Fundamentele wijsbegeerte (B-KUL-C00X0A)
Doelstellingen
Het opleidingsonderdeel Fundamentele Wijsbegeerte vervult een algemeen-vormende propaedeutische functie. De cursus is erop gericht het oordeels- en reflectievermogen van de studenten te vormen en te ontwikkelen, door hen te laten kennismaken met de specifiek wijsgerige denkmethodiek. Dit gebeurt door de studenten te confronteren met een aantal fundamentele vragen betreffende mens en wereld, en met mogelijke antwoorden die in de loop van de geschiedenis zijn geformuleerd. In het bijzonder wil deze cursus de studenten begeleiden in het ontwikkelen van hun zin voor kritische reflectie, voor het abstraheren en het zo zuiver mogelijk conceptualiseren. Deze vaardigheden vormen de basis voor het verder te ontwikkelen praktische redeneer- en argumentatieve vermogen van de aankomende jurist. Door themas aan te snijden die het brede spectrum bestrijken van de filosofische reflectie wil het opleidingsonderdeel tevens de basis leggen voor verdere uitdieping van de wijsgerige problematiek in meer gespecialiseerde wijsgerig en/of juridisch georiënteerde vakken.
Begintermen
Er wordt een minimale vertrouwdheid ondersteld met de grote lijnen van de cultuurgeschiedenis (kennen), de student moet in staat zijn om een probleem in zijn algemeenheid te vatten (kunnen) en hij moet openstaan voor reflexieve vragen die het vertrouwde en vanzelfsprekende in vraag stellen (attitude).
Aard van het studiemateriaal
Handboek
Artikels en literatuur
Presentatiesoftware
Toledo
Volgtijdelijkheidsvoorwaarden
Dit opleidingsonderdeel is een voorwaarde voor het opnemen van volgende opleidingsonderdelen:
P0L05A : Wijsgerige pedagogiek, deel 2
Plaats in het onderwijsaanbod
Onderwijsleeractiviteiten
6.0 sp. Fundamentele wijsbegeerte (B-KUL-C00X0a)
Inhoud
De cursus is opgebouwd rond een thematische en een historische as. De thematische as belicht de intrinsieke verwevenheid van "denken" en "zijn": de verbondenheid van kennis- en werkelijkheidsopvattingen. Die verhouding tussen beide wordt aangesneden vanuit de analyse van de filosofische verwondering, waarin de vertrouwdheid van het alledaagse wordt doorbroken en het denken wordt uitgedaagd om de ervaring van contingentie en destabilisering te integreren. Deze thematische as is voldoende breed om er zowel metafysische als antropologische en epistemologische onderwerpen in in te bedden. De historisch as vult de thematische as aan door inbreng van het tijdselement. Daarbij fungeert de moderne subject-wording als sleutel om een onderscheid te maken in de conceptualisering van de verhouding tussen denken en zijn tussen drie grote periodes: Oudheid-Middeleeuwen, Moderne Tijd en Hedendaagse Tijd. De aandacht gaat daarbij op de eerste plaats uit naar centrale ideeën van de grote wijsgerige auteurs, maar er wordt ook ingegaan op ruimere, cultuurhistorisch belangwekkende focus-punten van antropologische en wetenschapstheoretische aard, en naar meer algemene historische achtergronden. Zonder afbreuk te doen aan de algemeen vormende waarde, wordt de vakinhoud zo goed mogelijk afgestemd op de interessesfeer van de jurist.
