brescia: Queriniana, 2014) (not available in the library). The session will discuss canonical implications of Pope Francis’ theology, based on the reading of selected texts from the Pope Francis’ teaching.

Session 13 (24 March 2015)
Summary
Summary of the course and final discussion.

Course material

COURSE MATERIAL
1. Documents
2. Compulsory readings
3. Optional readings

1. DOCUMENTS
During the course students will be provided with further documents. A complete ‘list of documents’ will be available on Toledo at the end of the course.

2. COMPULSORY READINGS

  • 1. N Edelby, T. Jiménez-Urresti and P. Huizing, ‘Preface’, in Concilium 8 (1965) 1-4.
  • 2. C.J. Errazuriz, Justice in the Church: a Fundamental Theory of Canon Law (Montreal: Wilson & Lafleur, 2009).
  • 3, 4, 5. M. Wijlens, ‘The Church Knowing and Acting: the Relationship between Theology and Canon Law’ in Louvain Studies 20 (1995) 21-40. J. A. Selling, ‘Values, Goods and Priorities: Can Law Determine the Pattern?’ in Louvain Studies 20 (1995) 58-64. M. Wijlens, ‘Values and Canon Law’ in Louvain Studies 20 (1995) 393-400.
  • 6. A Ponzone, ‘Theology and Canon Law: The Epistemological Approach of T. Jimenez Urresti’ in The Jurist 72 (2012) 577-604.
  • 7. L. Örsy, ‘Theology and Canon Law’, in J. P. Beal, J. A. Coriden and T. J. Green, (eds), New Commentary on the Code of Canon Law (New York NY and Mahwah NJ: Paulist Press, 2000) 1-10.
  • 8. R. Sandberg, ‘Religious Laws’ in R. Sandberg, Law and Religion (Cambridge: Cambridge University Press, 2011) 169-182.

3. OPTIONAL READINGS (optional: for students who wish to know more about the background of the course and have the ambition to go further). NOT INCLUDED IN THE ASSIGNMENT

  • A. Cattaneo, Grundfragen des Kirchenrechts bei Klaus Mörsdorf: Synthese und Ansätze einer Wertung (Amsterdam: Grüner, 1991).
  • E. Corecco, Theologie des Kirchenrechts : methodologische Ansätze (Trier: Paulinus, 1980).
  • E. Corecco, The Theology of Canon Law: a Methodological Question (Pittsburgh: Duquesne University Press, 1992).
  • S. Dianich La Chiesa cattolica verso la sua riforma (Brescia: Queriniana, 2014).
  • P. Erdö, L. Gerosa, Theologie des kanonischen Rechts : ein systematisch-historischer Versuch (Münster: LIT, 1999).
  • P. Erdö, Teologia del diritto canonico: un approccio storico-istituzionale (Torino: Giappichelli, 1996).
  • J. Gaudemet, ‘Théologie et droit canonique: les leçons de l’histoire’, in Revue de droit canonique 39/1-2 (1989) 3-13.
  • P. Gherri, Lezioni di teologia del diritto canonico (Città del Vaticano: Lateran University Press, 2004) and Id., Lezioni sostitutive e testi integrativi, 2014-2015.
  • T. Jiménez-Urresti, De la Teología a la Canonística (Salamanca: Publicaciones Universidad Pontificia de Salamanca, 1993).
  • E. Molano, ‘La Teología del Derecho canónico, nueva disciplina’, in Ius Canonicum 46 (2006) 485-519.
  • L. Örsy, Theology and Canon Law: New Horizons for Legislation and Interpretation (Collegeville: Glazier Liturgical, 1992).
  • L. Örsy, Receiving the Council: Theological and Canonical Insights and Debates (Collegeville MN: Liturgical Press, 2009).
  • R. Torfs, ‘Les Ecoles canoniques’, in Revue de droit canonique 47/1 (1997) 89-110.
  • M. Ventura, ‘Un Droit Canonique Critique? Origines, déclin et perspectives de l'école laïque Italienne’, in Revue de Droit Canonique 66/1 (2011) 131-135
  • M. Wijlens, Theology and Canon Law: the Theories of Klaus Morsdorf and Eugenio Corecco (Lanham: University Press of America, 1992).
  • M. Zimmermann, ‘Théologie du droit ou perversion du droit’, in Revue de droit canonique 39/1-2 (1989) 55-63.

Format: more information

Weekly classes. The 26 hours of the course will be divided into 13 sessions of 2 hours each.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Theology of Canon Law (B-KUL-B2B03a)

Type : Partial or continuous assessment with (final) exam during the examination period
Description of evaluation : Oral, Paper/Project
Learning material : Course material, Computer, Reference work

Explanation

The preparation of the exam

1) Students will prepare the following readings (available on Toledo):

  • 1. N Edelby, T. Jiménez-Urresti and P. Huizing, ‘Preface’, in Concilium 8 (1965) 1-4.
  • 2. C.J. Errazuriz, Justice in the Church: a Fundamental Theory of Canon Law (Montreal: Wilson & Lafleur, 2009).
  • 3, 4, 5. M. Wijlens, ‘The Church Knowing and Acting: the Relationship between Theology and Canon Law’ in Louvain Studies 20 (1995) 21-40. J. A. Selling, ‘Values, Goods and Priorities: Can Law Determine the Pattern?’ in Louvain Studies 20 (1995) 58-64. M. Wijlens, ‘Values and Canon Law’ in Louvain Studies 20 (1995) 393-400.
  • 6. A Ponzone, ‘Theology and Canon Law: The Epistemological Approach of T. Jimenez Urresti’ in The Jurist 72 (2012) 577-604.
  • 7. L. Örsy, ‘Theology and Canon Law’, in J. P. Beal, J. A. Coriden and T. J. Green, (eds), New Commentary on the Code of Canon Law (New York NY and Mahwah NJ: Paulist Press, 2000) 1-10.
  • 8. R. Sandberg, ‘Religious Laws’ in R. Sandberg, Law and Religion (Cambridge: Cambridge University Press, 2011) 169-182.

It is possible to prepare the exam on an alternative selection of articles and books to be agreed upon with the teacher on a case-by-case basis.

2) During the course, the teacher will provide students with additional documents (power points, magisterial or legislative documents, literature, etc.). A list of compulsory additional documents to be prepared for the exam will be posted on Toledo at the end of the course.

3) Students will prepare a short essay (2500-3000 words, cover page, footnotes and bibliography included) in English commenting on a piece of canon law literature approaching the relation between canon law and theology. In order to be eligible for selection, the piece has to be clearly identifiable as authored by a canon lawyer. Students are required to check beforehand with the teacher whether the selected piece of literature is appropriate: see below further instructions under “admission to the exam”. The document can be in the student’s national language and anyway in other languages than English. If the original document is not in English, references in the essay should be to an English version of the original text. Students will first give a summary of the commented literature (3/5). The remaining part of the essay (2/5) will be devoted to the student’s personal reflections on the literature, based on the course’s readings and documents. Students are invited to use headlines to structure the text. Personal thoughts are essential, but this does not exempt students from submitting a rigorous text (see below criteria for assessment of essays). Students will bear in mind that plagiarism is severely forbidden. Students will put between quotation marks all texts that are not from them. Students will report their sources in the final bibliography and/or in footnotes.

4) Attendance is not compulsory. However, regular attendance is highly advisable.


Admission to the exam
Essays will be submitted within the deadline (see below) to the email of the Faculty of Canon Law: Fac.canon@law.kuleuven.be. Only essays submitted to the email of the Faculty are validly submitted. Without the teacher’s approval of the relevant piece of literature, students are not allowed to submit their essay and therefore they cannot be admitted to the exam. Essays exceeding 3000 words will not be admitted. A word count will be included in the essay’s cover page. The cover page will also include the name of the student, the full reference to the commented piece of literature and the title of the essay. Essays will be presented in WORD (any version) in order to allow for control of the word count and for anti-plagiarism checks. Students who wish to have their essay previously assessed by the teacher can send a complete version in advance to marco.ventura@law.kuleuven.be (see below deadline for previous feedback). Pre-submission is not compulsory and only advised for students who submit a paper for the first time in a course of Prof. Ventura.


The exam
1) The teacher will assess the essay based on the following criteria:

  • 1. Proper Style and Format of Essay Presentation
  • a) The paper is produced in an academic tone
  • b) Clarity of expression, eloquence and creativity of writing, mechanics of words choice
  • c) Grammar and spelling
  • d) The paper includes an accurate title page and page numbers
     
  • 2. Structure and Organization of the Essay
  • a) Statement of the problem or question (thesis statement), clarity, sharpness of focus
  • b) Devoted reasonable and proportional attention to key issues
  • c) Logical development of the discussion from one idea to the next
  • d) Introduction-provides a context for the essay, summarizes the arguments, is of adequate length
  • e) Conclusion-negotiates the perspectives in the essay so that the reader is left with a clear impression of the main points captured in the essay
  • 3. Proper use and Relevance of Research
  • a) Located appropriate academic literature
  • b) The essay relies on contemporary and insightful research
  • c) Draws out meaningful arguments from the readings
  • d) All contentions have appropriate literature to support them
  • e) Does not rely heavily on generic text and/or quotations
     
  • 4. Level of Analysis and Substantive Adequacy
  • a) Displays strong insight and sound knowledge of the topic/issues
  • b) Arguments are powerful and relevant to the thesis statement
  • c) Explored the topic with adequate depth and reflective ability
  • d) The essay reflects careful analysis (theoretical/topic-related)

2. The student will pass an oral exam. On the scheduled day and time the teacher will present the student a written question pertaining to the content of the course and related to readings and documents. The student will be allowed about 15 minutes to prepare the question. This is an open book exam: the student will be able to check any sources and personal notes, also online. The student will not be asked to draft a complete written response, but only a scheme articulating the arguments and topics through which an appropriate response can be given to the question.
The oral exam will also consist of a discussion on the student’s short essay.

Distant learners
Students who study at distance are expected to comply with the same exam requirements.

Exam deadline
The exam takes place in June-July or August-September 2015.
Erasmus students who leave to their country at the end of December or students who are granted the right to spread exams (art 120 Exam regulations KU Leuven) make an appointment for an exam with the professor after the end of course (not before the end of classes in December): marco.ventura@law.kuleuven.be.

Deadline for pre-feedback is:
April 24, 2015 at 10.00 p.m. (June-July 2015 exam session).
July 1, 2015 at 10.00 p.m. (August-September 2015 exam session RETAKES)
The teacher’s feedback will be returned within 15 days from the deadline for pre-feedback.

Deadline for submission is:
June 1, 2015 at 10.00 p.m. (June-July 2015 exam session).
August 16, 2015 at 10.00 p.m. (August-September 2015 exam session RETAKES)

Assessment and marking
The teacher will give one final mark, covering the assessment of the essay and the assessment of the oral exam. The teacher will not give a separate mark to the essay. However, the teacher is available, upon appointment, for explanations on the assessment and marking.

ECTS General Norms of Canon Law (B-KUL-B0B06A)

4 ECTS English 26 First termFirst term Cannot be taken as part of an examination contract

Aims

This course aims to offer insight in Book I General Norms of the 1983 Code of Canon Law of the RC Latin Church.  This aim is achieved through two stages. In a first step the subject is introduced by a more general situation "Tradition and new approaches" and through two exemplary case-studies, one on custom and one on juridic persons. In a subsequent part the various titles and canones of Book I are systematically treated and the students are required to choose themselves a seminal article from a reader and write a small paper about the topic chosen that will be part of the exam (50 %), together with the oral exam (50 %).

On this basis, the students are able, at the end of the course, to interpret and contextualize the canons of Book I and to address specific cases and case-studies in this field. Students will dispose of a sensibility for legal thinking, for legally qualifying facts and developing a legal argument, an attitude and awareness that they will be able to enhance and benefit from in other domains of canon law.

Previous knowledge

This course aims to offer insight in Book I General Norms of the 1983 Code of Canon Law of the RC Latin Church. It achieves this aim through a general situation of the topic, the development of two case-studies and a systematic treatment of the various titles and canones of Book I.

Identical courses

B0C02B: Algemene normen van het kerkelijk recht

Onderwijsleeractiviteiten

General Norms of Canon Law (B-KUL-B0B06a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term

Content

  • 1. "Tradition and new approaches" (general situation of the topic)
  • 2.  Case-studies (custom and juridic persons)
  • 3. Systematic treatment of Book I
  • 4. Choice of paper topic: week of 25 October
  • 5. Paper supervision
  • 6. Small paper and oral exam


 

 

Course material

The materials (syllabus + power point) of each class will be put on Toledo weekly before the start of every new class, on the basis of Huysmans, R. Algemene normen van het wetboek van canoniek recht. De normis generalibus. Peeters, Leuven, 1993.

Reader with articles to serve as point of departure for the paper. A printed version of the reader will be available at the Secretariat of the Faculty of canon Law.

Format: more information

Classical  and interactive lecture and paper supervision

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: General Norms of Canon Law (B-KUL-B2B06a)

Type : Partial or continuous assessment with (final) exam during the examination period
Description of evaluation : Oral, Paper/Project

Explanation

The oral is oral. The Code of Canon Law (C.I.C.) can be used fot the exam.

 

ECTS Rights and Obligations of Christian Faithful (B-KUL-B0B17A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term Cannot be taken as part of an examination contract

Aims

• To gain insight about the general context and source of the rights and obligations of the Christian faithful in the Code of Canon Law
• To understand the relationship between the Second Vatican Council and the Code of Canon Law regarding the foundation, nature and application of the rights and obligations of Christian faithful,
• To see the similarities and difference between civil and ecclesiastical society regarding the source of rights and obligations; the foundation of rights (for example, natural, divine, human positive law, either ecclesiastical or civil)
• To discuss the relationship between secular law and obligations of Christian faithful according to the Code of Canon Law
• To be familiar with the implementation of the canonical mechanisms (due process applied with equality, proper procedures for penalties and promotion of social justice) regarding the protection of rights and obligations of the Christian faithful
• To study and analyses in depth canones 208 to 223 in the Code of Canon Law.

 

Previous knowledge

By preference students took the course B0B00A - Basic Concepts or B0B06A - General Norms of Canon Law before.

Identical courses

B0C20A: Rechten en plichten van christengelovigen

Is included in these courses of study

Onderwijsleeractiviteiten

Rights and Obligations of Christian Faithful (B-KUL-B0B17a)

4 ECTS : Lecture 26 Second termSecond term

Content

The subject matter of this course focuses on discussing the rights and obligations of the Christian faithful which incorporates the following main issues:-
• Describing the Catholic Church and the various relationships (rights and obligations) which all the baptized, through reception of baptism, enjoy with the Catholic Church,
• Discussing all the rights and obligations enumerated in the Code of Canon Law,
• The context of the rights and obligations of the faithful and the mechanisms to enforce them through the Church's instrument called Canon Law,
• discussing the relationship between Vatican II  and the code of canon law regarding the rights and obligations of the faithful,
• The participation of the baptized in the threefold functions (nunera) –priestly, prophetic and administrative,
• discuss human rights in the Church in relation to the rights and obligations listed in the Code of canon Law,
The course will include applications to contemporary issues related to the rights and obligations of the faithful.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Rights and Obligations of Christian Faithful (B-KUL-B2B17a)

Type : Exam during the examination period

ECTS Organisation of the Church (B-KUL-B0B57A)

4 ECTS English 26 Second termSecond term Cannot be taken as part of an examination contract
N. |  van der Helm Adrianus (substitute)

Aims

The student must understand the hierarchical constitution of the catholic church on the level of the Universal church and of the Particular church. The student must understand the historical developments and the doctrinal discussion about the relation between the universal church and the particular church. Also the ecclesiology and the relation with other Christian churches is discussed.

  • The student must understand the juridical and administrative power of the supreme jurisdiction in the church: the pope, college of bishops and the Roman curia.
  • The student must understand the relation between the pope and the college of bishops and the ecumenical council and the college of cardinals (including the election of the pope)
  • The student must understand the relation between the government of the pope and the organs of collegiality, especially the synod of bishops
  • The student must understand the relation between the Roman curia and the college of bishops throughout the world.
  • The student must understand the canons 330-367 that are discussed.
  • The student must understand the doctrinal and juridical position of the particular church and also the doctrinal developments in the position of the particular church since the First Vatican Council and the renewal brought about by the Second Vatican Council and the code of 1983.
  • The student must understand the relation between the diocesan bishop and the pope and the sacramental nature and origin of the episcopal jurisdiction.
  • The student must understand the governing of the diocese with the diocesan offices and the diocesan institutions of administration and consultation
  • The student must understand the procedures and traditions about the nomination of bishops
  • The student must understand the relation of the diocesan bishop with other actors in the diocese: parishes (reference to the separate course of Parish Law), religious, laypersons,
  • The student must understand the canons 368-514.

Previous knowledge

Students studied by preference previously the course B0B00A - Basic Concepts of Canon Law.

Is included in these courses of study

Onderwijsleeractiviteiten

Organisation of the Universal Church (B-KUL-B0B57a)

2 ECTS : Lecture 13 Second termSecond term
N. |  van der Helm Adrianus (substitute)

Content

The lectures will discuss the following topics:

The relation between universal church and particular church

  • The Church of Christ, the Roman catholic church and other Christian churches

The doctrine of collegiality

  • The importance of the Nota Explicative Praevia

The jurisdiction of the pope

  • The organization of the Roman Curia
  • New institutions of pope Francis

The college of bishops

  • The ecumenical council
  • The college of cardinals and the election of the pope
  • The synod of bishops

The diocesan bishop and the origin of his jurisdiction

  • Sacramental origin of the episcopal jurisdiction
  • The nomination of the diocesan bishop

The diocesan offices

  • Diocesan curia

The diocesan institutions of consultations

  • Instruments for the bishop and consultation

The relation of the diocesan bishop with other actors

  • parish,
  • religious
  • laypersons

Course material

A reader will be made available on Toledo.

Format: more information

The classes will mainly consist of lectures. But mutual exchange about experience regarding local situations in different countries is much appreciated.

