De doctoraatsschool verleent toelating tot het doctoraatsprogramma na advies van de facultaire doctoraatscommissie. De facultaire doctoraatscommissie oordeelt op basis van het individuele dossier. De kandidaat-doctorandus/a dient 1. houder te zijn van een voor het doctoraatsonderzoek relevant masterdiploma (of een equivalent diploma hoger onderwijs) én zich onderscheiden te hebben, hetzij tijdens de studies hetzij na de studies zoals blijkt uit kwaliteitsvolle wetenschappelijke publicaties, 2. of geslaagd te zijn in de predoctorale proef. 

Doctoraatsopleiding in de Bio-ingenieurswetenschappen