Onderwijs in relatie tot samenleving en cultuur (B-KUL-P0S69A)
Doelstellingen
de studenten verwerven inzicht in de studie van onderwijs in een brede maatschappelijke (sociale, culturele, economische, politieke context;
de studenten verwerven kennis van en inzicht in de uitgangspunten en betekenis van een aantal theoretische kaders die de relatie tussen onderwijs en samenleving/cultuur conceptualiseren;
de studenten kunnen ten aanzien van actuele kwesties op het raakvlak van onderwijs en samenleving/cultuur een beargumenteerd/genuanceerd standpunt innemen, formuleren en genuanceerd beargumenteren.
Begintermen
geen specifieke begintermen
Aard van het studiemateriaal
Artikels en literatuur
Plaats in het onderwijsaanbod
- Bachelor in de pedagogische wetenschappen (verkort programma - uitdovend) (Major pedagogiek) 94 sp.


- Voorbereidingsprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie keuze) 59 sp.

- Voorbereidingsprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie onderwijs- en opleidingskunde) 59 sp.

- Voorbereidingsprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie sociale en culturele pedagogiek) 59 sp.

- Schakelprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie keuze) 65 sp.

- Schakelprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie onderwijs- en opleidingskunde) 65 sp.

- Schakelprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie sociale en culturele pedagogiek) 65 sp.

- Bachelor in de pedagogische wetenschappen (Optie onderwijs- en opleidingskunde) 180 sp.

- Bachelor in de pedagogische wetenschappen (Optie sociale en culturele pedagogiek) 180 sp.

Onderwijsleeractiviteiten
5.0 sp. Onderwijs in relatie tot samenleving en cultuur (B-KUL-P0S69a)
Inhoud
In dit opleidingsonderdeel staat de studie van het onderwijs in een brede maatschappelijke context centraal. De aandacht gaat meer bepaald uit naar de wijze waarop sociale en culturele (en gerelateerde economische en politieke) ontwikkelingen een invloed hebben op het onderwijs en welke uitdagingen zich wat dit betreft stellen naar het onderwijs toe. Concreet is dit opleidingsonderdeel opgebouwd rondom actuele ontwikkelingen en uitdagingen op het raakvlak van onderwijs en samenleving/cultuur. Meer bepaald gaat het om kwesties die vaak de inzet vormen van publieke debatten. Voorbeelden van dergelijke kwesties zijn: de betekenis van scholing in de huidige samenleving (is er sprake van ontscholing in een tijdperk van leeromgevingen en levenslang leren?), het belang van kwaliteitszorg in het onderwijs (wat is de impact van systemen van kwaliteitszorg en controle op autonomie en en vrijheid in het onderwijs?), de toenemende aandacht voor talentontwikkeling (wat is de betekenis van talent en welke rol speelt talentontwikkeling in het onderwijs/voor de arbeidsmarkt), de pedagogische opdracht van de school/leerkracht (kan en moet de leraar/school een pedagogische rol opnemen?), de onderwijskundige en maatschappelijke functie van kwalificatiestructuren (wat zijn de gevolgen van kwalificatiestructuren, en competenties en leerresultaten, voor het curriculum?), de aandacht voor scholenbouw (welke zijn de schoolse en niet-schoolse elementen in schoolarchitectuur?),
Deze kwesties situeren zich op het raakvlak van onderwijs en samenleving/cultuur, en van toekomstige pedagogen/onderwijskundigen kan worden verwachten dat ze inzicht verwerven in voorbije en huidige debatten over deze kwesties. Meer bepaald is het van belang om met kennis van zaken en op een genuanceerde en beargumenteerde wijze een eigen standpunt te kunnen innemen ten aanzien van deze kwesties.
Het opleidingsonderdeel bestaat uit twee onderdelen. In het eerste (inleidende) deel worden theoretische kaders en perspectieven aangereikt om de relatie tussen onderwijs en samenleving/cultuur op begrip te brengen en te onderzoeken. Het gaat om kaders uit het onderwijspedagogisch onderzoek , (onderwijs-)sociologie, politieke en sociale filosofie en culturele studies. In het tweede deel staat een grondige studie van een selectie van kwesties centraal (deze selectie kan jaarlijks aangepast worden). Voor de studie van elk van deze kwesties wordt gebruik gemaakt van drie soorten studiemateriaal: 1. documenten om het debat rond een bepaalde kwestie te situeren (bv. krantenartikels, discussienotas, beleidsnotas,
), 2. klassieke onderzoeksliteratuur rondom de betreffende kwestie (bv. Émile Durkheim, Pierre Bourdieu, Paul Willis, Basil Bernstein, Ivan Illich, Michel Foucault), 3. actuele onderzoeksliteratuur die ingaat op aspecten van de kwestie (bv. Henri Giroux, Stephen Ball, Michael Apple, Bruno Latour, Philip Brown, Marcel Gauchet, Frank Furedi, Michael Young).
Beschrijving leeractiviteit
In
de colleges worden de theoretische kaders en perspectieven toegelicht en worden
selecties van actuele kwesties ingeleid om ze vervolgens diepgaand te
bestuderen aan de hand van een selectie van teksten. Bovendien zullen tijdens
de colleges ook interactiemomenten worden voorzien. In een aantal colleges
wordt ter ondersteuning gebruik gemaakt van beeldmateriaal (bv. film,
documentaire). Actief gebruik van het discussieforum wordt aangeraden, en
een aantal discussiepunten die op het forum aan bod komen, zullen ook tijdens
de colleges worden besproken. Er is tijdens de colleges steeds de
gelegenheid om vragen te stellen. Tijdens het laatste college wordt ook een
algemeen vragenmoment voorzien.
Tijdens
het eerste college verstrekt de docent bijkomende informatie over de
leeractiviteiten, het cursusmateriaal, de opdracht en het verdere verloop van
de colleges.
Studiemateriaal
Jaarlijks wordt een selectie gemaakt van krantenartikels, discussienota's, beleidsnota's, klassieke onderzoeksliteratuur en actuele onderzoeksliteratuur.
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie: Onderwijs in relatie tot samenleving en cultuur (B-KUL-P2S69a)
Toelichting
Het examen bestaat uit twee delen: 1. Schriftelijk examen met open vragen (gesloten boek) (14/20), 2. Individuele paper (6/20).
De individuele paper dient ingediend te worden ten laatste de eerste dag van de blokperiode tijdens de eerste zittijd en de eerste dag van de examenperiode tijdens de tweede zittijd. Indien de paper niet of te laat wordt gediend, mag de student niet aan het schriftelijk gedeelte van het examen deelnemen. Dit resulteert in een niet-afgelegd (NA) voor gans het opo. Bij een tweede examenkans kan de student van de individuele paper of het algemene deel worden vrijgesteld mits de student hiervoor geslaagd is (resp. min. 3/6 en 7/14). Indien de student niet geslaagd is voor de paper dient men na overleg met de docent een aangepaste paper in te dienen.