Organisation of the Particular Church (B-KUL-B0B58a)

2 ECTS : Lecture 13 Second termSecond term
N. |  van der Helm Adrianus (substitute)

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Organisation of the Church (B-KUL-B2B58a)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral

Explanation

A reader is available with articles and commentaries. This must be studied along with the material discussed during classes.
There will be an oral examination during which the knowledge will be examined.
The student is examined in the understanding of the current discussion about the collegiality in the church.
The student must show his/her understanding of the implications of a possible change in the balance between centralism and more local differentiation in the church, balance between universal and particular church.
The student is asked to evaluate to current discussions and developments.

ECTS Teaching Office of the Church (B-KUL-B0B59B)

4 ECTS English 21 Second termSecond term
N.

Aims

By the end of the course unit students should be able to:
• interpret canon 747 to 833 of the Code of Canon Law
• apply these canons to real life cases
• understand the relevance of the teaching office of the church
• explain the role teaching office plays in the church
• formulate a well-founded opinion on the relation between  the theologian, the catholic university and the Holy See

Previous knowledge

By preference the student already took the course unit B0B00A - Basic Concepts of Canon Law.

Identical courses

B0B59A: Teaching Office of the Church

Onderwijsleeractiviteiten

Teaching Office of the Church - Lecture (B-KUL-B0B59a)

3 ECTS : Lecture 15 Second termSecond term
N.

Content

The knowledge on christian faith is studied and taught by theologians. But who has the right to declare: this is catholic doctrine and ethics? And to what extend a christian faithful is obliged to resign himself to this Church's teaching? Who is permitted to give the homily in church? And what about teachers in religion? And what in case this teaching differs from the teaching by an higher hierarchical authority? Finally the course deals with the rules and regulations concerning catholic universities.

Course material

Code of Canon Law

Students find additional information in:
Book III. The Teaching Function of the Church, in J. P. Beal, J.A. Coriden, T.J. Green, New Commentary on the Code of Canon Law, New York/Mahwah, 2000.

Format: more information

Study of canon 747 - 833:

Title I. The MInistry of the Divine Word
Chap 1. The preaching of the word of God
Chap 2. Catechetical instruction

Title II. The Missionary Activity of the Church

Title III. Catholic Education
Chap 1. Schools
Chap 2. Catholic Universities and other institutes of higher education
Chap 3. Ecclesiastical Universities and faculties

Title IV. Instruments of Social Communication and Books in particular

Title V. The Profession of Faith

Particular questions concerning the position of the theologian, the procedure of doctrinal examination and catholic universities will be studied.

Is also included in other courses

B0B59A : Teaching Office of the Church

Teaching Office of the Church - Case Studies (B-KUL-B0B60a)

1 ECTS : Lecture 6 Second termSecond term
N.

Content

Particular questions concerning the position of the theologian, the procedure of doctrinal examination and catholic universities will be studied.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Teaching Office of the Church (B-KUL-B2B59b)

Type : Exam during the examination period
Description of evaluation : Oral, Written
Type of questions : Open questions
Learning material : Code/lawbook

Explanation

Mok questions: 

  • Can Lay-people preach in a church?
  • Can they be allowed to do a homily during liturgy?

2nd exam opportunity: more information

Written exam. Oral exam after appointment with the instructor for the course unit.

ECTS Gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg (B-KUL-C01A8A)

5 studiepunten Nederlands 52 uren Eerste semesterEerste semester
Aertsen Ivo (coördinator) |  Aertsen Ivo |  Jeandarme Ingeborg

Doelstellingen

Leerdoelen

• Kennen: verwerven van kennis en inzicht betreffende de specifieke relatie tussen persoonlijkheid, psychopathologie, daderschap en slachtofferschap. De student moet zich grondig vertrouwd maken met de belangrijke psychiatrische ziektebeelden en persoonlijkheidsstoornissen en met een aantal specifieke probleemgebieden. Naast het verwerven van inzicht in deze complexe fenomenen, verwerft de student kennis over de behandelingsmogelijkheden, met inbegrip van de kaders van de gedwongen opname en de internering (ontoerekeningsvatbaarheid). Wat de behandelingsmogelijkheden in de diverse sectoren betreft (ambulant en residentieel), verwerft de student een grondige kennis van het wettelijke en het institutionele kader.  

• Kunnen: in staat zijn om het specifieke verband tussen de belangrijkste psychische stoornissen en daderschap te duiden en om de specifieke criminologische deeltaak in een multidisciplinair team binnen de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg te onderkennen. Men dient ook zelfstandig de beschikbare wetenschappelijke bronnen in dit domein te kunnen raadplegen.

•  Houding: actieve en kritische houding ten aanzien van het functioneren van de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg en de plaats van de criminoloog daarin.


Dit opleidingsonderdeel draagt bij tot volgende leerresultaten:

De student kan ontwikkelingen in het criminologische domein situeren, analyseren en evalueren vanuit een geïntegreerd gedragswetenschappelijk, juridisch en institutioneel perspectief.

De student kan kritisch reflecteren over de betrokken sociaal-ethische vraagstukken.

De student beschikt over een grondige basiskennis van theorieën en wetenschappelijk onderzoek inzake (de)criminaliseringsprocessen en inzake het fenomeen, de verklaring en aanpak van onveiligheid en criminaliteit.

Begintermen

Kennen: een basiskennis verworven hebben met betrekking tot: Inleiding tot de criminologie, Inleiding tot de psychologische en criminologische psychologie, Beginselen van strafrecht en strafprocesrecht.
Kunnen: geen specifieke vaardigheden.
Houding: geïnteresseerd en kritisch.

Onderwijsleeractiviteiten

Gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg (B-KUL-C01A8a)

5 studiepunten : College 52 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

In het eerste deel van de cursus worden de grote psychiatrische ziektebeelden en persoonlijkheidsstoornissen besproken  en worden verbanden gelegd met het plegen van misdrijven en de ontwikkeling van een delinquente carrière. Hier krijgt men het antwoord op onder meer de volgende vragen: welke psychische stoornissen verhogen de kans op delinquent gedrag? Welke psychische stoornissen maken mensen kwetsbaarder voor daderschap (en slachtofferschap)? Welke contextfactoren verhogen of verminderen de kans op crimineel gedrag?

In een tweede deel worden enkele specifieke probleemdomeinen besproken:  drugs- en alcoholgebruik, seksueel overschrijdend gedrag en intrafamiliaal geweld. Daarbij wordt ook steeds ingegaan op de behandelingsmogelijkheden.

In een derde deel komt de gespecialiseerde diagnostiek aan bod: indicatiestelling, risicotaxatie, risicomanagement en de ‘pro justitia’ rapportage (het forensisch-psychologisch en –psychiatrisch deskundigheidsonderzoek).

Een vierde deel van de cursus is gewijd aan dwingende interventies ten aanzien van personen met een ernstige persoonlijkheids- of psychiatrische problematiek: de gedwongen opname en de internering. Hierbij wordt tevens aandacht besteed aan de wettelijke en institutionele kaders.

Een vijfde en laatste deel gaat in op de slachtofferproblematiek, meer bepaald de rol van de geestelijke gezondheidszorg ten aanzien van slachtoffers met verwerkingsproblemen. Ook het thema ‘institutioneel seksueel misbruik’ wordt hierbij besproken. Tenslotte worden de eigen traumatische of schokkende ervaringen besproken bij diegenen die beroepshalve in het brede veld van de strafrechtsbedeling werkzaam zijn.

Studiemateriaal

Een verzameling van wetenschappelijke literatuur wordt via Toledo ter beschikking gesteld.

Toelichting werkvorm

Hoorcollege met aanmoediging van vragen en interventies vanwege de studenten.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg (B-KUL-C21A8a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Wetboek/codex

Toelichting

De examenduur bedraagt 3 uur en er worden een viertal schriftelijke vragen gesteld. Deze vragen zijn gericht op accurate kennis, toepassing en/of kritische reflectie. 

ECTS Penologie en penitentiair recht (B-KUL-C01A9B)

6 studiepunten Nederlands 52 uren Eerste semesterEerste semester
Verbruggen Frank (coördinator) |  Daems Tom |  Verbruggen Frank |  Daems Tom (plaatsvervanger)

Doelstellingen

Kennen: geïntegreerde kennis van de juridische en penologisch-gedragswetenschappelijke aspecten van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, tegen de achtergrond van de evoluerende opvattingen over de strafrechtelijke sanctiedoeleinden en de daarmee samenhangende problemen i.v.m. de strafrechtelijke sanctietoemeting
Kunnen: ontwikkelen van een probleemformulerend, probleemduidend en probleemoplossend vermogen op het domein van de strafrechtelijke sanctietoemeting en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties; het kunnen toetsen aan empirische bevindingen en theoretische kaders
Houding: door wetenschappelijke studie geleide kritische en constructieve instelling t.a.v. het domein van de strafrechtelijke sancties, sanctietoemeting en tenuitvoerleging ervan met bijzondere aandacht voor belevingsaspecten en grondrechten.

Begintermen

Kennen: basiskennis strafrecht-strafvordering en elementaire vertrouwdheid met psychologische en sociologische benaderingen
Kunnen: vermogen tot ontwikkelen van criminologische benaderingswijze
Houding: uitgesproken interesse en actieve ingesteldheid

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Penologie en penitentiair recht (B-KUL-C01A9a)

6 studiepunten : College 52 uren Eerste semesterEerste semester
Daems Tom |  Verbruggen Frank |  Daems Tom (plaatsvervanger)

Inhoud

In deze cursus worden - in hun onderlinge interactie - penologische en juridische aspecten uitgediept van het strafrechtelijk sanctioneren. Dit gebeurt tegen de achtergrond van de evoluerende opvattingen over de straf en de strafkeuze, met de daarmee samenhangende problemen rond strafdoelen en -principes.
Na een viertal inleidende colleges over de historische, criminologische en sociologische situering van het strafrechtelijk sanctioneren, wordt in een eerste deel van de cursus ingegaan op de penologische problematiek van de strafrechtelijke sanctietoemeting. Vervolgens komt het complex van de vrijheidsbenemende straf en de uitvoering ervan uitgebreid aan bod. Bijzondere aandacht gaat naar de organisatie en de morfologie van het gevangeniswezen, zowel vanuit een historisch-sociologisch perspectief als vanuit het hedendaags functioneren. Diverse actuele problemen worden daarbij behandeld: de overbevolking van de gevangenissen, belevingsaspecten van de vrijheidsstraf, de rechtspositie van gedetineerden en de recente wetgevende realisaties en ontwikkelingen terzake, de voorwaardelijke invrijheidstelling en de forensische hulpverlening. Een volgend deel van de cursus is gericht is op het ontstaan, de ideologie en de omkadering van de zogenaamde gemeenschapssancties of niet-vrijheidsbenemende straffen. Een bijzondere aandacht gaat naar de gemeenschapsdienst of werkstraf, het elektronisch toezicht en de bemiddeling. Ook de sector van de justitiehuizen komt uitgebreid aan bod. Aandachtspunten bij de diverse gemeenschapssancties zijn steeds: het wettelijke kader, de institutionele vormgeving en het feitelijk, empirisch bestudeerbare functioneren. 
 

Studiemateriaal

Artikels en literatuur (reader wordt ter beschikking gesteld bij aanvang van het semester)
Presentatiesoftware (power point presentaties worden ter beschikking gesteld via Toledo)
Voorbeeldmateriaal
Toledo

Toelichting werkvorm

Studenten nemen deel aan de hoorcolleges; tussenkomsten en actieve deelname door de studenten worden aangemoedigd. Zelfstandige studie van teksten en wetgevende documenten. Verplicht gevangenisbezoek. De principes van de begeleide zelfstudie worden zoveel mogelijk gevolgd.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Penologie en penitentiair recht (B-KUL-C21A9b)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk

Toelichting

De evaluatie van dit vak vindt plaats door middel van een schriftelijk examen van drie uur. Door middel van open vragen en eventueel gesloten (meerkeuze) vragen peilt het examen naar accurate kennis en inzicht, analyse- en toepassingsvermogen en de mogelijkheid om zelf een kritische opinie te ontwikkelen.

Indien een student in de eerste zittijd niet slaagt voor dit opleidingsonderdeel, wordt voor de tweede zittijd in een herexamen voorzien.
Indien een student niet slaagt voor het opleidingsonderdeel in tweede zittijd, dient het volledige opleidingsonderdeel opnieuw gedaan te worden.

ECTS Victimologie en strafrechtsbedeling (B-KUL-C02A0A)

5 studiepunten Nederlands 52 uren Eerste semesterEerste semester

Doelstellingen

Leerdoelen

Kennen:

  • historische en theoretische ontwikkelingen in de victimologie, met aandacht voor de rol van de victimologie ten aanzien van de criminologie in het algemeen;
  • resultaten van empirisch onderzoek (met oog voor de gebruikte onderzoeksmethoden) over het fenomeen slachtofferschap, de behoeften van slachtoffers en de effectiviteit van de bejegening;
  • de institutionele en wettelijke kaders die relevant zijn voor slachtoffers, meer bepaald in het kader van de strafrechtsbedeling, en hun feitelijk functioneren;
  • beleidsontwikkelingen op nationaal en internationaal vlak.
  • In deze kennisverwerving staat een maximale integratie van historische, theoretische, empirische, praktijk- en beleidsgerichte aspecten voorop, evenals het plaatsen van ontwikkelingen en bevindingen in een internationale context.

Kunnen:

  • verwerken van opgegeven literatuur t.a.v. de gedoceerde materie;
  • kunnen toepassen van slachtoffergerelateerde regelgeving op concrete situaties;
  • toetsen van de gedoceerde materie aan de eigen kennis en (leef)situatie en aan de maatschappelijke actualiteit;
  • het verder zelfstandig raadplegen van bronnen van uiteenlopende aard;
  • het permanent (leren) ontwikkelen van verdere kennis.

Houding:

  • het aannemen van een kritische attitude ten aanzien van het fenomeen criminaliteit, victimisering en maatschappelijke/justitiële reactie; 
  • het onderkennen van persoonlijke attituden en gevoelens met betrekking tot het onderwerp.

Begintermen

Kennen:

 

  • kennis van een aantal inleidende begrippen en historische ontwikkelingen in de criminologie;
  • een zekere basiskennis van het strafrecht en strafprocesrecht;
  • een goede basiskennis van Engels en Frans.

 

Onderwijsleeractiviteiten

Victimologie en strafrechtsbedeling (B-KUL-C02A0a)

5 studiepunten : College 52 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

Theorie: 

  • geschiedenis van de victimologie en betekenis ervan voor de criminologie
  • (recente) theoretische en methodologische benaderingen
  • permanente (maatschappelijke) reflectie

Wetenschappelijk, empirisch onderzoek over het fenomeen victimisering:

  •  in kaart brengen van fenomeen slachtofferschap
  • noden, problemen en ervaringen van slachtoffers
  • maatschappelijke aspecten en gevolgen van victimisering
  • specifieke slachtoffercategorieën

Praktijk en beleid (maatschappelijke antwoorden) (België en internationaal perspectief):

  • ontstane aandacht voor slachtoffers en algemene (beleids)ontwikkelingen
  • ontstaan en evolutie van diverse vormen van slachtofferzorg binnen politie, justitie en hulpverlening
  • wettelijke positie van het slachtoffer (in de opeenvolgende fasen van de strafrechtsbedeling)
  • het ontstaan van het herstelrecht en de toepassingsmogelijkheden
  • supranationale regelgeving en de effectiviteit ervan

Studiemateriaal

Een reader met een selectie van inleidende teksten uit de victimologische literatuur (via cursusdienst Criminologie) en een Compendium Regelgeving met internationale, nationale en regionale regelgevende teksten (via uitgeverij Die Keure).

Toelichting werkvorm

  • Studenten nemen deel aan de hoorcolleges; tussenkomsten en actieve deelname van de studenten worden aangemoedigd.
  • Studenten schrijven tevens een korte 'reflectienota' over een victimologisch relevant onderwerp.






















  •  
  •  
  • Studenten formuleren schriftelijk een victimologisch thema (individuele reflectieopdracht).
     





































  •  
  •  
  • Studenten nemen deel aan de hoorcolleges; tussenkomsten en actieve deelname vanwege studenten worden aangemoedigd;































  •  
  •  
  • studenten werken in een korte nota een victimologisch thema uit (individuele reflectieopdracht).

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Victimologie en strafrechtsbedeling (B-KUL-C22A0a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Open vragen

Toelichting

De evaluatie (20p) van Victimologie en strafrechtsbedeling is gebaseerd op de volgende samenvattende component:
Het examen (20p) meet de mate van accurate kennis en inzicht, het toepassingsvermogen op concrete situaties en het kritisch-reflectief vermogen. Verschillende onderdelen van de cursus moeten onderling kunnen geïntegreerd worden.

Indien een student in de eerste zittijd niet slaagt voor dit opleidingsonderdeel, wordt voor de tweede zittijd in een herexamen voorzien.
Indien een student niet slaagt voor het opleidingsonderdeel in tweede zittijd, dient het volledige opleidingsonderdeel opnieuw gedaan te worden.

ECTS Entrepreneurship and New Business Development (B-KUL-D0O37A)

6 ECTS English 54 Both termsBoth terms Cannot be taken as part of an examination contract

Aims

Upon completion of this course, the student is able to:

• Explain and illustrate the unique qualities of the entrepreneurial process;
• Understand the role that business planning may have (at the beginning of) the entrepreneurial process;
• Understand the significance and dangers of business plan writing;
• Appreciate the different purposes and audiences for business plans;
• Evaluate the attractiveness of product ideas;
• Evaluate the attractiveness and feasibility of business models;
• Retrieve (sufficiently reliable) primary data as input to a business planning process;
• Apprehend the essential components of effective business plans;
• Develop and evaluate a sophisticated business plan for an identified or given opportunity;
• Adequately present a business idea.

 

 

Previous knowledge

This course does not assume that you have taken prior classes on entrepreneurship or business administration. However, it would help if you have a rudimentary understanding of how enterprises operate. Actually, those that have taken management and or business course may realize that the entrepreneurial building of new business is quite distinct from business management.

