Verbintenissenrecht (B-KUL-C02B5A)
Doelstellingen
De cursus wil een grondig overzicht geven van het Belgische verbintenissenrecht, met een bijzondere aandacht voor de basisbegrippen en beginselen die ook terug te vinden zijn in de meeste Europese rechtsstelsels. De hoorcolleges bieden een theoretische uiteenzetting, op interactieve wijze en uitvoerig geïllustreerd met voorbeelden en tekenende gevallen uit de rechtspraak. In de oefeningen wordt de stof in dialoog toegepast en verfijnd a.h.v. concrete gevallen, vaak geïnspireerd door recente gebeurtenissen. De student zal zich in deze colleges fundamentele juridische reflexen en redeneerschema's eigen maken.
Begintermen
Grondige kennis van de bronnen en de beginselen van het Belgisch recht.
Inhoud
Een verbintenis is een juridische band tussen twee of meer personen. De ene persoon heeft een aanspraak jegens de ander die een schuld heeft. Ons recht laat toe dat een schuldeiser zijn aanspraken in rechte afdwingt. De verbintenissen vormen dan ook één van de pijlers van de relaties tussen mensen en hun juridische bescherming is één van de uitdagingen voor onze maatschappij.
De cursus valt uiteen in drie delen. De eerste twee delen besteden aandacht aan de twee voornaamste bronnen van verbintenissen, de overeenkomst en de onrechtmatige daad. In het derde deel komen de vragen aan bod die alle verbintenissen, ongeacht hun oorsprong, aanbelangen : hoe wordt een verbintenis overgedragen, hoe wordt ze uitgevoerd, hoe gaat ze teniet en hoe wordt ze bewezen ?
Aard van het studiemateriaal
Presentatiesoftware
Cursustekst
Toledo
Handboek
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Dit opleidingsonderdeel is een voorwaarde voor het opnemen van volgende opleidingsonderdelen:
C02B9A : Strafrecht en strafprocesrecht
C03B0A : Handels-, vennootschaps- en economisch recht
C02B7A : Goederen- en bijzondere overeenkomstenrecht
C03B2A : Internationaal en Europees recht
C03B3A : Fiscaal recht
C03B4A : Gerechtelijk recht
C02B3A : Grondslagen van het recht
C03B1A : Arbeids- en socialezekerheidsrecht
C03B3B : Fiscaal recht
C02B6A : Personen-, familie- en familiaal vermogensrecht
C02X4A : Personen-, familie en familiaal vermogensrecht
C02X5A : Goederen- en bijzondere overeenkomstenrecht
C02X7A : Handels-, vennootschaps- en economisch recht
C06X2A : Goederen en bijzondere overeenkomstenrecht (werkstudenten)
C06X3A : Personen-, familie- en familiaal vermogensrecht (werkstudenten)
C06X4A : Handels-, vennootschaps- en economisch recht (werkstudenten)
Plaats in het onderwijsaanbod
- Bachelor in de economische wetenschappen (verkort programma) 120 sp.
- Bachelor in de toegepaste economische wetenschappen (verkort programma) (Switchmajor naar Master in de economie, het recht en de bedrijfskunde) 120 sp.
- Schakelprogramma: Master in de rechten 89 sp.
- Voorbereidingsprogramma: Master in de economie, het recht en de bedrijfskunde voor Bachelor EW, TEW, HIR, HIRb; Master in de beleidseconomie (KU Leuven); Master in het management(KU Leuven) en Master in de handelswetenschappen en Bachelor handelsingenieur(hogeschool) 60 sp.
- Bachelor in de criminologische wetenschappen (Optie rechten) 180 sp.

-
Bachelor in de economische wetenschappen
180 sp.
- Bachelor in de toegepaste economische wetenschappen (reeds vóór 2011-2012 ingeschreven studenten) (Switchmajor naar Master in de economie, het recht en de bedrijfskunde) 180 sp.

- Bachelor in de wijsbegeerte (Optie Rechten) 180 sp.

