Master in de bio-ingenieurswetenschappen: landbouwkunde

Master of Science

Landbouwkunde is een multidisciplinaire opleiding die uitgaat van de productie van dieren en planten en van de productieomgeving (zoals beleid, economie, management). Een elementaire basis van moderne ingenieurstechnieken (de technische omgeving van het productieproces) is hierbij van belang. .
De opleiding biedt je een inzicht in de biologische productieprocessen en in de manier waarop deze op een duurzame wijze gestuurd kunnen worden ter verbetering van de kwaliteit, de kwantiteit en van de rentabiliteit van de plantenteelt en de veeteelt. Je leert hoe de productieprocessen van planten en dieren plaatsvinden in een steeds veranderende economische, ecologische en maatschappelijke context.

Dit is een initiële master die je vol- of deeltijds kunt volgen.

- Je bezit een basispakket aan fundamenteel wetenschappelijke en technologische kennis en vaardigheden in de volgende domeinen: biologie, chemie, ecosystemen, wiskunde, natuurkunde en ingenieurstechnieken.
- Je bent in staat om de kennis die je in de bachelor verworven hebt, kritisch te relateren aan het toepassingsdomein van jouw keuze.
- Je bent in staat om zelfstandig én in teamverband problemen doelgericht aan te pakken (inventiviteit, creativiteit, zelfwerkzaamheid en teamspirit)
- Je kunt domeingerelateerde problemen herkennen en kaderen in de maatschappelijke context (ethisch, sociaal, economisch).
- Kies je voor de major gewasproductie, dan beschik je over een basiskennis van plantenteelt, veredeling en biotechnologie, biologische productiesystemen en statistische dataverwerking.
- Voor de major dierproductie beschik je over een basiskennis van veeteelt, veredeling en biotechnologie, biologische productiesystemen en statistische dataverwerking.

Voor de specifieke toelatingsvoorwaarden, klik op de opleiding onder 'Kies je programma'.

Alle masters in de bio-ingenieurswetenschappen bereiden de studenten voor op hun verdere loopbaan als bio-ingenieur. Deze bio-ingenieur beschikt over de volgende capaciteiten:
1. Als ingenieur kan hij/zij dankzij een multidisciplinaire en toepassingsgerichte vorming een situatie doorgronden en problemen identificeren, kwantitatief beschrijven, en oplossingen ontwerpen.
2. hij/zij beschikt over de juiste attitudes om zich in een kennismaatschappij continu aan te passen aan en in te werken in nieuwe technologieën (Life Long Learning).
3. hij/zij zoekt oplossingen gebruikmakend van analytisch en synthetisch denkvermogen eerder dan dat hij/zij de situatie beschrijft d.m.v. het verzamelen van feitenkennis.
4. hij/zij beschikt over een polyvalente instelling en kan in groepsverband functioneren. (Hij/zij kan hierdoor ingeschakeld worden in een brede waaier van functies in de bedrijfswereld en overheidssector (zowel nationaal als internationaal).)
5. hij/zij heeft een grondige fundamentele wetenschappelijke en technische basisvorming (om een loopbaan in het wetenschappelijk onderzoek te kunnen starten en uit te bouwen) en is in staat om deze kennis ook toe te passen.
6. hij/zij is in staat om leiding te geven en verantwoordelijkheid op te nemen (beheren).
7. hij/zij is vaardig in het rapporteren zowel schriftelijk als mondeling, en het situeren van activiteiten in een ethisch, sociaal en economisch kader.