Is included in these courses of study

Onderwijsleeractiviteiten

Entrepreneurship: Models and Ingredients (B-KUL-D0O39a)

2 ECTS : Lecture 36 Both termsBoth terms

Content

Topics covered in this course:

• Feasibility analysis, industry and market analysis;
• Market segmentation, target market selection;
• Marketing analysis, business positioning, team development;
• Business structure, operations, product development;
• Financial statements.

Course material

Used Course Material
* Barringer, B.R. (2008). Preparing Effective Business Plans: An Entrepreneurial Approach. Upper Saddle River (NJ): Prentice Hall.
* Jones-Evans, D. & Carter, S. (2012). Enterprise and Small Business: Principles, Practice and Policy (3rd edition). Harlow: Pearson Education Limited

Recommended Reading
* Debrulle, J. & Maes, J. (2014). The Act of Creating New Value: Positioning the Independent and Corporate Entrepreneurship Domain. London: McGraw-Hill, available at: https://create.mheducation.com/shop/#/catalog/details/?isbn=9781308118390

Toledo
* Toledo is being used for this learning activity to share readings, lecture slides, to submit work etc.

Format: more information

Students interactively acquire in-depth advanced insights in the entrepreneurial process in a course that combines traditional lectures with a demanding field project.

Entrepreneurship: Development of a Business Plan (B-KUL-D0O64a)

4 ECTS : Assignment 18 Both termsBoth terms

Content

Topics covered in this course:

• Feasibility analysis, industry and market analysis;
• Market segmentation, target market selection;
• Marketing analysis, business positioning, team development;
• Business structure, operations, product development;
• Financial statements.

 

Course material

Used Course Material
* Barringer, B.R. (2008). Preparing Effective Business Plans: An Entrepreneurial Approach. Upper Saddle River (NJ): Prentice Hall.
* Jones-Evans, D. & Carter, S. (2012). Enterprise and Small Business: Principles, Practice and Policy (3rd edition). Harlow: Pearson Education Limited

Recommended Reading
* Knott, A. M. 2008. Venture design (3rd ed. Sudbury, Massachusetts), available as free download on: http://apps.olin.wustl.edu/faculty/knott/book/Venture-Design-Anne-Marie-Knott.epub
* Debrulle, J. & Maes, J. (2014). The Act of Creating New Value: Positioning the Independent and Corporate Entrepreneurship Domain. London: McGraw-Hill, available at: https://create.mheducation.com/shop/#/catalog/details/?isbn=9781308118390

Toledo
* Toledo is being used for this learning activity to share readings, lecture slides, to submit work etc.

Format: more information

Next to the lectures students will engage in a business-planning project. For this project students are assigned to a small (approximately 4 students) and diverse team. Early in the course you will have to decide whether you want to engage in (and learn from) New Venture Creation or New Business Development. Hence, you will develop a business plan that could result in [a] a new venture, or [b] new business to an established (small to medium sized) firm. You must opt for either the NVC or NBD track. in both tracks you will have to engage in all the important stages of a comprehensive (operational) business plan: from idea generation to feasibility analysis, to a fully conceived plan that maps out how the business will operate and how it will create value.

The business plan is the most demanding course component: it is in the business plan that you can show what you have learned from the course. It requires extensive field research, creativity, and critical thinking.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Entrepreneurship and New Business Development (B-KUL-D2O37a)

Type : Partial or continuous assessment with (final) exam during the examination period
Description of evaluation : Written, Paper/Project, Self assessment/Peer assessment, Presentation
Type of questions : Multiple choice
Learning material : None

Explanation

Features of the evaluation

  • The written exam assesses the extent to which the student has internalised the key insights from the course material that were studied to prepare for the lectures and that will be applied in the business plan. Questions will be in the format of multiple choice with a correction for guessing.
  • The course involves the full development of a business plan and multiple intermediate presentations throughout the year.
  • The business plan and presentations should reflect that you can adequately apply the different entrepreneurial concepts presented in class.
  • Upon completion of the business plan, students have to indicate the extent to which their team members (peers) have contributed to the final result of the manuscript and its presentations (= peer assessment).
  • For the business plan exercise the terms of deliverance and deadlines will be determined by the lecturer (titularis) and communicated via Toledo.
  • The date of the final business plan presentation will be determined by the lecturer (titularis) and communicated via Toledo. The presentations will take place before the examination period.

Determination of final grades

  • The grades are determined by the lecturer as communicated via Toledo and stated in the examination schedule. The result is calculated and communicated as a number on a scale of 20.
  • The final grade is a weighted score and consists of the following components:

                  * 30% on a closed book exam in the form of multiple choice questions, organized in the January examination period
                  * 50% on the final business plan
                  * 20% on the business plan presentations

  • Peer evaluation determines 20% of the grade of the business plan.
  • If the set deadlines for the business plan exercise was not respected, the grade the final grade will be NA (not taken) for the whole course.
  • If the student does not participate in the business plan, the final grade will be NA (not taken) for the whole course.
  • If the student does not participate in the exam, the final grade will be NA (not taken) for the whole course.
  • Student attendance and participation in the guest lectures is required for succesful completion for the whole course.

Second examination opportunity

·         At the second exam opportunity the final grade is based upon:
                 * 30% on a written closed book exam in the form of multiple choice questions
                 * 50% on an individual assignment (for students who failed the business plan component)
                 * 20% on the business plan presentations

 

  • Students who passed the exam do not have to retake the exam. The grade obtained at the first exam opportunity will therefore be transferred to the second exam opportunity.
  • Students who failed the business plan, cannot retake the business plan exercise but are required to complete an individual, written assignment.
  • Students who have passed the Business Plan cannot take this again. For them, the results already obtained at the first exam opportunity will be transferred to the second exam opportunity.
  • Due to the nature of the business plan presentations, this part of the evaluation cannot be retaken. The grade obtained at the first exam opportunity for this part will therefore be transferred to the second exam opportunity.

 

2nd exam opportunity: more information

See ‘Explanation’ for further information regarding the second examination opportunity.

ECTS Gezondheidsethiek, -recht en levensbeschouwing (B-KUL-E04D9A)

6 studiepunten Nederlands 65 uren Tweede semesterTweede semester
Gastmans Chris (coördinator) |  Gastmans Chris |  Lierman Steven |  Steen Marc

Doelstellingen

* Het verschaffen van inzicht in de specificiteit en in de complementaire verhouding van ethiek en recht in de gezondheidszorg

* Het verschaffen van inzicht in de mogelijkheden en de grenzen van ethiek en recht in de gezondheidszorg

* Het leren ethisch argumenteren ondermeer in verband met specifieke zorgpraktijken (gericht op specifieke patiëntengroepen zoals ouderen, terminaal zieke patiënten, enzovoort)

* Het leren reflecteren over enkele belangrijke levensbeschouwelijke aspecten en en over spiritualiteit in de gezondheidszorg in het algemeen en in de verpleegkunde en vroedkunde in het bijzonder.

* Het leren ethisch argumenteren in verband met specifieke thema's in de gezondheidszorg

* Basiskennis overbrengen van de wetgeving inzake de uitoefening van de beroepen in de gezondheidzorg, het beroepsgeheim, de rechten van de patiënt, de medische experimenten met mensen en levensbeëindigend handelen

* Studenten/zorgverleners helpen nadenken over enkele belangrijke levensbeschouwelijke facetten die in de gezondheidszorg in het geding zijn. Het is belangrijk dat de studenten tot een persoonlijke levensbeschouwelijke reflectie en  gefundeerd oordeel komen, vooral over  een aantal kwesties in verband met de grenservaringen van lijden en dood en het belang van spiritualiteit in de gezondheidszorg.

* Inzicht verwerven in de 'antwoorden' die levensbeschouwingen - en vooral ook de bijbels-christelijke geloofstraditie - op de grote levens- en zinvragen proberen te vinden. We houden daarbij rekening met het feit dat de behandelde thema’s aansluiten bij de leefwereld van de verpleeg- en vroedkunde.

Begintermen

Er is geen specifieke voorkennis voor dit opleidingsonderdeel vereist. De algemene begintermen van het programma zijn van toepassing.

Onderwijsleeractiviteiten

Levensbeschouwing (B-KUL-A05D1a)

1 studiepunten : College 11 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

In de inleiding gaan we in op de aandacht voor levensbeschouwing in de gezondheidszorg. Die aandacht is ingegeven vanuit de zorg voor de gehele mens. De kwestie wordt ruimer gesitueerd in de levensbeschouwelijke context van onze 'postmoderne' samenleving.  
Vooreerst bieden we dan een korte beschrijving van de leefwereld van lijdende mensen. We proberen het begrip 'lijden' nader te omschrijven en tonen de veelvormige gestaltes ervan aan. Aan de hand van het gekende schema van E. Kübler-Ross belichten we de verschillende fasen die mensen die met zwaar lijden te kampen hebben kunnen doormaken.
Verder wordt de vraag gesteld waarom er zo weinig ruimte is voor lijden in onze samenleving. Na enkele kritische reflecties over het functioneren van gezondheid en ziekte in onze maatschappij, duiden we enkele elementen aan die kunnen verklaren waarom lijden en menswaardigheid in onze cultuur uit mekaar dreigen te gaan.
Het volgende hoofdstuk behandelt een aantal vaak voorkomende zin-vragen vanuit lijdenservaringen (o.a. de schuldvraag). In elk geval stelt het lijden een aantal evidenties in vraag. Kunnen we eigenlijk spreken van 'zingeving' bij lijden? We behandelen ook de godsvraag die vanuit het lijden opkomt: waar blijft God? Deze kwestie geeft ons de gelegenheid om de vraag te verbreden en te peilen in welke mate wij nu het afscheid van God in onze westerse cultuur doormaken. Naast de diverse vormen van ongeloof, wijzen we op de spirituele leegte en het religieus reveil en lichten we de crisis, de eigenheid en de kansen van het bijbels-christelijk godsgeloof in die context toe.
Daarna gaan we dan dieper in op de christelijke visie op God en het lijden. Hoe antwoorden christenen op de vraag: 'Waar is God als mensen lijden?' Na de bespreking van een aantal klassieke antwoordpogingen en van het recente model van de (mee)lijdende God, reiken we enkele elementen aan vanuit een reflectie op het Christusgebeuren.
Ook het thema van leven na de dood kan niet achterwege blijven. We bespreken de deemstering van de dood en van het hiernamaalsgeloof in onze westerse cultuur en tonen aan hoe er toch steeds weer verlangens en vermoedens rijzen omtrent leven na de dood. We wijzen op de cruciale rol die dood en hiernamaals in de religies spelen. We gaan even in op het reïncarnatiegeloof en confronteren dit met de karakteristieken van het christelijke verrijzenisgeloof.
Ten slotte behandelen we enkele belangrijke aspecten van spiritualiteit in de gezondheidzorg, zowel aan de kant van de zorgvrager als aan de kant van de zorgverlener. Ook de plaats van de spiritualiteitsondersteunende dienstverlening - in de christelijke gezondheidszorg de pastorale dienst - wordt belicht.

Studiemateriaal

Een syllabustekst (via de cursusdienst verspreid).

Toelichting werkvorm

Hoorcolleges. Van de studenten wordt verwacht dat ze  aandachtig de uiteenzetting volgen. Eventuele vragen bij de cursus of de  besproken thema's zijn welkom.

Van de studenten wordt verwacht dat ze minstens één keer deelnemen aan het discussieforum op  Toledo.

Gezondheidsethiek (B-KUL-E00P0a)

3 studiepunten : College 32 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

De cursus bestaat uit twee delen:

- In het eerste deel wordt een inleiding gegeven over ethiek in het algemeen en verpleegkundige ethiek in het bijzonder.
- In het tweede deel wordt ingegaan op de gedetailleerde ethische visieontwikkeling in verband met ouderenzorg, levenseindezorg, prenatale diagnostiek en zwangerschapsafbreking.

Studiemateriaal

We maken gebruik van het handboek: C. Gastmans & L. Vanlaere. Cirkels van zorg. Ethisch omgaan met ouderen. Leuven, Davidsfonds, 2006. Voorts worden bijkomende boekhoofdstukken aan de studenten bezorgd (via Toledo). Studenten worden geacht aanvullend persoonlijke nota's te maken.

Toelichting werkvorm

Het hoorcollege is gericht op het laten beluisteren, begrijpen, interpreteren en toepassen van ethische argumentaties inzake concrete zorgpraktijken. De docenten maken gebruik van powerpointpresentaties. Van de studenten wordt verwacht dat ze aanvullende nota's nemen tijdens het college.

Gezondheidsrecht (B-KUL-E00P1a)

2 studiepunten : College 22 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

Volgende onderwerpen komen in dit college aan bod:

- Bronnen van het gezondheidsrecht, met aandacht voor de verhouding tussen ethiek en recht
- Wetgeving betreffende de uitoefening van de beroepen in de gezondheidszorg (WUG) en het verpleegkundig beroep en beroep van vroedvrouw in het bijzonder
- Beroepsgeheim in de gezondheidszorg
- Rechten van de patiënt
- Wet inzake experimenten op de menselijke persoon
- Wet betreffende euthanasie
- Beroepsaansprakelijkheid en vergoeding bij medische ongevallen
 

Studiemateriaal

- Mondelinge uiteenzetting tijdens de hoorcolleges.
-Bundel wetteksten en lesmateriaal worden via de cudi aan de studenten ter beschikking gesteld. Deze wetteksten mogen tijdens het examen worden geconsulteerd.

 

Toelichting werkvorm

Hoorcolleges; beantwoording van vragen van studenten

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Gezondheidsethiek, -recht en levensbeschouwing (B-KUL-E24D9a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Het mondeling examen bestaat uit 3 delen (examen op zelfde dag en uur, in zelfde lokaal): een gedeelte bij Prof. Gastmans, een gedeelte bij Prof. Nys, en een gedeelte bij Prof. Steen. Het eindcijfer (op 20) wordt bepaald door de punten van het examen bij Prof. Gastmans (op 10), Prof. Nys (op 6) en Prof. Steen (op 4) samen te tellen. Studenten hebben min. 25 minuten voorbereiding per gedeelte en zijn allen aanwezig bij het beginuur. Studenten ontvangen de examenvragen van de drie delen tegelijkertijd en leggen van zodra ze  klaar zijn met één gedeelte, hiervan examen af, waarna ze beginnen aan de voorbereiding van het volgende gedeelte.

Op het examen wordt u geacht een helder, goed gestructureerd, coherent en to the point antwoord op de vraag te formuleren. De schriftelijke voorbereiding geeft u na het examen af (bladen genummerd en naam op elk blad). Het feit dat er geen, weinig of juist veel bijvragen worden gesteld zegt niets over de kwaliteit van het afgelegde examen.

 *Gedeelte Levensbeschouwing (prof. Steen). Er zijn twee vragen. De eerste vraag is een kennisvraag. Verwacht wordt dat de studenten  alle belangrijke elementen op een heldere manier kunnen weergeven. De tweede vraag is een reflectievraag waarbij de studenten, mede op basis van de toepasselijke elementen uit de cursus, een samenhangend antwoord kunnen geven en daarbij ook een persoonlijke reflectie/visie visie kunnen formuleren. De schriftelijke voorbereiding telt niet mee bij de evaluatie, maar dient slechts als schema/steun bij de mondelinge toelichting.

ECTS Seksualiteit in perspectief (B-KUL-E08X5A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester
Enzlin Paul (coördinator) |  Enzlin Paul |  Gijs Luc |  Hansen Bart |  Janssen Henricus |  Stevens Liesbet  |  Minder Meer

Doelstellingen

Om zowel Nederlandstalige als Engelstalige studenten van de KU Leuven toe te laten dit OPO te volgen, bestaat er een Nederlandstalige (E08X5A)  en een Engelstalige (E08X6A) versie van dit OPO die om de twee jaar worden gegeven.

 

Dit interfacultair keuzeopleidingsonderdeel biedt  studenten een gelegenheid om kennis te maken met en te reflecteren over verschillende wetenschappelijke perspectieven op en huidige inzichten in de menselijke seksualiteit. Het uitgangspunt daarbij is dat seksualiteit een maatschappelijk relevant thema is dat verwijst naar persoonlijke ervaringen waarvoor geldt dat seksueel gedrag en seksualiteitsbeleving door zowel biologische processen als door culturele, maatschappelijke, en inter- en intra-persoonlijke waarden en normen worden beïnvloed.

 

Na dit opleidingsonderdeel (OPO) te hebben gevolgd kunnen studenten :

•           de historische en culturele bepaaldheid van seksualiteit herkennen, begrijpen en beschrijven;

•           een aantal belangrijke theoretische benaderingen van seksualiteit onderscheiden, benoemen én kritisch reflecteren over de waarde van hun specifieke bijdrage aan onze wetenschappelijke kennis over seksualiteit;

•           uitleggen hoe normale en abnormale seksualiteit sociale constructen zijn;

•           de evolutionaire en biologische basis van seksualiteit begrijpen en toelichten;

•           seksualiteit situeren binnen een levensloopperspectief;

•           de verhouding tussen kernelementen van religieuze, ethische en juridische normatieve visies en seksualiteit verhelderen, alsook hun verhouding tot wetenschappelijke benaderingen beschrijven en evalueren;

•           hun  eigen ideeën, waarden, normen, attitudes en houdingen ten aanzien van seksualiteit beter herkennen en expliciteren.

Begintermen

Het opleidingsonderdeel (OPO) 'Seksualiteit in perspectief ’ is bedoeld als een algemeen inleidend OPO dat kan worden gevolgd door zowel Bachelor- als Masterstudenten. Er wordt geen specifieke voorkennis verondersteld.

