Bloedsomloop (B-KUL-E02L8A)
Doelstellingen
Je kunt de ziektebeelden uit het domein van hart- en vaatpathologie onderkennen en het diagnostisch en therapeutisch beleid voeren op niveau van een basisarts. Natuurlijk herken je ook potentieel levensbedreigende hart- en vaatpathologie. Je kunt ten slotte het cardiovasculair risicoprofiel van patiënten inschatten en beheerst de actuele regels voor cardiovasculaire preventie.
Begintermen
Je hebt de eindtermen van de bachelor geneeskunde behaald. Je beheerst ook de semiologie uit het 1ste masterjaar.
De opleidingsonderdelen van de opleiding Geneeskunde kunnen enkel gevolgd worden indien men geslaagd is in de toelatingsproef zoals georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap. Voor meer info : http://www.ond.vlaanderen.be/toelatingsexamen/
Aard van het studiemateriaal
Cursustekst
Presentatiesoftware
Multimedia
Toledo
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Je moet voldoen aan een volgtijdelijkheidsvoorwaarde om dit opleidingsonderdeel te mogen opnemen. Volgtijdelijkheid kan STRENG of SOEPEL zijn of een GELIJKTIJDIGHEID inhouden. Ook kan een diplomaNIVEAU als voorwaarde gesteld zijn.
Verklaring:
STRENG: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je geslaagd zijn voor of een tolerantie ingezet hebben voor de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt.
SOEPEL: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt, gevolgd hebben.
GELIJKTIJDIG: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je ook de opleidingsonderdelen waarvoor dit soort voorwaarde geldt, opnemen of al opgenomen hebben.
NIVEAU: Om dit opleidingsonderdeel op te nemen, moet je ten minste deze graad behaald hebben.
SOEPEL(E03I6A) EN SOEPEL(E00L5A)
Bovenstaande codes van opleidingsonderdelen stemmen overeen met onderstaande omschrijvingen van die opleidingsonderdelen:
E03I6A : Algemene geneeskunde, deel 1
E00L5A : Farmacologie
Dit opleidingsonderdeel is een voorwaarde voor het opnemen van volgende opleidingsonderdelen:
E00N2A : Stage Huisartsgeneeskunde
E01N1A : Stage Psychiatrie / neurologie
E00N5B : Stage Inwendige geneeskunde
E00N8B : Stage Kindergeneeskunde
E01N5B : Stage Gynaecologie / verloskunde
E09M9B : Stage Heelkunde
Onderwijsleeractiviteiten
4.0 sp. Hartziekten (B-KUL-E07P3a)
Inhoud
Volgende thema’s komen aan bod:
- Hartauscultatie en hemodynamica (F. Van de werf, 4.5u)
- Pathologie van het cardiovasculair lijden (E. Verbeken, 1u)
- Cardiaal functioneel onderzoek
o ECG, inclusief cyclometrie, holter, pacemaker en interne defibrillator (
R. Willems, 8u)
o Echocardiografie (M.-C. Herregods, 1u)
o Nucleaire geneeskunde (O. Gheysens, 1u)
- Coronair lijden (F. Van de Werf, 2u)
- Hypertensie (J. Staessen, 1u)
- Hartfalen (F. Van de Werf, 2u)
- Kleplijden en endocarditis (F. Van de Werf, 2u)
- Congenitale hartafwijkingen (M. Gewillig, 2u)
- Ritmestoornissen (R. Willems, 2u)
- Pericard en primaire myocardaandoeningen (F. Van de Werf, 1u)
- Het cardiochirurgisch proces (P. Sergeant, 2u)
- Inschatten van het operatief risico voor cardiochirurgie (P. Sergeant, 1u)
- Plotse dood en reanimatie (R. Willems, 1u)
Dezelfde thema’s zullen we verder uitdiepen in de probleemgeoriënteerde en patiëntgeoriënteerde klinieken. Daarbij zul je tijdens de eerste klinieken vooral je klinisch denken aanscherpen en tijdens de laatste klinieken vooral klinische vaardigheden oefenen zoals anamnese, klinisch onderzoek en omgang met de patiënten.