Kalender (4 s.u. = 26 x 2 contacturen)
1. Inleiding: "denken en zijn"; Cultuur-historische inleiding over oudheid en middeleeuwen (o.a. de overgang van mythos naar logos, met een cultuur-antropologische bespreking van de rol van mythisch spreken)
2. De eerste aanzetten tot thematisering van de verhouding tussen denken en zijn: Parmenides en Heraclitus; Plato als eerste systematicus; de ontdekking van de intelligibiliteit van de werkelijkheid
3. Plato: de ideeënleer als antwoord op de filosofische verwondering (discrepantie tussen de ideale abstracte realiteit en de onvolmaakte concrete wereld)
4. Aristoteles: het redden van de concrete wereld Focus (wetenschapstheoretisch): het typisch Aristotelische wetenschapsmodel
5. De middeleeuwse visie: Thomas van Aquino; een christelijke filosofie met grote aandacht voor de concrete fysische realiteit
6. Het middeleeuwse nominalisme: een nieuwe kloof tussen concept en realiteit
7. Focus (antropologisch): het kwaad en de vrije wil van de mens
8. Cultuur-historische inleiding over de moderniteit: de godsdienstoorlogen; het ontstaan van de wetenschap, met focus op de reactie tegen de Aristotelische wetenschap (Francis Bacon); de subjectivering van de mens; de Aufklärung en de rechten van de mens (tekstlezing)
9. Het rationalisme van R. Descartes: de werkelijkheid van de wereld wordt gefundeerd in het denkende subject
10. Spinoza: een pantheïstische visie op de samenhang van denken en werkelijkheid
11. Het empirisme: scepticisme over de band tussen (subjectieve) waarneming en (objectieve) realiteit
12. Kant: poging tot overwinning van het scepticisme: de objectieve werkelijkheid wordt gered als "constructie" door het subject (waarbij het ding "op zich" uit het blikveld verdwijnt)
13. Hegel: poging om het Kantiaanse standpunt te overstijgen en toch de werkelijkheid "op zich" ter sprake te brengen
14. Focus: een nieuwe kijk op de mens (Pascal, Lamettrie, Rousseau, de encyclopedisten en de mensenrechten)
15. Cultuur-historische inleiding over de hedendaagse periode: ontstaan van menswetenschappen, onttroning van het subject, historisering van het wetenschapsideaal)
16. Kierkegaard en Nietzsche: reacties tegen Hegel
17. De fenomenologie: Husserl's duiding van de moderne wetenschap als substructie; poging tot reconstructie van het objectieve ding
18. De existentiële fenomenologie: Heidegger (de werkelijkheidswaarde van de realiteit ligt in het concrete in de wereld zijn)
19. J. Derrida als radicalisering: de differentie en de onmogelijke toegang tot werkelijkheid; het structuralisme
20. Comte en het (neo)positivisme: de feitelijkheid van feiten
21. Wittgenstein
22. De feitelijkheid van feiten in vraag gesteld: Popper en Kuhn (historisering van de Kantiaanse kentheorie)
23. De hedendaagse mens, zijn identiteit en vervreemding: - het burgerlijk persoonlijkheidsideaal - de mens als "meer" dan natuur (de symbolische orde)
24. De socio-economische wortels van de vervreemding: Marx
25. De vervreemding als effect van psychische processen: psycho-analyse (Freud, Lacan)
26. De rol van maatschappij en traditie in de ontplooiing van identiteit: liberalisme en communitarisme
Doelstellingen
Beschrijving leeractiviteit
Naast klassieke hoorcolleges, waarin de cursustekst via 'PowerPoint-slides' inzichtelijk wordt gemaakt, zijn er op geregelde tijdstippen lectuurcolleges en begeleidingscolleges. In de lectuurcolleges worden de bovenvermelde, oorspronkelijke filosofische tekst(fragment)en gelezen; in de begeleidingscolleges krijgen studenten commentaar en feedback bij eerder opgelegde taken. Die taken vervullen de rol van tussentijdse toetsen en hebben tot doel de studenten op een zelfstandige manier problemen te leren oplossen die representatief zijn voor wat van hen op het examen verwacht wordt.
Studiemateriaal
Het studiemateriaal bestaat uit het handboek: A. Braeckman, B. Raymaekers & G. Van Riel, Handboek Wijsbegeerte, Leuven, LannooCampus, 2006. Het andere materiaal wordt aangeleverd via Toledo: PowerPoint-slides, filosofische teksten, opdrachten en modelantwoorden, examenvragen (type morfologie).
Evaluatieactiviteiten
Evaluatie: Fundamentele wijsbegeerte (B-KUL-C20X0a)
Toelichting
Mondeling examen met drie vragen, waarvan één vraag uit een vooraf meegedeelde lijst van vragen omtrent filosofische basisbegrippen, en één vraag omtrent de in het lectuurcollege gelezen teksten. De derde vraag peilt naar het niveau van het door de student zelfstandig verworven inzicht in het cursusmateriaal (leggen van verbanden, maken van vergelijkingen, e.d.).