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Seksualiteit in perspectief (B-KUL-E08X5a)

4 studiepunten : College 26 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

Het OPO 'Seksualiteit in perspectief' omvat o.a. de volgende inhouden:

• Historische en cross-culturele perspectieven op seksualiteit

o          visies op seksualiteit doorheen de geschiedenis

o          visies op seksualiteit in verschillende culturen

• Theoretische perspectieven op seksualiteit

o          evolutionaire, psychologische, en sociologische benaderingen

• Normale en abnormale seksualiteit

o          wie en wat bepaalt ‘normaliteit’ en waarom is er zo een ordeningsprincipe (nodig) ? 

• Biologische basis van seksualiteit

o          anatomie en fysiologie van seksualiteit

o          invloed van genen, hormonen, hersendifferentiatie op sekse, gender en seksualiteit

• Seksuele ontwikkeling en levensloop

o          beschrijving van de seksuele ontwikkeling van wieg tot graf

• Seksuele oriëntatie en seksuele voorkeuren

o          visies op het ontstaan, het voorkomen en de gevolgen van seksuele identiteit

• Mannen, vrouwen, relaties en seksualiteit

o          gelijkenissen en verschillen tussen mannen en vrouwen i.v.m. relaties en seksualiteit

• Seksualiteit, gezondheid en seksuele gezondheid

o          seksualiteit en psychische en lichamelijke gezondheid

o          SOA’s/HIV en ziekte en seksualiteit

• Seksualiteit, religie, ethiek en de wet

o          Verhouding tussen seksualiteit en religie, ethiek en de wet 

Studiemateriaal

Het studiemateriaal voor dit OPO omvat o.a.:

•           PowerPoint-presentaties die tijdens de lessen worden gebruikt, zullen via Toledo aan de studenten ter beschikking worden gesteld.

•           Relevante teksten zullen in een reader aan de studenten ter beschikking worden gesteld.

Toelichting werkvorm

Tijdens de colleges worden de verschillende inhouden van het OPO aan de hand van een PowerPoint presentatie toegelicht. Daarbij kunnen de studenten – hetzij individueel, hetzij in duo's, hetzij in kleine groepjes – worden uitgedaagd om te reflecteren over de in de colleges besproken onderwerpen en hun maatschappelijke relevantie

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Seksualiteit in perspectief (B-KUL-E28X5a)

Type : Examen buiten de normale examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Meerkeuzevragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Het examen bestaat uit 1 geïntegreerd schriftelijk examen bestaande uit 50 meerkeuzevragen met 4 antwoordalternatieven (waarbij giscorrectie wordt toegepast). Het examen heeft als doel te toetsen op twee niveaus, m.n.

•      kennis van basisfeiten en -begrippen

•      inzicht in de aangereikte denkkaders

ECTS Hebreeuws II (B-KUL-F0SH0C)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester
Van Hecke Pierre |  Verde Danilo (medewerker)

Doelstellingen

Na dit college hebben de studenten een grondige kennis van de Hebreeuwse grammatica (met inbegrip van historische aspecten van de grammatica en van de syntaxis) en zijn zij in staat vlot Bijbels-Hebreeuwse teksten van alle genres te lezen.

*

Na deze leeractiviteit kunnen studenten op een zelfstandige wijze teksten uit de Hebreeuwse Bijbel van eender welke moeilijkheidsgraad op een vlotte wijze analyseren en interpreteren.
Ze beschikken over een woordenschat van 1200 woorden (alle woorden die meer dan 20 keer voorkomen in de Hebreeuwse Bijbel) en kunnen alle vormen van het Hebreeuwse werkwoord actief vormen.

Begintermen

Basiskennis van het Klassieke Hebreeuws is vereist. Studenten moeten in staat zijn alle in het Hebreeuws voorkomende vormen te analyseren en te benoemen, en moeten over een basiswoordenschat van ongeveer 800 woorden beschikken.

Onderwijsleeractiviteiten

Hebreeuws IIa: deel 1: teksten (B-KUL-F0SH1a)

4 studiepunten : Practicum 26 uren Eerste semesterEerste semester
Van Hecke Pierre |  Verde Danilo (medewerker)

Inhoud

In dit college worden gezamenlijk teksten van een stijgende moeilijkheidsgraad gelezen (narratieve en poëtische teksten
uit de Hebreeuwse bijbel).
Bijzondere aandacht wordt hierbij besteed aan de syntactische en poëtische kenmerken van de gelezen teksten.
De studenten ontwikkelen tevens gevorderde onderzoeksvaardigheden op het gebied van de Hebreeuwse linguïstiek, die de studenten in staat stellen het gebruik van woorden, wendingen en constructies in de Hebreeuwse bijbel autonoom te bestuderen.
In de OLA's "lectuuropdracht" worden door de studenten een tekstgedeelten uit de Hebreeuwse Bijbel zelfstandig gelezen.
 

*

In dit college worden gezamenlijk teksten van een stijgende moeilijkheidsgraad gelezen (narratieve en poëtische teksten
uit de Hebreeuwse bijbel).
Bijzondere aandacht wordt hierbij besteed aan de syntactische en poëtische kenmerken van de gelezen teksten.
De studenten ontwikkelen tevens gevorderde onderzoeksvaardigheden op het gebied van de Hebreeuwse linguïstiek, die de studenten in staat stellen het gebruik van woorden, wendingen en constructies in de Hebreeuwse bijbel autonoom te bestuderen.

*

In dit college worden gezamenlijk teksten van een stijgende moeilijkheidsgraad gelezen (narratieve en poëtische teksten
uit de Hebreeuwse bijbel).
Bijzondere aandacht wordt hierbij besteed aan de syntactische en poëtische kenmerken van de gelezen teksten.
De studenten ontwikkelen tevens gevorderde onderzoeksvaardigheden op het gebied van de Hebreeuwse linguïstiek, die de studenten in staat stellen het gebruik van woorden, wendingen en constructies in de Hebreeuwse bijbel autonoom te bestuderen.

Studiemateriaal

      Tekstboek: Biblia Hebraica Stuttgartensia, Stuttgart, Deutsche Bibelgesellschaft, 21983.
      Woordenboek: W.L. HOLLADAY, A Concise Hebrew and Aramaic Lexicon of the Old Testament, Leiden, 1971, 21992.
      Grammatica: J.P. LETTINGA - T. MURAOKA, Grammatica van het Bijbels Hebreeuws, Leiden, 2000 (11de druk).

Toelichting werkvorm

De colleges bestaan voor een beperkt deel uit hoorcolleges, voor het grootste deel uit interactiecolleges waarvoor van de studenten een voorbereiding wordt verwacht. Daarnaast studeren de studenten thuis de Hebreeuwse woordenschat verder in.

Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen

F0SU4A : Hebreeuws IIa

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Hebreeuws II (B-KUL-F2SH0c)

Type : Examen tijdens de examenperiode

Toelichting

De evaluatie houdt verschillende onderdelen in:
- een gesloten boek vertaling en bespreking van in de colleges geziene teksten
- korte beoordeling van de kennis van vocabularium en grammatica
- een open boek vertaling en bespreking van een ongeziene tekst
De verhouding van de drie onderdelen is 40-20-40.

ECTS Hebreeuws III (B-KUL-F0SH5B)

4 studiepunten Nederlands 26 uren

Doelstellingen

Na deze OLA zijn de studenten op een inleidend niveau vertrouwd met de grammatica en het vocabularium van het Rabbijns Hebreeuws.

Onderwijsleeractiviteiten

Hebreeuws IIIa: deel 1: teksten (B-KUL-F0SH6a)

4 studiepunten : Practicum 26 uren

Inhoud

In dit college worden gezamenlijk teksten van een stijgende moeilijkheidsgraad gelezen uit de Vroeg-Rabbijnse literatuur.
In de OLA's "lectuuropdracht" worden door de studenten tekstgedeelten uit de Vroeg-Rabbijnse literatuur zelfstandig gelezen en wordt secundaire literatuur over de Rabbijnse-Hebreeuwse taal en literatuur gelezen.
 

*

Lezing van Rabbijns-Hebreeuwse teksten met aandacht voor de grammaticale en lexicale eigenheden van deze teksten.
De keuze van deze teksten wordt in samenspraak met de studenten vastgelegd. Het kan daarbij gaan uit teksten uit de Mishna (bv. Pirqe Avot) of uit de Midrash-literatuur (bv. Mechilta).

Studiemateriaal

      Woordenboek: M. Jastrow, A Dictionary of the Targumim, Talmud Bavli, Talmud Yerushalmi and Midrashic Literature, New York, Pardes, 1950.
      Grammatica: M. Perez Fernandez, An Introductory Grammar of Rabbinical Hebrew, Leiden, Brill, 1999.
Tekstuitgaven te bepalen bij aanvang van het college.

Toelichting werkvorm

De colleges bestaan voor een beperkt deel uit hoorcolleges, voor het grootste deel uit interactiecolleges waarvoor van de studenten een voorbereiding wordt verwacht. Daarnaast studeren de studenten thuis de Hebreeuwse woordenschat verder in.

Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen

F0SU7A : Hebreeuws IIIa

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Hebreeuws III (B-KUL-F2SH5b)

ECTS Chinese religie (B-KUL-F0TA4A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester

Doelstellingen

Deze cursus wil een beeld schetsen van de belangrijkste religies en hun evolutie in China, alsook nadenken over het begrip religie, zowel in het algemeen als specifiek in de Chinese context.

Begintermen

Geen specifieke begintermen.

Onderwijsleeractiviteiten

Chinese religie (B-KUL-F0TA4a)

4 studiepunten : College 26 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

De cursus begint met een reflectie op de aard van religie in het algemeen, en meer specifiek in de Chinese context. Daarna volgt een voorstelling van de Chinese religie als een geheel van collectieve en maatschappelijk ingebedde activiteiten en visies aan de hand van enkele case-studies en belangrijke aspecten (het confucianisme, het taoïsme, het boeddhisme, de islam en het christendom in China).

Studiemateriaal

Cursusnota’s (worden op voorhand verkocht)
Toledo

Toelichting werkvorm

Hoorcolleges ondersteund door powerpoint, muziekfragmenten en videomateriaal. Via het leerplatform kunnen studenten deelnemen aan discussies en hun feitenkennis testen.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie : Chinese religie (B-KUL-F2TA4a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Het examen bestaat uit twee hoofdvragen (één overzichtsvraag en één inzichtsvraag) en enkele kleine bijvragen.

ECTS Creatief schrijven (B-KUL-F0XX7A)

4 studiepunten Nederlands 14 uren Tweede semesterTweede semester Uitgesloten voor examencontract

Doelstellingen

De student heeft oog voor het verschil tussen een zwakke en een sterke tekst (of zin), en voor wat een tekst (of zin) krachtig maakt of juist niet.  De student ontwikkelt gaandeweg het vermogen om helder en levendig te formuleren.

 

Voor dit OPO geldt een numerus clausus van 20 studenten per groep, met een maximum van 4 groepen. Inschrijven kan vanaf dinsdag 27 september 2016 via het ISP. Je kan het vak enkel volgen indien je opleiding akkoord gaat met opname van dit vak in je individueel studieprogramma.  Zodra de 4 groepen volzet zijn, kan je op de reservelijst komen door een mailtje te sturen naar het Onderwijssecretariaat van de Faculteit Letteren via Elsk.vandeneede@kuleuven.be

Begintermen

De student moet bereid zijn om zich in te zetten voor de opdrachten én om actief deel te nemen aan de bijeenkomsten. Dat houdt in: zelf feedback geven, aandachtig luisteren naar de feedback die je krijgt, in gesprek treden met de docent en de medestudenten, bereid zijn met de gekregen feedback aan de slag te gaan. Het werkproces is even belangrijk als, zo niet belangrijker dan, 'het product'.

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Creatief schrijven (B-KUL-F0XX7a)

4 studiepunten : Practicum 14 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

De inhoud wordt in sterke mate bepaald door de studenten; op basis van hun teksten wordt er specifiek aandacht besteed aan bepaalde aspecten en facetten van het schrijven; als rode draad geldt de vraag: hoe kan je krachtige zinnen schrijven die de lezer prikkelen, die iets oproepen bij de lezer, die maken dat de lezer zich betrokken voelt? hoe kun je met taal iets levendig en concreet aanwezig stellen zodat de lezer het gaat zien?

Studiemateriaal

Handboek: Kristien Hemmerechts, Schrijven: kun je dat leren? LannooCampus 2016  ISBH: 9789401435475

Toelichting werkvorm

De lessen worden gegeven in de vorm van een workshop; bij elke les hoort een duidelijk omlijnde opdracht; dat kan bijvoorbeeld zijn: zet iets wat je ooit hebt meegemaakt zo levendig mogelijk op papier; een volgende opdracht kan zijn: zet dezelfde gebeurtenis op papier maar vanuit een ander perspectief; de studenten voeren de opdrachten thuis uit; ze brengen die opdracht (de tekst) mee naar de volgende les en zorgen ervoor dat ze aan al hun medestudenten en aan de docent een kopie kunnen bezorgen; vervolgens worden alle teksten ter plekke door iedereen gelezen en besproken; samen proberen we te achterhalen: wat werkt? Wat werkt niet? Wat maakt een tekst sterk? Of juist zwak? Op basis daarvan worden inzichten en tips geformuleerd.

Na een eerste gemeenschappelijke les wordt de groep opgesplitst. Elke groep heeft dan om de twee weken les. Concreet heeft elke student zeven sessies: de eerste gemeenschappelijke en zes sessies in zijn of haar subgroepje.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Creatief schrijven (B-KUL-F2XX7a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Medewerking tijdens contactmomenten, Portfolio

Toelichting

De evaluatie gebeurt op basis van permanente evaluatie. Er wordt daarbij vooral rekening gehouden met de bereidheid van de student zich voor het vak in te zetten en met de feedback aan de slag te gaan. De student die daarvan daadwerkelijk blijk geeft zal sowieso geslaagd zijn. Het cijfer kan vervolgens verder de hoogte in gaan op basis van de kwaliteit van het werk. Bij de beoordeling van dat werk speelt peer assessment mede een rol. Alleen de studenten die alle opdrachten hebben vervuld komen in aanmerking voor een cijfer. Studenten worden geacht alle bijeenkomsten bij te wonen. Bij eventuele afwezigheid moet de docent vooraf op de hoogte worden gebracht per email of per sms. De opdracht moet dan sowieso worden gemaakt. Er kan dan altijd emailgewijs worden overlegd. De mogelijkheid om per email te overleggen bestaat trouwens voor alle studenten, ook zij die altijd aanwezig zijn maar tussendoor graag extra feedback krijgen. 

ECTS Ontwikkelingspsychologie, deel 1 (B-KUL-P0M03B)

6 studiepunten Nederlands 40 uren Tweede semesterTweede semester

Doelstellingen

Na het voltooien van dit OPO kan de student:

  • nieuwe basisinformatie over één van de behandelde onderwerpen uit de ontwikkelingspsychologie zelfstandig verwerken.
  • een kleinschalig onderzoek (interview of observatie van kinderen of hun ouders) uitvoeren of bestaand onderzoek analyseren.
  • met andere studenten samenwerken door te discussiëren over het uitgevoerde onderzoek en de rapportering en daarbij open staan voor constructieve feedback.
  • kort schriftelijk rapporteren over een kleinschalig onderzoek op een gestructureerde manier die begrijpelijk is voor specialisten en niet-specialisten.
  • in eigen woorden de belangrijkste mijlpalen in de ontwikkeling van baby’s, peuters, kleuters en lagere schoolkinderen weergeven.
  • de voor- en nadelen van de belangrijkste theorieën uit de ontwikkelingspsychologie opsommen.
  • de voor- en nadelen van ontwikkelingspsychologische onderzoeksmethoden opsommen.
  • maatschappelijke vraagstukken zoals de kwaliteit van kinderopvang vanuit de invalshoek van de ontwikkelingspsychologie analyseren.
  • de behandelde theorieën uit de ontwikkelingspsychologie integreren en toepassen op concrete, alledaagse situaties.
  • blijk geven van een passieve beheersing van academisch Engels in teksten van gemiddeld niveau (door het bestuderen van het Engelstalige handboek).
  • een beperkt aantal kritische bedenkingen formuleren bij recent ontwikkelingspsychologisch onderzoek.

Begintermen

Geen specifieke begintermen.

Onderwijsleeractiviteiten

Ontwikkelingspsychologie, deel 1: hoorcollege (B-KUL-P0R43a)

5 studiepunten : College 33 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

Tijdens de hoorcolleges worden de volgende thema’s behandeld:

  • Theorie en onderzoek over de menselijke ontwikkeling
  • Prenatale ontwikkeling, geboorte en de pasgeboren baby
  • Cognitieve ontwikkeling bij baby’s en peuters (0-2 jaar)
  • Emotionele en sociale ontwikkeling bij baby’s en peuters ( 0-2 jaar)
  • Cognitieve ontwikkeling bij jonge kinderen (2-6 jaar)
  • Emotionele en sociale ontwikkeling bij jonge kinderen (2-6 jaar)
  • Cognitieve ontwikkeling bij oudere kinderen (6-11 jaar)
  • Emotionele en sociale ontwikkeling bij oudere kinderen (6-11 jaar)

Studiemateriaal

Berk, L. E. (2013). Development through the lifespan (6th ed.). Boston: Allyn and Bacon. (te verkrijgen bij Acco).

Toelichting werkvorm

hoorcollege

Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen

P0M03A : Ontwikkelingspsychologie, deel 1

Ontwikkelingspsychologie, deel 1: werkcollege (B-KUL-P0R42a)

1 studiepunten : Opdracht 7 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

De twee werkcolleges zijn georganiseerd rond een thema dat jaarlijks wijzigt (bv. gehechtheid). De precieze inhoud wordt elk academiejaar meegedeeld via het elektronisch leerplatform Toledo.

Studiemateriaal

  • Handleiding (beschikbaar op Toledo)
  • Hoorens, V. (2010). Zo helder schrijven als je denkt.  Schrijftips voor werkstukken en masterproeven. Leuven: Uitgeverij Acco. (verkrijgbaar bij Acco)

Toelichting werkvorm

werkcollege

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Ontwikkelingspsychologie, deel 1 (B-KUL-P2M03b)

Type : Partiële of permanente evaluatie met examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk, Paper/Werkstuk
Vraagvormen : Meerkeuzevragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

  • Evaluatievorm: 
    - Voor de hoorcolleges: Examen met 45 meerkeuzevragen met correctie voor raden (-1/3 punt per fout antwoord). Verdeling van de vragen over de examenstof: Deel 1 (Hoofdstukken 1 en 3); Deel 2 (Hoofdstukken 5 en 6): 15 vragen; en Deel 3 (Hoofdstukken 7, 8 en 9): 15 vragen.

