Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in de kinder- en jeugdpsychiatrie, deel 2 (B-KUL-E09T6A)
Doelstellingen
II.3 Vaardigheden verwerven, eigen aan het specialisme
II.4 Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk
III.2 Rekening houden met de economische aspecten van de geneeskunde, in het bijzondere het doelmatig omgaan met middelen, waarbij onder- en overgebruik van middelen vermeden worden
III.3 Beschikken over de nodige communicatieve eigenschappen, waarbij humane, ethische en maatschappelijke aspecten een belangrijke rol spelen en dit binnen de relevante wettelijke regelgeving
III.7 Kennis van de principes van de medische informatica voor het leveren van optimale patiëntenzorg en voor het onderhouden van de eigen deskundigheid
III.9 Hebben van vakspecifieke kennis en probleemoplossend vermogen en deze in de praktijk weten toe te passen
III.10 Hebben van praktische vakspecifieke vaardigheden en deze toepassen. Werken aan verdere ontwikkeling en verbeteren van deze vaardigheden in functie van levenslang leren attitude.
III.11 Zetten van standards of care en formuleren van kwaliteitseisen met betrekking tot de verschillende aspecten van zijn vak
III.12 Voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, ziektebeelden/aandoeningen
VI.17 Het zelfstandig aanpakken, stellen van een diagnose en behandelen van de meer complexe ziektebeelden/ aandoeningen
VI.18 De ASO heeft een dermate expertise opgebouwd dat hij/zij fungeert als mede-aanspreekpunt voor externen (huisartsen en specialisten)
VI.19 Zorgen voor en aandacht besteden aan de continuïteit van zorg voor de patiënt
VI.20 Het meedragen van de eindverantwoordelijkheid voor de opvolging van het ziektebeeld/aandoeningen bij de patiënt
VI.21 Werken aan de kwaliteitsverbetering van het specialisme
VI.22 Meewerken aan het goed functioneren van de organisatie van de dienst
Begintermen
De studenten verwierven tijdens de (het) eerste jaren (jaar) van het assistenschap een aantal competenties m.b.t. de theorie en praktijk van de gekozen (moeder)discipline. De studenten zijn vertrouwd met de denk- en werkwijze van een specifieke afdeling in een ziekenhuis.
Aard van het studiemateriaal
Artikels en literatuur
Handleiding
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Je moet voldoen aan een volgtijdelijkheidsvoorwaarde om dit opleidingsonderdeel te mogen opnemen. Volgtijdelijkheid kan STRENG of SOEPEL zijn of een GELIJKTIJDIGHEID inhouden. Ook kan een diplomaNIVEAU als voorwaarde gesteld zijn.
Verklaring:
STRENG: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je geslaagd zijn voor of een tolerantie ingezet hebben voor de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt.
SOEPEL: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt, gevolgd hebben.
GELIJKTIJDIG: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je ook de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt, opnemen of al opgenomen hebben.
NIVEAU: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je ten minste deze graad behaald hebben.
SOEPEL(E02T1A)
Bovenstaande codes van opleidingsonderdelen stemmen overeen met onderstaande omschrijvingen van die opleidingsonderdelen:
E02T1A : Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in de kinder- en jeugdpsychiatrie, deel 1
Plaats in het onderwijsaanbod
- Master in de specialistische geneeskunde (Afstudeerrichting Psychiatrie, meer bepaald in de kinder- en jeugdpsychiatrie) 120 sp.
Onderwijsleeractiviteiten
3.0 sp. Gevalsbespreking (B-KUL-E09T7a)
Inhoud
Tijdens deze sessies worden de praktijkgevallen voorgesteld en in teamverband, eventueel interdisciplinair, besproken. Er zal aandacht worden besteed aan urgenties en diagnostische problemen. De concrete inhouden die aan bod komen, hebben betrekking op de eindtermen zoals gedefinieerd onder medicus niveau 3 en opgenomen de onderwijsleeractiviteit "Patiëntenzorg en medisch-technische vaardigheden" in het opleidingsonderdeel: "Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in de kinder- en jeugdpsychiatrie, deel 2". Tevens dient de ASO te functioneren met toenemende zelfstandigheid en complexiteit gestoeld op wetenschappelijke basis.
