Biologische productiesystemen (B-KUL-I0N59A)
Doelstellingen
Door een systeembenadering, met nadruk op materiële inputs en outputs, transformaties en informatiestromingen, is het de bedoeling dat de student zeer diverse landbouwsystemen onderling kan vergelijken op ecologisch, agronomisch, technologisch en economisch vlak en bovendien deze systemen kan vergelijken met natuurlijke ecosystemen en met andere productietakken. Hierdoor worden ook vaardigheden in het holistisch denken over het complexe landbouwgebeuren meegegeven.
Dit college wenst dus ook vaardigheden mee te geven in het holistisch benaderen van landbouwkundige productiesystemen waardoor men leert begrijpen dat systemen zeer complex zijn en ingrepen niet één maar verschillende zelfs interagerende gevolgen hebben. Daarnaast leert men dat landbouwkundige systemen zeer plastisch zijn en beïnvloed worden door randvoorwaarden.
Begintermen
Algemene voorkennis van plantkunde en dierkunde, bodemkunde, ecologie en economie.
Inhoud
Zie Onderwijsleeractiviteiten
Aard van het studiemateriaal
Artikels en literatuur
Cursustekst
Presentatiesoftware
Toledo
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Je moet voldoen aan een volgtijdelijkheidsvoorwaarde om dit opleidingsonderdeel te mogen opnemen. Volgtijdelijkheid kan STRENG of SOEPEL zijn of een GELIJKTIJDIGHEID inhouden. Ook kan een diplomaNIVEAU als voorwaarde gesteld zijn.
Verklaring:
STRENG: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je geslaagd zijn voor of een tolerantie ingezet hebben voor de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt.
SOEPEL: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt, gevolgd hebben.
GELIJKTIJDIG: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je ook de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt, opnemen of al opgenomen hebben.
NIVEAU: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je ten minste deze graad behaald hebben.
( ( SOEPEL (G0N05A) EN SOEPEL (G0N06B) ) OF ( SOEPEL (I0N06B) OF SOEPEL (X9X14A) OF GELIJKTIJDIG (G9X40A) OF SOEPEL (I0N06C) ) OF ( SOEPEL (I0N06D) EN SOEPEL (I0M00A) ) )
Bovenstaande codes van opleidingsonderdelen stemmen overeen met onderstaande omschrijvingen van die opleidingsonderdelen:
G0N05A : Bouw en functie van dieren
G0N06B : Bouw en functie van planten
I0N06B : Biologie
X9X14A : Plantkundige biologie 2
I0N06C : Biologie
I0N06D : Biologie I: celbiologie en plantkunde
I0M00A : Biologie II: dierkunde en erfelijkheid
G9X40A : Algemene biologie
Plaats in het onderwijsaanbod
- Bachelor in de geografie (Minor verbreding) 180 sp.

- Bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen (Biosysteemtechniek) 180 sp.

- Bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen (Land- en Bosbeheer) 180 sp.

- Bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen (Landbouwkunde) 180 sp.

- Bachelor in de biologie (Minor milieu en duurzame ontwikkeling) 180 sp.