    - Voor de werkcolleges: Groepspaper.
    Voor de studenten die geen groepspaper indienen of deze te laat indienen wordt deze deelopdracht als niet-afgelegd beschouwd en behalen zij voor dit deelpunt 0 op 3. De indiendatum zal tijdens de eerste week van de lessen op Toledo worden gepubliceerd.

    - Studenten die het schriftelijke examen hebben afgelegd en die een onvoldoende hebben behaald op het opleidingsonderdeel P0M03B krijgen op hun verzoek van de docent globale informatie over hun evaluatie voor het werkcollege.

  • Beoordeling
    Weging bij de bepaling van het eindcijfer: 17 punten op examen en 3 punten op werkcolleges.

Toelichting 2e examenkans

Herkansen op het werkcollege is niet mogelijk. Het deelpunt voor het werkcollege wordt overgedragen naar de derde examenperiode.

ECTS Ontwikkelingspsychologie, deel 2 (B-KUL-P0M04A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester

Doelstellingen

Na het voltooien van dit OPO:
- beschikken studenten  over inzichten in de psychologische ontwikkeling van adolescenten, volwassenen en bejaarden. Hierbij staan theoretische benaderingen, die beroep doen of het kader van de levensloopperspectief (bv aspecten van multidirectionaliteit; multidimensionaliteit, contextualiteit en plasticiteit), centraal.
- verkrijgen studenten een globaal overzicht van de lichamelijke, cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling tijdens deze fase van de levensloop.
- kennen studenten een aantal feiten en voorbeelden van empirisch onderzoek uit de verschillende ontwikkelingsfasen en hebben zij inzicht in de belangrijkste theoretische concepten en hun rol in de theorieën.
-begrijpen studenten Engelstalig psychologisch onderzoek en vakliteratuur  van gemiddeld niveau .
- ontwikkelen studenten een analytisch-kritische houding
-beoordelen studenten de inhoud van onderzoek op een academisch verantwoorde manier en kunnen studenten de verworven inzichten op praktische situaties toepassen
 

Begintermen

De begintermen zijn de gerealiseerde doelstellingen uit het opleidingsonderdeel P0M03A Ontwikkelingspsychologie, deel 1 (eerste bachelor).
 

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Ontwikkelingspsychologie, deel 2 (B-KUL-P0M04a)

4 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

De volgende thema's zullen worden behandeld:

0. Lichamelijke en cognitieve ontwikkeling in de adolescentie (11-20 jaar)
0. Emotionele en sociale ontwikkeling in de adolescentie (11-20 jaar)
0. Lichamelijke en cognitieve ontwikkeling in de vroege volwassenheid (20-40 jaar)
0. Emotionele en sociale ontwikkeling in de vroege volwassenheid (20-40 jaar)
0. Lichamelijke en cognitieve ontwikkeling in de middelbare leeftijd (40-60 jaar)
0. Emotionele en sociale ontwikkeling in de middelbare leeftijd (40-60 jaar)
0. Lichamelijke en cognitieve ontwikkeling in de late volwassenheid (60 jaar en ouder)
0.Emotionele en sociale ontwikkeling in de late volwassenheid (60 jaar en ouder)
 

Studiemateriaal

Berk, L. M. (2004). Development through the lifespan (5de ed.). Boston: Allyn and Bacon.
(ISBN 0- 205-40376-X) (International Student Edition)

Toelichting werkvorm

hoorcollege

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Ontwikkelingspsychologie, deel 2 (B-KUL-P2M04a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Meerkeuzevragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Examen met 40 meerkeuzevragen.

ECTS Psychopathologie en psychiatrie (B-KUL-P0M34A)

6 studiepunten Nederlands 39 uren Beide semestersBeide semesters

Doelstellingen

Na het voltooien van het OPO beschikt de student over:

  • een inleiding in de psychopathologie met nadruk op de wetenschappelijke basis ervan.
  • kennis van de basisbegrippen van de psychopathologie.
  • inzicht in de diagnostiek en introductie tot het gebruik van de DSM-IV / DSM-V, enerzijds bij volwassenen en anderzijds bij kinderen en jongeren.

Begintermen

Geen specifieke begintermen.

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Psychopathologie en psychiatrie (B-KUL-P0M34a)

6 studiepunten : College 39 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

In module A komen fundamentele vragen aan bod met betrekking tot de wetenschappelijke benadering van psychiatrische stoornissen en de DSM-IV / DSM-V classificatie. In module B worden de belangrijkste psychiatrische syndromen bij volwassenen besproken. In module C worden de belangrijkste psychiatrische stoornissen bij kinderen toegelicht.

Studiemateriaal

Module A + B: Collegeteksten
Module C: Verhulst F. (red). Leerboek kinder- en jeugdpsychiatrie. Van Gorcum 2008 + collegeteksten

Toelichting werkvorm

hoorcollege

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Psychopathologie en psychiatrie (B-KUL-P2M34a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Meerkeuzevragen
Leermateriaal : Geen

ECTS Basisvaardigheden voor psychologische gespreksvoering (B-KUL-P0M44A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester

Doelstellingen

Na het voltooien van dit OPO:
- Kan de student de aangeboden kennis van psychologische gespreksvoering reproduceren (KENNIS)
- Kan de student de aangeboden kennis van psychologische gespreksvoering in eigen woorden weergeven (INZICHT)
- Kan de student de toepassing van de aangeboden kennis van psychologische gespreksvoering herkennen (bijvoorbeeld in een casus) (INZICHT)
- Kan de student kritisch reflecteren over de toepassing van de aangeboden kennis van psychologische gespreksvoering (bijvoorbeeld in een casus) (EVALUATIE)
- Kan de student de aangeboden basiskennis van de psychologische gespreksvoering zelf toepassen in een eenvoudige context (bijvoorbeeld op een casus) (TOEPASSEN)

Begintermen

Geen specifieke begintermen.

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Psychologische begeleiding, counseling en consultatie m.i.v. training van basisvaardigheden (B-KUL-P0M44a)

4 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

Dit OPO bestaat uit de volgende onderdelen:
I. Basishouding in de psychologische gespreksvoering (luisterhouding en observatie van non-verbale aspecten)
II. Basisvaardigheden in de psychologische gespreksvoering (selectieve en non-selectieve luistervaardigheden, regulerende vaardigheden, en nuancerende vaardigheden)
III. Verdieping in specifieke methoden en gesprekssituaties (bijvoorbeeld motiverende gespreksvoering, oplossingsgerichte begeleiding, uitklaren van een hulpvraag)

Studiemateriaal

Slides van colleges + eventuele teksten

Toelichting werkvorm

College waar gebruik gemaakt wordt van videomateriaal en/of interactieve opdrachten.
Geen zelfstudietraject mogelijk (examencontracten zijn niet mogelijk in dit OPO)

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Psychologische begeleiding, counseling en consultatie m.i.v. training van basisvaardigheden (B-KUL-P2M44a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Het examen bestaat uit open vragen (bijvoorbeeld aan de hand van een casus) en multiple-choice vragen

ECTS Inleiding tot de algemene ziekteleer (B-KUL-P0M63A)

4 studiepunten Nederlands 33 uren Beide semestersBeide semesters

Doelstellingen

Na het voltooien van dit OPO:
- hebben studenten inzicht in de structurele en fysiologische basis van de verschillende interne orgaansystemen.
- hebben studenten inzicht in de verschillende belangrijke organische ziektebeelden
- hebben studenten inzicht in hun ontstaansmechanismen, eventuele epidemiologische gegevens, symptomen, diagnostische en therapeutische benadering.

Begintermen

Geen specifieke begintermen

Onderwijsleeractiviteiten

Inleiding tot de algemene ziekteleer (B-KUL-P0M63a)

4 studiepunten : College 33 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

Inleiding ziekteleer 
Lever: Hepatitis 
Lever: Cirrose en verwikkelingen 
Lever: geelzucht en galstenen 
Nieren - endocriene klieren 
Hart en longen 
Hartziekten deel I 
Hartziekten 2 
Longziekten 
Longen
Diabetes mellitus en obesitas 
Bloed, immuunstelsel en AIDS 
Reuma 
Veroudering 
Gastroenterologie 
Pancreas 
Lever inleiding

Studiemateriaal

Handboek medische ziekteleer
Acco
Prof van steenbergen

Toelichting werkvorm

hoorcollege

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Inleiding tot de algemene ziekteleer (B-KUL-P2M63a)

Type : Examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

De studenten krijgen vier grote vragen die uit verschillende grote delen van de cursus komen. Zij krijgen ook een vijfde vraag die bestaat uit een casusbeschrijving (een patient die zich aanbiedt met bepaalde symptomen) waarin gevraagd wordt naar hun interpretatie van de symptomen.

ECTS Godsdienstpsychologie in de interculturele context (B-KUL-P0M67A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester
Meurs Patrick (coördinator) |  Meurs Patrick |  Phalet Karen

Doelstellingen

In een eerste deel: De studenten hebben kennis gemaakt met het vakgebied van de godsdienstpsychologie in het algemeen (psychologie; toepassing van psychologie op het religieuze gedrag; onderdelen van het vak; en limieten van de epistemologische competentie van gedragsonderzoek met betrekking tot godsdienstig - of levensbeschouwelijk gedrag) en hebben kennis genomen van de wijze waarop de confrontatie van de persoon met de religieuze traditie ondermeer door psychologische factoren bepaald is.
In een tweede deel: de studenten zijn vertrouwd gemaakt met de invloed van de culturele diversiteit in onze maatschappij op het religieuze gedrage en hebben meer bepaald ook basis verworven over de klinisch-psychologische invalshoek met betrekking tot religieus gedrag (o.m. door studie van psychopathologische vormen van bijzondere vormen van religiebeleving).
 

  For English version see WA07E

Begintermen

Geen specifieke begintermen vereist op het vlak van de wetenschappelijke psychologie. Wel: basiskennis over grote filosofische en wetenschapstheoretische stromingen.

Onderwijsleeractiviteiten

Godsdienstpsychologie in de interculturele context (B-KUL-P0M67a)

4 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

Een kort overzicht van de geschiedenis van de godsdienstpsychologie door middel van het situeren van een aantal belangrijke auteurs en onderzoekstopics.
Beschrijving van de religieuze situatie in België en Vlaanderen aan de hand van indices van kerkelijkheid en kerksheid.
Problematiek van de definitie van religie en de invalshoek van de psychologie.
 

De eerste benaderingen van de religieuze attitude vanuit de religie als antwoord op een noodsituatie.
Nieuwe benadering van de religieuze attitude gecentreerd rond het concept van de tweede naïviteit.
 

De problematiek van psychologisch 'normaal' vs. 'pathologisch': criteria voor een psychologisch gebaseerd onderscheid.
Diverse vormen van psychopathologie, vooral toegelicht met betrekking tot religieuze verschijningsvormen van de pathologieën.

Studiemateriaal

Het studiemateriaal bestaat uit hoofdstukken uit handboeken, eigen publicaties en powerpoint presentaties, die geleidelijk worden aangeleverd aan de studenten via Toledo-platform.

Toelichting onderwijstaal

Nederlands is de voertaal in de colleges. Er worden teksten besproken die gesteld zijn in andere talen : voornamelijk Engelstalige vakliteratuur.

Toelichting werkvorm

Er wordt van de studenten verwacht dat zij in deze hoorcolleges actief interveniëren en participeren. Ondermeer door hun interesse-topics aan te geven en in te brengen in de besprekingen die regelmatig worden ingelast tijdens de colleges.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Godsdienstpsychologie in de interculturele context (B-KUL-P2M67a)

Type : Partiële of permanente evaluatie met examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling, Paper/Werkstuk
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

De student krijgt van in het begin de opdracht om zich voor te bereiden op het examenmoment, nl. door een examenpaper voor te bereiden. Voor deze paper moeten zij gebruik maken van 4 werkstukken (hoofdstukken, wetenschappelijke artikels) die werden besproken tijdens de lessen; deze stukken kunnen zij vrij aanvullen met eigen gekozen wetenschappelijke literatuur. Deze moet in een werk van maximaal 10 pagina's besproken worden tijdens het mondeling examen. De paper moet minstens twee dagen voor het voorziene examen per email naar de docent opgestuurd worden. Tijdens het mondeling examen worden hierover open vragen gesteld. Doel is vooral na te gaan of de student 'inzicht' heeft verworven over de door hem/haar besproken materie, en dus in een aantal grondvragen van de psychologische benadering van het godsdienstig gedrag.

ECTS Begeleiden van groepswerk en procesgerichte team-coaching m.i.v. practicum (B-KUL-P0R27A)

5 studiepunten Nederlands 32 uren Eerste semesterEerste semester
Dochy Filip |  Besieux Tijs (plaatsvervanger)

Doelstellingen

Aan het einde van dit opleidingsonderdeel is de student in staat om:

1. aan de hand van begrippenkaders inzichten in de belangrijkste modellen, theorieën en onderzoeksresultaten betreft het taakgericht werken met groepen en het procesgericht coachen van teams te expliciteren.
2. rollen en taken van individuen in een team te observeren, te communiceren hierover en bij te sturen, zowel vanuit taak- als procesperspectief.
3. de basisdimensies en -processen van groepswerk te onderkennen en positief te beïnvloeden. Studenten verwerven inzicht in de bijdrage van de coach in de ontwikkeling van een team en in het bevorderen van coöperatie tussen teamleden.
4. begeleidingstaken en -interventies in groepswerk en teams te onderkennen. Studenten ontwikkelen de nodige competenties om deze taken en interventies bij het coachen van een team ten uitvoer te brengen: observatie, opvolging, organisatie modereren, conflicthantering, feedback geven en krijgen, evaluatie, etc..

Begintermen

Van studenten die dit opleidingsonderdeel kiezen wordt verwacht dat ze het opleidingsonderdeel "Theorie en praktijk van groepswerk" (2de bachelor PW) hebben gevolgd. De kennis over het werken IN teams die noodzakelijk is om kennis en vaardigheden te kunnen ontwikkelen over het werken MET teams, komt in dit opleidingsonderdeel aan bod. Van de studenten wordt verder verwacht dat ze kritisch kunnen en willen reflecteren op eigen en andermans gedragingen en houdingen tijdens het werken met teams.
Bij te grote aantal ingeschreven studenten kan een selectie worden toegepast. Dit zal gebeuren na de eerste meeting van het academiejaar. Daarin wordt desgevallend de procedure en tijdpad voor het indienen van de motivatiebrief uiteengezet (alsook op Toledo). Studenten krijgen dan 2 dagen tijd om de brief in te dienen en in de week daarop volgend wordt het resultaat bekend gemaakt. Het aantal studenten dat kan toegelaten worden is afhankelijk van het aantal studenten van de 2de bachelor dat de practica volgen.

Onderwijsleeractiviteiten

Begeleiden van groepswerk en procesgerichte team-coaching m.i.v. practicum (B-KUL-P0R27a)

5 studiepunten : Opdracht 32 uren Eerste semesterEerste semester
Dochy Filip |  Besieux Tijs (plaatsvervanger)

Inhoud

A. Practicum begeleiden van groepen en coachen van teams.
B. Wetenschappelijke achtergronden en recente research naar leren en werken met groepen en relatiegericht coachen van teams (cognitieve, socio-culturele en boundery-crossing perspectieven)

Concrete architectuur, modellen en technieken voor theorie en praktijk van team coaching:
- Het vormingsproces in de taakgerichte groep
- Begeleidingstaken in taakgerichte groepen
- Situationeel leiding geven
- Omgaan met conflicten
- Teambegeleiding

Studiemateriaal

Syllabus ACCO

Toelichting werkvorm

Er wordt een introductiecollege gegeven waarbij iedereen verplicht aanwezig moet zijn. Het onderwijs wordt in overleg met de groep in blokken van hele of halve dagen aangeboden, zowel de instructie/trainingsdagen als de practicumdagen waarin de studenten als coach optreden voor kleine groepen. Ook bij die dagen is er aanwezigheidsplicht.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Begeleiden van groepswerk en procesgerichte team-coaching m.i.v. practicum (B-KUL-P2R27a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Verslag, Medewerking tijdens contactmomenten, Vaardigheidstoets
Leermateriaal : Geen

Toelichting

- Beoordeling:

50% van de punten staan op de prestatie in het practicum coaching en 50% op het theoretische deel via een paper/verslag. Op beide onderdelen moet men geslaagd zijn.

- Voorwaarden:

Om een geldige score te krijgen dient de student ook aanwezig te zijn geweest op twee voorbereidingsseminaries (voorbereidingsdagen) en op een tweedaags practicum 'theorie en praktijk van het groepswerk' waar zij als teamcoach optreden. Afwezigheid op een of een deel van deze activiteiten betekent dat dit opleidingsonderdeel als NA (niet afgelegd) wordt beschouwd.

De indiendeadline voor de paper wordt bij het begin van het academiejaar bekendgemaakt op TOLEDO. Het niet respecteren van de indiendeadline voor de opdracht leidt tot een NA (niet afgelegd), wat in de puntentelling neerkomt op 0/10 voor de opdracht.

De taal- en vormvereisten van de opdracht worden apart gequoteerd als geslaagd/niet geslaagd. Studenten moeten geslaagd zijn op de taal- en vormvereisten om te slagen voor de opdracht. Bij niet slagen op de taal- en vormvereisten van de opdracht wordt deze als niet afgelegd beschouwd (NA), wat in de puntentelling neerkomt op 0/10 voor de opdracht.

Toelichting 2e examenkans

Geen tweede examenkans voor het practicum; de punten voor de prestatie in het practicum worden steeds overgedragen naar de septemberzittijd.