Doelstellingen
Voor het formuleren van de doelstellingen van de onderwijsleeractiviteit Hartziekten onderscheiden we 3 niveaus van functioneren:
A. het KENNEN: je kunt een keuze maken tussen verschillende technieken en kunt de resultaten van de technieken interpreteren in de behandeling van patiënten
B. het KUNNEN: je hebt praktische ervaring met een handeling of techniek, maar niet noodzakelijk zelfstandig
C. het DOEN: je kunt zelfstandig een handeling of techniek uitvoeren
Na het succesvol voltooien van de onderwijsleeractiviteit Hartziekten kun je op de volgende gebieden functioneren op het voorgestelde niveau:
- Klinische vaardigheden:
o je kunt een systemische anamnese afnemen bij een cardiovasculaire patiënt (niveau C)
o je kunt een volledig klinisch onderzoek verrichten bij een cardiovasculaire patiënt (niveau B)
- Elektrocardiografie:
o je hebt kennis van de principes van de elektrocardiografie (niveau A)
o je hebt beginnende kennis van het normale en abnormale ECG en de interpretatie ervan (niveau A)
- Niet-invasieve Beeldvorming (echocardiografie, nucleaire geneeskunde, CT, MRI)
o je kunt de meest aangepaste beeldvorming kiezen voor een individuele patiënt (niveau A)
o je kunt de protocols van deze onderzoeken interpreteren en deze in verstaanbare taal uitleggen aan een patiënt (niveau C)
- Hartkatherisatie
o je kent de indicaties van de meest uitgevoerde ingrepen op hartkatherisatie (ballondilatatie, stenting, ...) (niveau A)
o je kent het risico en het verloop van de meest uitgevoerde ingrepen (niveau A) en kunt dit in verstaanbare taal uitleggen aan een patiënt (niveau C)
o je kunt de protocols van deze onderzoeken en ingrepen interpreteren en deze in verstaanbare taal uitleggen aan een patiënt (niveau C)
- Cardiologische ziektebeelden
o je hebt kennis over de pathogenese van de meest voorkomende cardiologische ziektebeelden (hypertensie, coronair lijden, hartfalen, ritmestoornissen, kleplijden, ...) (niveau A)
o je kunt (differentiële) diagnose stellen van de meest voorkomende cardiologische ziektebeelden (niveau A)
o je kunt een behandeling instellen bij de meest voorkomende cardiologische ziektebeelden op het niveau van een basisarts en herkennen wanneer verwijzing naar een collega-specialist noodzakelijk is (niveau A)
o je kunt zorgen voor de eerste opvang van levensbedreigende cardiologische urgenties (myocardinfarct, ritmestoornissen, reanimatie, ...) op het niveau van een basisarts (niveau A)
- Cardiochirurgie
o je kent de indicaties van de meest uitgevoerde cardiochirurgische technieken (bypass, klepchirurgie, ...) (niveau A)
o je hebt kennis over het risico en het verloop van de meest uitgevoerde cardiochirurgische technieken (niveau A) en kunt dit in verstaanbare taal uitleggen aan een patiënt (niveau C)
o je kunt cardiochirurgische verslagen interpreteren en deze in verstaanbare taal uitleggen aan een patiënt (niveau C)
Studiemateriaal
Dit bestaat uit een geïntegreerde cursustekst uitgegeven bij Medica, les- en kliniekdia’s op Toledo en computeroefeningen auscultatie.
2.0 sp. Vaatpathologie (B-KUL-E07P4a)
Inhoud
Volgende themas behandelen we in de theoretische en illustrerende hoorcolleges:
- Vasculaire anamnese en klinisch onderzoek (I. Fourneau, 1.5u)
- Vasculair functioneel onderzoek (P.Verhamme, 1u)
- Arteriële insufficiëntie van de onderste ledematen (I.Fourneau, 2u)
- Aneurysma (I.Fourneau, 2u)
- Extracranieel vaatlijden (I.Fourneau, 1u)
- Acute ischemie (I.Fourneau, 1u)
- Diepe veneuze trombose en longembolie (K. Peerlinck, 1u)
- Veneuze insufficiëntie en lymfe (I. Fourneau, 1u)
- Niet-atheromateuze vaatpathologie (I. Fourneau, 1u)
- Vasculaire malformaties (I. Fourneau, 0.5u)
- Bloedingsneiging (K. Peerlinck, 1u)
- Arteriële embolie (K.Peerlinck, 1u)
- Vasospastische aandoeningen (K.Peerlinck, 1u)
Dezelfde themas zullen we verder uitdiepen in de probleemgeoriënteerde en patiëntgeoriënteerde klinieken. Daarbij zul je tijdens de eerste klinieken vooral je klinisch denken aanscherpen en tijdens de laatste klinieken vooral klinische vaardigheden oefenen zoals anamnese, klinisch onderzoek en omgang met de patiënten.