Doelstellingen
II.4 Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk
III.3 Beschikken over de nodige communicatieve eigenschappen, waarbij humane, ethische en maatschappelijke aspecten een belangrijke rol spelen en dit binnen de relevante wettelijke regelgeving
III.9 Hebben van vakspecifieke kennis en probleemoplossend vermogen en deze in de praktijk weten toe te passen
III.12 Voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, ziektebeelden/aandoeningen
VI.18 De ASO heeft een dermate expertise opgebouwd dat hij/zij fungeert als mede-aanspreekpunt voor externen (huisartsen en specialisten)
VI.20 Het meedragen van de eindverantwoordelijkheid voor de opvolging van het ziektebeeld/aandoeningen bij de patiënt
Beschrijving leeractiviteit
De ASO luistert naar de praktijkgevallen die worden voorgesteld.
De ASO participeert tijdens de discussie.
Mogelijke leeractiviteiten:
- Teamvergadering
- Supervisie
Studiemateriaal
Patiëntendossiers
12.0 sp. Patiëntenzorg en medisch-technische vaardigheden (B-KUL-E09T8a)
Inhoud
De ASO krijgt de kans om tijdens zijn opleiding een breed aantal
domeinen binnen het specialisme te beoefenen. De ASO verwerft tijdens
deze stages specifieke kennis en vaardigheden, zowel diagnostisch,
adviserend en therapeutisch als in het samenwerken met andere
hulpverleners en past deze toe in de praktijk.
De ASO krijgt de kans om door middel van individuele og groepssupervisie
diagnostische en therapeutische kennis en vaardigheden te verwerven. Dit
betreft zowel disciplinair kinder- en jeugdpsychiatrische gebonden
supervisie als supervisie psychotherapeutische kennis en vaardigheden
Het betreft zowel verdieping van de competenties en toenemende
zelfstandigheid
Voorkeursstages tijdens de opleiding
"specialisme" zijn:
Infants, kinderen of adolescenten in diverse settings
Optionele stages tijdens de opleiding "specialisme" zijn:
Psychiatrie volwassenen, (neuro)pediatrie, genetica
.
A. Overzicht van de belangrijkste kinder- en jeugdpsychiatrische
aandoeningen en probleemgebieden.
Posttraumatische
stressstoornissen
Aanpassingsstoornissen
Angststoornissen
Stemmingsstoornissen
Somatoforme
stoornissen
Regulatiestoornissen van sensorische processen
Eet-
en voedingsstoornissen
Slaapstoornissen
Multisysteem
Ontwikkelingsstoornissen
Autisme
Spectrum Stoornissen
Taal- en spraakstoornissen
Leerstoornissen
Mentale ontwikkelingsstoornissen en handicap
Ontwikkelingscoördinatiestoornissen
Genderidentiteitsstoornissen
Gehechtheidsstoornissen
Syndromen van hyperactiviteit en aandachtstekort
Impulscontrole stoornissen
Oppositionele en gedragsstoornissen
Middelen misbruikstoornissen
Obsessief-compulsieve stoornissen
Ticstoornissen
Schizofrenie en aanverwante psychotische stoornissen
Persoonlijkheidsstoornissen
Psychiatrische aspecten van somatische ziekten en aandoeningen
Ouder-kind relatiestoornissen
Suïcidaal gedrag
B. Competenties in de kinder- en jeugdpsychiatrie
2.1. Competenties inzake psychosociale en gedragsontwikkeling en
psychopathologie.
Deze competenties betreffen de kennis over normale en verstoorde ontwikkeling, de factoren die hierbij een rol spelen en de vaardigheden in observatie, diagnostiek en evaluatie van de ontwikkeling en het functioneren van infants, kinderen en adolescenten.
Grondige kennis over het ontwikkelingsproces en de genetisch (neuro)biologische contextuele interactieve en transactionele kenmerken ervan,
Grondige kennis over de beschermende en risicofactoren (genetisch, biologisch, contextueel, maatschappelijk),
Grondige kennis over ouderschapsontwikkeling en opvoeding,
Grondige kennis van en ervaring met de betekenis van maatschappelijke diversiteit cultureel, socio-economisch, gender, handicap, enz.),
Grondige kennis over factoren en interventies die geestelijke gezondheid van
infants, kinderen en jongeren bevorderen.
Vaardigheden in observatie van psychosociaal functioneren en gedrag van conceptie tot volwassenheid.
Grondige kennis over ontwikkeling van specifieke domeinen en systemen, o.a. cerebraal, stresscoping, gedragsregulatie, informatieverwerking, cognitief, taal, relationeel, emotioneel
Grondige kennis over het onderscheid normaal probleem stoornis.
Grondige kennis over invloed van ontwikkeling op psychopathologie en van
psychopathologie op ontwikkeling.
