Fysische geografie (B-KUL-G0O69A)
Doelstellingen
Dit opleidingsonderdeel beoogt om de studenten kennis en inzicht bij te brengen in de voornaamste onderdelen van de fysische geografie, met name de fysico-chemische processen die het aardoppervlak beïnvloeden: klimatologie, geomorfologie, bodem, hydrologie en geochemische cycli.
Meer bepaald heeft dit OPO als doel om:
- de fysisch-geografische kenmerken van een landschap te analyseren als een systeem
- een analyse te maken van deze elementen van het fysische milieu die zowel de kenmerken als de dynamiek van het aardoppervlak bepalen
- een basis aan te reiken voor de studie van de fysische processen die zich aan het aardoppervlak afspelen
- het verband te leggen tussen de theoretische benadering en de reële terreinkenmerken
- de basiskennis van fysische geografie aangereikt tijdens de hoorcolleges te toetsen aan wetenschappelijke literatuur, kaart en beeldmateriaal, laboratoriumanalyses en reële terreinsituaties, dit tijdens oefeningen, practica, seminaries en excursies.
- het aanleren van een aantal basistechnieken voor fysisch geografisch onderzoek.
Begintermen
Geen specifieke begintermen vereist.
Inhoud
cfr afzonderlijke onderwijsleeractiviteiten
Aard van het studiemateriaal
Handboek
Cursustekst
Handleiding
Voorbeeldmateriaal
Toledo
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Dit opleidingsonderdeel is een voorwaarde voor het opnemen van volgende opleidingsonderdelen:
G0P16A : Regionale geografie: België in de Europese Unie
G9X27A : Buitenlandse excursie fysische geografie
G0P13B : Geomorfologische processen
G0P42A : Geografie: eindwerk
Plaats in het onderwijsaanbod
- Bachelor in de fysica (Minor geografie) 180 sp.

-
Bachelor in de geologie
180 sp.
-
Bachelor in de geografie
180 sp.
-
Master of Earth Observation
120 sp.
-
Master in de aardobservatie
120 sp.
- Bachelor in de biologie (Minor milieu en duurzame ontwikkeling) 180 sp.


Onderwijsleeractiviteiten
1.8 sp. Fysische geografie: hoorcollege 1 (B-KUL-G0J92a)
Inhoud
Het fysische landschap wordt gezien vanuit een aardsysteem benadering, waarbij de interactie tussen de hydrosfeer, biosfeer, lithosfeer en atmosfeer centraal staat. Het onderscheid wordt gemaakt tussen een geïntegreerde systeembenadering en een reductionistische benadering. De invloed van ruimtelijke en temporele schaalniveaus op de dynamiek van het fysische systeem wordt benadrukt waarbij ook de betekenis van overgeërfde kenmerken in de studie van het fysische landschap en het verband tussen de grootte van reliëfeenheden en het dominerende processysteem worden toegelicht. Tevens worden ook enkele basisconcepten van de systeembenadering besproken (magnitude, herhalingsperiode, evenwichten, terugkoppelingen, gevoeligheid).
Het weer- en klimaatsysteem, een sleutelelement binnen de fysische geografie, wordt bestudeerd in het opleidingsonderdeel weer- en klimaatkunde (Ba. Geografiejaar 1). Een kort overzicht van de belangrijkse klimaatsystemen en de ruimtelijke spreiding ervan op aarde wordt wel gegeven voor studenten die het opleidingsonderdeel weer- en klimaatkunde niet hebben gevolgd.
Verschillende methoden worden aangehaald en toegepast om de verschillende reliëfvormen te benoemen en te analyseren. Dit behelst onder andere de studie van de kwalitatieve en kwantitatieve kenmerken van de vormenwereld en de reliëfvoorstelling. Tevens worden enkele methoden van reliëfobservatie en reliëfanalyse behandeld die nadien tijdens oefeningen en excursies concreet worden toegepast.
