Onderwijsrecht (B-KUL-C08C4A)

6.0 studiepunten Nederlands 39.0 Gespecialiseerd
POC Rechten

- Inzicht verwerven in structuren en fundamentele juridische vragen van het onderwijsrecht
- Attitude bijbrengen van aandacht voor de (soms moeilijke) interactie tussen onderwijskunde/onderwijsverhoudingen en het recht
- Vaardigheid bijbrengen in het uitklaren van specifieke vragen van onderwijsrecht.
- Onderwijsrecht als multidisciplinair recht benaderen
- Inzicht in de maatschappelijke relevantie van onderwijsrecht in een open en pluralistische grondrechtensamenleving
 

Belangstelling voor het onderwijsrecht en het onderwijsgebeuren.

Beginvoorwaarden:
Baccalaureaat rechten.

Artikels en literatuur
Cursustekst

Onderwijsleeractiviteiten

6.0 sp. Onderwijsrecht (B-KUL-C08C4a)

6.0 studiepunten Nederlands Werkvorm: College 39.0
POC Rechten

Een algemene inleiding maakt de studenten wegwijs in het onderwijs­recht. Aan de hand van capita selecta worden vervolgens de vragen uitgediept waar het onderwijsrecht vandaag mee geconfron­teerd wordt. De thema's worden zo geselecteerd dat ze toelaten de achtergronden van actuele discussies te verhelderen en doordringen in fundamentele vragen over grondrechten en rechtsbe­scherming, bevoegdheid, verhouding publiek - privaat en de technische consequenties daarvan.
De afweging tussen de rechten, belangen en verwachtingen van de inrichters van het onderwijs, van de overheid en van de gebruikers ervan zijn een rode draad doorheen de colleges. De analyse van de rechtspraak van de hoogste rechtscolleges verheldert de concrete inhoud.

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Onderwijsrecht (B-KUL-C28C4a)

Modaliteit van de evaluatie : Mondeling met schriftelijke voorbereiding
Tijdstip : examen tijdens de examenperiode
Soort evaluatie : Gesloten boek

De studenten krijgen drie examenvragen. Een eerste vraag betreft een kennisvraag met betrekking tot een onderdeel van de cursus.
De tweede vraag is een casus. De studenten stellen een mogelijke en zinvolle oplossing voor deze casus voor, gebruik makend van de kennis en inzichten verworven in de colleges en door de studie van het studiemateriaal. Van het grootste belang is het aangeven van de belangenafweging, en te argumenteren waarom het belang van de betrokkenen al dan niet doorweegt. Motivering en redenering zijn belangrijker dan de concrete uitkomst.
De derde vraag is een open opiniërende stelling die door studenten wordt becommentarieerd vanuit het juridisch kader.
De vragen hebben betrekking op verschillende onderdelen van de cursus.