Grondige kennis over kenmerken en etiologie van diverse psychopathologische aandoeningen bij infants, kinderen en jongeren en de belangrijkste psychiatrische aandoeningen bij volwassen.
Grondige kennis over diagnostisch instrumentarium (medisch, beeldvorming, biologisch, psychologisch) inzake bovengenoemde aandoeningen.
Grondige kennis over de meest voorkomende somatische aandoeningen bij kinderen en adolescenten, in het bijzonder neurologische aandoeningen en somatische symptomen die expressie kunnen zijn van psychiatrische aandoeningen.
Grondige kennis en ervaring inzake psychopathologie en in het bijzonder de diverse ontwikkelingsstoornissen als handicap.
Grondige kennis en ervaring met betrekking tot de revalidatie en sociale integratie van kinderen en jongeren met een psychopathologische handicap.
2.2. Competenties inzake het relationeel-therapeutische handelen met jeugd en context.
Deze competenties betreffen de kennis en vooral vaardigheden van de kinder- en jeugdpsychiater in het opbouwen en in stand houden van een therapeutisch georiënteerde werkrelatie met jeugdigen en hun context.
Vaardigheden in observatie van gedrag en interactie,
Inzicht in de effecten van observatie in denken, voelen en gedrag van observator en de betekenis ervan voor kind, ouders die geobserveerd worden
Vaardigheden in communicatie met infant, kind, adolescent, ouders en derden
* Algemeen
* Exploratief (o.a. anamnestisch)
Vaardigheden in informatieve gesprekken (o.a. over aard, oorzaak, gevolg van aandoening) met infant, kind, adolescent, ouders.
Vaardigheden in ondersteunende counseling van infant, kind, adolescent, ouders.
Vaardigheden in diagnostisch interview van infant, kind, adolescent, ouders.
Vaardigheden in het integreren en vertalen voor betrokken jeugdige, ouders en derden van de diverse diagnostische informatie over en evaluatie van ontwikkeling en functioneren in functie van een doelmatig en ontwikkelingsgezicht zorg- en behandelingsplan.
Grondige kennis over en inzicht in de therapeut gebonden factoren die effect van behandeling en psychotherapie bepalen.
Grondige kennis en vaardigheden in opbouwen en onderhouden van een psychotherapeutische werkrelatie met infant, kind, adolescent, ouders, gezin.
Grondige kennis en vaardigheden in crisisinterventie.
2.3. Competenties inzake technische diagnostische
en behandelingsmogelijkheden en psychofarmacologie
Deze competenties betreffen de kennis over envaardigheden inde diverse
instrumenten en mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling.
Grondige kennis over instrumenten ter evaluatie van ontwikkeling en
functioneren.
Grondige kennis over de diverse psychiatrische, somatische, psychologische instrumenten ten behoeve van de diagnostiek van psychiatrische aandoeningen bij infants, kinderen, adolescenten.
Grondige kennis over de diverse psychosociale interventiemethodieken die
beschikbaar zijn in de stimulering en verbetering van de geestelijke
gezondheid van infants, kinderen en adolescenten.
Vaardigheden:
Uitvoeren en toepassen van diagnostische instrumenten in de diagnostiek van psychiatrische aandoeningen,
Uitvoeren van evaluatie van ontwikkeling en functioneren.
Grondige kennis en vaardigheden in de diverse psychotherapeutische en psychosociale interventies, specifiek voor de diverse psychiatrische aan doeningen.
Grondige kennis en vaardigheden in psychotherapeutische en psychosociale
interventiemethodes gericht op ouderschapsbekwaamheid.
Grondige kennis over de diverse psychosociale interventiemethodes die beschikbaar zijn in de zorg voor en behandeling van infants, kinderen, adolescenten met psychiatrische aandoeningen.
Vaardigheden: Uitvoeren en toepassen van psychosociale en psychotherapeutische interventiemethodes.
Grondige kennis over indicatiegebied, werkwijze, effectiviteit, nevenwerkingen, risicos van diverse beschikbare medisch technische en
psychofarmacologische behandelingen van psychiatrische aandoeningen o.a.
ECT, operatief, psychofarmacologisch.
Grondige kennis over de farmacodynamiek en kinetiek van psychofarmaca bij infants, kinderen, adolescenten.
Grondige kennis over psychofarmaca gerelateerde biologie.
Grondige kennis over de diverse psychofarmacologische producten en hun eigenschappen, werking, indicatiegebied, effectiviteit, nevenwerkingen, risicos bij infants, kinderen en adolescenten.