De tweede examenkans voor het theoretische deel is een individuele opdracht en rapport. De indiendeadline voor de paper wordt bij het begin van het academiejaar bekendgemaakt op TOLEDO. Het niet respecteren van de indiendeadline voor de opdracht leidt tot een NA (niet afgelegd). De taal- en vormvereisten van de opdracht worden apart gequoteerd als geslaagd/niet geslaagd. Studenten moeten geslaagd zijn op de taal- en vormvereisten om te slagen voor de opdracht. Bij niet slagen op de taal- en vormvereisten van de opdracht wordt deze als niet afgelegd beschouwd (NA).

ECTS Theorie en praktijk van de volwassenenvorming (B-KUL-P0S35A)

5 studiepunten Nederlands 26 uren
N.

Doelstellingen

Dit OPO zal in 2016-17 uitzonderlijk niet aangeboden worden.

Aan het einde van dit opleidingsonderdeel is de student in staat om:

1. de belangrijke stromingen binnen het volwassenenwerk te duiden.
2. de maatschappelijke betekenis van volwassenenvorming in de internationale context te schetsen.
3. de belangrijkste perspectieven, didactische principes, leertheorieën en –strategieën die de praktijken van de volwassenenvorming inspireren te beschrijven en te gebruiken.
4. kritisch te reflecteren over de theorieën van de volwassenenvorming en hun keuze voor een bepaalde theorie in functie van een praktijkgerichte case verantwoorden.

Begintermen

Geen begintermen

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Theorie van de volwassenenvorming (B-KUL-P0S35a)

3 studiepunten : College 18 uren
N.

Inhoud

Volwasseneneducatie wordt in dit opleidingsonderdeel begrepen als een grote waaier van praktijken die betrekking hebben op het ondersteunen van educatieve processen met volwassenen in diverse sociale, culturele, welzijns- en arbeidscontexten.

We bekijken een aantal perspectieven van begeleiden en leren in de volwasseneneducatie, o.a. het transmissieperspectief, het leercontractperspectief, het ontwikkelingsperspectief, het zorgperspectief en het hervormingsperspectief.  Verder wordt de aandacht toegespitst op een aantal belangrijke didactische principes in de volwassenenvorming, onder meer, dialogaliteit, handelingsrelevantie, deelnemersgerichtheid en contextualisering en de ervaringsgerichtheid.

In veel praktijken van volwasseneducatie is de ervaring, de reflectie op ervaringen en  het verbinden van leerervaringen met de praktijk van groot belang. Het leren staat niet op zich, maar wordt verbonden met de eigen leefwereld, met de levenservaringen, met de biografie, etc..  Het concept ‘reflective practice’ wordt verder uitgediept. Daarnaast wordt ook verkend hoe deze reflectieve praktijk aan bod komt in de leertheorieën die binnen het brede veld van de volwassenenvorming kunnen ingezet worden. Er worden hierbij een drietal types leertheorieën onderscheiden. In eerste instantie gaat het om leertheorieën waarbij de klemtoon ligt op de interactie tussen het individu en de omgeving. Leertheorieën en strategieën die hierbij aansluiten zijn gesitueerd leren, sociaal leren, de bewegingsagogiek of emancipatorische leertheorieën. In tweede instantie gaat het om leertheorieën en strategieën die eerder gericht zijn op de acquisitie van kennis en vaardigheden. In dit verband worden theorieën ter sprake gebracht die de zelfsturing van volwassenen bij het verwerven/ontwikkelen van competenties thematiseren. Voorbeelden hiervan zijn self-directed learning, open learning of scenario-based learning. In derde instantie gaat het om leertheorieën waarbij motivatie en emotie en een centrale rol spelen. In deze traditie zijn het transformatief leren en het biografisch leren vooral inspirerend geweest.

Verder worden een aantal grotere stromingen in de wereld van de volwassenenvorming bekeken. Er is de traditie die de klemtoon legt op maatschappelijke betrokkenheid. Dit is het geval in allerlei sociale en culturele bewegingen, waarbij de educatie gericht is op visieontwikkeling, op participatie en op het versterken van de leden van die bewegingen; civil rights movements in de VS, de volkshogeschoolbeweging in Europa, de sociaal-culturele bewegingen van arbeidersorganisaties of de nieuwe sociale bewegingen (natuur- en milieubewegingen, vredesbeweging). Er is de meer functionele traditie van de volksontwikkeling gericht op het populariseren en verspreiden onder de volwassen bevolking van kennis en vaardigheden. Voorbeelden hiervan zijn de university extension (waarvan de huidige open universiteiten de erfgenamen zijn) en de meer recente ‘un’college initiatieven, inburgeringspraktijken, initiatieven van alfabetisering en van basiseducatie of plattelandsontwikkeling in de derde wereld. In een derde traditie ligt de klemtoon op persoonlijke groei, met aandacht voor het bevorderen van communicatie- en relatievaardigheden, van spiritualiteitsbeleving, van biografische reflectiviteit etc.

Studiemateriaal

Jaarlijks samen te stellen reader.

Toelichting onderwijstaal

De cursus wordt gedoceerd in het Nederlands.

Eventuele gastcolleges kunnen in het Engels gedoceerd worden.

Toelichting werkvorm

In een vijftal hoorcolleges worden de belangrijkste leerperspectieven, didactische principes en leertheorieën op een rijtje gezet. Dit wordt gebruikt als basis voor verdieping in de begeleide werkcolleges die aan het vak verbonden zijn. Verder wordt er een hoorcollege gegeven over tradities binnen het vormingswerk. Vervolgens kiezen studenten collectief uit een lijst met een aantal veelgebruikte didactische werkvormen bij volwassenen twee leerstrategieën uit die ze tijdens de hoorcolleges  willen toegelicht zien.

Praktijk van de volwassenenvorming (B-KUL-P0T66a)

2 studiepunten : Practicum 8 uren
N.

Inhoud

Studenten krijgen (per duo) een leertheorie/strategie toegewezen waarover ze kritisch reflecteren in termen van sterkten, zwakten, kansen en opportuniteiten die de theorie biedt voor de agogische praktijk. Deze reflectie includeert de identificatie van potentiële pedagogische toepassingsgebieden.

Studiemateriaal

Verdiepende teksten, Toledo discussieforum.

Toelichting onderwijstaal

NL

Toelichting werkvorm

Studenten worden uitgenodigd om kritisch te reflecteren op de in het hoorcollege aangeboden inhoud. De kritische reflectie wordt door middel van een gestructureerde postersessie gepresenteerd aan medestudenten. Om deze reflectie grondig te kunnen voorbereiden, worden studenten uitgenodigd om een kijkje te gaan nemen in één zelfgekozen of aangeboden praktijkorganisatie die aansluit bij de gekozen visie op leren en te werken vanuit 1 centraal beeld dat de kern van de geobserveerde werking samenvat. 

Voor het uittekenen van de krijtlijnen van deze kritische reflectie wordt een begeleid werkcollege voorzien. Studenten krijgen vooraf literatuur aangereikt en worden verwacht om tegen het werkcollege de nodige bijkomende literatuur te verzamelen en te verwerken over de hen toegewezen leertheorie/strategie. Vervolgens worden een tweetal werkcolleges voorzien voor het vormgeven van de draft van de poster en één voor het optimaliseren van de posters, na een tussentijdse feedbackronde die verloopt via het discussieforum. Deze feedbackronde tussen beide werkcolleges laat studenten en docenten toe om gedurende 1 week vragen en opmerkingen te noteren op/rond de draft posters van de collega studenten (op naam), die publiek tentoon worden gesteld op de campus.

 

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Theorie en praktijk van de volwassenenvorming (B-KUL-P2S35a)

Type : Partiële of permanente evaluatie met examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling, Presentatie
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

VERDUIDELIJKING EVALUATIEVORM:
De studenten werken in duo aan een kritische reflectie over een leertheorie.  Er wordt een gestructureerde (poster)presentatie voorzien om het eigen standpunt toe te lichten, gevolgd door kritische vragen uit het publiek van collega studenten en docenten. 
Gesloten boek, schriftelijk eindexamen: De studenten krijgen een casus uit het vormingswerk en situeren deze binnen de traditie, perspectieven en theorieën van de volwasseneneducatie.

VERDUIDELIJKING GEWICHT/WEGING VAN DE EVALUATIEONDERDELEN:
De studenten kunnen 10 punten verdienen op hun postervoorstelling.   Het schriftelijk examen staat eveneens op 10 punten. Bij een onvoldoende op het geheel (partiële evaluatie en eindexamen) wordt voor het onderdeel waarvoor men geslaagd is, een overdracht van punten naar de tweede zittijd toegekend. Studenten moeten geslaagd zijn op de taal- en vormvereisten om te slagen voor de postervoorstelling (= ontvankelijkheidsvoorwaarde). Bij het niet slagen op de taal- en vormvereisten van deze opdracht wordt de postervoorstelling beschouwd als niet afgelegd. Dit komt in de puntentelling neer op 0/10 voor dit onderdeel.  

VOORWAARDEN WAARAAN DE STUDENT MOET VOLDOEN:
Het tijdstip en de locatie van de postervoorstelling en de deadlines voor indienen van de drafts  en de finale versies van de posters worden via de hoorcolleges en/of de studiewijzerop Toledo bij aanvang van de lessenreeksmeegedeeld aan de studenten. Het niet naleven van de deadlines resulteert in respectievelijk 0/10 voor het betreffende onderdeel.
Alle studenten dienen op de postervoorstelling aanwezig te zijn. Afwezige studenten (met een geldige reden) worden op een apart tijdstip beoordeeld door het didactisch team en dienen naast het voorstellen van de poster hun standpunt uit te schrijven voor hun collega studenten. Voor studenten die zonder geldige reden afwezig wordt de partiële evaluatie beschouwd als niet afgelegd (NA), wat in de puntentelling neerkomt op 0/10.

Toelichting 2e examenkans

Bij een onvoldoende op het geheel (partiële evaluatie en eindexamen) wordt voor het onderdeel waarvoor men geslaagd is, een overdracht van punten naar de tweede zittijd toegekend.

De tweede examenkans voor het partiële gedeelte bestaat uit het optimaliseren van de poster en het uitschrijven van een kritische reflectie op de besproken  leertheorie. De kritische reflectie dient ten laatste tegen 20 augustus te worden ingediend.

De regeling voor het schriftelijk examen blijft hetzelfde.

De puntenverdeling, ontvankelijkheidsvoorwaarden en voorwaarden om te slagen zijn dezelfde als bij de eerste examenkans.

ECTS Thema's en kwesties in de sociale en culturele pedagogiek (B-KUL-P0S44A)

5 studiepunten Nederlands 26 uren Eerste semesterEerste semester Uitgesloten voor examencontract

Doelstellingen

Aan het einde van dit opleidingsonderdeel is de student in staat om:

1. op inzichtelijke wijze verschillende ontwerpbenaderingen bij het ontwikkelen van sociale en culturele praktijken naar voren te halen.
2. de wijze waarop in sociale en culturele praktijken persoonlijk en maatschappelijk leven op elkaar betrokken worden mee in rekening te nemen in het nadenken over de verschillende mogelijke ontwerpbenaderingen.
3. de manieren waarop sociale en culturele professionals omgaan met dilemma’s in de praktijk theoretisch te duiden.

Begintermen

Noties van sociale en culturele pedagogiek verworven in de basisopleiding.

Onderwijsleeractiviteiten

Thema's en kwesties in de sociale en culturele pedagogiek (B-KUL-P0S44a)

5 studiepunten : College 26 uren Eerste semesterEerste semester

Inhoud

In dit opleidingsonderdeel worden centrale thema’s en kwesties die richting geven aan praktijken en theorieën van de sociale en culturele pedagogiek gepresenteerd en uitgediept. De sociale en culturele pedagogiek heeft aandacht voor de maatschappelijke transformaties die zich vandaag de dag voltrekken. Deze transformaties stellen zowel individuen als sociale en culturele organisaties voor uitdagingen. Een centrale vraag daarbij is hoe de vorming van het persoonlijk leven en de vormgeving van het maatschappelijk leven op elkaar betrokken kunnen worden. Individuen dragen (mede)verantwoordelijkheid voor het samenleven en de samenleving heeft de verantwoordelijkheid om individuen een plek te geven op gelijkwaardige basis. De vraag naar ‘het waartoe en het hoe’ van het ‘samen-leven’ stelt zich in vele sociale en culturele praktijken en organisaties zoals jeugdwerk en jeugdzorg, praktijken van samenlevingsopbouw, culturele en artistieke projecten, in het onderwijs, de volwasseneneducatie, in inburgeringspraktijken, armoedebestrijding, etc. In dit opleidingsonderdeel worden een aantal van die praktijken op exemplarische wijze gepresenteerd. Er wordt verduidelijkt hoe praktijken en projecten (kunnen) worden ontworpen om deze connectie tussen individuele en maatschappelijke verantwoordelijkheid vorm te geven. Ook wordt ingegaan hoe zich hierbij kwesties van gezag, verantwoordelijkheid, gemeenschapszin, vriendschap, rechtvaardigheid en aanvaarding aandienen. Maar er is ook aandacht voor dilemma’s die zich aandienen bij het pedagogisch handelen zoals democratie, vorming, dialoog, emancipatie, macht en conflict.


In een eerste deel van de cursus worden diverse sociale en culturele praktijken, die tot doel hebben persoonlijke en maatschappelijke verantwoording met elkaar te verbinden, gepresenteerd. Het gaat daarbij om initiatieven van duurzame ontwikkeling, participatiebevordering, armoedebestrijding, sensibilisering en bewustwording, gemeenschapsvorming en omgaan met verschil, binnen de context van artistieke praktijken, van educatieve praktijken en diensten, van samenlevingsopbouw, van ontwikkelingswerk, van preventie en hulpverlening. Daarbij staat centraal welke ontwerpbenaderingen worden gehanteerd bij het vormgeven van deze initiatieven.

In een tweede deel van de cursus komen exemplarisch theorieën ter sprake die de vormgeving van en het onderzoek naar sociale en culturele praktijken inspireren. Het kan daarbij o.m. gaan om de Actor Network Theorie, theorieën van biografisch en sociaal leren, participatietheorieën, complexiteitstheorieën, theorieën van multipartijenoverleg en van sociale interventie. Onderzoekers uit het Laboratorium voor Educatie en Samenleving presenteren de sociale en culturele praktijken die zij bestuderen en de theorieën die hen daarbij inspireren.

In een derde deel worden thema’s uitgediept die mee richting geven aan het pedagogisch handelen en die gekenmerkt worden door onzekerheid en ambivalentie. Vertrokken wordt van het uitgangspunt dat zich in de pedagogische praktijk veel situaties en omstandigheden voordoen waarbij geen eenduidige oplossingen voorhanden zijn, en waarbij een experimentele houding zich aandient. Dat wil zeggen: de bereidheid om de eigen uitgangspunten in vraag te stellen, zoekprocessen te experimenteren en publiek te verantwoorden. In aansluiting hierbij worden een aantal dilemma’s van pedagogisch handelen uitgediept aan de hand van auteurs uit de pedagogische traditie en van recente stromingen. Het gaat om dilemma’s van gezag, verantwoordelijkheid, emancipatie, macht, dialoog, conflict.

Studiemateriaal

Jaarlijks samengestelde reader.

Toelichting werkvorm

Wekelijks hoorcollege met interactiemomenten.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Thema's en kwesties in de sociale en culturele pedagogiek (B-KUL-P2S44a)

Type : Partiële of permanente evaluatie met examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Mondeling, Paper/Werkstuk
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

  • Evaluatievorm
    Het examen omvat een paper en een mondeling gedeelte.
  • Beoordeling
    10 punten staan op de schriftelijke examenopdracht. De taal- en vormvereisten van de opdracht worden apart gequoteerd als geslaagd/niet geslaagd.
    10 punten staan op het mondelinge examen over de inhoud van de examenteksten
  • Voorwaarden
    - De indiendata worden in het begin van het academiejaar bekendgemaakt via Toledo.  Wanneer de inleveringstermijn van een werkstuk niet wordt gerespecteerd, wordt het werkstuk beschouwd als niet-ingeleverd. Dit resulteert in de puntentelling in een 0 voor dat onderdeel.
    - Het tijdig indienen van de paper is een voorwaarde om deel te nemen aan het examen.
    - Studenten moeten geslaagd zijn op de taal- en vormvereisten om te slagen voor de opdracht (= ontvankelijkheidsvoorwaarde). Bij niet slagen op de taal- en vormvereisten wordt de opdracht als niet afgelegd (NA) beschouwd, wat in de puntentelling neerkomt op 0.
  • Tweede examenkans
    In de septemberzittijd mogen studenten hetzelfde werkstuk opnieuw indienen of ze mogen verbeteringen aanbrengen aan hun werkstuk.

ECTS Theorie en praktijk van volwassenenvorming (B-KUL-P0S73A)

5 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester

Doelstellingen

Aan het einde van dit opleidingsonderdeel is de student in staat om:

1. de belangrijke stromingen binnen het volwassenenwerk te duiden.
2. de maatschappelijke betekenis van volwassenenvorming in de internationale context te schetsen.
3. de belangrijkste perspectieven, didactische principes, leertheorieën en –strategieën die de praktijken van de volwassenenvorming inspireren te beschrijven en te gebruiken.
4. kritisch te reflecteren over de theorieën van de volwassenenvorming en hun keuze voor een bepaalde theorie in functie van een praktijkgerichte case verantwoorden.

Begintermen

Geen begintermen.

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Theorie van de volwassenenvorming (B-KUL-P0S73a)

3 studiepunten : College 18 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

Volwasseneneducatie wordt in dit opleidingsonderdeel begrepen als een grote waaier van praktijken die betrekking hebben op het ondersteunen van educatieve processen met volwassenen in diverse sociale, culturele, welzijns- en arbeidscontexten.

We bekijken een aantal perspectieven op volwassenenvorming  en hebben aandacht voor een aantal belangrijke didactische principes in de volwassenenvorming, onder meer, dialogaliteit, handelingsrelevantie,  contextualisering en ervaringsgerichtheid.