Heel wat reliëfvormen zijn het resultaat van de inwerking van hydrologische processen. De belangrijkste concepten van het hydrologische systeem worden geanalyseerd. In eerste instantie worden de verschillende kenmerken van het stroomgebied en het riviernetwerk bestudeerd. Vervolgens worden de belangrijkste hydrologische processen overlopen, inclusief de waterbalans, de verschillende afvoerprocessen, bronwerking en het debiet. Nadien is er een analyse van de verschillende processen van watererosie in het stroomgebied en wordt ook het sedimenttransport in de rivier besproken. Finaal wordt een overzicht gegeven van de verschillende fluviatiele landschapsvormen.
Verder worden ook de fysische en chemische karakteristieken van het bodemmateriaal overlopen. Daarbij wordt ook eerst kort een overzicht gegeven van de verschillende verweringsprocessen. Vervolgens worden de verschillende bodemvormingsprocessen besproken en worden twee systemen van bodemclassificatie behandeld (Belgische Bodemclassificatie en FAO-systeem). Veel aandacht gaat daarbij naar de ruimtelijke spreiding van bodemtypes in relatie tot het klimaat, de vegetatie, de hydrologische processen en het reliëf. Tenslotte wordt ook een overzicht gegeven van landschapsvormen die het resultaat zijn van verwerings- en bodemvormende processen.
Doelstellingen
cfr algemene doelstellingen
Studiemateriaal
- cursustekst en slides beschikbaar op Toledo
- Holden, J., 2008. An introduction to Physical Geography and the Environment. 2nd ed. Pearson Education Ltd., Harlow, UK. ISBN 978-0-13-175304-4
Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen
2.4 sp. Fysische geografie: hoorcollege 2 (B-KUL-G0J93a)
Inhoud
Veel aandacht wordt besteed aan de rol van gesteentekenmerken op de morfologie van het landschap. De sterkte van rotsmassas in relatie tot de optredende denudatieprocessen en de steilte van een helling wordt nader onderzocht. Tevens worden verschillende types structurele reliëfs geanalyseerd (horizontale structuren, homoclinale structuren, plooistructuren, bekken- en koepelstructuren).
Op langere tijdschalen wordt de morfologie van het landschap in vele gevallen bepaald door de interactie tussen de lithologie en de hydrologische processen. De valleimorfologie, inclusief de aanwezigheid van rivierterassen, wordt grondig besproken. Tevens worden de verschillende vervlakkingen ten gevolge van dendudatie overlopen, en worden enkele klassieke concepten van reliëfsontwikkeling getoetst aan het systeemconcept.
Een overzicht van de verschillende types van massabewegingen wordt gegeven, inclusief de verschillende controlerende factoren. Veel aandacht gaat daarbij naar herkennen van een type massabeweging op basis van de morfologie.
De morfologie van de kust is het resultaat van de interactie tussen mariene en continentale processen. In eerste instantie wordt de golfwerking besproken en de gevolgen hiervan op het transport van sediment langsheen de kustlijn. Vervolgens wordt de morfologie van een zandstrand en van een rotskust grondig geanalyseerd. Nadien volgt een overzicht van de verschillende kustnabije landsystemen die onder invloed van mariene processen staan: de kustvlakte en de poldergebieden, de estuaria, de waddegebieden en lagunes, en de rivierdeltas.
Tenslotte worden enkele ecosysteemconcepten en besproken. Er wordt daarbij ook kort ingegaan op enkele globale biogeochemische cycli. Vervolgens worden enkele milieufactoren en biogegrafische processen besproken die de ruimtelijke spreiding van planten op het aardoppervlak alsook de biodiversiteit kunnen verklaren. De verbreiding van de verschillende biomen in onderlinge relatatie tot het klimaat, de bodem en het reliëf komt eveneens aan bod. Tenslotte wordt aan de hand van enkele voorbeelden van lokale en regionale ecosystemen de interactie tussen de verschillende sferen van het fysisch systeem geïllustreerd.
