Opleiding B-KUL-F0VB2A Nederlandse letterkunde: middeleeuwse letterkunde: capita selecta

Alle details zichtbaar |  Alle details onzichtbaar

Algemeen

  • Academiejaar: 2011-2012
  • Studiepunten: 6
  • Onderwijstaal: Nederlands
  • Niveau: Gespecialiseerd
  • Begeleidingsuren: 26.0 uren Uurrooster
  • Periode: Wordt gedoceerd in het eerste semester
  • Verantwoordelijke POC: POC Taal- en letterkunde
 Afdrukversie
 

Docenten/didactisch team

Claassens Gerard

Doelstellingen

Het aanleren en toepassen van geïntegreerde tekstanalyse, tegen de achtergrond van relevante onderzoeksliteratuur. Vaardigheden en competenties die in de Ba deel uitmaakten van de inleidende cursus (Ba2) en de methodologische cursus (Ba3) worden hier in hun samenhang verdiept. Er wordt geen exhaustiviteit nagestreefd, maar het ligt wel in de bedoeling dat een breed scala aan filologische thema's en invalshoeken aan bod komt (editietechniek, tekstkritiek, bronnenonderzoek, auteurschap, datering en lokalisering, het genrevraagstuk, interpretatieve kwesties, etc.).

Begintermen

Bekendheid met de medioneerlandistische basiskennis zoals aangeboden in het vak F0AM7a Nederlandse literatuur II (Ba2) wordt verondersteld. Een eerdere deelname aan het vak F0AN1a Nederlandse literatuur III Middeleeuwen (Ba3) strekt tot aanbeveling, maar is zeker geen absoluut vereiste voor deelname aan deze collegereeks.

Inhoud

Deze collegereeks is in principe casusgeoriënteerd: een tekst, tekstgroep, auteur of specifiek literair-historisch fenomeen staat centraal. Er wordt gezocht naar aansluiting met het lopende onderzoek van de docent. Het onderwerp wordt elk academiejaar gewijzigd.


Voor academiejaar 2011-2012 staat er opnieuw een tekst centraal, de Roman van Walewein. Dit is een forse (11.202 verzen) ridderroman, die tot de Arturepiek gerekend wordt. De tekst is in slechts één handschrift volledig overgeleverd, Leiden, Universiteitsbibliotheek, Ltk. 195 (fol. 121-182). Dit handschrift dateert van 1350 en bevat ook een volledig afschrift van de Roman van Heinric ende Margriete van Limborch. Daarnaast is er nog een fragment van een ander handschrift bewaard gebleven (Gent, Universiteitsbibliotheek, 1619), dat nog 388 verzen van de tekst overlevert. Het is opmerkelijk dat we vrij precies weten wie de tekst vervaardigd heeft, een 'wie' waarachter twee personen schuilgaan, te weten de dichters Penninc en Pieter Vostaert. De laatstgenoemde geeft in vss. 11173-11188 aan dat hij ongeveer de laatste 3300 verzen van de tekst geschreven heeft. Dat dubbelo auteurschap zorgt overigens wel voor problemen: als we de tekst willen interpreteren moeten we er altijd rekening mee houden dat die niet van één auteur is - twee auteurs kunnen heel uiteenlopende opvattingen hebben gehad over de betekenis en functie van het verhaal.
Dat probleem komt uiteraard ook op tafel als we de tekst willen vertalen naar het moderne Nederlands (of naar een andere taal) – vertalen is vanzelfsprekend ook te beschouwen als een vorm van interpretatie. En het begint al bij het editeren van de tekst: om een kritische editie te kunnen vervaardigen, moet de tekstbezorger zo zorgvuldig mogelijk de tekst interpreteren.
En het zijn deze twee aspecten van de Walewein-filologie die dit jaar in deze collegereeks centraal staan. Hoe zouden we de tekst moeten uitgeven en hoe zou je die in het moderne Nederlands kunnen vertalen. We beginnen daarbij niet van nul, maar we gaan zeer intensief kijken naar 'work-in-progress'. Sinds enkele jaren werken twee Utrechtse medioneerlandici, John Verbeek en Rien Wols, in samenwerking met ondergetekende aan een nieuwe editie van de Roman van Walewein, een editie die in combinatie met een prozavertaling in modern Nederlands uitgegeven zal worden. De editie ligt in eerste versie klaar, de vertaling is ook in eerste versie klaar (en ten dele al in tweede versie).
In deze collegereeks zullen we dus zeer kritisch gaan kijken naar zowel de editie als de vertaling, waarbij uiteraard het oudere onderzoek het referentiekader zal vormen. Een intensieve lezing van tekst en vertaling vorm het uitgangspunt. In de zittingen zullen we het geleverde werk onder de loep nemen: van elke deelnemer wordt verwacht dat hij/zij een flink stuk tekst en vertaling bestudeert en daarover een korte presentatie verzorgt (die uiteraad aanleiding mag zijn tot een gezamenlijke bespreking van het betreffende tekstdeel). De correctheid van de editie staat daarbij terdiscussie evenals de correctheid van de vertaling, maar daarnaast zou ik ook heel nadrukkelijk de stilistische aspecten van de vertaling in beschouwing willen nemen (stijl, register).De reeks opent met een inleidend hoorcollege waarin het onderwerp en de opzet van de reeks verder toegelicht worden.
De beide Utrechtse vertalers hebben toegezegd een van de zittingen aan het einde van de reeks bij te wonen, waarbij er volop gelegenheid zal zijn voor vragen en antwoorden!
De toetsing is tweeledig (beide delen wegen even zwaar in het eindoordeel). De deelname aan de colleges wordt beoordeeld (presentatie en actieve participatie in discussies) en de reeks wordt afgesloten met een mondeling examen over het geheel van de collegereeks.

Plaats in het onderwijsaanbod

Master of Arts in de westerse literatuur  
Master of Arts in de taal- en letterkunde   (Taalmodule Nederlands)

Aard van het studiemateriaal

Artikels en literatuur

Onderwijsleeractiviteiten

B-KUL-F0VB2a Nederlandse letterkunde: middeleeuwse letterkunde: capita selecta

Evaluatieactiviteiten

B-KUL-F2VB2a Evaluatie : Nederlandse letterkunde: middeleeuwse letterkunde: capita selecta