Op die manier onderzoeken we ook de groterstromingen in de wereld van de volwassenenvorming. Zo is er de traditie die de klemtoon legt op maatschappelijke betrokkenheid en verandering. Dit is het geval in allerlei sociale en culturele bewegingen, waarbij de educatie gericht is op visieontwikkeling, op participatie en op het versterken van de leden van die bewegingen. Voorbeelden zijn: civil rights movements in de VS, de volkshogeschoolbeweging in Europa, de sociaal-culturele bewegingen van arbeidersorganisaties of de nieuwe sociale bewegingen (natuur- en milieubewegingen, vredesbeweging). Er is de meer functionele traditie van de volksontwikkeling gericht op het populariseren en verspreiden onder de volwassen bevolking van kennis en vaardigheden. Voorbeelden hiervan zijn de university extension (waarvan de huidige open universiteiten de erfgenamen zijn) en de meer recente ‘un’college initiatieven, inburgeringspraktijken, initiatieven van alfabetisering en van basiseducatie of plattelandsontwikkeling in de derde wereld. In een derde traditie ligt de klemtoon op persoonlijke groei, met aandacht voor het bevorderen van communicatie- en relatievaardigheden, van spiritualiteitsbeleving, van biografische reflectiviteit etc.

Studiemateriaal

Jaarlijks samen te stellen reader.

Toelichting onderwijstaal

De cursus wordt gedoceerd in het Nederlands.
Eventuele gastcolleges kunnen in het Engels gedoceerd worden.

Toelichting werkvorm

In een vijftal hoorcolleges worden de belangrijkste vormingsperspectieven, didactische principes en grote stromingen besproken. Dit dient als basis voor de begeleide werkcolleges die aan het vak verbonden zijn.

Praktijk van de volwassenenvorming (B-KUL-P0T65a)

2 studiepunten : Practicum 8 uren Tweede semesterTweede semester

Inhoud

Studenten krijgen de opdracht om over de besproken vormingsperspectieven en principes in de hoorcolleges kritisch te reflecteren.  

Studiemateriaal

Verdiepende teksten, Toledo discussieforum.

Toelichting onderwijstaal

NL

Toelichting werkvorm

Studenten worden uitgenodigd om kritisch te reflecteren op de in het hoorcollege aangeboden inhoud. Deze opdracht is in de eerste plaats een individuele opdracht, maar zal ook ten dele in groep gebeuren.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Theorie en praktijk van volwassenenvorming (B-KUL-P2S73a)

Type : Partiële of permanente evaluatie met examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk, Presentatie
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

VERDUIDELIJKING EVALUATIEVORM:
Gesloten boek, schriftelijk eindexamen en presentatie van de opdracht tijdens de examenperiode.

VERDUIDELIJKING GEWICHT/WEGING VAN DE EVALUATIEONDERDELEN:
De opdracht en presentatie staan op 10 puntenmet. Het schriftelijk examen staat eveneens op 10 punten. Bij een onvoldoende op het geheel  wordt voor het onderdeel waarvoor men geslaagd is, een overdracht van punten naar de tweede zittijd toegekend. Studenten moeten geslaagd zijn op de taal- en vormvereisten om te slagen voor de opdracht (= ontvankelijkheidsvoorwaarde). Bij het niet slagen op de taal- en vormvereisten van deze opdracht wordt de opdracht beschouwd als niet afgelegd. Dit komt in de puntentelling neer op 0/10 voor dit onderdeel.  

VOORWAARDEN WAARAAN DE STUDENT MOET VOLDOEN:
Deadlines worden bij aanvang van de lessenreeks op Toledo meegedeeld. Het niet naleven van de deadlines resulteert in respectievelijk 0/10 voor het betreffende onderdeel.
 

Toelichting 2e examenkans

Bij een onvoldoende op het geheel (opdracht (inclusief presentatie) en examen) wordt voor het onderdeel waarvoor men geslaagd is, een overdracht van punten naar de September zittijd toegekend.

De regeling voor het schriftelijk examen blijft hetzelfde.

De puntenverdeling, ontvankelijkheidsvoorwaarden en voorwaarden om te slagen zijn dezelfde als bij de eerste examenkans.

ECTS Genderstudies (B-KUL-S0B88A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Beide semestersBeide semesters

Doelstellingen

Inhoudelijke doelstelling: een inleiding bieden in de wetenschapsbeoefening en de cultuurkritiek vanuit genderperspectief.
 
Wat moeten studenten als resultaat van het leerproces bereiken?      

  • Door kennisverwerving van en inzicht in recente onderzoeken en theoretische ontwikkelingen over het thema 'gender en diversiteit' de complexiteit van het studiethema en de daarin aanwezige meervoudige bewegingen en conceptuele betekenisverlening herkennen en benoemen 
  • Studenten kunnen de theoretische accentverschuivingen als analyseconcepten uitleggen en illustreren aan de hand van thematische voorbeelden (vb. controle van lichamelijkheid, symbolische representatie, maatschappelijke participatie of leiderschap)
  • Studenten kunnen (recente) praktijken en beleidsontwikkelingen met betrekking tot de aangeboden cursusthema's  duiden vanuit interdisciplinaire, wetenschappelijke referentiekaders
  • Studenten kunnen op zelfstandige basis teksten over genderidentiteit en representatie analyseren, kritisch-argumentatief beoordelen en de conclusies van hun zelfstandig werk schriftelijk weergeven
  • Studenten leren kritisch reflecteren over de mogelijke invloed van situationele gegevens op de benadering van een studieobject, c.q. ze herkennen de invloed van eigen denkbeelden/vooronderstellingen/stereotypen met betrekking tot de termen gender en diversiteit bij de studie van inleidende colleges en gastcolleges.

Begintermen

Gezien het grondige, inleidende karakter van de cursus én de interdisciplinaire aanpak wordt van studenten geen specifieke voorkennis op het domein van genderstudies verwacht.
Studenten die graag voorbereidende literatuur doornemen, kunnen bv. het ‘Tijdschrift voor Genderstudies’ of ‘Journal of Gender Studies’ raadplegen; goede inleidende overzichten vindt men in het themanummer 'genderstudies' van 'Onze Alma Mater' 55 (2001) 3, of L. Schiebinger, Has Feminism changed Science? Harvard University Press, 1999,  J. Marchbank & G. Letherby, Introduction to Gender. Social Science Perspectives, London-New York, Pearson Longman, 2007; K. Davis, S. Evans &  J. Lorber, Handbook of Gender and Women’s Studies, London: Sage Publications, 2006.

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Genderstudies (B-KUL-S0B88a)

4 studiepunten : College 26 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

Het vak biedt KU Leuven studenten de kans om breder te denken dan hun specifieke discipline en in een interdisciplinaire benadering kennis te maken met het eigene van een genderbenadering. De cursus biedt een grondige inleiding in het domein van de genderstudies. Achtereenvolgens worden epistemologische, methodologische en inhoudelijke kwesties aangesneden: wetenschapsfilosofische vraagstellingen zoals de gesitueerdheid en gender-gebondenheid van kennis; de invloed van opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid op de inhoud van de wetenschappen;  de verklaring voor de verwaarlozing van aandacht voor ‘mannenthema’s of vrouwenthema’s’ in vele wetenschapsdomeinen. De notie interdisciplinariteit wordt kritisch toegelicht. Tevens wordt een kort overzicht gegeven van de geschiedenis van  genderstudies en van verschuivingen die zich hierbij hebben voorgedaan. Ten slotte worden thema's behandeld zoals socialisatie (de wijze waarop jongens en meisjes tot mannen en vrouwen worden gevormd), man/vrouwbeelden (hoe vrouwelijkheid/mannelijkheid gestalte krijgt in cultuurproducten), V/M-verhoudingen in b.v. geschiedenis, sport, religie of onderwijs.

 

Donderdag 18-20u - Campus Parkstraat, AV 00.17

 

3-10-17-24 november: Veerle Draulans, Voorbij het scheidend denken: empirisch-rationalistische wetenschapsmodellen onder kritiek vanuit genderperspectief

 

1 december: Colette Van Laar, (On)gelijkheid zit ook  in onszelf: sociaal psychologisch onderzoek naar gender (on)gelijkheid

 

8 december: Bart Vanreusel, Sport. Mannen weten waarom... (Of toch niet?)

 

15 december: Liesbet Stevens, Seksisme en seksegerelateerde stereotiepen als uitdaging voor recht en maatschappij

 

22 december: Steven Eggermont, Representatie van vrouwelijkheid en mannelijkheid in een geseksualiseerde mediacultuur

 

16 februari: Nick Deschacht, Is het glazen plafond verleden tijd? Recente ontwikkelingen in de gender-economie

 

23 februari: Rozane Decock, Vrouwen in en achter het nieuws

 

2 maart: Stephan Parmentier en Estelle Zinnstag, Sexual violence and restorative justice in post-conflict situations

 

9 maart: Lien Verpoest, Masculiniteit en femininiteit in Poetins Rusland

 

16 maart: Veerle Draulans: Synthesecollege

 

 

Studiemateriaal

Handboek
Artikels en literatuur
Toledo
Presentatiesoftware

Toelichting werkvorm

Donderdag 18-20u - Campus Parkstraat, AV 00.17

 

3-10-17-24 november: Veerle Draulans, Voorbij het scheidend denken: empirisch-rationalistische wetenschapsmodellen onder kritiek vanuit genderperspectief

 

1 december: Colette Van Laar, (On)gelijkheid zit ook  in onszelf: sociaal psychologisch onderzoek naar gender (on)gelijkheid

 

8 december: Bart Vanreusel, Sport. Mannen weten waarom... (Of toch niet?)

 

15 december: Liesbet Stevens, Seksisme en seksegerelateerde stereotiepen als uitdaging voor recht en maatschappij

 

22 december: Steven Eggermont, Representatie van vrouwelijkheid en mannelijkheid in een geseksualiseerde mediacultuur

 

16 februari: Nick Deschacht, Is het glazen plafond verleden tijd? Recente ontwikkelingen in de gender-economie

 

23 februari: Rozane Decock, Vrouwen in en achter het nieuws

 

2 maart: Stephan Parmentier en Estelle Zinnstag, Sexual violence and restorative justice in post-conflict situations

 

9 maart: Lien Verpoest, Masculiniteit en femininiteit in Poetins Rusland

 

16 maart: Veerle Draulans, Synthesecollege

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Genderstudies (B-KUL-S2B88a)

Type : Examen buiten de normale examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Geen

Toelichting

Examenkenmerken
De evaluatie gebeurt op basis van een schriftelijk examen met het merendeel open vragen, inclusief toepassingsvragen.

Het examen vindt plaats buiten de normale examenperiode: woensdag 24 mei 2017 (18.30-21.30 u). Voor studenten die omwille van (door de ombudsdienst goedgekeurde) omstandigheden op een ander moment dan het regulier vastgestelde examenmoment examen afleggen, kan een andere examenvorm gelden.

 

Bepaling eindresultaat

Het opleidingsonderdeel wordt beoordeeld door de docent, zoals meegedeeld via Toledo en de examenregeling. Het resultaat wordt berekend en uitgedrukt met een geheel getal op 20. 

 

Tweede examenkans

De evaluatiekenmerken en de bepaling van het eindresultaat van de tweede examenkans zijn identiek aan die van de eerste examenkans zoals hierboven beschreven.

Voor studenten die omwille van (door de ombudsdienst goedgekeurde) omstandigheden op een ander moment dan het regulier vastgestelde examenmoment examen afleggen, kan een andere examenvorm gelden.

ECTS Interdisciplinary Perspectives on Development and Cultures (B-KUL-S0E06A)

4 ECTS English 26 First termFirst term

Aims

The objective of the debates is to introduce both students and other participants to critical and interdisciplinary reflections and discussions on essential and pressing problems concerning development and North-South relations. They also aim to foster in-depth scientific debates and the consideration of social answers to the urgent problems in question.

By the end of the course, students can
- explain different viewpoints and arguments connected to the North-South debate,
- fundamentally question the problematics of development and cultures in cities in the Global South;
- bring in and formulate arguments pro and against the different viewpoints that are discussed during the 5 debate evenings;
- identify the different development discourses and theories,
- explain the complexity of urban settings in the South, and the different approaches of urban problems and challenges;
- apply, in their own words, the discussed concepts and theories to new case studies
- demonstrate a nuanced understanding of how development can only be durable if it links with local cultures and their life-worlds.
- approach and analyse urban development-related problems in a critical way, and from a culturally sensitive perspective.

The course aims will be explained during the introductory session of the course.

Previous knowledge

Master and PhD students of KU Leuven can register for this course as part of their ISP.

Students have a Bachelor’s degree. At the beginning of this course they are therefore able to

  • critically read, process and prepare academic texts;
  • read and analyse theoretical texts independently;
  • write an academic text as illustrated in their Bachelor’s paper.

Is included in these courses of study

Onderwijsleeractiviteiten

Interdisciplinary Perspectives on Development and Cultures (B-KUL-S0E06a)

4 ECTS : Lecture 26 First termFirst term

Content

The debates series is organized every other year. There will be no debates in 2016-2017.

The interdisciplinary debates series seeks to provide in-depth theoretical and applied knowledge of the development of cities in the Global South, and of the different dynamics that shape these urban sites today.
The social, cultural, economic and political trajectories of many cities in the Global South have often developed along completely different historical lines than those of cities in Europe and the West. Very often, cities in the South are depicted as problematic or even pathological entities compared to Northern cities, and are assumed to be solely marked by lack, decay, scarcity and marginalisation, by increasing poverty and de-industrialisation, by violence and breakdown, or by an increasing lack of space and an ever-growing demographic density. Although to some extent this might be true, using the words 'poverty', 'violence,' 'slum,' and so on, has also made invisible the everyday practices and experiences of urban dwellers, the concrete content of urban life as lived on a daily basis. These specific urban worlds often remain “shadow cities” (Neuwirth 2006), whose inhabitants are reduced to a sort of invisible “excess humanity” (Davis 2006), and whose capacity to negotiate conditions of scarcity, exclusion and/or poverty is ignored.
To investigate these issues, renowned architects, urban planners, anthropologists, geographers, artists, sociologists and engineers will share their alternative readings of these particular urban spaces. Their presentations will acknowledge both the tensions and conflicts at work in such sites, as well as the opportunities that are generated thanks to- or in spite of- them. They will also pay attention to the specific ways in which civil society’s and city dwellers’ ‘agency’ is enabled or disabled in such urban environments.

During an information session at the beginning of the fall semester the course coordinator will introduce the specific debates’ themes, course material, course and exam requirements.

Course material

Abstracts for the debates, guest speakers’ bio notes and debate specific reading suggestions will be made available on the website: www.cades.be/debates.

A reading list (indicating general and debate specific essential and recommended literature) is included in the syllabus which will be made available on Toledo. Powerpoint presentations of speakers will be made available on Toledo.

Format: more information

The debates series consists of five evening debates on Tuesdays from 7.30 pm to 9.30 pm, and five research seminars on Wednesday mornings from 11 am to 1 pm. Students are expected to attend all debates and at least 2 research seminars.

In each evening session, two guest lecturers will share their alternative readings of specific urban spaces or issues. A debate, moderated by a thematic expert, will follow these presentations.
Students are expected to have read assigned texts before the start of each debate so as to be able to contribute to the discussion.

During the morning research seminars 3 to 4 students are selected (on the basis of an abstract) to present their own research on a topic related to the debate. This presentation counts as an exam. Guest lecturers will act as discussants.
Students who attend the seminars are expected to
- have read the assigned texts and have participated in the evening debate,
- actively participate during the seminar.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: Interdisciplinary Perspectives on Development and Cultures (B-KUL-S2E06a)

Type : Exam outside of the normal examination period
Description of evaluation : Oral, Written
Learning material : Course material

Explanation

!This course is organized every other year and will not be taught in 2016-2017. Students who need to retake their exam, can only retake the 2 reflection papers and do so in consultation with the course instructor! These students submit their papers no later than the first Monday of the examination period (of January or August). If one or both papers are submitted after the respective deadlines the overall grade will result in an 'NA'-score (not participated).

The course is evaluated by the academic coordinators of the series as communicated on Toledo and in the exam regulations. Scores are always represented with whole numbers on a scale from 0 to 20, with 10 being the passing grade.

Attendance and active participation are a requirement.

Students can choose to either
• orally present their own research during one of the research seminars on Wednesdays (students will be selected on the basis of an abstract) on a topic related to the debate that was held the evening before. The presentation counts as an exam. The exam presentation will be commented on by the debates’ guest speakers who will act as a discussant.
OR
• submit two (short) written papers* on a topic related to one of the debates. A statement will be published on Toledo after each debate. Over the course of the semester, students choose 2 of these statements and write a five-page paper (2000 words) per statement, which they submit at the latest one month after the debates of their choice. If one or both papers are submitted after the respective deadlines the overall grade will result in an 'NA'-score (not participated) and the papers will be considered in the next examination period.

In each essay, students demonstrate that:
- they have understood the main arguments of the debate;
- they have thoroughly read the core texts for the debate;
- they are able to reflect on the topic and substantiate a personal point of view; and
- they have consulted additional literature to prepare their essays.
If one or both papers are submitted after the respective deadlines the overall grade will result in an 'NA'-score (not participated) and the papers will be considered in the next examination period.

Details (modalities, formal requirements, deadlines …) will be clearly communicated at the beginning and at the end of the course.

* Plagiarism (http://www.kuleuven.be/plagiarism/) is a form of examination fraud that consists of the action of copying the work (ideas, texts, structures, images, plans, ...) of someone else without adequate acknowledgement, in an identical form or slightly changed. For the application of these regulations the copying of one’s own work without adequate acknowledgement is considered examination fraud. Plagiarism will be sanctioned with the sanctions mentioned in the University’s Regulations on Education and Examinations (http://www.kuleuven.be/education/regulations).

 

2nd exam opportunity: more information

Students cannot present in the second exam period. They can retake their 2 written papers.