- Bachelor in de toegepaste economische wetenschappen (nieuwe studenten 2012-2013 en studenten 2011-2012) (Switchmajor naar Master in de economie, het recht en de bedrijfskunde) 180 sp.

-
Bachelor in de rechten (nieuwe inschrijvingen vanaf 2012-2013)
180 sp.
- Bachelor in de rechten (verkort programma) (nieuwe inschrijvingen vanaf 2012-2013 (Algemene optie) 121 sp.

Onderwijsleeractiviteiten
7.0 sp. Verbintenissenrecht (B-KUL-C02B5a)
Inhoud
Een verbintenis is een juridische band tussen twee of meer personen. De ene persoon heeft een aanspraak jegens de ander die een schuld heeft. Ons recht laat toe dat een schuldeiser zijn aanspraken in rechte afdwingt. De verbintenissen vormen dan ook één van de pijlers van de relaties tussen mensen en hun juridische bescherming is één van de uitdagingen voor onze maatschappij.
De cursus valt uiteen in drie delen. De eerste twee delen besteden aandacht aan de twee voornaamste bronnen van verbintenissen, de overeenkomst en de onrechtmatige daad. In het derde deel komen de vragen aan bod die alle verbintenissen, ongeacht hun oorsprong, aanbelangen : hoe wordt een verbintenis overgedragen, hoe wordt ze uitgevoerd, hoe gaat ze teniet en hoe wordt ze bewezen ?
Kalender (4 s.u. = 26 x 2 contacturen) :
1. Inleiding tot het Verbintenissenrecht: onderwerp, plaats in het curriculum, methodiek + De verbintenis: begrip, kenmerken en bronnen
2. Verbintenissen uit contracten: Begrip en kenmerken van het contract
3. Soorten contracten in privaat- en publiekrecht; onderscheidingscriteria voor vermogensrechtelijke contracten; wetgevende evolutie m.b.t. enkele soorten contracten
4. Algemene principes van het contractenrecht: contractvrijheid, consensualisme, bindende kracht: evolutie van en uitzonderingen op deze principes.
5. Algemene principes en correctiemechanismen van het contractenrecht: interpretatie, functies van de goede trouw, verbod op rechtsmisbruik; vertrouwensleer.
6. Geldigheidsvoorwaarden: wilsovereenstemming (volwaardige wil jegens wederpartij uitgedrukt; discrepantie tussen werkelijke en verklaarde wil) en wilsgebreken (dwaling, bedrog, dwang, benadeling en gekwalificeerde benadeling)
7. Geldigheidsvoorwaarden (vervolg): Wilsgebreken (vervolg). Het voorwerp (m.i.v. de partijbeslissing) en de (objectieve en subjectieve) oorzaak van contracten.
8. Verval. Nietigheidsregeling: aard en gevolgen (restituties) van nietigverklaring; modulering ervan (partiële nietigheid, matiging, conversie en beperking van restitutieplichten).
9. Precontractuele fase: dynamiek (onderhandelingen, progressief contracteren, aanbod, aanvaarding) en precontractuele aansprakelijkheid; contracteren met vertegenwoordiging;
10. Uitvoering tussen partijen: toerekenbaar tekortkomen (eigen daden, daden van hulppersonen en zaken) en niet-toerekenbaar tekortkomen: overmacht en imprevisie;
11. Uitvoering tussen partijen (vervolg): niet-toerekenbaar tekortkomen (vervolg): exoneratiebedingen (1 uur). Remedies: uitvoering in natura en bij equivalent; schadebedingen (1 uur)
12. Uitvoering tussen partijen (vervolg): remedies (vervolg): exceptie van niet uitvoering en ontbindingsvormen en gevolgen. Beëindiging ex nunc en ex tunc (vgl. van opzegging en verval met ontbinding en nietigheid)
13. Derden-werking: begrippen partij en derden, principes van relativiteit van interne gevolgen en van tegenwerpelijkheid van de externe gevolgen. Draagwijdte van de tegenwerpelijkgeid: derde-medeplichtigheid, veinzing en actio pauliana.
