Geschiedenis van opvoeding, onderwijs en vorming, deel 1 (B-KUL-P0L06A)
Doelstellingen
Kennis en inzicht verschaffen in de ontwikkeling van het pedagogische denken en handelen in de West-Europese samenleving vanaf de moderne (of nieuwe) tijd tot heden.
Situering van het pedagogische project als een fenomeen dat verbonden is met de cultuur- en sociaal-historische ontwikkelingen van en na de Verlichting.
Aanbrengen van de beginnende theorievorming en conceptuele sleutels om die ontwikkeling te duiden.
Concrete uitwerking ervan in de verschillende tijdsverbanden van de 19de en de 20ste eeuw om de historisch-situationele en sociaal-culturele vervlochtenheid aan te tonen.
Begintermen
Men gaat ervan uit dat de studenten in het secundair onderwijs algemene inzichten hebben verworven over ontwikkelingen van de samenleving en van de ermee vervlochten cultuur in de Westerse wereld, in het bijzonder vanaf de Verlichting tot heden. Deze context is belangrijk voor de situering van de geschiedenis van opvoeding en onderwijs, waarvoor evenwel geen specifieke voorkennis wordt vereist.
Inhoud
Voortbouwend op het vorige handboek 'Paradoxen van Pedagogisering' wordt de inhoud van de cursus enerzijds thematisch geordend rond centrale vraagstukken die verband houden met de pedagogische paradox: hoe heeft men, rekening houdend met de druk van de socialisatie en traditie, geprobeerd om via opvoeding en onderwijs de idealen van de Verlichting, in het bijzonder de emancipatie van het individu, concreet gestalte te geven? Anderzijds wordt een greep aangeboden van recent Vlaams onderzoek in het domein van de pedagogische historiografie.
De bestudeerde themas houden verband met de diverse domeinen van opvoeding, onderwijs en vorming en betreffen zowel de geschiedenis van pedagogische ideeën en stelsels, uitgewerkt door toonaangevende denkers (hogere pedagogiek), de geschiedenis van de pedagogische opvattingen en mentaliteit bij opiniemakers en in de bredere lagen van de bevolking (lagere pedagogiek), de geschiedenis van de pedagogische praxis en de daaraan gekoppelde institutionalisering van het pedagogische handelen en, tenslotte, de geschiedenis van de pedagogische wetenschap(pen) die als legitimerende grond van het handelen wordt beschouwd.
Komt o.m. in deel 1 aan bod: de theoretische kaders om de opvoedingsgeschiedenis beter te begrijpen, de pedagogische stromingen met exemplarisch een verdieping in de ideeën van Jean-Jacques Rousseau, onderwijs- en universiteitsgeschiedenis, het fenomeen van pedagogisering, de geschiedenis van de zorg voor personen met een handicap.
Aard van het studiemateriaal
Handboek
materiaal op WWW
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Dit opleidingsonderdeel is een voorwaarde voor het opnemen van volgende opleidingsonderdelen:
P0L07A : Geschiedenis van opvoeding, onderwijs en vorming, deel 2
Plaats in het onderwijsaanbod
- Bachelor in de geschiedenis (Afstudeerrichting Geschiedenis van de oudheid tot heden) 180 sp.


-
Bachelor in de pedagogische wetenschappen (verkort programma - uitdovend)
94 sp.
-
Bachelor in de pedagogische wetenschappen
180 sp.
Onderwijsleeractiviteiten
5.0 sp. Geschiedenis van opvoeding, onderwijs en vorming, deel 1 (B-KUL-P0L06a)
Inhoud
Voortbouwend op het vorige handboek 'Paradoxen van Pedagogisering' wordt de inhoud van de cursus enerzijds thematisch geordend rond centrale vraagstukken die verband houden met de pedagogische paradox: hoe heeft men, rekening houdend met de druk van de socialisatie en traditie, geprobeerd om via opvoeding en onderwijs de idealen van de Verlichting, in het bijzonder de emancipatie van het individu, concreet gestalte te geven?
Anderzijds wordt een greep aangeboden van recent Vlaams onderzoek in het domein van de pedagogische historiografie.
De bestudeerde themas houden verband met de diverse domeinen van opvoeding, onderwijs en vorming en betreffen zowel de geschiedenis van pedagogische ideeën en stelsels, uitgewerkt door toonaangevende denkers (hogere pedagogiek), de geschiedenis van de pedagogische opvattingen en mentaliteit bij opiniemakers en in de bredere lagen van de bevolking (lagere pedagogiek), de geschiedenis van de pedagogische praxis en de daaraan gekoppelde institutionalisering van het pedagogische handelen en, tenslotte, de geschiedenis van de pedagogische wetenschap(pen) die als legitimerende grond van het handelen wordt beschouwd.
