Informatiekunde voor taal- en literatuurstudenten (B-KUL-F0AA8A)

4.0 studiepunten Nederlands 26.0 Tweede semesterTweede semester Inleidend
POC Taal- en letterkunde

In het vak Informatiekunde voor taal- en literatuurstudenten staat niet de informatica als zodanig centraal, maar wel de toepassing van informatica op taal en letteren. De doelstelling is het (ook “hands on”) vertrouwd maken van de taalstudent met de manier waarop de informatietechnologie de omgang met tekstuele informatie grondig heeft beïnvloed.
Dit opleidingsonderdeel is bedoeld voor de studenten die niet ingeschreven zijn in de taalmodules Grieks of Latijn.

Elementaire computervaardigheden

 

Onderwijsleeractiviteiten

4.0 sp. Informatiekunde voor taal- en literatuurstudenten (B-KUL-F0AA8a)

4.0 studiepunten Nederlands Werkvorm: College 26.0 Tweede semesterTweede semester
POC Taal- en letterkunde

module 1 - tekstuele informatie op computer (1 college)
De eerste, inleidende module geeft achtergrondinformatie, nodig voor het grondige begrip van de technologieën die in de andere modules aan bod komen. In deze module wordt toegelicht hoe tekstuele informatie precies wordt voorgesteld op een harde schijf, in het werkgeheugen, enz. De volgende items komen aan bod :  

  • hoe tekst als een reeks tekens wordt opgeslagen met behulp van bits en bytes
  • hoe tekensets (ASCII, ISO-Latin-1, UNICODE) vastleggen welke byte of reeks bytes welk teken voorstelt, en hoe incompatibiliteiten tussen verschillende conventies ontstaan en worden opgelost
  • hoe keyboard layouts bepalen hoe toetsenbordaanslagen vertaald worden in tekens
  • hoe fonts gebruikt worden om te bepalen hoe tekens op scherm en op printouts worden voorgesteld
  • hoe de meest gangbare voor tekst belangrijke bestandstypes geclassificeerd kunnen worden op basis van hoe ze met tekst omgaan (bv. open standaard versus propriëtair formaat, ...)

module 2 - tekstdocumenten (3 colleges)
In de module "tekstdocumenten" wordt het proces behandeld van het maken en publiceren van tekstdocumenten. Er wordt ingegaan op de verschillende tools die bestaan (text processors, word processors, desktop publishing tools, ebook compilers, enz.), op de verschillende architecturen voor productielijnen (gaande van het eenvoudigere geval van eigen beheer tot de complexere situatie in uitgeverijen), en, vooral, op de moderne principes van documentopmaak. Wat dat laatste betreft, komen de volgende items aan bod :  
  • wat zijn de voordelen van een strikte scheiding van structuur en layout (via declaratieve markup) en hoe pas je het principe "write once, publish many times" toe (bv. om uit één bronbestand zowel een gedrukte publicatie als een webpublicatie af te leiden) ?
  • welke navigatiesystemen bestaan er (lineair versus non-lineair, hierarchisch versus complexer netwerk) en wat zijn hun respectievelijke voordelen en caveats ?   Tenslotte wordt een uitgewerkt voorbeeld besproken, een case study op basis van de webtechnologieën html en css, waarin dieper wordt ingegaan op documentarchitectuur en layout.  

module 3 - tekstuele gegevens in relationele gegevensbanken (3 colleges)
In de module "tekstuele gegevens in relationele gegevensbanken" wordt besproken hoe de krachtige "general purpose"-technologie "relationele databases" kan worden aangewend om tekstuele informatie te beheren en te ontsluiten. Eerst komen een reeks algemene fundamenten van het werken met relationele gegevensbanken aan bod :
  • hoe vermijd je een slechte databasedesign, door de relaties tussen de entiteiten in je gegevens correct in kaart te brengen (met behulp van "entity relationship models")
  • hoe voer je elementaire zoekinstructies uit met behulp van de 'de facto' internationale standaard SQL (structured query language)   Nadien wordt, als illustratie van een typische toepassing voor taal en letteren, in een uitgewerkt voorbeeld getoond hoe de gegevens voor een (op een enquête gebaseerd) onderzoek met behulp van een relationele database kunnen worden opgeslagen en bevraagd.   

module 4 - tekstuele gegevens in tekstgegevensbanken (3 colleges)
De module "tekstuele gegevens in tekstgegevensbanken" fungeert als een complement van de vorige module. Het gebruik van tekstgegevensbanken vormt een valabel alternatief voor relationele gegevensbanken, in het bijzonder als de gegevens hoofdzakelijk tekstueel zijn. Voor het ontsluiten van linguïstische corpora en van digitale literatuurarchieven zijn tekstgegevensbanken, en in het bijzonder de internationale opmaakstandaarden XML en TEI, de basistechnologie bij uitstek. In deze module komen de volgend items aan bod:   
  • wat is XML (de gezaghebbende technologie voor het verrijken van teksten met meta-informatie door middel van markup) ?
  • wat vind je in de "TEI guidelines" (gezaghebbende richtlijnen voor het gebruik van XML in documenttypes uit "the humanities", zoals literaire teksten, elektronische woordenboeken, linguïstische corpora, ...) ?
  • wat zijn de basisprincipes van reguliere expressies (een generisch instrument voor het zoeken in tekstbestanden) ?
  • hoe werkt indexering (het bouwen van indexen die de tekstdatabase sneller doorzoekbaar maken) ?  

module 5 - kwantitatieve analyse van tekstuele gegevens (3 colleges)
In de laatste module, "kwantitatieve analyse van tekstuele gegevens", komen de in toepassingen voor taal en letteren meest gebruikte statistische technieken aan bod voor de verdere analyse van zoekresultaten uit de gegevensbanken (cf. modules 3 en 4). Dit zijn in het bijzonder technieken voor "nominale variabelen" (variabelen die een classificatie of kwaliteit aangeven i.p.v. een grootheid). De volgende items komen aan bod:  
  • hoe bereken je overzichtsstatistieken en maak je overzichtsgrafieken (mediaan, percentielen, histogrammen, ...) ?
  • hoe kan je de mate van gelijkenis of verschil tussen gegevens kwantificeren (met behulp van zogenaamde associatiematen) ?
  • hoe kan je statistisch significante patronen ontdekken in je data (met elementaire statistische tests) ? De nadruk ligt niet zozeer op de mathematische achtergrond, maar wel op het correct aanwenden van de besproken technieken in typische toepassingen voor taal en letteren. Daarbij wordt de band met de taal- en vakspecifieke onderdelen van de opleiding gerealiseerd in de vorm van een online inventaris van taal- of vakspecifieke voorbeelden en oefeningen, die wordt opgesteld in samenspraak met de vakspecialisten en die aan de student in de vorm van een oefenpakket voor zelfstudie wordt aangeboden.

 

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie : Informatiekunde voor taal- en literatuurstudenten (B-KUL-F2AA8a)

Modaliteit van de evaluatie : Schriftelijk
Tijdstip : examen tijdens de examenperiode

Het examen bestaat uit meerkeuzevragen.