Bedrijfservaring: biomedische technologie (B-KUL-H06M8A)

3.0 studiepunten Nederlands 60.0 Eerste semesterEerste semester Verdiepend Uitgesloten voor examencontract
POC Biomedische ingenieurstechnieken

De student kan na de bedrijfservaring een afdeling van een bedrijf situeren binnen het groter geheel van het bedrijf, het bedrijf binnen zijn sector en in het geheel van het industrieel weefsel. De student kan de bedrijfservaring zich een beeld vormen van het beroep van een beginnend ingenieur  binnen een bedrijf en hoe de opdrachten- en communicatiestroom binnen een bedrijf verlopen.
De student kan over de uitgevoerde taken schriftelijk en  mondeling verslag uitbrengen.
De student kan reflecteren over zijn eigen functioneren als stagenemer binnen het bedrijf

Voorkennis: afwerken van een Bachelor Ingenieurswetenschappen die toegang verleent tot de Master ingenieurswetenschappen: biomedische technologie.
Voor-attitude: een zekere assertiviteit om contacten te leggen en te onderhandelen met het bedrijf.

Handleiding

Onderwijsleeractiviteiten

3.0 sp. Bedrijfservaring: biomedische technologie (B-KUL-H06M8a)

3.0 studiepunten Nederlands Werkvorm: Stage 60.0 Eerste semesterEerste semester
POC Biomedische ingenieurstechnieken

De bedrijfservaring omvat een werkverblijf met een minimale duur van 4 weken in een bedrijf gedurende de maanden juli of augustus, tijdens de welke de student activiteiten zal uitoefenen met de bedoeling te voldoen aan de hierboven gestelde doelstellingen. 
De stagenemer zal achteraf schriftelijk en mondeling rapporteren.

Zie bij het opleidingsonderdeel

Informatie op: https://mirc.uzleuven.be/BMT/stages.php

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie : Bedrijfservaring: biomedische technologie (B-KUL-H26M8a)

Modaliteit van de evaluatie : Mondeling met schriftelijke voorbereiding
Tijdstip : permanente evaluatie
Soort evaluatie : Verslag, Presentatie, Medewerking tijdens contactmomenten

De evaluatie gebeurt aan de hand van een schriftelijke en mondelinge rapportering in de maand oktober in overeenstemming met volgende richtlijnen:
Na de bedrijfservaring maakt de student (in overleg met het bedrijf) onmiddellijk een rapport op. Dit wordt aan de stagecoördinator bezorgd (4 exemplaren) begin oktober. De stagecoördinator bezorgt deze rapporten aan de titularissen van het opleidingsonderdeel.
Tijdens de tweede helft van oktober stelt de student mondeling kort zijn bedrijfservaring voor (15min) gevolgd door een wat vragen en opmerkingen (5min). De jury beoordeelt de bedrijfservaring. Indien de bedrijfservaring als onvoldoende wordt beoordeeld, zal de student de verslaggeving moeten uitbreiden/verbeteren voor een evaluatie in de 3e examenperiode.
Het stagerapport bestaat uit een viertal delen: een inleiding, het hoofdgedeelte dat het werk beschrijft, enkele besluiten en een persoonlijke reflectie.
·         De inleiding situeert het bedrijf: het (hoofd)product van het bedrijf, de plaats van het bedrijf in zijn sector en de werking binnen het bedrijf (bv. hiërarchie, informatielijnen, ...)
·         Het hoofdgedeelte start met een korte, precieze beschrijving van de opdracht(en) en plaatst dit in het geheel van het bedrijf. Daarna volgt een wat uitgebreidere beschrijving samen met de eventuele resultaten, getoest aan het opgemaakt stageplan. De student geeft steeds aan wat zijn/haar taak precies geweest is.
·         Het derde deel geeft de belangrijkste besluiten weer: voornamelijk de behaalde resultaten.
·         Het reflectiegedeelte geeft de ervaring van de student weer. Deze bevat onder andere best volgende punten:
o   Hoe ervaarde de student de organisatie, de informatie- en opdrachtenstromen binnen het bedrijf/afdeling ?
o   Hoe beoordeelt de student zijn/haar eigen functioneren in het bedrijf qua motivatie, communicatievaardigheden, werken in groep, inzet, zin voor initiatief, leiding geven, ... ?
o   Welke tot dan toe gevolgde opleidingsonderdelen ervaart de student als relevant voor de uitvoering van de stage. ?
 
Deze verslagen blijven kort: 15 tot 20 bladzijden (+ eventueel minder essentiële figuren en tabellen in bijlage). De student maakt bij voorbaat duidelijke afspraken met het bedrijf, o.a. in verband met eventuele confidentialiteit.
De jury oordeelt in hoeverre aan de doelstellingen van de bedrijfservaring is voldaan, waarin eigen inbreng, aanpak, opgedane kennis en ervaring een rol spelen. De jury oordeelt ook over de stijl, volledigheid, taal, duidelijkheid en structuur van het schriftelijke verslag en over de taal, structuur, vlotheid, synthese van het mondelinge verslag.