Klinische psychodiagnostiek (B-KUL-P0M51B)
Doelstellingen
Zie OLA
Begintermen
Het strekt tot aanbeveling dat de student kennis heeft van de psychiatrische ziektebeelden (klinische syndromen, persoonlijkheidsstoornissen) en de basisbegrippen van psychometrie (betrouwbaarheid, validiteit).
Inhoud
Zie OLA
Aard van het studiemateriaal
Cursustekst
Plaats in het onderwijsaanbod
- Bachelor in de psychologie (Optie C: Klinische en gezondheidspsychologie) 180 sp.

-
Master in de psychologie
120 sp.
- Bachelor in de psychologie (verkort programma) (geen nieuwe inschrijvingen) (Richting C: Klinische en gezondheidspsychologie) 125 sp.

- Bachelor in de psychologie (verkort programma) (geen nieuwe inschrijvingen) (Richting C: Klinische en gezondheidspsychologie) 93 sp.

-
Master in de seksuologie
120 sp.
- Bachelor in de psychologie (verkort programma) (Richting C: Klinische en gezondheidspsychologie) 60 sp.

- Master in de psychologie (verkort programma) (Afstudeerrichting klinische en gezondheidspsychologie: kinderen en adolescenten (Ck)) 60 sp.

- Master in de psychologie (verkort programma) (Afstudeerrichting klinische en gezondheidspsychologie: volwassenen (Cv)) 60 sp.

- Bachelor in de psychologie (verkort programma) (Richting C: Klinische en gezondheidspsychologie) 90 sp.
Onderwijsleeractiviteiten
4.0 sp. Klinische psychodiagnostiek (B-KUL-P0M51a)
Inhoud
Deze OLA behandelt de definitie van klinische psychodiagnostiek en het klinisch psychodiagnostisch proces. In twee inleidende hoofdstukken worden de definitie en de kenmerken van klinische psychodiagnostiek besproken. In het derde en centrale hoofdstuk van de cursus wordt het klinisch psychodiagnostisch proces beschreven. De student maakt kennis met de grondvragen uit de klinische psychodiagnostiek en het proces dat doorlopen wordt om deze grondvragen te beantwoorden. In een vierde hoofdstuk wordt de onderkenningsvraag in detail behandeld. Hoofdstuk vijf behandelt theorieën om de verklaringsvraag te beantwoorden (psychodynamische, leertheoretische en systemische theorieën) en hoofdstuk zes tenslotte behandelt de indicatiestelling.
Doelstellingen
Na het voltooien van deze OLA:
- kan de student de stappen van het klinisch psychodiagnostisch proces doorlopen.
- kent de student de grondvragen uit de klinische diagnostiek: onderkenning (wat is er aan de hand met de patiënt of het patiëntensysteem?), verklaring (hoe kan ik begrijpen wat er aan de hand?), predictie (hoe zal het probleem verder verlopen?) en indicatie (wat kan er gedaan worden om het probleem te verhelpen?) en de theorieën waarop deze grondvragen gebaseerd zijn.
- kan de student elk van deze grondvragen beantwoorden volgens de stappen van de empirische cyclus: (a) formulering van hypothesen, (b) selectie van betrouwbare en valide instrumenten om hypothesen te toetsen, (c) testresultaten correct corrigeren en interpreteren, (d) hypothesen evalueren in het licht van de testresultaten en (e) mondeling en schriftelijk verslag uitbrengen van de conclusies en de manier waarop die bereikt werden.
Beschrijving leeractiviteit
De student volgt tijdens het eerste semester wekelijks het hoorcollege van het vak klinsche psychodiagnostiek. Tijdens het eerste gedeelte van het college wordt de leerstof gedoceerd, tijdens het tweede gedeelte van het college wordt de leerstof geïllustreerd aan de hand van casuïstiek of videomateriaal.
Studiemateriaal
Claes, L. (2009-2020). Cursus Klinische Psychodiagnostiek. Leuven: ACCO.
Testfiches met informatie over de inhoud, betrouwbaarheid en validiteit van testen. De testfiches worden in de loop van het eerste semester verkocht voor of na een college klinische psychodiagnostiek.
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie: Klinische psychodiagnostiek (B-KUL-P2M51b)
Toelichting
Het examen van het vak klinisch psychodiagnostiek vindt schriftelijk plaats (maximum 3 uren) en is gesloten boek. De student mag de testfiches (met informatie over inhoud, betrouwbaarheid en validiteit van testen) en één handboek psychiatrie meebrengen naar het examen.
Het examen bestaat uit 4 grote vragen met deelvragen:
1. een kennisvraag waarbij de student twee concepten uit de cursus dient uit te leggen (2 x 2 punten)
2. twee inzichtsvragen waarbij de student een theoretisch concept uit de cursus uitlegt aan de hand van een voorbeeld uit de klinische praktijk of een theoretisch concept toepast op een casusbeschrijving (2 x 3 punten)
3. een casusvraag waarbij de student de casus dient uit te werken volgens de (deel)stappen van de diagnostische cyclys (10 punten).
Tijdens het eerste college ontvangt de student informatie over de examenvorm. Tijdens het laatste college worden de examenvragen geïllusteerd en uitgewerkt a.d.h.v. voorbeelden.
