Ontwikkeling en voortplanting (B-KUL-E03A1A)
Doelstellingen
Het doel van deze cursus is je inzicht te geven in de morfologische en fysiologische aspecten van het voortplantingsstelsel, de embryologie en menselijke genetica.
Begintermen
Je beschikt over kennis van elementaire begrippen uit de fysica, scheikunde en biologie (1ste bachelor), celbiologie (1ste bachelor) en celfysiologie (2de bachelor).
De opleidingsonderdelen van de opleiding Geneeskunde kunnen enkel gevolgd worden indien men geslaagd is in de toelatingsproef zoals georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap. Voor meer info : http://www.ond.vlaanderen.be/toelatingsexamen/
Inhoud
In dit opleidingsonderdeel komen achtereenvolgens de morfologische aspecten, de fysiologische aspecten en de genetica en embryologie aan bod.
1. Morfologische aspecten (12h)
· Deel 1: Mannelijke reproductie: anatomie en histologie van de testis, de lozingsgangen, de accessoire geslachtsklieren (prostaat, zaadblaasjes, bulbo-urethrale klieren) en de penis; anatomie van het mannelijk perineum; inleiding tot de topografische anatomie van het mannelijk klein bekken.
· Deel 2: Vrouwelijke reproductie: inwendige geslachtsorganen: anatomie en histologie van de eierstok, de eileider, de baarmoeder(hals) en de vagina; uitwendige geslachtsorganen: anatomie van de vulva en het perineum; inleiding tot de topografische anatomie van het vrouwelijk klein bekken.
2. Fysiologische aspecten (11h)
· Menstruele cyclus.
· Zwangerschap.
· Mannelijke reproductie.
3. Genetica en embryologie (40h)
Deel 1: Embryologie
· Algemene embryologie: gametogenese en bevruchting; eerste celdelingen, blastocyst, vorming van twee kiemlagen; implantatie en vorming van de uteroplacentaire circulatie; gastrulatie en vorming van de drie kiembladen; ontwikkeling van het neurectoderm (initiële stadia); ontwikkeling van het mesoderm: ontwikkeling van het endoderm met embryonale kromming.
· Specifieke embryologie: hart en grote bloedvaten; endoderm; urogenitaal stelsel; foetale circulatie en placenta, vliezen.
· Embryomanipulatie: embryonale stamcellen, kloneren.
Deel 2: Genetica
· Chromosomale en moleculaire basis van de erfelijkheid: chromosomen, celcyclus, mitose, meiose.
· Overervingsmechanismen: (a) chromosomaal, (b) monogeen-multifactorieel, (c) niet-mendeliaanse overerving: mitochondriaal, uniparentele disomie, genomische imprinting, onstabiele trinucleotiderepeats
· Genetica van kanker: tumorsuppressorgenen, oncogenen, repairgenen.
· Beginselen van de populatiegenetica: genetische variabiliteit in een populatie.
· Genenkaart van de mens.
· Oorzaken van congenitale misvormingen en oorzaken van mutaties.
· Prenatale diagnose.
Aard van het studiemateriaal
Handboek
Artikels en literatuur
Cursustekst
Presentatiesoftware
Voorbeeldmateriaal
Multimedia
Toledo
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Je mag dit opleidingsonderdeel enkel opnemen als je nog maximaal 160 studiepunten moet verwerven om het diploma te behalen.
Je moet voldoen aan een volgtijdelijkheidsvoorwaarde om dit opleidingsonderdeel te mogen opnemen. Volgtijdelijkheid kan STRENG of SOEPEL zijn of een GELIJKTIJDIGHEID inhouden. Ook kan een diplomaNIVEAU als voorwaarde gesteld zijn.
Verklaring:
STRENG: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je geslaagd zijn voor of een tolerantie ingezet hebben voor de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt.
SOEPEL: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt, gevolgd hebben.
GELIJKTIJDIG: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je ook de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt, opnemen of al opgenomen hebben.
NIVEAU: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je ten minste deze graad behaald hebben.
