Geïntegreerde gewasbescherming (B-KUL-I0Q20A)
Doelstellingen
Deze cursus betreft een grondige studie van de belangrijkste plantenbeschermingsstrategieën. Gebaseerd op deze diverse benaderingen dienen de studenten uiteindelijk vanuit een wetenschappelijke, wettelijke en praktische invalshoek inzicht te verwerven in een moderne en geïntegreerde wijze van gewasbescherming met toepassingen in zowel land-, tuin- en bosbouw.
Begintermen
Van de student wordt een grondige kennis verwacht van de biologie, biochemie en microbiologie, en basiskennis van plantenziekten en -plagen.
Kennis van de volgende vakken (of equivalenten) is sterk aangeraden : Biologie (I0N06A), Biochemie (I0N13A), Microbiologie (I0N28A), Plantenteelt en -bescherming (I0N50A), Veredeling en biotechnologie (I0N52A), Plantenziekten en Plantenplagen (I0Q22A)
Kennis van de volgende vakken (of equivalenten) is een
voordeel : Gentechnologie (I0O11A), Moleculaire celbiologie (I0O14A), Biochemische en microbiologische analyse (I0N90A)
Aard van het studiemateriaal
Handboek
Presentatiesoftware
Multimedia
Plaats in het onderwijsaanbod
- Master in de bio-ingenieurswetenschappen: landbouwkunde (Major gewasproductie) 120 sp.

Onderwijsleeractiviteiten
5.0 sp. Geïntegreerde gewasbescherming (B-KUL-I0Q20a)
Inhoud
In een eerste deel van deze cursus worden de basisprincipes uiteengezet van de diagnostiek van plantenziekten en wordt de weg gewezen naar naslagwerken en andere informatiebronnen over plantenziekten. Ook wordt aandacht besteed aan de identificatie van microbiële ziekteverwekkers gebaseerd op de morfologie van seksuele of aseksuele voortplantingsstrukturen (schimmels), op DNA analysetechnieken(schimmels, bacteriën en virussen), op immunologische technieken (schimmels, bacteriën en virussen), metabolische reactiewegen (schimmelsen bacteriën) en indexeringstechnieken (vooral virussen).
In het tweede deel wordt het effect besproken van omgevingsfactoren op de ziekteontwikkeling alsook de principes van epidemiologie van plantenziekten.
In een derde deel wordt ingegaan op de verschillende gangbare strategieën van ter bestrijding van plantenbelagers, meer bepaald :
- Chemische methoden (inclusief aspecten van chemie, werkingsmechanismen, resistenties van de belangrijkste herbiciden, fungiciden, insecticiden, nematiciden en rodenticiden; alsook de verschillende technieken bij het aanbrengen op het gewas)
- Fysische methoden (voornamelijk in onkruidbestrijding)
- Biologische methoden (zoals de inzet van natuurlijke vijanden)
- Biotechnologische methoden (o.a. met toepassing in moleculaire veredelingsstrategieën)
Deze verschillende benaderingen moeten toelaten om uiteindelijk te komentot een geïntegreerde strategie van plantenbescherming als basis voor een modern gewas-management.
Het vierde deel behandelt de specifieke problematiek van registratieprocedures van chemische gewasbeschermingsmiddelen met aandacht voor de Europese eisen op het gebied van werkzaamheid, ecotoxicologie (giftigheid voor het milieu) en toxicologie (giftigheid voor de mens). Hierbij komen ook aspecten aan bod betreffende integraleketenbewaking en voedselveiligheid.
In een vijfde deel wordt tenslotte de problematiek van een geïntegreerde plantenbescherming bekeken binnen één teelt, m.a.w. vanuithet standpunt van de land- of tuinbouwer. Exemplarisch wordt hier één veldgewas (bijv. aardappel) en/of serreteelt (bijv. tomaat) behandeld met belang voor de Belgische land- of tuinbouw.
2.0 sp. Geïntegreerde gewasbescherming: practicum (B-KUL-I0Q21a)
Inhoud
In deel 1 van dit practicum zullen de studenten wegwijs worden gemaakt in laboratoriumtechnieken voor isolatie, observatie en identificatie vanziekte- en plaagverwekkers alsook van onkruiden. Verder worden studentengetraind in het raadplegen van databanken en andere informatiebronnen met betrekking tot plantenbeschermingskundige onderwerpen.
In deel 2 van dit practicum worden de studenten geconfronteerd met probleemsituaties waarvan ze de oorzaak dienen te onderkennen om uiteindelijkeen advies te kunnen formuleren. Dit gebeurt voornamelijk via multimediale computersimulaties. Verder worden er een aantal excursies georganiseerd naar een fytofarmaceutisch bedrijf, naar een bedrijf actief op het vlak van biologische bestrijding, en naar instituten die diagnosen en ander fytopathologisch onderzoek uitvoeren.
