Beleid en organisatie in het onderwijs (B-KUL-P0L30A)
Doelstellingen
Studenten zijn in staat om op basis van de verworven inzichten over de school als organisatie (begrippenkaders) concrete praktijksituaties in scholen (cases) te analyseren en te beoordelen.
Begintermen
Studenten zijn bereid en in staat eigen ervaringen als leerling en scholier m.b.t. de school als organisatie kritisch te bevragen.
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Dit opleidingsonderdeel is een voorwaarde voor het opnemen van volgende opleidingsonderdelen:
P0O96A : Korte stage onderwijskunde
P0R93A : Korte stage onderwijskunde - onderwijzersstage lager onderwijs
Plaats in het onderwijsaanbod
-
Master in de educatieve studies (uitdovend programma vanaf 2012-2013)
60 sp.
-
Bachelor in de pedagogische wetenschappen (verkort programma - uitdovend)
94 sp.
- Voorbereidingsprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie keuze) 59 sp.

- Voorbereidingsprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie onderwijs- en opleidingskunde) 59 sp.

- Schakelprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie keuze) 65 sp.

- Schakelprogramma: Master in de pedagogische wetenschappen of educatieve studies (Optie onderwijs- en opleidingskunde) 65 sp.

-
Bachelor in de pedagogische wetenschappen
180 sp.
Onderwijsleeractiviteiten
5.0 sp. Beleid en organisatie in het onderwijs (B-KUL-P0L30a)
Inhoud
Dit tweede inleidende OPO over onderwijskunde richt zich op het meso- (de school als organisatie) en het macro-niveau (het onderwijsbeleid).
Inhoudelijk zijn er twee delen te onderscheiden. Het eerste luik "Wie is wie in het Vlaamse onderwijslandschap" behandelt de verschillende actoren in het Vlaamse onderwijslandschap en de belangrijkste (juridische) spelregels die het functioneren ervan bepalen.
Na dit beschrijvende luik worden in het tweede deel een aantal theoretische perspectieven, begrippenkaders en concepten gepresenteerd om -vanuit een onderwijskundige vraagstelling- analytisch in te gaan op concrete kwesties van onderwijsbeleid en schoolorganisatie. Bijv.: de spanning tussen Europese organisaties en het Vlaamse onderwijsbeleid; de juridische context en instrumenten voor onderwijsbeleid; de spanning tussen centrale beleidssturing en lokale schoolontwikkeling; processen van onderwijsvernieuwing; micropolitiek in organisaties; organisatorische werkcondities en hun impact op het functioneren van leerkrachten, directieleden, enz.
Doelstellingen
Studenten hebben inzicht in de rol van de cruciale actoren in het Vlaamse onderwijslandschap én in de belangrijkste (juridische) spelregels die het functioneren ervan bepalen.
Studenten zijn in staat om concrete praktijksituaties in scholen te analyseren en te beoordelen aan de hand van verworven onderwijskundige concepten en theoretische kaders over het functioneren van onderwijsbeleid en scholen als organisatie
Studiemateriaal
- tekstenbundel "Wie is wie in het Vlaamse onderwijslandschap" (samengesteld door docent)
- Kelchtermans, G. (Ed.)(2004). De stuurbaarheid van onderwijs. (Studia Paedagogica, 37). Leuven: Universitaire Pers.