De volgende doelstellingen zijn specifiek voor deze masteropleiding:
De Master of Science in de bio-ingenieurswetenschappen: landbouwkunde beoogt bio-ingenieurs te vormen die gespecialiseerd zijn in de primaire en secundaire productie en in een duurzaam management van deze productie. De primaire en secundaire productie heeft betrekking op respectievelijk de productie van planten en die van dieren. Het doel wordt gerealiseerd door specifieke kennis en vaardigheden bij te brengen inzake:
- duurzame landbouw: integratie van teelttechnische, economische, ecologische en sociaal-maatschappelijke aspecten van de productie;
- de technische aspecten van landbouwproductiesystemen en het beheer ervan;
- de landbouwproductieomgevingsaspecten en marketingaspecten die de basis vormen voor een goed bedrijfsbeheer
- het detecteren, beschrijven en analyseren van actuele problemen die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met de productie en het oplossen van die problemen.

Deze masteropleiding omvat 3 majors: gewasproductie, dierproductie en bio-economie en -beleid, waar bovenstaande algemene doelen verder worden geconcretiseerd.
- De major gewasproductie heeft tot doel bio-ingenieurs te vormen met een grondige kennis van de onderliggende pijlers van de plantproductie: fytopathologie en gewasbescherming, toegepaste plantwetenschappen en plantenteelt, plantenveredeling en de socio-economische en ecologische context van de plantproductie. Op basis van deze kennisdomeinen moet de student in staat zijn probleemoplossend te werken in de plantaardige productie.
- De major dierproductie heeft tot doel bio-ingenieurs te vormen met een fundamentele kennis in dierlijke productieprocessen en aanverwante domeinen en technieken zodat ze op een wetenschappelijk en ethisch verantwoorde wijze dierlijke productiesystemen optimaal kunnen beheren en beïnvloeden met een visie op de gevolgen voor mens, dier en milieu.
- De major bio-economie en -beleid heeft tot doel bio-ingenieurs te vormen met een grondige kennis in de werking van de economie van landbouw, voeding en milieu (de bio-economie) en in de manieren om via beleid in de bio-economie in te grijpen. De student moet in staat zijn met deze kennis maatregelen te kunnen voorstellen om productiesystemen economisch te optimaliseren in een internationale context en rekening houdend met sociale en ecologische aspecten.


Voor elke bio-ingenieuropleiding (bachelor en master) worden de volgende eindtermen nagestreefd:
- op een inventieve en creatieve manier kwantitatief en probleemoplossend kunnen denken en werken binnen het eigen vakdomein;
- in staat zijn om zelfstandig en in teamverband te werken;
- bekwaam zijn om eigen verantwoordelijkheid op te nemen en beslissingen door te voeren;
- het vaardig kunnen omgaan met en kritisch beoordelen van vakliteratuur en gegevensbestanden;
- schriftelijke, mondelinge en digitale communicatievaardigheden bezitten;
- vakspecifieke domeinkennis actief kunnen aanwenden om bij te dragen tot het maatschappelijk debat vanuit een kritisch-wetenschappelijke houding.

De volgende eindtermen zijn specifiek voor deze masteropleiding:
Voor de major gewasproductie:
- op basis van de kennis van de plant, met nadruk op fysiologische aspecten van plantontwikkeling en de moleculaire basis hiervan, moet de student in staat zijn strategieën te kunnen ontwikkelen voor het gericht sturen van de plantaardige productie;
- kennis van de genetica van belangrijke landbouwkundige eigenschappen en het efficiënt gebruik hiervan voor plantverbetering via klassieke en biotechnologische technieken;
- inzicht kunnen geven in de biologie van de belagers van de planten, hun interacties met planten, wat de basis vormt voor een gerichte bestrijding waarbij verschillende strategieën moeten worden gecombineerd met minimaal ecologische impact;
- basiskennis van technieken en van technologieën en hun toepassingen om de plantproductie en bewaring van plantaardige producten optimaal te kunnen sturen;
- doelgericht en efficiënt verzamelen, stockeren, beheer en analyseren en interpreteren van complexe gegevensbestanden in verband met landbouwprocessen;
- kennis van impact van productiesystemen op ecologische en maatschappelijke aspecten met de bedoeling deze systemen zodanig te oriënteren dat zij resulteren in minimale impacten.