( SOEPEL(E01A7A) OF SOEPEL(U02A4A) ) EN ( SOEPEL(E02A2A) OF SOEPEL(U02A2A) ) EN ( SOEPEL(E02A6A) OF SOEPEL(U01A1A) ) EN ( SOEPEL(U00A8A) OF SOEPEL(E01A0A) ) EN ( SOEPEL(E02A4A) OF SOEPEL(U00A6A) ) EN ( SOEPEL(E01A4A) OF SOEPEL(U01A4A) ) EN ( SOEPEL(E02A9A) OF SOEPEL(U05A7A) ) EN ( GELIJKTIJDIG(E04A6A) OF GELIJKTIJDIG(U01A9A) )
Bovenstaande codes van opleidingsonderdelen stemmen overeen met onderstaande omschrijvingen van die opleidingsonderdelen:
E01A7A : Celbiologie I
U02A4A : Moleculaire biologie
E02A2A : Celbiologie II
U02A2A : Celbiologie
E02A6A : Algemene en biologische scheikunde
U01A1A : Algemene en biologische scheikunde
U00A8A : Biofysica
E01A0A : Biofysica
E02A4A : Vergelijkende biologie
U00A6A : Medische biologie
E01A4A : Anatomie en functie van het menselijk bewegingsstelsel
U01A4A : Anatomie en functie van het menselijk bewegingsstelsel
E02A9A : Epidemiologie en biostatistiek
U05A7A : Epidemiologie en gegevensanalyse
E04A6A : Celfysiologie
U01A9A : Celfysiologie
Dit opleidingsonderdeel is een voorwaarde voor het opnemen van volgende opleidingsonderdelen:
E00B1A : Lichamelijke veranderingen tijdens de zwangerschap
E00B2A : Moleculaire genetica en diagnostiek
E08A3A : Topografische en radiologische anatomie
E04E3A : Forensische genetica
E03E8A : Stamcellen, van labo tot kliniek
E09S6A : Verstandelijke beperking: medische, psychosociale en maatschappelijke aspecten
E09U3A : Multifactoriële genetica: inflammatory bowel disease (inflammatoire darmziekten) als model van een complexe genetische aandoening
E09U4A : Van voortplantingsfysiologie naar moleculaire farmacologie
Onderwijsleeractiviteiten
7.0 sp. Ontwikkeling en voortplanting (B-KUL-E03A1a)
Inhoud
In dit opleidingsonderdeel komen achtereenvolgens de morfologische aspecten, de fysiologische aspecten en de genetica en embryologie aan bod.
1. Morfologische aspecten (12h)
· Deel 1: Mannelijke reproductie: anatomie en histologie van de testis, de lozingsgangen, de accessoire geslachtsklieren (prostaat, zaadblaasjes, bulbo-urethrale klieren) en de penis; anatomie van het mannelijk perineum; inleiding tot de topografische anatomie van het mannelijk klein bekken.
· Deel 2: Vrouwelijke reproductie: inwendige geslachtsorganen: anatomie en histologie van de eierstok, de eileider, de baarmoeder(hals) en de vagina; uitwendige geslachtsorganen: anatomie van de vulva en het perineum; inleiding tot de topografische anatomie van het vrouwelijk klein bekken.
2. Fysiologische aspecten (11h)
· Menstruele cyclus.
· Zwangerschap.
· Mannelijke reproductie.
3. Genetica en embryologie (40h)
Deel 1: Embryologie
· Algemene embryologie: gametogenese en bevruchting; eerste celdelingen, blastocyst, vorming van twee kiemlagen; implantatie en vorming van de uteroplacentaire circulatie; gastrulatie en vorming van de drie kiembladen; ontwikkeling van het neurectoderm (initiële stadia); ontwikkeling van het mesoderm: ontwikkeling van het endoderm met embryonale kromming.
· Specifieke embryologie: hart en grote bloedvaten; endoderm; urogenitaal stelsel; foetale circulatie en placenta, vliezen.
· Embryomanipulatie: embryonale stamcellen, kloneren.
Deel 2: Genetica
· Chromosomale en moleculaire basis van de erfelijkheid: chromosomen, celcyclus, mitose, meiose.
· Overervingsmechanismen: (a) chromosomaal, (b) monogeen-multifactorieel, (c) niet-mendeliaanse overerving: mitochondriaal, uniparentele disomie, genomische imprinting, onstabiele trinucleotiderepeats
· Genetica van kanker: tumorsuppressorgenen, oncogenen, repairgenen.
· Beginselen van de populatiegenetica: genetische variabiliteit in een populatie.
· Genenkaart van de mens.
· Oorzaken van congenitale misvormingen en oorzaken van mutaties.
· Prenatale diagnose.
Doelstellingen
Het deel morfologie van dit opleidingsonderdeel wil je inzicht doen krijgen in de anatomische en histologische aspecten van het voortplantingsstelsel. Deze kennis heb je nodig om de fysiologie van dit systeem te kunnen vatten en om de fysiopathologische aspecten van de latere opleiding voldoende te kunnen verwerken.