Doelstellingen
Je beheerst de semiologie van de vaatpathologie. Je kunt ziektebeelden herkennen uit het domein van vaatpathologie zoals arteriële insufficiëntie van de onderste ledematen, aneurysma, extracranieel vaatlijden, diepe veneuze trombose en veneuze insufficiëntie. Op basisartsniveau kun je hiervoor het diagnostisch en therapeutisch beleid voeren. Uiteraard herken je potentieel levensbedreigende vaatpathologie. Daarnaast heb je een notie van meer zeldzame aandoeningen zoals niet-atheromateuze vaatpathologie, bloedingsneiging of vasospastische aandoeningen en kun je deze opnemen in je differentieel diagnostisch denken. Ten slotte kun je het cardiovasculair risicoprofiel van patiënten inschatten en beheers je de actuele regels voor cardiovasculaire preventie.
Studiemateriaal
Dit bestaat uit een 'Handboek Vaatheelkunde' uitgegeven bij Acco en uit les- en kliniekdias, die je terugvindt op Toledo.
1.0 sp. Truncus communis hart/vaat (B-KUL-E07P5a)
Inhoud
Volgende themas komen aan bod:
- Pathologie en pathogenese van atheromatose (E. Verbeken, 1u)
- Risicofactoren voor hart- en vaatpathologie (J. Van Cleemput, 1u)
- Stollingssysteem en antistollingstherapie (K. Peerlinck, 2u)
- Fysiologie en technische achtergrond van elektrocardiografie (R.Willems, 2u)
- Technische onderzoeken (principes en verwikkelingen):
o CT, MRI, arteriografie (G. Maleux, J. Bogaert, 2u)
o Coronarografie en cardiale drukmeting (W. Desmet, P. Sinnaeve, 1u)
o Echocardiografie (J.-U. Voigt, 1u)
Doelstellingen
Je ontwikkelt inzicht in de pathogenese van atheromatose en de bijhorende risicofactoren. Je leert ook het stollingssysteem en de antistollingstherapie begrijpen. Je maakt kennis met de basisprincipes van de belangrijkste technische onderzoeken in het kader van hart- en vaatpathologie. Je bent dan ook in staat om de risicos van de verschillende onderzoeken in te schatten.
Studiemateriaal
Dit bestaat uit een geïntegreerde cursustekst uitgegeven bij Medica en lesdias, die je terugvindt op Toledo.
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie : Bloedsomloop (B-KUL-E22L8a)
Toelichting
Het examen bestaat uit drie examenonderdelen:
v schriftelijk meerkeuzevragenexamen over alle onderdelen van de truncus communis, ECG (ook ECG uit OLA 'hartziekten') en cardiochirurgie (uit OLA 'hartziekten')
v mondeling examen met schriftelijke voorbereiding over hartziekten (uitgezonderd ECG en cardiochirurgie)
v mondeling examen met schriftelijke voorbereiding over vaatpathologie
Praktische organisatie van het examen
Alle onderdelen vinden plaats tijdens hetzelfde dagdeel (voor- of namiddag).
Voor het mondeling examen 'hartziekten' krijgen de studenten drie vragen die zich niet beperken tot detaillistische kennis, maar ook het klinisch redeneren bevragen. De student kan deze gedurende minstens dertig minuten schriftelijk voorbereiden.
Voor het mondeling examen 'vaatpathologie' krijgen de studenten twee vragen die zich niet beperken tot detaillistische kennis, maar ook het klinisch redeneren bevragen. De student kan deze gedurende minstens dertig minuten schriftelijk voorbereiden.
Voor het schriftelijk gedeelte, krijgen de studenten een aantal meerkeuzevragen die alle domeinen van de truncus communis bevragen, evenals de lessen elektrocardiografie (R. Willems) en cardiochirurgie (P. Sergeant). Er wordt een giscorrectie toegepast.
Het examencijfer is het totaal van de deelpunten op de onderdelen volgens de volgende weging
v Schriftelijk meerkeuze-examen: 2/7 of 28.5 %
v Mondeling examen hartziekten: 3/7 of 43 %
v Mondeling examen vaatziekten: 2/7 of 28.5 %
Er worden geen deelvrijstellingen gegeven voor onderdelen van het thema: indien niet geslaagd, legt de student het hele thema opnieuw af.