Doelstellingen
cfr. algemene doelstellingen
Studiemateriaal
- cursustekst en slides beschikbaar op Toledo
- Holden, J., 2008. An introduction to Physical Geography and the Environment. 2nd ed. Pearson Education Ltd., Harlow, UK. ISBN 978-0-13-175304-4
1.0 sp. Fysische geografie: oefeningen (B-KUL-G0O70a)
Inhoud
Een grondige kaartanalyse wordt uitgevoerd waarbij enkele basistechnieken aangeleerd worden die een reliëfanalyse op basis van kaartmateriaal moet toelaten. Tevens zal ook een analyse van het stroomgebied en riviernetwerk worden uitgevoerd op basis van topografische kaarten. Via fotos en kaarten worden de verschillende landschapsvormen die in het hoorcollege aan bod komen geïllustreerd en geanalyseerd. Een deel van deze oefeningen is beschikbaar onder de vorm van meerkeuzevragen via Toledo.
Een deel van de oefeningen moet de student toelaten om zich via Toledo de verschillende aspecten van het bodemsysteem toe te eigenen.
Doelstellingen
cfr. algemene doelstellingen
Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen
0.3 sp. Fysische geografie: excursie 1 (B-KUL-G0O71a)
Inhoud
De student maakt een morfografische kaart op basis van terreinwaarnemingen. Daarbij worden enkele technieken aangewend om reliëfsvormen te herkennen in het landschap en deze op een kaart weer te geven.
Komt ook voor in andere opleidingsonderdelen
1.5 sp. Fysische geografie: excursie 2 (B-KUL-G0J95a)
Inhoud
Tijdens een driedaagse excursie naar de Belgische en Noord-Franse Kusten wordt in detail ingegaan op de verschillende processen die actief zijn in het kustssysteem. Tevens komen de verschillende landschapsvormen aan bod die eigen zijn aan het kustmilieu. Daarbij wordt niet enkel stilgestaan bij de actuele kustdynamiek, maar wordt ook bijzondere aandact besteed aan de invloed van de historische dynamiek op het actuele landschap. Ook de wisselwerking tussen de kystdynamiek en de maatschappij wordt uitvoerig besproken. In de Boulonnais wordt ook de relatie tussen lithologie en reliëf behandeld.
Studiemateriaal
Excursiebundel
1.0 sp. Fysische geografie: oefeningen 2 (B-KUL-G0J94a)
Inhoud
De student maakt kennis met de wetenschappelijke literatuur met betrekking tot de fysiche geografie en waar men deze kan raadplegen. Via een rondleiding in de Campusbibliotheek Arenberg wordt aan de studenten getoond waar men handboeken en artikel over het vakgebied kan terugvinden. Tevens krijgt elke student een literatuuropdracht waarbij men over een fysische geografisch onderwerp informatie moet verzamelen uit de wetenschappelijke literatuur en deze op een synthethiserende manier moet verwerken.
Via fotos en kaarten worden de verschillende landschapsvormen die in het hoorcollege aan bod komen geïllustreerd en geanalyseerd. Een deel van deze oefeningen is beschikbaar onder de vorm van meerkeuzevragen via Toledo.
Doelstellingen
cfr. algemene doelstellingen
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie : Fysische geografie (B-KUL-G2O69a)
Toelichting
De evaluatie omvat volgende drie onderdelen :
1. Evaluatie van het oefeningengedeelte tijdens het semester (25% van het eindresultaat):
- Evaluatie van de literatuuropdracht
- Schriftelijk oefeningenexamen dat wordt georganiseerd tijdens de laatste week van het semester
2. Mondelinge ondervraging tijdens de examenperiode over het theoretisch gedeelte (50%)
3. Mondelinge ondervraging tijdens de examenperiode over de excursie (25%)
Een onvoldoende op twee van deze drie onderdelen wordt beschouwd als niet-tolereerbaar en geeft automatisch aanleiding tot een onvoldoende op het ganse opleidingsonderdeel.
De excursies vormen een essentieel onderdeel van dit opleidingsonderdeel. Bij niet-deelname aan deze activiteit voldoet de student niet aan de voorwaarden om het examen af te leggen en zal dan ook gequoteerd worden als 'niet afgelegd'. In geval van gewettigde afwezigheden dient een vervangopdracht te worden uitgevoerd na overleg met de titularis, en blijft de excursie verplichte leerstof. Het niet indienen van het verslag m.b.t. de literatuuropdracht geeft eveneens aanleiding tot een quotering voor gans het opleidingsonderdeel als niet-afgelegd.