Vaardigheden: toepassen van technische cq. psychofarmacologische behandeling en behandelingsprotocollen..
2.4. Competenties inzake multidisciplinaire
samenwerking.
Deze competenties betreffen niet alleen het samenwerken met andere artsen maar ook en vooral met andere professionals of disciplines, werkzaam in het veld van de jeugdzorg.
Grondige kennis over de wet- en regelgeving inzake de relatie arts kind ouders derden.
Grondige kennis over het zorgaanbod van andere professionals en disciplines.
Grondige kennis over de diverse systemen van zorg voor jeugd - gezin, onderwijs, welzijn, justitie, (geestelijke) gezondheidszorg - en de wet- en
regelgeving terzake.
Vaardigheden in samenwerking met ouders, school, collegas artsen, professionals in jeugdwelzijnszorg, justitie, geestelijke gezondheidszorg
.
Vaardigheden in het opnemen van de verantwoordelijkheid voor een zorg en/of behandelplan.
Vaardigheden in het coördineren van een groep zorgverstrekkers in het kader van de uitvoering van een zorg- en/of behandelingsplan voor infant, kind, adolescent, gezin.
Vaardigheden in het leidinggeven aan een groep zorgverstrekkers in het kader van de uitvoering van een zorg- en/of behandelingsplan voor infant, kind, adolescent, gezin.
Competenties in het leiden van een dienst / voorziening
2.5. Competenties in wetenschappelijk onderbouwd
handelen.
Toepassen van algemene wetenschappelijke kennis en methodiek binnen het domein van kinder- en jeugdpsychiatrie.
Doelgericht onder begeleiding participeren aan wetenschappelijk onderzoek op het terrein van de kinder- en jeugdpsychiatrie als onderdeel van masterproef;
Interpreteren van wetenschappelijke literatuur in functie van bijvoorbeeld evidence based zorg/behandelingsplan van infants, kinderen, adolescenten met een psychiatrische aandoening en het opstellen ervan.
Het zelfstandig opstellen,uitvoeren en evalueren van een wetenschappelijk onderbouwd zorg/behandelplan.
Doelstellingen
II.3 Vaardigheden verwerven, eigen aan het specialisme
III.2 Rekening houden met de economische aspecten van de geneeskunde, in het bijzondere het doelmatig omgaan met middelen, waarbij onder- en overgebruik van middelen vermeden worden
III.3 Beschikken over de nodige communicatieve eigenschappen, waarbij humane, ethische en maatschappelijke aspecten een belangrijke rol spelen en dit binnen de relevante wettelijke regelgeving
III.7 Kennis van de principes van de medische informatica voor het leveren van optimale patiëntenzorg en voor het onderhouden van de eigen deskundigheid
III.9 Hebben van vakspecifieke kennis en probleemoplossend vermogen en deze in de praktijk weten toe te passen
III.10 Hebben van praktische vakspecifieke vaardigheden en deze toepassen. Werken aan verdere ontwikkeling en verbeteren van deze vaardigheden in functie van levenslang leren attitude.
III.11 Zetten van standards of care en formuleren van kwaliteitseisen met betrekking tot de verschillende aspecten van zijn vak
III.12 Voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, ziektebeelden/aandoeningen
VI.17 Het zelfstandig aanpakken, stellen van een diagnose en behandelen van de meer complexe ziektebeelden/ aandoeningen
VI.18 De ASO heeft een dermate expertise opgebouwd dat hij/zij fungeert als mede-aanspreekpunt voor externen (huisartsen en specialisten)
VI.19 Zorgen voor en aandacht besteden aan de continuïteit van zorg voor de patiënt
VI.20 Het meedragen van de eindverantwoordelijkheid voor de opvolging van het ziektebeeld/aandoeningen bij de patiënt
VI.21 Werken aan de kwaliteitsverbetering van het specialisme
VI.22 Meewerken aan het goed functioneren van de organisatie van de dienst
Beschrijving leeractiviteit
De ASO loopt stage en leert er de voor de dienst relevante activiteiten.
Mogelijke leeractiviteiten:
- Multidisciplinaire stafvergaderingen
- Stafvergaderingen van de discipline
- Zaalronde
- Sessies voor technische vaardigheden
- Bedside teaching
- Consultatie met supervisie
- Individuele supervisie
- Groepssupervisie
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie : Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in de kinder- en jeugdpsychiatrie, deel 2 (B-KUL-E29T6a)
Toelichting
Er is een pass/fail evaluatie.