Voor de major dierproductie:
- een wetenschappelijk inzicht in de anabole en katabole processen van het dier en de verschillende domeinen die daarop een invloed uitoefenen, i.e. de voeding, de genetische bagage, de pathogenen (ziekten) en afweer, de omgeving;
- kennis over de fundamentele maar ook nieuwste technieken waarmee deze dierlijke productiesystemen beheerd en georiënteerd worden of kunnen worden;
- kennis van de impact van productiesystemen op ecologische en maatschappelijke aspecten met de bedoeling deze systemen zodanig te oriënteren dat zij resulteren in minimale impacten.

Voor de major bio-economie en -beleid:
-  basiskennis en -vaardigheden m.b.t. de theoretische concepten van de economische analyse;
-  kennis van en inzicht in de fundamentele problematiek van de bio-economie, zowel op macro- als op bedrijfsniveau en in het bijzonder met betrekking tot landbouw, voeding en milieu;
-  kennis van en vaardigheden in de onderzoeksmethoden die gebruikt worden in bio-economie en -beleid;
-  kennis van de beleidsmaatregelen in de bio-economie in een internationale context en de vaardigheden om deze beleidsmaatregelen te kunnen analyseren;
-  kennis van en inzicht in de ecologische en sociale context van de bio-economie.
Als master in de bio-ingenieurswetenschappen: landbouwkunde kun je terecht in een zeer brede waaier van beroepen die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met de productie van planten en dieren. De multidisciplinaire opleiding is een grote troef voor tewerkstelling in beleidsinstellingen (Europese, federale en Vlaamse administraties), bij overheidsinstellingen (bv. voedselagentschap) en landbouworganisaties. Veel bedrijven die zich aan de rand van de eigenlijke productiesector situeren zoeken personeel met een specialisatie landbouwkunde, zoals toeleverings-, veredelings- en biotechnologiebedrijven, distributieketens, fytofarmaceutische en consultancybedrijven. Veel afgestudeerden komen terecht in onderzoek en voorlichting van producenten, in het onderwijs of werken (een beperkte tijd) in ontwikkelingslanden.
De KU Leuven organiseert elk voorjaar een Verderstudeerbeurs. Daarnaast organiseren faculteiten ook infosessies voor een aantal van hun schakel-, voorbereidings- en masterprogramma's.

Alle infomomenten voor (toekomstige) masterstudenten
Bij aanvang van de tweede masterfase kun je enkele maanden (minstens drie) onderzoek uitvoeren in het kader van een ontwikkelingssamenwerkingsproject of bij een Europese partnerinstelling. In dit laatste geval kan ook het Erasmusstatuut aangevraagd worden.

Meer info:
www.biw.kuleuven.be/internationalisering
www.kuleuven.be/studenten/buitenland/erasmus
De Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen werd opgericht om onderwijs en onderzoek in de landbouwwetenschappen te organiseren. Vandaag biedt de faculteit een uitgebreide selectie van onderwijsprogramma's in de bio-ingenieurswetenschappen aan op bachelor- en masterniveau. Deze onderwijsprogramma's worden rechtstreeks ondersteund door het onderzoek dat in de verschillende departementen wordt verricht. Onderzoeksgroepen zijn onder andere actief in het brede domein van landbouw en voeding, (groene) chemie, cel- en gentechnologie, land- en bosbeheer en milieu. Zowel theoretische kennis als praktische oefeningen in laboratoria en op het veld, in België en in het buitenland, komen aan bod.
Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
Kasteelpark Arenberg 20 bus 2300
3001 HEVERLEE
tel. + 32 16 32 16 29
externerelaties@biw.kuleuven.be


Algemeen
Dienst Studieadvies
Naamsestraat 80 bus 5415
3000 LEUVEN
Contacteer ons via het contactformulier op onze website.
Download de masterfolder.

Bestel de masterfolder.