In het deel fysiologische aspecten bestudeer je de wetenschappelijke kennis en inzichten rond de algemene functie van het voortplantingsstelsel van het gezonde menselijk organisme. Op die manier leer je de fundamentele celbiologische fenomenen begrijpen die aan de basis liggen van de werking van dit orgaansysteem en belangrijk zijn voor de interacties tussen meerdere systemen. Daarom is het vooral belangrijk dat je de elementaire functies begrijpt van de processen die de werking van dit stelsel sturen en inzicht krijgt in de samenhang tussen dit stelsel en andere stelsels.
In de embryologie beschrijven we de normale algemene embryogenese, met enkele klinische toepassingen (congenitale afwijkingen) als illustratie. Uit de specifieke embryologie bespreken we slechts enkele belangrijke organen, maar tegelijk bekijken we ook de beginselen van de menselijke genetica. Op die manier krijg je een inzicht in de belangrijkste overervingsmechanismes en oorzaken van erfelijke aandoeningen.
Beschrijving leeractiviteit
Verwacht wordt dat je actief luistert, notities maakt, vragen stelt en antwoordt op vragen van de docent. Ten slotte moet je opdrachten uitwerken die de les nadien besproken worden.
Studiemateriaal
Als basis voor het gedeelte morfologie gebruiken we het handboek 'Histologie van de mens', A. Stevens, J. Lowe, eds., Mosby, aangevuld met figuren.
Voor het gedeelte fysiologie kan je beschikken over een volledige cursus met figuren (20 bladzijden). Een aantal basiswerken, aanwezig in de bibliotheek, zijn nuttig als illustratief studiemateriaal.
Voor het gedeelte embryologie-genetica is er een syllabus, aangevuld door verwijzingen naar publiek beschikbare websites over embryologie.. Voor het deel genetica kun je beschikken over een volledige cursus. Bovendien vind je op Toledo alle dias terug, een Powerpoint-presentatie en een aantal aanvullende artikels en video's.
1.0 sp. Ontwikkeling en voortplanting: werkzittingen (B-KUL-E03A2a)
Inhoud
In de werkzittingen komen volgende onderwerpen aan bod:
· Mannelijk voortplantingsstelsel: (1) testis: tubuli seminiferi, interstitiële cellen van Leydig, (2) testis: tubuli seminiferi: spermatogenetische stadia en Sertolicellen, (3) epididymis: ductuli efferentes en ductus epididymidis, (4) prostaat.
· Vrouwelijk voortplantingsstelsel: (1) ovarium preovulatoir: follikels, (2) ovarium postovulatoir: corpus luteum, corpus albicans, (3) oviduct (ampulla), (4) uterus: endometrium, myometrium, (5) uterus: endometrium preovulatoire structuur, (6) uterus: endometrium postovulatoir (glycogeenfase).
Doelstellingen
Via een aantal histologische preparaten leer je de belangrijkste aspecten kennen van de microscopische structuur van de voortplantingsorganen. We focussen daarbij sterk op het verband tussen microscopische structuur en functie.
Beschrijving leeractiviteit
De docent bespreekt de opgeroepen gedigitaliseerde preparaten voor de ganse groep. Daarna kunnen de studenten, aan hun eigen tempo en op gelijk welk voor hen geschikt tijdstip, deze preparaten zelfstandig bestuderen. Zij kunnen daarbij gebruik maken van van labels voorziene opnamen van deze preparaten, aangeboden via toledo.
Studiemateriaal
Het studiemateriaal bestaat uit microscopische preparaten, in gedigitaliseerde vorm permanent online beschikbaar.
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie : Ontwikkeling en voortplanting (B-KUL-E23A1a)
Toelichting
Evaluatievorm: schriftelijk voor de drie examenonderdelen.
Tijdstip: 2de examenperiode
Soort evaluatie:
- Embryologie genetica ( schriftelijk): Een tiental vragen: korte antwoord vragen, aanduiden of herkennen van embryologische tekeningen, "extended matching" vragen enz. Voorbeelden worden in deles getoond en op Toledo weergegeven. aantal punten per vraag is aangegeven (de beoordeling gebeurt per vraag), de punten worden opgeteld en op 20 teruggebracht.
- Morfologie : Het deel anatomie en histologie (morfologie) is schriftelijk.
Er wordt één grote "bespreek" vraag gesteld. Hierbij wordt veel belang gehecht aan de eenvoudige tekeningen uit de hoorcolleges.
Daarnaast worden 5 korte vragen gesteld. Het antwoord hierop moet zeer kort zijn: zo precies mogelijk, met zo weinig mogelijk woorden.
- Fysiologie : schriftelijk. Er wordt 1 bespreek-vraag gesteld.
Toelichting berekening van het examenresultaat
· er wordt een apart deelpunt voor elk examenonderdeel toegekend
· weging van de verschillende deelpunten
* embryologie/genetica : 64%
* morfologie : 19%
* fysiologie : 17%