Komt o.m. in deel 1 aan bod: de theoretische kaders om de opvoedingsgeschiedenis beter te begrijpen, de pedagogische stromingen met exemplarisch een verdieping in de ideeën van Jean-Jacques Rousseau, onderwijs- en universiteitsgeschiedenis, het fenomeen van pedagogisering, de geschiedenis van de zorg voor personen met een handicap.
Doelstellingen
Kennis en inzicht verschaffen in de ontwikkeling van het pedagogische denken en handelen in de West-Europese samenleving vanaf de moderne (of nieuwe) tijd tot heden.
Situering van het pedagogische project als een fenomeen dat verbonden is met de cultuur- en sociaal-historische ontwikkelingen van en na de Verlichting.
Aanbrengen van de beginnende theorievorming en conceptuele sleutels om die ontwikkeling te duiden.
Concrete uitwerking ervan in de verschillende tijdsverbanden van de 19de en de 20ste eeuw om de historisch-situationele en sociaal-culturele vervlochtenheid aan te tonen.
Beschrijving leeractiviteit
Het handboek wordt gebruikt voor zowel deel 1 als deel 2. Dat impliceert dat in deel 1 ongeveer de helft van de inhoud van het handboek aan bod komt. Het examen zal gebeuren over de hoofdstukken die in de hoorcolleges behandeld worden. Aanvullend op de hoorcolleges worden twee werkcolleges georganiseerd waarin de studie (aan de hand van oefeningen) van historische bronnen (m.b.t. de geschiedenis van opvoeding, onderwijs en vorming) centraal staan. In deze seminaries wordt een grote mate van betrokkenheid en actieve inbreng van de studenten gevraagd. De werkcolleges bereiden de studenten specifiek voor op het examenonderdeel dat betrekking heeft op historische bronnen. Deze werkcolleges zijn verplicht. Aan de werkcolleges is een opdracht verbonden die meetelt voor het examen (zie details bij evaluatieactiviteiten).
Ter voorbereiding op het examen worden tot slot nog twee begeleidingssessies (en een tussentijdse toets) georganiseerd die meer in het algemeen tot doel hebben om de studenten vertrouwd te maken met de specifieke karakter van een open-boekexamen en meer in het bijzonder om de studenten te ondersteunen in de verwerking van de (moeilijke, want theoretische en complexe) inleidende hoofdstukken uit het handboek.
Studiemateriaal
Het vorige handboek [Marc Depaepe, Frank Simon, Angelo Van Gorp (red.), Paradoxen van pedagogisering. Handboek pedagogische historiografie (Leuven/Voorburg: Acco, 2005, 2006², 2009³)] wordt vervangen door een nieuw handboek, eveneens uitgegeven bij Acco. Details worden zo snel mogelijk, maar zeker voor aanvang van het semester, kenbaar gemaakt op de Toledo-site van dit opleidingsonderdeel.
Het handboek zal naast een bundeling van teksten in boekvorm ook bestaan uit een online-aanbod van teksten, die integraal deel uitmaken van het handboek.
PowerPoint-voorstellingen (beschikbaar via Toledo).
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie: Geschiedenis van opvoeding, onderwijs en vorming, deel 1 (B-KUL-P2L06a)
Toelichting
Het schriftelijk examen bestaat uit drie onderdelen: een open vraag, één of meer stellingen en een aantal meerkeuzevragen. Om de vragen te beantwoorden, mogen de studenten gebruik maken van het handboek, hand-outs van de PowerPoint-voorstellingen en eventuele aanvullende notities en teksten.
In de werkcolleges krijgen de studenten een take-homevraag,
betrekking hebbende op een historische bron, waarop zij het antwoord afgeven bij aanvang van het schriftelijke examen. Deze take-homevraag, die integraal deel uitmaakt van het schriftelijk examen (ca5/20), wordt opgelost in de loop van het semester, na afloop van de werkcolleges en voorafgaand aan het schriftelijke examen. Tijdens de derde examenperiode (herexamen) bestaat de eindbeoordeling uitsluitend uit een open-boekexamen, zonder take-homevraag. De historische bronvraag zal dan deel uitmaken van de examenkopij en opgelost dienen te worden tijdens het schriftelijke examen. Het resultaat behaald op de take-homevraag in de eerste zittijd kan bijgevolg niet overgedragen worden op het herexamen.
