Vergelijkende politiek (B-KUL-S0D28A)
Doelstellingen
Studenten kunnen de courante politieke stelsels op een systematische en empirisch onderbouwde wijze analyseren en vergelijken. Daartoe hebben ze inzicht in de belangrijkste kenmerken die bepalend zijn voor het onderscheid tussen verschillende types van politieke stelsels. Ze kunnen die kenmerken empirisch in kaart brengen en kunnen de implicaties ervan op de concrete werking van het systeem inschatten. Studenten verwerven een grondige kennis van de meest courante kiesstelsels, de recente politieke geschiedenis (na WOII) in de ons omringende landen en de consequenties van die kiesstelsels naar de invloed van actoren en het bepalen van het beleid. Studenten nemen zelf een standpunt in m.b.t. een aantal actuele institutionele vraagstukken. Studenten zijn in staat om zelf creatief na te denken rond problemen van institutional engineering.
Begintermen
Van de studenten wordt een basiskennis verwacht betreffende de werking van politieke systemen en instellingen (bv. wat is het verschil tussen de uitvoerende en de wetgevende macht, wat is het verschil tussen een drukkingsgroepering en een politieke partij, tussen federalisering en decentralisatie, tussen een Grondwet en een wet,...). Bovendien is een gezonde interesse in de politieke actualiteit in binnen-en buitenland onontbeerlijk.
Aard van het studiemateriaal
Artikels en literatuur
Handboek
Presentatiesoftware
Voorbeeldmateriaal
Plaats in het onderwijsaanbod
- Bachelor in de economische wetenschappen (verkort programma) 120 sp.
- Voorbereidingsprogramma: Master in de vergelijkende en internationale politiek 23 sp.
- Schakelprogramma: Master in de vergelijkende en internationale politiek 60 sp.
- Schakelprogramma: Master in het overheidsmanagement en -beleid 57 sp.
-
Bachelor in de economische wetenschappen
180 sp.
- Bachelor in de politieke en sociale wetenschappen (Afstudeerrichting Politieke wetenschappen) 180 sp.

-
Bachelor in de communicatiewetenschappen
180 sp.
- Bachelor in de wijsbegeerte (Optie Politieke wetenschappen) 180 sp.


- Bachelor in de geschiedenis (Afstudeerrichting Geschiedenis van de oudheid tot heden) 180 sp.


Onderwijsleeractiviteiten
6.0 sp. Vergelijkende politiek (B-KUL-S0D28a)
Inhoud
Het college maakt de studenten vertrouwd met de vergelijkende analyse van de werking van politieke stelsels. Na een aantal inleidende sessies over de methodieken voor het accuraat vergelijken van politieke stelsels, volgt het eigenlijke corpus van de cursus. De cursus vertrekt telkens van concrete voorbeelden van verkiezingsresultaten in de belangrijkste Westerse democratieën, en de effecten van die kiesstelsels op de politieke actoren (partijsystemen, zeggingskracht van het parlement, ...) en het bepalen van het politieke beleid (coalitievorming, divided government, ...). Bovendien wordt aandacht besteed aan de relevante discussies in de recente literatuur rond 'institutional engineering', zoals met betrekking tot de voor- en nadelen van presidentiële en parlementaire stelsels, het afschaffen van opkomstplicht, de quotaregeling voor vrouwelijke vertegenwoordigers in het parlement, of de ontwikkeling van het unieke politieke stelsel van de Europese Unie. In de hoorcolleges worden de meer vergelijkende uiteenzettingen geregeld afgewisseld met de bespreking van specifieke cases ter illustratie.
Beschrijving leeractiviteit
Studenten bereiden de hoorcolleges voor (literatuur doornemen, vragen voorbereiden) en nemen er actief aan deel (vragen stellen, eigen ideeën inbrengen).
Studiemateriaal
1) S. Fiers (2010, 2de volledig herziene druk), De spelregels van de democratie. Brussel : Academic & Scientific Publishers.
2) Corpus van wetenschappelijke artikels, ter aanvulling van het handboek. Deze artikels worden via Toledo ter beschikking gesteld van de studenten.
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie: Vergelijkende politiek (B-KUL-S2D28a)
Toelichting
Het examen bestaat uit een beperkt aantal vragen (4 à 5), die naar gelang hun omvattendheid, bijdragen tot het vaststellen van het eindresultaat.
Er zijn, buiten het kennen van de leerstof, geen bijzondere voorwaarden vereist om het examen met goed gevolg te kunnen afleggen.
De vraagstelling kan sterk variëren: er zijn vergelijkingsvragen, methodologische vragen, rekenoefeningen (bv. zetelverdeling berekenen), interpretatievragen,...
De evaluatiekenmerken van de derde examenperiode zijn gelijk aan deze van de eerste of de tweede examenperiode.