14. Derden-werking (vervolg): doorwerking van rechten: derdenbegunstiging en rechtstreekse vorderingen; geen doorwerking plichten (maar: sterkmaking, kettingbeding); doorwerking van contract jegens nauw betrokken derden.
15. Verbintenissen uit eenzijdige rechtshandeling: de eenzijdige belofte. Verbintenissen uit quasi-contracten: zaakwaarneming, onverschuldigde betaling en verrijking zonder oorzaak.
16. Verbintenissen uit onrechtmatige daad: foutbegrip en gronden van aansprakelijkheid (artt. 1382-1383 en 1386bis B.W.): aansprakelijkheid voor eigen daad (voorwaarden, uitzonderingen, immuniteiten);
17. Verbintenissen uit onrechtmatige daad: gronden van aansprakelijkheid (vervolg: artt. 1384-1386 B.W.): kwalitatieve aansprakelijkheden(voor d dieren)
18. Verbintenissen uit onrechtmatige daad: verticale en horizontale cumul van aansprakelijkheden. Schadebegrip. Oorzakelijk verband (equivalentieleer en doorbrekende factoren).
19. Verbintenissen uit onrechtmatige daad: recente evoluties in aansprakelijkheidsrecht (o.a. foutloze aansprakelijkheid, risicoaansprakelijkheid, overheidsaansprakelijkheid, voorzorgsbeginsel).
20. Verbintenissen uit onrechtmatige daad: wisselwerking tussen onderscheiden aansprakelijkheidsregimes (samenloop en coëxistentie van strafrechtelijke, contractuele& buitencontractuele vorderingen)
21. Algemene leer van de verbintenis: het bewijs van verbintenissen
22. Algemene leer van de verbintenis: de modaliteiten (opschortende en ontbindende termijn en voorwaarde; respijttermijnen; ondeelbaarheid en hoofdelijkheid, in solidum gehoudenheid)
23. Algemene leer van de verbintenis: overdracht van schuldvorderingen (art. 1690 e.v. B.W.), van schulden (incl. delegatie) en van contracten
24. Algemene leer van de verbintenis: ingebrekestelling, dwanguitvoering en betaling (gewone uitdoving) van de verbintenis. Betaling met subrogatie.
25. Algemene leer van de verbintenis: betaling met subrogatie (vervolg). Ongewone uitdovingsgronden: schuldvergelijking.
26. Algemene leer van de verbintenis: ongewone uitdovingsgronden (vervolg): schuldvernieuwing, schuldvermenging, kwijtschelding van schuld, bevrijdende verjaring en rechtsverwerking.
Doelstellingen
De cursus wil een grondig overzicht geven van het Belgische verbintenissenrecht, met een bijzondere aandacht voor de basisbegrippen en beginselen die ook terug te vinden zijn in de meeste Europese rechtsstelsels. De hoorcolleges bieden een theoretische uiteenzetting, op interactieve wijze en uitvoerig geïllustreerd met voorbeelden en tekenende gevallen uit de rechtspraak. In de oefeningen wordt de stof in dialoog toegepast en verfijnd a.h.v. concrete gevallen, vaak geïnspireerd door recente gebeurtenissen. De student zal zich in deze colleges fundamentele juridische reflexen en redeneerschema's eigen maken.
Beschrijving leeractiviteit
Interactieve hoorcolleges die voorbereiding vergen.
Studiemateriaal
Drie boekdelen:
S. STIJNS, Leerboek verbintenissenrecht, boek 1, Brugge, die Keure, 2005 (te verkrijgen bij Acco)
S. STIJNS, Teksten aansprakelijkheidsrecht, Brugge, Die Keure, 2008 (te verkrijgen bij Acco).
S. STIJNS, Leerboek verbintenissenrecht, boek 2, Brugge, die Keure, 2009. (te verkrijgen bij Acco)
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie: Verbintenissenrecht (B-KUL-C22B5a)
Toelichting
Het examen betreft een mix van theoretische vragen en oefeningen, van grote en kleine omvang.
Een modelexamen staat jaarlijks op TOLEDO.