Onderwijsleeractiviteiten
4.0 sp. Biologische productiesystemen (B-KUL-I0N59a)
Inhoud
Landbouwkundige productiesystemen zijn door de mens ingerichte en beheerde systemen die de productie toelaten van planten (gewassen en bomen) en van dieren. Oorspronkelijke productiesystemen zijn gebaseerd op een grote diversiteit van vele lokale gewassen en dieren en op specifieke sociale structuren. Ze ondergaan slechts een beperkte invloed van markten. In het algemeen is de externe input van middelen dan zeer minimaal. Dergelijke systemen richten zich op zelfvoorziening en gaan gepaard met een hoge biodiversiteit. Naarmate de bevolkingsdruk en marktinvloeden toenemen, gaan productiesystemen evolueren naar winst als oogmerk waardoor specialisatie zich opdringt zowel bij de keuze van het product (monoculturen) als de inzet van werkkracht en machines. Schaaleffecten worden belangrijk. In een nog latere fase, ontstaan productiesystemen waar de band met de grond verloren gaat. Uiteindelijk moet gestreefd worden naar nieuwe duurzaamheidsprincipes waarin de negatieve impacten op het milieu, de biodiversiteit en de sociale structuren zelf moeten geminimaliseerd worden.
In Deel I worden processen en eenheidsbewerkingen die voorkomen in de meeste landbouwkundige productiesystemen besproken. Deze zijn op:
Landbouwkundig vlak:
- Bodem- en waterbeheer :bewerkingen, nutrientrecycling (intercropping, compostering, humusbeheer), structuur, bodembiologie, erosie, bodembedekkers;
- Symbiose;
- Ziekte en plaagbeheer (rotatie, bodembedekkers, intercropping, verjonging, allelopathy, fauna en florabeheer, symbiose)
- Onkruidbestrijding (mulching);
- Biomassabeheer en energiebeheer (balansen);
- Genetische diversiteit van plant en dier;
- Veevoeding.
Ecologisch vlak:
- Successie;
- Ecologische niche;
- Symbiose.
Socio-economisch vlak:
- Arbeidsorganisatie (gender en kinderen, planning, inhuren van arbeidskrachten, fysische en psychische belasting);
- Kennis (endogene, wetenschappelijke);
- Consumptie;
- Marketing;
- Financiering;
- Rendabiliteit en boekhouding;
- Maatschappelijke aspecten;
- Impact van beleid en globalisering.
In deel II leert men holistisch te denken, plannen en beheren op basis van casestudies. Eerst worden enkele tropische (zwerflandbouw, regengevoede landbouw, plantagelandbouw; irrigatielandbouw) en westerse productiesystemen geanalyseerd zoals bv. de intensieve graanteelt, bio-energieteelt, extensieve beweiding, biologische groententeelt, agroforestry,...). Nadien leert men dat deze productiesystemen evolueren als gevolg van andere randvoorwaarden. Vergelijkingspunten en verschillen worden uitgediept om de flexibiliteit van de productiesystemen te verstaan. Speciale aandacht zal gaan naar cycli van mineralen-, energie-, water- en geldstromen doorheen de productiesystemen. Tenslotte zal aandacht geschonken worden aan de basisvereisten voor het ontwerpen en beheren van duurzame productiesystemen.
Doelstellingen
Zie Opleidingsonderdeel
Beschrijving leeractiviteit
Volgen van de hoorcolleges die gegeven worden door verschillende proffen
Studiemateriaal
Slides via Toledo
2.0 sp. Biologische productiesystemen: groepswerk (B-KUL-I0N60a)
Inhoud
Landbouwkundige productiesystemen zijn door de mens ingerichte en beheerde systemen die de productie toelaten van planten (gewassen en bomen) en van dieren. Oorspronkelijke productiesystemen zijn gebaseerd op een grote diversiteit van vele lokale gewassen en dieren en op specifieke sociale structuren. Ze ondergaan slechts een beperkte invloed van markten. In het algemeen is de externe input van middelen dan zeer minimaal. Dergelijke systemen richten zich op zelfvoorziening en gaan gepaard met een hoge biodiversiteit. Naarmate de bevolkingsdruk en marktinvloeden toenemen, gaan productiesystemen evolueren naar winst als oogmerk waardoor specialisatie zich opdringt zowel bij de keuze van het product (moncoculturen) als de inzet van werkkracht en machines. Schaaleffecten worden belangrijk. In een nog latere fase, ontstaan productiesystemen waar de band met de grond verloren gaat. Uiteindelijk moet gestreefd worden naar nieuwe duurzaamheidsprincipes waarin de negatieve impacten op het milieu, de biodiversiteit en de sociale structuren zelf moeten geminimaliseerd worden.
In Deel I worden processen en eenheidsbewerkingen die voorkomen in de meeste landbouwkundige productiesystemen besproken. Deze zijn op:
Landbouwkundig vlak:
- Bodem- en waterbeheer :bewerkingen, nutrientrecycling (intercropping, compostering, humusbeheer), structuur, bodembiologie, erosie, bodembedekkers;
- Symbiose;
- Ziekte en plaagbeheer (rotatie, bodembedekkers, intercropping, verjonging, allelopathy, fauna en florabeheer, symbiose)
- Onkruidbestrijding (mulching);
- Biomassabeheer en energiebeheer (balansen);
- Genetische diversiteit van plant en dier;
- Veevoeding.
Ecologisch vlak:
- Successie;
- Ecologische niche;
- Symbiose.
Socio-economisch vlak:
- Arbeidsorganisatie (gender en kinderen, planning, inhuren van arbeidskrachten, fysische en psychische belasting);
- Kennis (endogene, wetenschappelijke);
- Consumptie;
- Marketing;
- Financiering;
- Rendabilitiet en boekhouding;
- Maatschappelijke aspecten;
- Impact van beleid en globalisering.
In deel II leert men holistisch te denken, plannen en beheren op basis van casestudies. Eerst worden enkele tropische (zwerflandbouw, regengevoede landbouw, plantagelandbouw; irrigatielandbouw) en westerse productiesystemen geanalyseerd zoals bv. de intensieve graanteelt, bioenergieteelt, extensieve beweiding, biologische groententeelt, agroforestry,...). Nadien leert men dat deze productiesystemen evolueren als gevolg van andere randvoorwaarden. Vergelijkingspunten en verschillen worden uitgediept om de flexibiliteit van de productiesystemen te verstaan. Speciale aandacht zal gaan naar cycli van mineralen-, energie-, water- en geldstromen doorheen de productiesystemen. Tenslotte zal aandacht geschonken worden aan de basisvereisten voor het ontwerpen en beheren van duurzame productiesystemen.
Doelstellingen
Zie Opleidingsonderdeel
Beschrijving leeractiviteit
- Begeleid bezoek aan de bibliotheek
- Een groepswerk maken
- Een presentatie geven
Studiemateriaal
Zie Toledo
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie : Biologische productiesystemen (B-KUL-I2N59a)
Toelichting
De evaluatie van het opleidingsonderdeel Biologische productiesystemen' bestaat uit:
(a) Evaluatie van het hoorcollege: 50 % van de punten
Mondeling examen met schriftelijke voorbereiding
Gesloten boek
1 vraag per docent
Doorschuifsysteem
(b) Groepswerk: 50 % van de punten
Papers worden beoordeeld door
Verantwoordelijke ZAP en 2 ZAP assessoren (25 %)
Self-assessment binnen de groepen (12,5%)
De presentaties worden beoordeeld door
3 ZAP (6,25%)
Self-assessment door de studenten min de groep (6,25%)