 

ECTS Lessen voor de 21ste eeuw (B-KUL-W0AE0A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Beide semestersBeide semesters
Pattyn Bart (coördinator) |  Pattyn Bart |  d'Hoine Pieter

Doelstellingen

Het interfacultair college ‘Lessen voor de 21ste eeuw’ biedt een staalkaart van actuele onderzoeksthema’s in 13 lessen. Docenten uit verschillende disciplines brengen een relevant thema ter sprake dat hen nauw aan het hart ligt.  Elk jaar komen andere thema's aan bod. Dit initiatief biedt een unieke gelegenheid over de grenzen van de vakdisciplines heen te kijken en de horizon te verbreden. Het komt tegemoet aan de idee van een universiteitsbrede algemene vorming. Specifiek en bijzonder motiverend voor studenten van de KU Leuven is het feit dat deze interfacultaire lessencyclus als keuzeopleidingsonderdeel - met het daarbij horende examen - kan worden opgenomen in het studieprogramma van elke faculteit.

Deze lessenreeks richt zich verder ook tot alle leden van de universitaire gemeenschap en andere belangstellenden om aldus bij te dragen tot de realisatie van het idee van de Universitas omnium scientiarum.

Begintermen

Er is geen specifieke voorkennis vereist.

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Lessen voor de 21ste eeuw (B-KUL-W0AE0a)

4 studiepunten : College 26 uren Beide semestersBeide semesters

Inhoud

Programma 2016-2017

7 november: Koen Geens, De moderne rechtstaat: een utopie?

14 november: Stefan Rummens, Een Europese democratie: een utopie of noodzaak?

21 november: Jan Papy, Waar vond Thomas More zijn Utopia? Humanisme, boeken en eilanden

28 november: Jan Van der Stock, "Op zoek naar Utopia": meesterwerken uit de zestiende eeuw vertellen een actueel verhaal

5 december: Liesbet Geris, Utopie voor morgen: digitale gezondheidszorg

12 december: Yves Moreau, De digitale revolutie: de renaissance van een utopie? 

19 december: Carine Defoort, Chinese utopieën en Kang Youwei's Boek van de Grote Gelijkheid

13 februari: Wannes Keulemans, Kunnen we voedselzekerheid voor 10 miljard mensen verzekeren?

20 februari: Leen Van Campenhout, Insecten in de veevoeding en de humane voeding: hype, noodzaak of kans?

27 februari: Geert Van Paemel, De magie van professor Gobelijn. Over wetenschap in de publieke ruimte
“The Act of Magic” naar aanleiding van ARTEFACT 2017, STUK

6 maart: Marc Depaepe, Onderwijs in Congo: van paradepaardje van de missionering tot oorzaak van het postkoloniale debacle?

13 maart: Liesbet Temmerman, Biologie van verouderen: iedereen gezond oud?

20 maart: Hans Wildiers, Borstkanker: een ziekte met grote maatschappelijke impact

 

Studiemateriaal

De teksten van de lessen worden gepubliceerd en zullen bij het einde van de reeks ter beschikking zijn: http://www.hiw.kuleuven.be/ned/lessen/

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Lessen voor de 21ste eeuw (B-KUL-W2AE0a)

Type : Examen buiten de normale examenperiode
Evaluatievorm : Schriftelijk
Vraagvormen : Open vragen
Leermateriaal : Cursusmateriaal

Toelichting

Het examen is een schriftelijk examen, type essayvragen en vindt plaats op maandag 29 mei 2017 om 18u30. De locatie zal via Toledo meegedeeld worden. Voor de derde examenperiode is een examen gepland op maandag 14 augustus 2017.

  • Elke lesgever geeft na afloop van zijn/haar les examenvragen door aan de coördinatoren van het opleidingsonderdeel.
  • Daaruit wordt telkens één vraag opgenomen in de lijst met voorbeeldvragen die via Toledo aan de studenten wordt doorgegeven.
  • Uit de overige vragen worden voor het examen drie reeksen van drie vragen opgesteld. De studenten worden in drie groepen verdeeld en krijgen op het examen elk één van de drie reeksen vragen.
  • Het examen is open boek. Dat wil zeggen dat de studenten de publicatie van de jaargang van de lessen voor de XXIste eeuw van dat academiejaar naar het examen mogen meenemen, enkel dat boek zonder ingeschoven nota's. Er mag in dat boek geschreven en gemarkeerd worden.
  • De studenten krijgen twee uur de tijd om het examen af te leggen.
  • De vragen worden verbeterd door de lesgevers die de desbetreffende vraag hebben ingediend.
  • De uitslagen worden samengebracht door de academisch verantwoordelijke. In geval er zich problemen voordoen (bv. onvoldoendes) contacteert hij de betrokken lesgever.
  • Op basis van de scores op de drie examenvragen stelt de academisch verantwoordelijke het definitieve examenresultaat vast.
  • De academisch verantwoordelijke bezorgt de uitslagen aan de verschillende examencommissies.

ECTS Studium generale: mens- en wereldbeelden (B-KUL-W0AH4A)

4 studiepunten Nederlands 26 uren Tweede semesterTweede semester Uitgesloten voor examencontract
Raymaekers Bart (coördinator) |  N.

Doelstellingen

Dit opleidingsonderdeel wil de student een multidisciplinaire algemene vorming bieden om als kritische intellectueel te kunnen functioneren in de samenleving. Als dusdanig draagt het bij tot een van de belangrijke vormingsdoelen die de KU Leuven naar voren schuift in haar Visie op onderwijs en leren.

Leerresultaten

- De student heeft inzicht in het statuut van wetenschappelijke kennis en in de variëteit aan wetenschappelijke methoden.
- De student kent de draagwijdte van het gebruik (en misbruik) van cijfers in wetenschappelijk onderzoek en heeft aandacht voor de meest voorkomende denkfouten, zoals het verschil tussen correlatie en causaliteit.
- De student kan disciplinaire kennis plaatsen in een interdisciplinair perspectief en in een breed cultuurhistorisch perspectief.
- De student heeft inzicht in een aantal concrete maatschappelijke vraagstukken en kan ze benaderen vanuit verschillende perspectieven; op basis daarvan kan hij een gefundeerd standpunt innemen, rekening houdend met waarden en maatschappelijke impact.

Begintermen

De student heeft basiskennis binnen zijn/haar eigen discipline.

Plaats in het onderwijsaanbod

Onderwijsleeractiviteiten

Studium generale: mens- en wereldbeelden (B-KUL-W0AH4a)

4 studiepunten : College 26 uren Tweede semesterTweede semester
N.

Inhoud

Studenten volgen de algemene module (4 sessies) en kiezen uit het aanbod twee interdisciplinaire modules (4 sessies elk). Tijdens een eerste inleidende sessie krijgen de studenten de nodige informatie over de opbouw van het opleidingsonderdeel en de manier waarop het wordt geëvalueerd.

De algemene module is verplicht voor alle studenten en bevat een aantal belangrijke cultuurhistorische en methodologische inzichten in wetenschappelijke kennis en de diversiteit tussen disciplines, met daarnaast aandacht voor kwesties als statistische denkfouten, wetenschapsfraude, bias en perceptie.

Vervolgens kiest elke student 2 thematische modules. Elke module wordt verzorgd door een interdisciplinair team van 3-4 lesgevers. Naast uiteenzettingen wordt binnen elke module ook ruimte gemaakt voor onderlinge discussie tussen studenten van verschillende disciplines.

Voorbeelden van thematische modules die kunnen worden uitgewerkt:

  • Materie, tijd en (ontstaan van) leven
  • Vrijheid en determinisme in menselijk gedrag
  • Taal, communicatie en identiteit
  • Perspectieven op geschiedenis, tijd en ruimte
  • Genetica en biotechnologie
  • Milieu, ruimtegebruik en voedselproductie
  • Biodiversiteit en global change
  • Economische ontwikkeling, armoede en crisis
  • Multiculturalisme, natievorming en global justice
  • Ongelijkheid, emancipatie en diversiteit
  • Uitdagingen in de zorg
  • Het Europese project

 

Studiemateriaal

Cursustekst voor de algemene module

Teksten en Powerpoint presentaties voor de specifieke modules worden ter beschikking gesteld via Toledo

Toelichting werkvorm

Interactieve colleges

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Studium generale: mens- en wereldbeelden (B-KUL-W2AH4a)

Type : Permanente evaluatie zonder examen tijdens de examenperiode
Evaluatievorm : Paper/Werkstuk

ECTS German for Reading Knowledge (B-KUL-W0EA0A)

6 ECTS English 52 Both termsBoth terms Cannot be taken as part of an examination contract
De Wachter Lieve (coordinator) |  De Wachter Lieve |  Coghe Jan (cooperator)

Aims

- At the end of this course students will be able to read and understand philosophical texts, texts from literature and articles from magazines and newspapers.
- They will be able to read, or at least consult, the main texts of the German philosophical tradition and texts of magazines and newspapers.
- They have enough background to read a German text with the help of a dictionary (and grammar book).

Previous knowledge

No previous knowledge of German is required. The course is at starters level.

Onderwijsleeractiviteiten

German for Reading Knowledge, Part 1 (B-KUL-W0EE0a)

3 ECTS : Practical 26 First termFirst term
De Wachter Lieve |  Coghe Jan (cooperator)

Content

The big motto is "German is the language of the stories". One small letter sometimes gives a totally different meaning to a sentence Therefore, German and grammar is not a burden but an exciting challenge. 

- Basic Grammar Course (Article, Noun, Verb, Pronouns, Cases, Numerals).
- Texts out of magazines and literature

Course material

Course book (Syllabus) with (a) basic grammar, (b) texts of magazines, literature and (c) exercises on grammar and vocabulary.
(Examples of authors: Borchert, Brecht, Kafka, Kunert, Müller; Magazines: Focus. Das moderne Nachrichtenmagazin, Der Spiegel, Reader’s Digest. Das Beste).

Advised grammar book: M. DURELL, K. KOHL, G. LOFTUS, Essential German Grammar, ISBN 0-07-141338-3

Format: more information

- Lectures to explain basic grammar.
- Exercises to practice the instructed grammar.
- Homework assignments to practice vocabulary.
- Reading texts (2nd semester) (to be prepared at home)
- During the last classes we look at some former exams so that students get familiar with the examination method.

Attendance is required for this course. The student who is repeatedly and for unfounded reasons absent can be denied further access to class by the teacher of the course.

German for Reading Knowledge, Part 2 (B-KUL-W0EE1a)

3 ECTS : Practical 26 Second termSecond term

Content

The big motto is "German is the language of the stories". One small letter sometimes gives a totally different meaning to a sentence. Therefore, German and grammar is not a burden but an exciting challenge. 

- Basic Grammar Course (Article, Noun, Verb, Pronouns, Cases, Numerals).
- Texts out of magazines and literature

Course material

Course book (Syllabus) with (a) basic grammar, (b) texts of magazines, literature and (c) exercises on grammar and vocabulary.
(Examples of authors: Borchert, Brecht, Kafka, Kunert, Müller; Magazines: Focus. Das moderne Nachrichtenmagazin, Der Spiegel, Reader’s Digest. Das Beste).

Advised grammar book: M. DURELL, K. KOHL, G. LOFTUS, Essential German Grammar, ISBN 0-07-141338-3

Format: more information

- Lectures to explain basic grammar.
- Exercises to practice the instructed grammar.
- Homework assignments to practice vocabulary.
- Reading texts (2nd semester) (to be prepared at home)
- During the last classes we look at some former exams so that students get familiar with the examination method.

Attendance is required for this course. The student who is repeatedly and for unfounded reasons absent can be denied further access to class by the teacher of the course.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: German for Reading Knowledge (B-KUL-W2EA0a)

Type : Continuous assessment without exam during the examination period
Description of evaluation : Participation during contact hours, Skills test, Take-Home

Explanation

Examination description

During the academic year:
- Participation (attendance and preparing exercises) (10%)
- Homework assignments (to be prepared at home) (20%)
- Small tests about vocabulary (10%)
Last class before Christmas Holidays: (15%)
- Small test about grammatical topics (gender and meaning of nouns, verbs, the German Ending System, …)
Last week of the 2nd semester: (45%)
- Final test to prove the ability of reading and understanding a German text (Magazine). During the final test students are allowed to use a dictionary and grammar book (course book).

Determination of the examination result

If the student did not attend the course as required, s/he will not be allowed to take tests and, s/he will receive the result 'not taken' (NA).

In case the student cannot, for well-founded reasons, attend class as required s/he needs to inform the teacher of the course without undue delay. The teacher can in this case decide to give the student a make-up assignment (for example, a reading report on the material covered in the seminar session which the student missed). In the case the student cannot, for serious reasons and regularly or for a long period of time, attend class as required, s/he needs to inform the examination ombudsperson without undue delay.

 

2nd exam opportunity: more information

The student is allowed to retake one of the tests provided s/he attended the class sessions as required. Participation cannot be retaken. The student who in the course of the academic year did not attend class as required will again receive the NA result.

ECTS French for Reading Knowledge (B-KUL-W0EB0A)

6 ECTS English 52 Both termsBoth terms Cannot be taken as part of an examination contract
Verlinde Serge (coordinator) |  Slootmaekers Anna |  Slootmaekers Anna (cooperator)

Aims

At the end of the course, students
- will have acquired elementary language skills in French, which allow them to respond to questions on basic vocabulary and grammar.
- will be able to read and understand French literary / philosophical texts. The course focuses on receptive skills: students should be able to respond to questions of reading comprehension on a given text. Topics and authors change from year to year.
 

Previous knowledge

No previous knowledge of French is required but it is strongly recommended.

Onderwijsleeractiviteiten

French for Reading Knowledge, Part 1 (B-KUL-W0EE2a)

3 ECTS : Practical 26 First termFirst term

Content

The main focus is on written language, although in each lesson there will be a document of spoken French.  Explanations and exercises are presented in English.

During the classes basic grammatical patterns and basic vocabulary will be studied by means of theoretical overviews and exercises.  Students should study grammar and vocabulary on a very regular basis and prepare language exercises assigned.  Examples of grammatical patterns in the centre of interest are word order patterns (e.g. subject-verb-object which changes into subject-object-verb if the object is a pronoun), negation patterns (2 elements around the verb) and characteristics of the verbal system (tenses, modes).  Examples of lexical chapters are “Time and Place”, "Life and Death", "Daily activities". 

Furthermore students must read each week a text (fragment) at home in order to be able to comment on it during the class, not only from the point of reading comprehension (questions on content), but also from a purely linguistic point of view (questions on grammar and vocabulary patterns).


 

Course material

Textbook: can be bought during the 1st lesson (practical information on cost  price will be published on Toledo).

Language of instruction: more information

Classes are taught in English.

Format: more information

Students should study vocabulary and grammar on a very regular basis, and prepare each week a series of language exercises. During the class grammatical and lexical themes are explained and written exercises are commented. 
Furthermore students must read each week a text (fragment) at home in order to be able to comment on it, not only from the point of reading comprehension (questions on content), but also from a purely linguistic point of view (questions on grammar and vocabulary patterns).

Attendance is required for this course. The student who is repeatedly and for unfounded reasons absent can be denied further access to class and the exam by the teacher of the course.

French for Reading Knowledge, Part 2 (B-KUL-W0EE3a)

3 ECTS : Practical 26 Second termSecond term

Content

The main focus is on written language, although in each lesson there will be a document of spoken French.  Explanations and exercises are presented in English.

During the classes basic grammatical patterns and basic vocabulary will be studied by means of theoretical overviews and exercises.  Students should study grammar and vocabulary on a very regular basis and prepare language exercises assigned.  Examples of grammatical patterns in the centre of interest are word order patterns (e.g. subject-verb-object which changes into subject-object-verb if the object is a pronoun), negation patterns (2 elements around the verb) and characteristics of the verbal system (tenses, modes).  Examples of lexical chapters are “Time and Place”, "Life and Death", "Daily activities". 

Furthermore students must read each week a text (fragment) at home in order to be able to comment on it during the class, not only from the point of reading comprehension (questions on content), but also from a purely linguistic point of view (questions on grammar and vocabulary patterns).

 

Course material

Textbook: can be bought during the first lesson (practical information on cost price will be published on Toledo).

Language of instruction: more information

Classes are taught in English.

Format: more information

Students should study vocabulary and grammar on a very regular basis, and prepare each week a series of language exercises. During the class grammatical and lexical themes are explained and written exercises are commented. 
Furthermore students must read each week a text (fragment) at home in order to be able to comment on it, not only from the point of reading comprehension (questions on content), but also from a purely linguistic point of view (questions on grammar and vocabulary patterns).

Attendance is required for this course. The student who is repeatedly and for unfounded reasons absent can be denied further access to class and the exam by the teacher of the course.

Evaluatieactiviteiten

Evaluation: French for Reading Knowledge (B-KUL-W2EB0a)

Type : Continuous assessment without exam during the examination period
Description of evaluation : Participation during contact hours, Skills test
Type of questions : Multiple choice, Open questions, Closed questions
Learning material : Course material

Explanation

Examination description

3 tests will be organized:

- At the beginning of the second semester (February), a first vocabulary and grammar test will be held (5 points).
- Around Easter Holiday (just before or right after), students pass a first reading test. The text is given to the students in advance so that they can prepare themselves to the test (5 points).
- During the penultimate class (May), students pass a second vocabulary and grammar test as well as a final reading test  (10 points).  The text for the last test is not given in advance but in function of the text, the teacher decides what kind of help is allowed.

The vocabulary/grammar tests consist of closed  questions. 
The reading tests consist of closed and open questions.

Determination of the examination result

If the student did not attend the course as required, s/he will not be allowed to take tests and, s/he will receive the result 'not taken' (NA).

In case the student cannot, for well-founded reasons, attend class as required s/he needs to inform the teacher of the course and the examination ombudsperson without undue delay.

 

2nd exam opportunity: more information

The student is allowed to retake a test provided s/he attended the class sessions as required.  The student who in the course of the academic year did not attend class as required will again receive the NA result.