Filosofie van de kunst (B-KUL-W0AE8A)
Doelstellingen
De cursus bezorgt geen overzicht van de belangrijkste stromingen of ontwikkelingen in de filosofie; wat wel wordt nagestreefd is de studenten door middel van het behandelen van een welbepaalde samenhang van problemen een besef te geven van het belang van een filosofische reflectie op de kunst.
Begintermen
Van de studenten wordt verondersteld dat ze elementaire vertrouwdheid hebben met het filosofisch denken (en dus minstens een inleidende cursus in de filosofie hebben gevolgd).
Aard van het studiemateriaal
Artikels en literatuur
Plaats in het onderwijsaanbod
- Bachelor in de wijsbegeerte (verkort programma) 60 sp.
-
Bachelor in de kunstwetenschappen
180 sp.
-
Master in de wijsbegeerte
60 sp.
-
Master of Philosophy (MPhil)
60 sp.
-
Master in de ingenieurswetenschappen: architectuur
120 sp.
- Bachelor in de wijsbegeerte (Optie Algemene wijsbegeerte) 180 sp.

-
Bachelor in de musicologie
180 sp.
- Master in de geschiedenis (Profilering Cultuurgeschiedenis na 1750) 60 sp.

Onderwijsleeractiviteiten
4.0 sp. Filosofie van de kunst (B-KUL-W0AE8a)
Inhoud
De cursus vertrekt van wat Roland Barthes leffet de réel noemt: het gaat om een bepaald realiteitseffect dat kenmerkend is voor de literatuur vanaf de XIX° eeuw, voor de fotografie en voor bepaalde recente ontwikkelingen in de plastische kunst. Het realiteitseffect, dat men een hedendaagse gevoeligheid verband houdt, blijkt, paradoxaal genoeg een verwantschap te hebben met een archaïsch element dat door Gombrich ontleed wordt in Art and Illusion en dat daar wordt behandeld in verband met de vraag naar de oorsprong van de realistische uitbeelding. Verder wordt het realiteitseffect gecontrasteerd met de opvatting over het Schone zoals die door Hegel werd ontwikkeld. Een analyse van Hegels tekst reveleert dat het Schone en het realiteitseffect twee verschillende aspecten zijn van eenzelfde structuur. Verder wordt een tekst van Claude Lévi-Strauss als vertrekpunt gekozen om uit te leggen in welke zin het kunstwerk een soort eigen noodzakelijkheid creëert en zich verhoudt tot verschillende vormen van contingentie. Ten slotte wordt aandacht besteed aan de vraag naar het eigene van literaire fictie.
Doelstellingen
Studiemateriaal
Het studiemateriaal bestaat uit via de bibliotheek bezorgde teksten van Roland Barthes, E.H. Gombrich, Claude Lévi-Strauss en Hegel.
