Taal en onderwijs: de rol van interactie (B-KUL-F0VH7A)

6.0 studiepunten Nederlands 26.0 Tweede semesterTweede semester Gespecialiseerd
POC Taal- en letterkunde

De studenten verwerven de vaardigheid om interactie in taalonderwijs te analyseren, gebruikmakend van kwalitatieve en kwantitatieve analyse-methoden;
De studenten verwerven inzicht in hoe interactie in de klas tot stand komt en welke impact de interactiepatronen hebben op taalverwerving;
De studenten ontwikkelen de vaardigheid om een taalonderwijssituatie kritisch te analyseren vanuit psycholinguïstisch oogpunt. Zij passen theorieën rond taalverwerving, taalproductie en informatieverwerking toe op de interactie zoals die zich in het onderwijs (in de taalvakken en de niet-taalvakken) ontwikkelt. 
De studenten ontwikkelen kennis omtrent de psycholinguïstische processen die een rol spelen bij interactie in het onderwijs in een meertalige context.

3de Bachelor Taal & Letterkunde met succes hebben afgerond. Bij voorkeur heeft de student het vak ‘Taalverwerving’ (BA3) gevolgd of heeft hij/zij de inhouden van dat vak via lectuur verworven.
De eindtermen voor de BA3 behaald hebben.
Reeds een zeker inzicht verworven hebben in taalverwervingsonderzoek (zie ook begintermen).

Artikels en literatuur
Presentatiesoftware
Multimedia
Toledo

Onderwijsleeractiviteiten

6.0 sp. Taal en onderwijs: de rol van interactie (B-KUL-F0VH7a)

6.0 studiepunten Nederlands Werkvorm: Practicum 26.0 Tweede semesterTweede semester
POC Taal- en letterkunde

(1) Typering van het onderzoek waarbij dit vak aansluit 
 
Dit vak situeert zich in het domein van de toegepaste taalkunde, meer bepaald in het domein van de gestuurde (eerste, tweede en vreemde)taalverwerving. De focus van het vak ligt op interactie zoals die zich ontwikkelt in de context van het taalonderwijs, met name de interactie tussen de leerkracht en de leerlingen enerzijds, en tussen leerlingen onderling anderzijds. 
 
Er is in dit vak aandacht voor kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden die zich lenen om interactie in de taalklas te analyseren, en om de impact van de kwaliteit en kwantiteit van interactie op taalverwerving en taalgebruik in kaart te brengen. Er wordt in dit vak dan ook veelvuldig gewerkt met interactieprotocollen en met video- en audio-opnames van interactie zoals die zich in echte onderwijssettings voordoet.
 
(2) Concrete inhouden
 
Dit vak bouwt verder op het BA3-vak ‘Taalverwerving’ waarin de studenten een algemene inleiding krijgen in het tweede- en vreemdetaalverwervingsonderzoek (voorwerp, methodologie, theorieën, actuele tendensen). Het vak biedt de student de mogelijkheid om zelf aan de slag te gaan met protocollen en opnames van interactie in het onderwijs.  Aan de hand van video- en audio-opnames van klasinteractie:
leren de studenten interactiepatronen in taalonderwijs analyseren en herkennen, gebruikmakend van een gemengd kwantitatief/kwalitatief instrumentarium;
reflecteren de studenten op de voor- en nadelen van diverse analysemethoden;
confronteren de studenten hun eigen interactie-analyses met die van anderen;
bestuderen ze de mogelijke impact van interactiepatronen in het onderwijs op taalverwerving;
wordt ingegaan op specifieke interactiemechanismen zoals betekenisonderhandeling, focus on form, recasts, impliciete en expliciete feedback, vraagstelling, beurtverdeling, en dergelijke;
analyseren de studenten interactie die zich voordoet in meertalige onderwijscontexten (of in klassen met veel anderstaligen).

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Taal en onderwijs: de rol van interactie (B-KUL-F2VH7a)

Modaliteit van de evaluatie : Mondeling met schriftelijke voorbereiding
Tijdstip : partiële evaluatie met afrondend examen tijdens de examenperiode

Evaluatie gebaseerd op
de inbreng van de student in de lessen
de kwaliteit van de analyses die door de student worden geproduceerd 
de kwaliteit van de reflecties op de kwaliteit van de onderzoeksinstrumenten nadat die werden toegepast
de mate waarin de student in staat is om de opgedane inzichten en vertrouwde analysemethoden toe te passen op nieuwe interactie-cases die het onderwerp uitmaken van een concrete eindopdracht.