Ethiek (B-KUL-C00X9A)
Doelstellingen
- Na het volgen van dit opleidingsonderdeel begrijpt de student dat alle maatschappelijke domeinen een ethische dimensie bevatten.
- Studenten leren het verband leggen tussen de concrete instellingen van onze democratische rechtsstaat (politieke instellingen, wetten, mensenrechten) en de onderliggende normatieve of ethische intuïties: intuïties omtrent goed handelen, omtrent de waarde van de persoon en van individuele vrijheid, omtrent de verhouding van het individu tot de gemeenschap, of omtrent sociale en economische rechtvaardigheid.
- Dit opleidingsonderdeel reikt conceptuele elementen aan waarmee de toekomstige jurist in staat moet zijn om op een gefundeerde en coherente manier na te denken over normatieve, ethische en algemeen maatschappelijke problemen en over de legitimering van de juridische orde in onze hedendaagse samenleving.
Begintermen
Dit college veronderstelt dat studenten reeds een algemene inleidende cursus wijsbegeerte hebben gevolgd.
Aard van het studiemateriaal
Cursustekst
Toledo
Presentatiesoftware
Plaats in het onderwijsaanbod
- Bachelor in de rechten (Kortrijk)(reeds vòòr 2012-2013 ingeschreven studenten) (Algemene optie) 180 sp.

Onderwijsleeractiviteiten
6.0 sp. Ethiek (B-KUL-C00X9a)
Inhoud
Inleiding
Een inleiding op de eigenheid van de normatieve ethiek als discipline en een overzicht van de hedendaagse uitdagingen van het ethische denken.
I. Wat is goed handelen?
Een analyse van de grondtypes van het ethische denken (consequentialistische ethiek, deontologische ethiek en deugdenethiek). Deze analyse biedt tevens de mogelijkheid om een aantal centrale begrippen uit te diepen, zoals: geluk, deugd, oordeelsvermogen, intentie, morele wet, persoonlijke autonomie, praktische rede, communicatief handelen, …
In dit deel van de cursus kunnen onder meer de volgende auteurs aan bod komen: Aristoteles, Epicurus, Petrus Abaelardus, Immanuel Kant, Jeremy Bentham en Jürgen Habermas.
II. Van natuurwet tot mensenrechten
Een analyse van de normatieve fundamenten van het recht, met nadruk op het klassieke en het moderne natuurrecht, het moderne idee van individuele rechten, het rechtspositivisme en hedendaagse rechtsethische paradigma's. Dit gedeelte wordt afgesloten met een reflectie over hedendaagse opvattingen van mensenrechten als verderzetting van het natuurrecht.
In dit deel kunnen onder meer de volgende auteurs aan bod komen: Thomas Van Aquino, Hugo De Groot, Thomas Hobbes, John Locke, Montesquieu, John Austin, Hans Kelsen, H.L.A. Hart, John Rawls, Ronald Dworkin, Joseph Raz en Thomas Pogge.
III. Individu versus gemeenschap
Dit deel van de cursus biedt een overzicht van de normatieve onderbouw van de moderne, democratische rechtsstaat aan de hand van de volgende thema's: sociaal contract, ethiek van de burger, democratische legitimiteit, politiek conflict, publieke sfeer, politieke representatie, volkssoevereiniteit, de driedeling liberalisme-republicanisme-communitarisme. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de gespannen verhouding tussen individu en gemeenschap en de manier waarop die verhouding gedacht wordt binnen verschillende historische en ideologische stromingen.
In dit deel kunnen onder meer de volgende auteurs aan bod komen: Cicero, Leonardo Bruni, Niccolo Machiavelli, Thomas Hobbes, Edmund Burke, John Stuart Mill, Jürgen Habermas en Claude Lefort.
IV. Wie krijgt wat?
Een inleiding op de normatieve onderbouw van de welvaartsstaat aan de hand van diverse klassieke rechtvaardigheidstheorieën en hedendaagse modellen van sociale en economische rechtvaardigheid. Er wordt ruim aandacht besteed aan het probleem van supranationale solidariteit en aan diverse hedendaagse opvattingen omtrent mondiale rechtvaardigheid, zoals het nationalisme en het kosmopolitisme.
In dit deel kunnen onder meer de volgende auteurs aan bod komen: Aristoteles, Adam Smith, Jeremy Bentham, John Rawls, David Miller en Thomas Pogge.
Beschrijving leeractiviteit
Behalve klassieke hoorcolleges zijn er een aantal colleges waarin teksten bediscussieerd worden. De studenten bereiden deze discussiemomenten zelfstandig voor door het lezen van een tekst en het schriftelijk beantwoorden van een aantal vragen bij die tekst. De studenten dienen hun schriftelijke voorbereiding verplicht in via Toledo, telkens voor het respectieve discussiecollege. Tijdens de discussiecolleges zelf wordt een actieve deelname van alle studenten verwacht.
Studiemateriaal
Cursustekst, bronteksten en slides worden verspreid via Toledo.
