Masterproef: stage/veldwerk onderzoeksrapport (B-KUL-A06E3A)

10.0 studiepunten Nederlands 0.0 Beide semestersBeide semesters Gespecialiseerd Uitgesloten voor examencontract
Broeckaert Bert (coördinator) |  N.
POC Nederlandstalige programma's Theologie en Religiewetenschappen

•              De student is in staat om een godsdienstwetenschappelijk project op te zetten, dit is een vraagstelling te formuleren en een argumentatiemethode te ontwikkelen voor het gestelde probleem.
•              De student is in staat om het godsdienstwetenschappelijke project uit te werken op basis van zelfstandig uitgevoerd onderzoek in de religiestudie waarin één of meerdere aspecten of resultaten van de stage/veldwerk op een methodische wijze worden uiteengezet, in dialoog met de heersende wetenschappelijke inzichten.
•              De student is in staat om een projectgerichte onderzoeksscriptie af te werken.
•              De student is in staat om de onderzoeksresultaten op een bevattelijke wijze te presenteren   

Algemene begintermen voor het volgen van de opleiding Master in de Wereldgodsdiensten, de Interreligieuze Dialoog en de Religiestudie.

De studenten schrijven een uitgebreid onderzoeksrapport waarin één of meerdere aspecten of resultaten van de stage/veldwerk op een methodische wijze worden uiteengezet, in dialoog met de heersende wetenschappelijke inzichten. Dit rapport kan in het Nederlands, Engels, Frans of Duits geschreven worden; indien het niet in het Nederlands is geschreven dient er een Nederlandstalige samenvatting te worden toegevoegd. Uitgaande van een concrete probleemstelling of onderzoeksvraag worden, in een afgerond geheel van 15-20 bladzijden (7500-10000 woorden) één of meerdere aspecten of resultaten van de stage/veldwerk op een methodische wijze uiteengezet, in dialoog met de heersende wetenschappelijke inzichten. De promotor van het onderzoeksrapport is in de regel het ZAP-lid dat verantwoordelijk is voor de stage. Indien hij/zij niet de promotor is, dan wordt hij/zij als corrector aangeduid.

Onderwijsleeractiviteiten

10.0 sp. Masterproef: stage/veldwerk onderzoeksrapport (B-KUL-A06E3a)

10.0 studiepunten Nederlands Werkvorm: Masterproef 0.0 Beide semestersBeide semesters
N.
POC Nederlandstalige programma's Theologie en Religiewetenschappen

De studenten schrijven een uitgebreid onderzoeksrapport waarin één of meerdere aspecten of resultaten van de stage/veldwerk op een methodische wijze worden uiteengezet, in dialoog met de heersende wetenschappelijke inzichten. Dit rapport kan in het Nederlands, Engels, Frans of Duits geschreven worden; indien het niet in het Nederlands is geschreven dient er een Nederlandstalige samenvatting te worden toegevoegd. Uitgaande van een concrete probleemstelling of onderzoeksvraag worden, in een afgerond geheel van 15-20 bladzijden (7500-10000 woorden) één of meerdere aspecten of resultaten van de stage/veldwerk op een methodische wijze uiteengezet, in dialoog met de heersende wetenschappelijke inzichten. De promotor van het onderzoeksrapport is in de regel het ZAP-lid dat verantwoordelijk is voor de stage/het veldwerk. Indien hij/zij niet de promotor is, dan wordt hij/zij als corrector aangeduid.     

Evaluatieactiviteiten

Evaluatie: Masterproef: stage/veldwerk onderzoeksrapport (B-KUL-A26E3a)

Modaliteit van de evaluatie : Schriftelijk / Mondeling met schriftelijke voorbereiding
Tijdstip : examen tijdens de examenperiode
Soort evaluatie : Presentatie, Verslag

Het onderzoeksrapport wordt beoordeeld door de promotor (40 punten) en twee correctoren die het onderzoeksrapport elk op 20 punten beoordelen. Het gemeenschappelijke cijfer is de weergave van een gezamenlijke evaluatie van het onderzoeksrapport en de publieke presentatie (20 punten).
 
De evaluatie van het onderzoeksrapport bestaat uit een publieke presentatie van de resultaten van het onderzoek door de student en een gesprek met de promotor en correctoren. De evaluatie verloopt in de regel op de volgende wijze:
(a) Overleg tussen de promotor en de correctoren. De promotor en de correctoren evalueren het ingediende onderzoeksrapport aan de hand van vijf criteria: (1) persoonlijke aanpak van het onderwerp, blijkend uit onder meer het verwijzen naar het in het kader van stage/veldwerk verrichte eigen onderzoek; (2) verantwoorde opbouw en structuur van het onderzoeksrapport; (3) grondigheid van de behandeling; (4) kritische zin; (5) taal en stijl.
(b) Voorstelling van het onderzoeksrapport en gesprek met de student/e. De student presenteert zijn/haar onderzoeksrapport. Hij/zij zet de probleemstelling uiteen, geeft een overzicht van het verrichte onderzoek en formuleert de belangrijkste onderzoeksresultaten. Daarna volgt een discussie, waarin de promotor, de correctoren en eventueel de andere toehoorders vragen en opmerkingen kunnen formuleren.
(c) Eindevaluatie door de promotor en de correctoren, in afwezigheid van de student/e.De gehele sessie duurt 45 minuten, waarvan er 15 minuten voorbehouden zijn voor de presentatie van de student.