Wetenschapscommunicatie (B-KUL-G0N14A)
Doelstellingen
Na deze cursus moeten de studenten in staat zijn om:
- de criteria te identificeren waaraan technisch-wetenschappelijke vakteksten en populair-wetenschappelijke teksten beantwoorden.
- de criteria voor populair-wetenschappelijke teksten zelf toe te passen bij het uitwerken van dergelijke teksten.
- wetenschappelijke ideeën of concrete resultaten van metingen of berekeningen e.d. duidelijk te kunnen formuleren in een zakelijke tekst met correcte bronvermelding.
- op een goed gestructureerde wijze een uiteenzetting te houden, gebruik makend van modern didactisch materiaal.
Begintermen
De Nederlandse taal correct kunnen spreken en schrijven.
Engelstalige teksten kunnen lezen en begrijpen.
Voor de studenten van de bachelor Geologie geldt dat dit opo enkel opgenomen kan worden indien ze het opo G0O83A 'Stratigrafie en geologie van België in een West-Europese context' gevolgd hebben of aan het volgen zijn. De studenten geologie hebben de kennis van de geologie van België nodig voor het zelfstudieluik van het opo G0O83A.
Voor de studenten van de bachelor Geografie geldt dat dit opo enkel opgenomen kan worden indien ze het opo G0O69A 'Fysische geografie' gevolgd hebben of aan het volgen zijn. De studenten geografie hebben de kennis van fysische geografie nodig voor het zelfstudieluik van G0N14A.
Inhoud
zie afzonderlijke onderwijsleeractiviteiten
Aard van het studiemateriaal
Handboek
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Dit opleidingsonderdeel is een voorwaarde voor het opnemen van volgende opleidingsonderdelen:
G9X26A : Buitenlandse excursie sociale en economische geografie
G9X27A : Buitenlandse excursie fysische geografie
G0P42A : Geografie: eindwerk
Plaats in het onderwijsaanbod
-
Bachelor in de biochemie en de biotechnologie
180 sp.
-
Bachelor in de informatica
180 sp.
-
Bachelor in de wiskunde
180 sp.
-
Bachelor in de fysica
180 sp.
-
Bachelor in de geologie
180 sp.
-
Bachelor in de geografie
180 sp.
-
Bachelor in de chemie
180 sp.
Onderwijsleeractiviteiten
0.8 sp. Wetenschapscommunicatie: hoorcollege (B-KUL-G0N14a)
Inhoud
1. Schrijven over wetenschappelijk onderzoek:
- wetenschappelijk of technisch rapport
- populair-wetenschappelijke tekst
2. Mondeling communiceren :
- algemene aspecten van mondelinge communicatie
- praktische regels
- technische en menselijke aspecten
3. Het algemeen maatschappelijk belang van het communiceren in de wetenschappen
Doelstellingen
cfr. algemene doelstellingen
Studiemateriaal
Crauwels M. & West L. 2007. Wetenschap communiceren. Tips voor het schrijven en presenteren van wetenschappelijk onderzoek. ACCO, 169p.
2.2 sp. Wetenschapscommunicatie: oefeningen (B-KUL-G0N61a)
Inhoud
Door middel van schrijf- en presentatie-opdrachten leren studenten mondeling en schriftelijk communiceren over de eigen discipline binnen de exacte wetenschappen.
Tijdens de inleidende werkcolleges krijgen de studenten toelichting bij de uit te voeren opdrachten. Nadien zal er tijdens de werkcolleges feedback gegeven worden bij de schrijfopdrachten, geven studenten presentaties voor de groep medestudenten en wordt er uitgebreid aandacht besteed aan feedback bij deze presentaties.
De precieze invulling en organisatie van deze opdrachten kan verschillen naargelang de opleiding waarbinnen de werkcolleges gevolgd worden maar in ieder geval zijn ze steeds gericht op het realiseren van de gemeenschappelijke doelstellingen.
Doelstellingen
cfr. algemene doelstellingen
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie : Wetenschapscommunicatie (B-KUL-G2N14a)
Toelichting
Studenten dienen aan alle leeractiviteiten deel te nemen en alle opdrachten uit te voeren.
Meer gedetailleerde informatie over de evaluatie wordt gegeven tijdens de werkcolleges die per discipline worden georganiseerd.
De facultaire POC heeft in verband met de herexamens voor het
opleidingsonderdeel 'Wetenschapscommunicatie' het volgende beslist.
Voor het opleidingsonderdeel 'Wetenschapscommunicatie' is er als algemene
regel geen herkansing in de derde examenzittijd.
Individuele uitzondering
moet worden toegestaan door de titularis, als die oordeelt dat een bepaalde
student voldoende prestaties heeft geleverd tijdens het academiejaar om een
(eventueel gedeeltelijke) herkansing mogelijk te maken.
Indien er onenigheid
hierover ontstaat, dan zal de ombuds en de voorzitter van de examencommissie
bemiddelen.
